Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2009:BH5889

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
12-03-2009
Datum publicatie
12-03-2009
Zaaknummer
24-002279-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt ter zake van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd, en vernieling veroordeeld tot een werkstraf van 50 uren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-002279-08

Parketnummer eerste aanleg: 17-753018-08

Arrest van 12 maart 2009 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Leeuwarden van 8 september 2008 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1987] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. B.M.J.C. van Lee, advocaat te Leeuwarden.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Leeuwarden heeft de verdachte bij het vonnis wegens misdrijven veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte ter zake van het onder 1 en 2 ten laste gelegde zal veroordelen tot een werkstraf voor de duur van 50 uren, subsidiair 25 dagen vervangende hechtenis.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is onder 1 en 2 ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 2 november 2007 te [plaats], (althans) in de gemeente Leeuwarden, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte ten overstaan van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] opzettelijk dreigend een mes getoond en/of daarmee gezwaaid en/of daarmee een draaiende beweging gemaakt en/of (daarbij) de woorden toegevoegd: "nu gaan er rare dingen gebeuren", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

2.

hij op of omstreeks 2 november 2007 te [plaats], (althans) in de gemeente Leeuwarden, opzettelijk en wederrechtelijk een (lamp van een) (aan de [straat]) geparkeerde fiets, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op 2 november 2007 te [plaats] [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte ten overstaan van die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] opzettelijk dreigend een mes getoond en daarbij de woorden toegevoegd: "nu gaan er rare dingen gebeuren";

2.

hij op 2 november 2007 te Leeuwarden opzettelijk en wederrechtelijk een aan de [straat] geparkeerde fiets, toebehorende aan [slachtoffer 1], heeft beschadigd.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert respectievelijk op de misdrijven:

onder 1:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd;

onder 2:

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

Verdachte heeft op 2 november 2007 in het centrum van [plaats] een fiets beschadigd. Toen hij door aangevers [slachtoffer 1] (de eigenaar van de fiets) en [slachtoffer 2] werd aangesproken op zijn handelen, heeft verdachte hen met een mes met de dood bedreigd. Door aldus te handelen heeft verdachte inbreuk gemaakt op het eigendoms-recht van [slachtoffer 1] en heeft hij bij zowel [slachtoffer 1] als [slachtoffer 2] gevoelens van angst en onveiligheid teweeg gebracht.

Het hof houdt bij de strafoplegging rekening met een verdachte betreffend uittreksel uit de justitiƫle documentatie d.d. 29 december 2008, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor een strafbaar feit. Wel heeft hij in november 2002 een transactie voldaan ter zake van mishandeling.

Gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, is een werkstraf van na te melden duur, zoals door de politierechter opgelegd en door de advocaat-generaal gevorderd, passend en geboden.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 22c (oud), 22d, 57 (oud), 285 en 350 van het Wetboek van Strafrecht.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte onder 1 en 2 ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart deze feiten en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van vijftig uren, met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van vijfentwintig dagen zal worden toegepast.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. A.J. Rietveld, voorzitter, mr. P. Koolschijn en mr. J.P. van Stempvoort, in tegenwoordigheid van mr. E. Hoekstra als griffier, zijnde mr. Van Stempvoort voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.