Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2009:BH5422

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
10-03-2009
Datum publicatie
10-03-2009
Zaaknummer
24-000188-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt ter zake van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht veroordeeld tot een werkstraf van zestig uren, subsidiair dertig dagen vervangende hechtenis.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Arrest van 10 maart 2009 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Groningen van 17 januari 2008 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1968] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

niet ter terechtzitting verschenen. Wel verschenen is de raadsvrouw van verdachte

mr. N.B. Swart, advocaat te Groningen.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Groningen heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

De raadsvrouw van verdachte heeft verklaard uitdrukkelijk te zijn gemachtigd verdachte ter terechtzitting te verdedigen.

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte zal veroordelen tot een werkstraf van 60 uren, subsidiair 30 dagen vervangende hechtenis.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 11 mei 2007, in de gemeente [gemeente], een of meer medewerkers van de Publieke Diensten van de gemeente [gemeente], althans een of meer personen, heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde medewerker(s), althans die personen, dreigend de woorden toegevoegd : "I will kill the three of you", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

Overweging omtrent het bewijs

De raadsvrouw heeft ter terechtzitting namens verdachte aangevoerd dat de aangifte van de heer [getuige 1] niet mag worden gebruikt voor het bewijs, nu door gebruik van deze verklaring alle regels omtrent anonieme getuigen worden omzeild. De verdachte is hierdoor in zijn belangen geschaad. Nu deze aangifte niet had mogen worden gebruikt in het bewijs is er onvoldoende wettig bewijs voor een bewezenverklaring. Verdachte dient van het aan hem ten laste gelegde feit te worden vrijgesproken, aldus de raadsvrouw.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt.

Allereerst stelt het hof dat er formeel geen sprake is van een anonieme getuige. De verdediging heeft het recht om getuigen te doen oproepen. De verdediging stelt dat de getuigenverklaring niet mag worden gebruikt voor het bewijs. Echter, de verdediging heeft noch in eerste aanleg, noch in hoger beroep verzocht om oproeping van getuigen. Dit brengt mede dat de verdediging niet heeft getracht de betrouwbaarheid van de getuige(n) te toetsen.

De (niet anonieme) aangifte van de heer [getuige 1] moet worden beschouwd als een verklaring van horen zeggen. Geen rechtsregel staat eraan in de weg dat een verklaring van horen zeggen (de auditu) wordt gebruikt als wettig bewijs. Deze vaststelling brengt evenwel mee dat het hof de verklaring van aangever met behoedzaamheid zal hanteren. Daar de aangifte van de heer [getuige 1] in vergaande mate steun vindt in de verklaring van getuige [getuige 2] kan deze worden gebruikt voor het bewijs. Daarbij is van belang dat de bron aan wie aangever zijn wetenschap ontleent een andere medewerkster is dan getuige [getuige 2].

Gelet op het vorenoverwogene is het hof dan ook van oordeel dat het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard, althans in zoverre in dit arrest is bewezenverklaard.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 11 mei 2007, in de gemeente [gemeente], medewerkers van de Publieke Diensten van de gemeente [gemeente] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde medewerkers dreigend de woorden toegevoegd : "I will kill the three of you".

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft bij het bepalen van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde feit, de omstandigheden waaronder dit feit is begaan en de persoon van de verdachte. Het hof heeft in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

Verdachte heeft zich op 11 mei 2007 schuldig gemaakt aan bedreiging van medewerkers van publieke diensten. Door zijn handelen heeft verdachte gevoelens van angst en onveiligheid bij het deze medewerker(s) veroorzaakt.

Het hof houdt bij de strafoplegging rekening met een verdachte betreffend uittreksel uit het justitiële documentatieregister d.d. 4 december 2008, waaruit blijkt dat verdachte meerdere malen is veroordeeld ter zake van soortgelijke strafbare feiten.

Het hof acht gelet op deze feiten en omstandigheden de in eerste aanleg opgelegde en door de advocaat-generaal gevorderde werkstraf van na te melden duur, passend en geboden.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 22c (oud), 22d, 63 (oud) en 285 van het Wetboek van Strafrecht.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van zestig uren, met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van dertig dagen zal worden toegepast.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. O. Anjewierden, voorzitter, mr. G. Dam en

mr. E. Pennink, in tegenwoordigheid van mr. J. Brink als griffier, zijnde mr. Pennink voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.