Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2009:BH4996

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
05-03-2009
Datum publicatie
05-03-2009
Zaaknummer
24-002306-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Aan verdachte is ten laste gelegd het medeplegen van telen dan wel aanwezig hebben van een groot aantal hennepplanten. Algehele vrijspraak, nu niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte het hem ten laste gelegde feit heeft begaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-002306-06

Parketnummer eerste aanleg: 17-781028-06 en 16-180718-03 (tul)

Arrest van 5 maart 2009 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Leeuwarden van 25 september 2006 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1985] te [geboorteplaats],

thans zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande,

niet ter terechtzitting verschenen. Wel verschenen is de raadsman van verdachte mr. H.K. Jap-A-Joe, advocaat te Utrecht.

Het vonnis waarvan beroep

De rechtbank Leeuwarden heeft de verdachte bij het vonnis vrijgesproken van het ten laste gelegde en de vordering tot tenuitvoerlegging afgewezen.

Gebruik van het rechtsmiddel

De officier van justitie is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen. Hij heeft dit hoger beroep aan verdachte doen betekenen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Het hof heeft verstek verleend tegen de niet verschenen verdachte.

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte zal veroordelen tot een werkstraf van 80 uren subsidiair 40 dagen vervangende hechtenis.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij in of omstreeks de periode van 1 maart 2006 tot 1 juni 2006 te [plaats], (in elk geval) in de gemeenste [gemeente], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een kassencomplex, gelegen aan of bij de [straat] aldaar) (ongeveer) 6563 hennepplanten en/of 2178 stekken van hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval (telkens) (een) hoeveelhe(i)d(en) van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II.

Vrijspraak

Het hof heeft ter zitting van 19 februari 2009 de verbalisanten [verbalisant 1], [verbalisant 2] en [verbalisant 3] als getuigen gehoord, een en ander als gelast bij tussenarrest van 16 oktober 2008. Het hof acht op grond van het dossier en de nader door voornoemde verbalisanten afgelegde verklaringen niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het hem ten laste gelegde feit heeft begaan, zodat hij daarvan dient te worden vrijgesproken.

Tenuitvoerlegging (16-180718-03)

Bij vonnis van de kinderrechter te Utrecht d.d. 3 maart 2004, is veroordeelde veroordeeld tot jeugddetentie van twee weken voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. Blijkens het onderzoek ter zitting van het hof is voormeld vonnis onherroepelijk geworden op 18 maart 2004. De proeftijd is ingegaan op 18 maart 2004.

De officier van justitie heeft gevorderd dat last zal worden gegeven tot tenuitvoerlegging van voormelde jeugddetentie om reden, dat veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd heeft schuldig gemaakt aan het ten laste gelegde feit.

Nu veroordeelde ter zake van het ten laste gelegde niet zal worden veroordeeld, zal het hof de vordering van de officier van justitie afwijzen.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP bij verstek:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte ten laste gelegde niet bewezen en spreekt hem daarvan vrij;

wijst af de vordering tot tenuitvoerlegging van de jeugddetentie de veroordeelde voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de kinderrechter te Utrecht van 3 maart 2004.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. P. Koolschijn, voorzitter, mr. P.W.J. Sekeris en mr. J. Hielkema, in tegenwoordigheid van mr. M. Zevenhuizen als griffier.