Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2009:BH2708

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
13-02-2009
Datum publicatie
13-02-2009
Zaaknummer
24-001945-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft tijdens de jaarwisseling 2007-2008 met vier anderen een woning en bestrating met verf beklad. Veroordeling tot een werkstraf van 50 uren subsidiair 25 dagen vervangende hechtenis.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-001945-08

Parketnummer eerste aanleg: 17-753635-08

Arrest van 13 februari 2009 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Leeuwarden van 16 juli 2008 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1986] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman, mr. G.A. Pots, advocaat te Leeuwarden.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Leeuwarden heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf, heeft beslist op de vorderingen van de benadeelde partijen en heeft daarbij telkens de schadevergoedingsmaatregel opgelegd, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het verdachte ten laste gelegde bewezen zal verklaren en hem ter zake zal veroordelen tot een werkstraf voor de duur van 80 uren, subsidiair 40 dagen vervangende hechtenis.

Voorts heeft hij gevorderd:

* ten aanzien van benadeelde partij [benadeelde 1]: de hoofdelijke toewijzing van de vordering tot een bedrag van € 6.661,13 en daarbij oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;

* ten aanzien van de benadeelde partij [benadeelde 2]: de hoofdelijke toewijzing van de vordering tot een bedrag van € 121,38, de niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij voor het overige deel en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Hieronder is opgenomen het verdachte ten laste gelegde, zoals vermeld op de inleidende dagvaarding.

Verdachte wordt ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 1 januari 2008, te [plaats], in de gemeente [gemeente], met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, de [straat], in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een aan die [straat] gelegen woning/pand en/of tegen (een gedeelte van) de bestrating/trottoir van die [straat], welk geweld bestond uit

- het met verf besmeuren en/of bekladden van (de ramen en muren van) die woning en (een gedeelte van) de bestrating/trottoir van die [straat] en/of

- het opzettelijk gewelddadig slaan/bonzen tegen de ramen en/of deuren van die woning en/of

- het opzettelijk gewelddadig gooien van (zwaar) vuurwerk tegen, in elk geval in de richting van die woning.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat:

hij op 1 januari 2008, te [plaats], in de gemeente [gemeente], met anderen, op of aan de openbare weg, de [straat], openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een aan die [straat] gelegen woning en tegen een gedeelte van de bestrating van die [straat], welk geweld bestond uit

- het met verf besmeuren en/of bekladden van de ramen en muren van die woning en een gedeelte van de bestrating van die [straat].

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

openlijk in vereniging geweld plegen tegen goederen.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft bij het bepalen van de straf gelet op de aard en de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon van verdachte. Het hof heeft in het bijzonder gelet op het navolgende.

Tijdens de jaarwisseling 2007-2008 heeft verdachte met vier anderen een woning en bestrating in [plaats] met verf beklad. De groep heeft bewust de woning van aangeefster [benadeelde 1] uitgekozen, omdat aangeefster zich in hun ogen onvoldoende aanpast aan de mores van het dorp. Een directe aanleiding is gelegen in het feit dat de groep vermoedt dat [benadeelde 1] de politie heeft gebeld over hun eerdere carbidschieten. Daarmee vertoont het gedrag van de groep duidelijke trekken van eigenrichting. Overbodig te zeggen dat het gedrag van de groep onder geen voorwaarde kan worden geaccepteerd. Verdachte en zijn mededaders hebben zich daarmee schuldig gemaakt aan het toebrengen van materiële schade en aan verstoring van de openbare orde. Bovendien heeft hun handelen gevoelens van angst en onveiligheid bij de bewoonster van de woning teweeggebracht.

Verdachte heeft, evenals de mededaders, ter zitting aangegeven dat hij het gedrag oprecht betreurt en zijn verantwoordelijkheid daarvoor neemt. Verdachte heeft, evenals zijn mededaders, aangegeven dat hij de aan de benadeelde partijen toegebrachte schade zal vergoeden.

In beginsel rechtvaardigt het plegen van het onderhavige delict een werkstraf zoals opgelegd in eerste aanleg en zoals door de advocaat-generaal in hoger beroep gevorderd. Echter, gelet op verdachtes houding ter zitting en op de inhoud van het verdachte betreffend uittreksel uit het documentatieregister van 8 december 2008, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld wegens een strafbaar feit, acht het hof het gevaar voor herhaling gering en kan worden volstaan met oplegging van werkstraf van na te melden duur.

