Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2009:BH6272

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
13-03-2009
Datum publicatie
17-03-2009
Zaaknummer
000745-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

Aan veroordeelde is een ontnemingsmaatregel opgelegd voor een bedrag van € 6.906,70. Vaststaat dat veroordeelde in het geheel geen betalingen heeft gedaan. Voorts is niet gebleken van verhaalsmogelijkheden. Van de veroordeelde is geen adres meer bekend, zodat hij onvindbaar is voor justitie.

Onder deze omstandigheden, alsmede in aanmerking genomen dat de veroordeelde niet op grond van artikel 577b van het Wetboek van Strafvordering om vermindering dan wel kwijtschelding van het door hem verschuldigde bedrag heeft verzocht, is het hof van oordeel dat de vordering van de advocaat-generaal om verlof tot tenuitvoerlegging van lijfsdwang te verlenen dient te worden toegewezen. Het hof zal de vordering toewijzen voor de duur van zestig dagen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN

Beschikking d.d. 13 maart 2009 van het gerechtshof te Leeuwarden, openbare raadkamer, op de vordering van de advocaat-generaal ex artikel 577c van het Wetboek van Strafvordering betreffende de veroordeelde:

[veroordeelde],

geboren op [1952] te [geboorteplaats],

zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,

niet verschenen.

De inhoud van de vordering

Aan de veroordeelde is bij uitspraak van dit hof d.d. 24 april 2006 een maatregel ex artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht opgelegd, te weten de verplichting tot betaling aan de Staat van een geldbedrag van € 6.806,70 ter ontneming van het door hem wederrechtelijk verkregen voordeel.

De veroordeelde heeft in het geheel geen betalingen gedaan. Naar het oordeel van de advocaat-generaal moet de veroordeelde in staat worden geacht de opgelegde ontnemingsmaatregel te kunnen voldoen en ligt het op zijn weg om aannemelijk te maken dat hij niet in staat is om aan de betalingsverplichting te voldoen.

Conform artikel 573 tweede lid van het Wetboek van Strafvordering is afgezien van het nemen van verhaal, aangezien geen geregistreerde bronnen van inkomsten en/of vermogen zijn aangetroffen en de veroordeelde onvindbaar is, zodat verhaal op grond van de artikelen 574 tot en met 576 van het Wetboek van Strafvordering op het vermogen van veroordeelde niet mogelijk is.

Bij de vordering d.d. 16 december 2008 vraagt de advocaat-generaal daarom verlof om een lijfsdwang voor de duur van 60 dagen ten uitvoer te leggen.

De behandeling in raadkamer

Het hof heeft in de openbare raadkamer van 27 februari 2009 gehoord de advocaat-generaal.

Het hof heeft voorts kennis genomen van de stukken, waaronder de vordering.

Beoordeling van de vordering

Artikel 577c van het Wetboek van Strafvordering houdt in dat, indien de veroordeelde niet voldoet aan het vonnis of arrest waarbij de verplichting is opgelegd tot betaling van een geldbedrag aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, en volledig verhaal op grond van de artikelen 574 tot en met 576 van het Wetboek van Strafvordering op diens vermogen niet mogelijk is gebleken, de rechter op vordering van de officier van justitie verlof kan verlenen tot de tenuitvoerlegging van lijfsdwang van ten hoogste drie jaar. Ingevolge het vierde lid van artikel 577c van het Wetboek van Strafvordering wordt de vordering niet toegewezen, indien de veroordeelde aannemelijk maakt dat hij buiten staat is aan de betalingsverplichting te voldoen.

Vaststaat dat veroordeelde in het geheel geen betalingen heeft gedaan. Voorts is niet gebleken van verhaalsmogelijkheden. Van de veroordeelde is geen adres meer bekend, zodat hij onvindbaar is voor justitie.

Onder deze omstandigheden, alsmede in aanmerking genomen dat de veroordeelde niet op grond van artikel 577b van het Wetboek van Strafvordering om vermindering dan wel kwijtschelding van het door hem verschuldigde bedrag heeft verzocht, is het hof van oordeel dat de vordering van de advocaat-generaal om verlof tot tenuitvoerlegging van lijfsdwang te verlenen dient te worden toegewezen. Het hof zal de toewijzen voor de duur van zestig dagen.

HET HOF,

BESCHIKKENDE:

verleent de advocaat-generaal verlof tot de tenuitvoerlegging van lijfsdwang voor de duur van zestig dagen.

Aldus gegeven door mr. H.J. Deuring als voorzitter, mrs. H.M. Poelman en J.J. Beswerda, in tegenwoordigheid van mr. H. de Ruijter als griffier, en ondertekend door de voorzitter en de griffier voornoemd.