Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2009:BH4986

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
03-03-2009
Datum publicatie
10-03-2009
Zaaknummer
107.000.431/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Niet betalen voorschot deskundige.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Arrest d.d. 3 maart 2009

Zaaknummer 107.000.431/01

HET GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN

Arrest van de derde kamer voor burgerlijke zaken in de zaak van:

[appellant],

wonende te [woonplaats appellant],

appellant,

in eerste aanleg: gedaagde,

hierna te noemen: [appellant],

advocaat: mr. F. van der Hoef,

tegen

[geïntimeerde],

wonende te [woonplaats geïntimeerde],

geïntimeerde,

in eerste aanleg: eiser,

hierna te noemen: [geïntimeerde],

advocaat: mr. J.V. van Ophem

De inhoud van het tussenarrest d.d. 5 december 2007 wordt hier overgenomen.

Het verdere procesverloop

Ingevolge het tussenarrest van 5 december 2007 dienden beide partijen een bedrag van € 3.828,83 te betalen als voorschot voor de door het hof benoemde deskundige te maken kosten.

[appellant] heeft het door het hof bepaalde voorschot niet betaald.

De door het hof benoemde deskundige heeft geen werkzaamheden verricht.

Bij brief van 4 augustus 2008 heeft de advocaat van [appellant] de griffie van het hof bericht dat hij geen contact meer heeft met [appellant].

Hierna is ter rolle van 14 oktober 2008 door de procureur van [appellant] royement van de procedure verzocht. Dit is niet toegestaan.

[geïntimeerde] heeft arrest gevraagd, waartoe hij de stukken heeft overgelegd.

De verdere beoordeling

1. Nu als gevolg van het niet voldoen door [appellant] van het door het hof bepaalde voorschot de deskundige geen onderzoek heeft kunnen instellen omtrent de door het hof gestelde vragen, stelt het hof vast dat er geen antwoord kan worden gegeven op de door het hof in het tussenarrest van 5 december 2007 geformuleerde vragen. Daarmee is het voor het hof niet mogelijk ten gronde te oordelen over de gerechtvaardigheid van de kritiek van [appellant] op de jaarrekening 1998 van de Stichting AHA Tours.

Deze onmogelijkheid dient ten nadele van [appellant] te werken, nu het aan hem te wijten is dat de deskundige zijn werkzaamheden niet heeft kunnen verrichten. Het hof merkt hierbij op dat van de zijde van [appellant] geen argumenten naar voren zijn gebracht, waarom hij het voorschot onbetaald heeft gelaten.

2. Het vooroverwogene leidt ertoe dat, ondanks het gedeeltelijk slagen van de grieven II en III, de bestreden vonnissen van 14 april 2004 en 19 januari 2005 zullen worden bekrachtigd. Het beroep tegen het vonnis van 5 februari 2003 zal niet-ontvankelijk worden verklaard, nu tegen dit vonnis geen grieven zijn gericht. Als de in het ongelijk te stellen partij zal [appellant] in de kosten van het hoger beroep worden veroordeeld (tarief III, 1,5 punten).

De beslissing

Het gerechtshof:

bekrachtigt de vonnissen van de rechtbank Leeuwarden van 14 april 2004 en 19 januari 2005;

verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk voor zover dat is gericht tegen het vonnis van de rechtbank Leeuwarden van 5 februari 2003;

veroordeelt [appellant] in de kosten van het geding in hoger beroep en begroot die aan de zijde van [geïntimeerde] tot aan deze uitspraak op € 1.035,-- aan verschotten en € 1.737,-- aan geliquideerd salaris voor de advocaat.

verklaart dit arrest voor wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Aldus gewezen mrs. Streppel, voorzitter, De Bock en Van de Veen, raden en uitgesproken door de rolraadsheer ter openbare terechtzitting van dit hof van 3 maart 2009 in bijzijn van de griffier.