Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2009:BH6213

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
17-03-2009
Datum publicatie
17-03-2009
Zaaknummer
24-001276-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte bedreigde op dezelfde dag op heen- en terugreis conducteur in de trein.

Veroordeling wegens bedreiging met zware mishandeling en bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

Gelet op persoonlijke omstandigheden van verdachte oplegging van werkstraf in plaats van gevangenisstraf. Tevens werkstraf in plaats van tenuitvoerlegging voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-001276-08

Parketnummers eerste aanleg: 18-655126-07 en 18-681504-05 (TUL)

Arrest van 17 maart 2009 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Groningen van 9 mei 2008 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1949] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman mr. U.R. Slangenberg, advocaat te Winschoten.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Groningen heeft de verdachte bij het vonnis wegens misdrijven veroordeeld tot een straf en een maatregel en heeft op een vordering tot tenuitvoerlegging beslist, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte wegens de hem onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten zal veroordelen tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee maanden, dat het hof de onder verdachte in beslag genomen messen aan het verkeer zal onttrekken en dat het hof de gevorderde tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk aan verdachte opgelegde gevangenisstraf voor de duur van een maand zal gelasten.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd, dat:

1.

hij op of omstreeks 1 juli 2007 (te ongeveer 20:05 uur), in de gemeente [gemeente 1], in elk geval in het arrondissement Groningen, in een trein op het traject [traject 1], een persoon, genaamd [slachtoffer 1] (die toen in bovengenoemde trein als conducteur bezig was met plaats-/vervoersbewijscontrole) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend die [slachtoffer 1] toegevoegd: "Wie aan mijn dochter komt, die doe ik wat aan" en/of "dat hij (verdachte) hem ([slachtoffer 1]) wel zou (weten te) vinden", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking, en/of (daarbij/vervolgens) een mes beetgepakt en boven zijn (verdachtes) hoofd geheven, althans (op korte afstand) voor die [slachtoffer 1] gehouden en/of aan die [slachtoffer 1] getoond;

2.

hij op of omstreeks 1 juli 2007 (te ongeveer 12:10 uur), in de gemeente [gemeente 2], in elk geval in het arrondissement Groningen, in een trein op het traject [traject 2], een persoon, genaamd [slachtoffer 2] (die toen in bovengenoemde trein als conducteur bezig was met plaats-/vervoersbewijscontrole) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend die [slachtoffer 2] toegevoegd: "Jij moet ze (daarbij doelende op een of meer ongeldig(e) plaats-/vervoersbewijs(-bewijzen)) nu afstempelen of nu doorlopen, anders steek ik je overhoop", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking, en/of (vervolgens/achtereenvolgens) twee, althans een of meer, messen aan die [slachtoffer 2] heeft getoond en/of (met) een van die messen (op korte afstand) voor die [slachtoffer 2] heeft gezwaaid of gehouden;

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat:

1.

hij op 1 juli 2007 (te ongeveer 20:05 uur), in het arrondissement Groningen, in een trein op het traject [traject 1], een persoon, genaamd [slachtoffer 1] (die toen in bovengenoemde trein als conducteur bezig was met plaats-/vervoersbewijscontrole) heeft bedreigd met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend die [slachtoffer 1] toegevoegd: "Wie aan mijn dochter komt, die doe ik wat aan" en "dat hij (verdachte) hem ([slachtoffer 1]) wel zou weten te vinden", en vervolgens een mes beetgepakt en boven zijn (verdachtes) hoofd geheven en aan die [slachtoffer 1] getoond;

2.

hij op 1 juli 2007 (te ongeveer 12:10 uur), in het arrondissement Groningen, in een trein op het traject [traject 2], een persoon, genaamd [slachtoffer 2] (die toen in bovengenoemde trein als conducteur bezig was met vervoersbewijscontrole) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend die [slachtoffer 2] toegevoegd: "Jij moet ze (daarbij doelende op een of meer ongeldig(e) vervoersbewijs(-bewijzen)) nu afstempelen of nu doorlopen, anders steek ik je overhoop", en vervolgens twee messen aan die [slachtoffer 2] heeft getoond en een van die messen op korte afstand voor die [slachtoffer 2] heeft gehouden;

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:

1.

bedreiging met zware mishandeling;

2.

