Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2009:BH6528

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
18-03-2009
Datum publicatie
19-03-2009
Zaaknummer
24-002189-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt wegens diefstallen onder strafverzwarende omstandigheden veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee weken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-002189-08

Parketnummer eerste aanleg: 17-753485-08 en 19-621487-06 (tul)

Arrest van 18 maart 2009 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Leeuwarden van 25 augustus 2008 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1960] te [geboorteplaats],

thans zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande,

niet ter terechtzitting verschenen.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Leeuwarden heeft de verdachte bij het vonnis wegens misdrijven veroordeeld tot een straf, heeft een maatregel opgelegd en heeft op de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij en op een vordering tot tenuitvoerlegging beslist, zoals in dat vonnis omschreven. De politierechter heeft voorts de bewaring gelast van de in beslag genomen goederen.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Het hof heeft verstek verleend tegen de niet verschenen verdachte.

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf van twee weken alsmede dat de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij zal worden toegewezen tot € 45,00, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Voorts heeft zij de tenuitvoerlegging gevorderd van de aan verdachte bij vonnis van de politierechter te Assen voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van twee weken. De lijst van in beslag genomen voorwerpen dient als vervallen te worden beschouwd.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij in of omstreeks de periode van 24 augustus 2007 tot en met 29 augustus 2007, te [plaats], in de gemeente [gemeente], met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening, van(af) een perceel, gelegen aan of bij [adres], aldaar, heeft weggenomen een of meer plant(en), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte

en/of

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening, van(af) een of meer perce(e)l(en), gelegen aan of bij [adres], aldaar, heeft weggenomen een of meer wasrekje(s), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte,

terwijl tijdens het plegen van voornoemd misdrijf nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een veroordeling van de schuldige tot gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij in de periode van 24 augustus 2007 tot en met 29 augustus 2007, te [plaats], in de gemeente [gemeente], met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening, van(af) een perceel, gelegen aan [adres] heeft weggenomen planten toebehorende aan [benadeelde]

en

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening, van(af) percelen, gelegen aan [adres] heeft weggenomen wasrekjes, toebehorende aan anderen dan aan verdachte, terwijl tijdens het plegen van voornoemd misdrijf nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een veroordeling van de schuldige tot gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

diefstal, meermalen gepleegd, terwijl tijdens het plegen van het misdrijf nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een veroordeling van de schuldige tot gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de in hoger beroep op te leggen straf bepaald op grond van de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder gelet op het volgende.

Verdachte heeft zich in de periode van 24 augustus 2007 tot en met 29 augustus 2007 meermalen schuldig gemaakt aan diefstal, terwijl tijdens het plegen van deze diefstallen nog geen vijf jaren waren verlopen sinds een veroordeling van verdachte wegens een diefstal in kracht van gewijsde was gegaan.

Het hof heeft bij de straftoemeting in aanmerking genomen dat verdachte - blijkens een hem betreffend Uittreksel uit het Justitiële Documentatieregister d.d. 10 december 2008 - eerder is veroordeeld ter zake van soortgelijke delicten. Bovendien liep verdachte nog in een proeftijd, waarbij de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf mede een stok achter de deur moest zijn om geen nieuwe strafbare feiten te plegen. Verdachte heeft zich daarvan klaarblijkelijk niets aangetrokken.

Gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, is het hof van oordeel dat een gevangenisstraf van na te melden duur een passende en ook noodzakelijke bestraffing is.

Benadeelde partij [benadeelde]

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, dat de benadeelde partij zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd, dat haar vordering tot schadevergoeding in eerste aanleg deels is toegewezen en zij zich in het geding in hoger beroep niet opnieuw heeft gevoegd. Derhalve duurt de voeging ter zake van haar in eerste aanleg gedane vordering tot schadevergoeding in het geding in hoger beroep voort, voor zover die vordering in eerste aanleg is toegewezen.

Het hof acht de vordering van de benadeelde partij tot het bedrag van € 45,-- toewijsbaar nu voldoende is komen vast te staan dat door het bewezen verklaarde feit aan het slachtoffer tot voornoemd bedrag schade is berokkend en dat de schade aan verdachte kan worden toegerekend.

Gelet op het vorenstaande dient verdachte, als de in het ongelijk gestelde partij, te worden veroordeeld in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Schadevergoedingsmaatregel

Aan verdachte zal daarnaast de verplichting worden opgelegd tot betaling aan de Staat van het toegewezen bedrag ten behoeve van voornoemd slachtoffer.

Vordering tenuitvoerlegging (parketnummer 19-621487-06)

Bij vonnis van de politierechter te Assen d.d. 26 januari 2007 is verdachte veroordeeld tot twee weken gevangenisstraf voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Voormeld vonnis is op 10 februari 2007 onherroepelijk geworden. De proeftijd is ingegaan op 10 februari 2007. De officier van justitie heeft op 3 juni 2008 gevorderd dat last zal worden gegeven tot tenuitvoerlegging van voormelde gevangenisstraf, omdat verdachte zich tijdens de proeftijd schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde feiten. Die vordering is toegewezen door de politierechter bij beslissing van 25 augustus 2008.

Nu gebleken is dat verdachte de hiervoor bewezen verklaarde feiten heeft begaan voor het einde van de bij voormeld vonnis gestelde proeftijd, zal het hof op grond van het vorenstaande de tenuitvoerlegging gelasten van de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 14g, 36f (oud), 43a, 57, 63 (oud) en 310 van het Wetboek van Strafrecht.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP bij verstek:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart deze feiten en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot gevangenisstraf voor de duur van

twee weken;

wijst toe de vordering van de benadeelde partij, [benadeelde], wonende te [woonplaats], tot een bedrag van vijfenveertig euro;

legt aan verdachte tevens de verplichting op tot betaling aan de Staat van vijfenveertig euro ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde], wonende te [woonplaats];

beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van één dag zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt;

bepaalt dat indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van bovenvermeld bedrag, de verplichting om te voldoen aan de vordering van de benadeelde partij komt te vervallen, alsmede dat, indien veroordeelde aan de vordering van de benadeelde partij heeft voldaan, de verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen;

veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt - tot aan deze uitspraak begroot op nihil - en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

gelast de tenuitvoerlegging van de aan veroordeelde bij vonnis van de politierechter te Assen van 26 januari 2007 voorwaardelijk opgelegde straf (parketnummer

19-621487-06), te weten:

gevangenisstraf voor de duur van twee weken.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. J. Hielkema, voorzitter, mr. P. Koolschijn en

mr. M. Lolkema, in tegenwoordigheid van mr. M. Zevenhuizen als griffier, zijnde

mr. Lolkema voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.