Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2009:BH3780

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
23-02-2009
Datum publicatie
23-02-2009
Zaaknummer
24-001253-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan poging tot zware mishandeling en mishandeling. Beroep op noodweer is verworpen omdat zich geen noodweersituatie voordeed. Verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden, waarvan een maand voorwaardelijk en een proeftijd voor de duur van twee jaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Arrest van 23 februari 2009 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Leeuwarden van 4 mei 2007 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1974] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

thans verblijvende in Detentiecentrum Alphen aan den Rijn te Alphen aan den Rijn,

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. J.F. Rouwé-Danes, advocaat te Leeuwarden.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Leeuwarden heeft de verdachte bij het vonnis wegens misdrijven veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het verdachte onder 1 primair en 2 ten laste gelegde bewezen zal verklaren en hem ter zake zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden, waarvan 1 maand voorwaardelijk, met een proeftijd voor de duur van 2 jaren.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Hieronder is opgenomen het verdachte ten laste gelegde, zoals vermeld op de inleidende dagvaarding.

Verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 19 oktober 2006, te [plaats], in de gemeente [gemeente], ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, met een (zak)mes, althans met een scherp en/of puntig voorwerp, in de borst en/of in de buik en/of elders in het lichaam heeft gestoken/gesneden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Subsidiair zo het vorenstaande niet mocht leiden tot schuldigverklaring van en strafoplegging aan verdachte

hij op of omstreeks 19 oktober 2006, te [plaats], in de gemeente [gemeente], opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer]), meermalen, althans eenmaal, met een (zak)mes, althans met een scherp en/of puntig voorwerp, in de borst en/of in de buik en/of elders in het lichaam heeft gestoken/gesneden, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

2.

hij op of omstreeks 19 oktober 2006, te [plaats], in de gemeente [gemeente], opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer]), meermalen, in ieder geval eenmaal, met pepperspray, althans met een scherpe en/of bijtende stof, in het gezicht heeft gespoten, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat:

1.

hij op 19 oktober 2006, te [plaats], in de gemeente [gemeente], ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet die [slachtoffer] met een (zak)mes, in de borst en in de buik heeft gestoken/gesneden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op 19 oktober 2006, te [plaats], in de gemeente [gemeente], opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer]) meermalen met pepperspray, in het gezicht heeft gespoten, waardoor deze pijn heeft ondervonden.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1 primair en 2 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert respectievelijk op de misdrijven:

onder 1 primair: poging tot zware mishandeling;

onder 2: mishandeling.

Strafbaarheid

De raadsvrouw van verdachte heeft ter terechtzitting van het hof betoogd dat verdachte dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging. Daartoe is aangevoerd dat verdachte heeft gehandeld uit noodweer.

Met betrekking tot dit beroep op noodweer is door en namens verdachte aangevoerd dat zich een schermutseling heeft voorgedaan, dat verdachte in paniek is geraakt en niet anders kon dan zichzelf verdedigen door gebruik te maken van een mes.

Naar het oordeel van het hof zijn er ter zitting geen feiten en omstandigheden aangevoerd die aannemelijk maken dat verdachte zich moest verdedigen tegen een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding door [slachtoffer]. Ook overigens is dat niet gebleken. Het hof verwerpt het beroep.

Nu geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht acht het hof verdachte strafbaar.

Strafmotivering

Het hof heeft bij het bepalen van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is gepleegd en de persoon van verdachte. Het hof heeft in het bijzonder gelet op het navolgende.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan poging tot zware mishandeling en mishandeling van [slachtoffer]. Hij heeft geprobeerd [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen door met een mes in zijn borst en buik te steken. Daarnaast heeft hij [slachtoffer] met een busje pepperspray in het gezicht gespoten. Door deze misdrijven heeft hij inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van [slachtoffer].

Het hof heeft acht geslagen op een verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 2 december 2008. Daaruit is gebleken dat verdachte eerder wegens het plegen van strafbare feiten is veroordeeld.

Het hof is, alles overwegend, van oordeel dat de door de advocaat-generaal gevorderde straf passend en geboden is. Het hof zal deze straf aan verdachte opleggen.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 45, 57 (oud), 63 (oud), 300 en 302 van het Wetboek van Strafrecht.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte onder 1 primair en 2 ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart deze feiten en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1 primair en 2 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot gevangenisstraf voor de duur van drie maanden;

beveelt, dat van de gevangenisstraf een gedeelte van één maand, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. G. Mannoury, voorzitter, mr. G.C. Gillissen

en mr. S. Zwerwer, in tegenwoordigheid van mr. I.N. Koers als griffier.