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Verdachte heeft op dezelfde dag tot tweemaal toe in de trein een conducteur, die telkens gewoon bezig was met het uitoefenen van zijn werk ernstig bedreigd. Door aldus te handelen heeft verdachte niet alleen bij zijn slachtoffers, in het algemeen en ook ten aanzien van de uitoefening van hun werk, gevoelens van angst en onzekerheid teweeg gebracht, maar tevens heeft hij door zijn gedrageningen bijgedragen aan gevoelens van onrust en onveiligheid die in de maatschappij groeien. Het hof rekent dat verdachte aan, temeer omdat uit het verdachte betreffende uittreksel uit het justitiële documentatieregister d.d. 12 januari 2009 blijkt dat verdachte al eerder wegens - onder meer - geweldsdelicten is veroordeeld tot (deels) onvoorwaardelijke straffen.

Het hof is van oordeel dat de door verdachte gepleegde feiten zodanig ernstig zijn dat in beginsel een gevangenisstraf - zoals ook door de advocaat-generaal is gevorderd - passend en geboden is. Het hof ziet in de omstandigheden dat niet is gebleken van nieuwe strafbare feiten en in omstandigheden betreffende de persoon van verdachte, met name dat hij, zoals door hem ter terechtzitting is betoogd, door de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zijn woning dreigt kwijt te raken, aanleiding om in plaats daarvan een werkstraf van na te melden duur op te leggen.

Onttrekking aan het verkeer

De door het hof aan het verkeer te onttrekken voorwerpen zijn daarvoor vatbaar. Immers met betrekking tot die voorwerpen zijn de hiervoor onder 1 en 2 bewezenverklaarde feiten begaan en zij zijn van zodanige aard, dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang.

Tenuitvoerlegging

Bij vonnis van de polititerechter in de rechtbank Groningen van 31 januari 2006 is verdachte - voor zover hier van belang - veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van een maand voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar. Blijkens het onderzoek ter 's hofs terechtzitting is voormeld vonnis onherroepelijk geworden op 15 februari 2006. De proeftijd is ingegaan op 15 februari 2006. De officier van justitie heeft op 13 november 2007 gevorderd dat last zal worden gegeven tot tenuitvoerlegging van voormelde gevangenisstraf, aangezien verdachte zich voor het einde van voormelde proeftijd heeft schuldig gemaakt aan de tenlastegelegde feiten.

Nu is gebleken dat verdachte de hiervoor bewezenverklaarde feiten heeft begaan voor het einde van de bij voormeld vonnis gestelde proeftijd, komt op grond van het vorenstaande de voormelde voorwaardelijk opgelegde straf naar het oordeel van het hof in beginsel voor tenuitvoerlegging in aanmerking.

Het hof zal gelet op de voormelde redenen die ertoe leiden dat in plaats van oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf aan verdachte een werkstraf wordt opgelegd, in plaats van het gelasten van die tenuivoerlegging, gelasten dat verdachte een werkstraf van na te melden duur dient te verrichten.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 14g, 22b(oud), 22c(oud), 22d, 36b, 36c, 57 (oud) en 285 van het Wetboek van Strafrecht.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte onder 1 en 2 ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart deze feiten en verdachte strafbaar;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van honderdtwintig uren, met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van zestig dagen zal worden toegepast;

verklaart aan het verkeer onttrokken:

- 1 knipmes, kleur: donkerbruin, type Buck 110-1, hout/koper heft, lemmet 93 mm;

- 1 mes, kleur: donkerbruin, type Boker 440, stainless in lederen foudraal.;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij.

gelast (in plaats van het geven van een last tot tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf de veroordeelde voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter te Groningen van 31 januari 2006) een taakstraf bestaande uit een werkstraf voor de duur van zestig uren met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van dertig dagen zal worden toegepast;

Dit arrest is aldus gewezen door mr. S.H. Wachter, voorzitter, mr. P.J.M. van den Bergh en mr. G.J. Niezink, in tegenwoordigheid van mr. A. Meester als griffier, zijnde mr. Niezink voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.