Benadeelde partij

[benadeelde 1]

Uit het onderzoek ter zitting van het hof is gebleken dat de benadeelde partij zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd en dat de vordering in eerste aanleg geheel is toegewezen. Derhalve duurt de voeging ter zake van de gehele vordering tot schadevergoeding in het geding in hoger beroep voort.

De vordering is van de zijde van verdachte erkend. Derhalve kan deze worden toegewezen zoals na te melden, een en ander zodanig, dat indien dit bedrag door een of meer van de mededaders geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, de verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd.

Gelet op het vorenstaande dient verdachte, als de in het ongelijk gestelde partij, te worden veroordeeld in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Het hof zal het bedrag tevens opleggen in de vorm van de schadevergoedingsmaatregel.

[benadeelde 2]

Uit het onderzoek ter zitting van het hof is gebleken dat de benadeelde partij zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd, dat de vordering in eerste aanleg gedeeltelijk is toegewezen en dat deze zich binnen de grenzen van de eerste vordering in het geding in hoger beroep opnieuw heeft gevoegd, onder aftrek van de reeds vergoede schade ad € 749,70. Derhalve duurt de voeging ter zake van de in eerste aanleg gedane vordering tot schadevergoeding in het geding in hoger beroep voort tot het resterende bedrag van € 121,38.

De vordering is van de zijde van verdachte erkend.

Het hof is van oordeel dat de posten '1,5 manuur Uitvoering ad € 85,68' en '0,5 manuur adm. Juridische Zaken' ad € 35,70 rechtstreekse schade betreffen, veroorzaakt door het bewezenverklaarde feit. Derhalve kan de vordering in zoverre worden toegewezen, een en ander zodanig, dat indien dit bedrag door een of meer van de mededaders geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, de verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd.

Gelet op het vorenstaande dient verdachte, als de in het ongelijk gestelde partij, te worden veroordeeld in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Het hof zal het bedrag tevens opleggen in de vorm van de schadevergoedingsmaatregel.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 22c (oud), 22d, 36f (oud) en 141 van het Wetboek van Strafrecht.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van vijftig uren, met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van vijfentwintig dagen zal worden toegepast;

wijst toe de vordering van de benadeelde partij, [benadeelde 1], wonende te [woonplaats], tot een bedrag van zesduizend zeshonderdeenenzestig euro en dertien cent, met dien verstande, dat indien één of meer van de mededaders van veroordeelde dit bedrag of een gedeelte daarvan heeft betaald, de veroordeelde in zoverre is of zal zijn bevrijd;

veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt - tot aan deze uitspraak begroot op nihil - en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte tevens de verplichting op tot betaling aan de Staat van zesduizend zeshonderdeenenzestig euro en dertien cent ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 1], wonende te [woonplaats];

beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van achtenzestig dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, met dien verstande, dat indien één of meer van de mededaders van veroordeelde dit bedrag of een gedeelte daarvan heeft betaald, de veroordeelde in zoverre is of zal zijn bevrijd;

bepaalt dat indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van bovenvermeld bedrag, de verplichting om te voldoen aan de vordering van de benadeelde partij komt te vervallen, alsmede dat, indien veroordeelde aan de vordering van de benadeelde partij heeft voldaan, de verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen;

wijst toe de vordering van de benadeelde partij, [benadeelde 2], gevestigd te [vestigingsplaats], tot een bedrag van honderdeenentwintig euro en achtendertig cent, met dien verstande, dat indien één of meer van de mededaders van veroordeelde dit bedrag of een gedeelte daarvan heeft betaald, de veroordeelde in zoverre is of zal zijn bevrijd;

veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt - tot aan deze uitspraak begroot op nihil - en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte tevens de verplichting op tot betaling aan de Staat van honderdeenentwintig euro en achtendertig cent ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 2], gevestigd te [vestigingsplaats];

beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van twee dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, met dien verstande, dat indien één of meer van de mededaders van veroordeelde dit bedrag of een gedeelte daarvan heeft betaald, de veroordeelde in zoverre is of zal zijn bevrijd;

bepaalt dat indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van bovenvermeld bedrag, de verplichting om te voldoen aan de vordering van de benadeelde partij komt te vervallen, alsmede dat, indien veroordeelde aan de vordering van de benadeelde partij heeft voldaan, de verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. L.T. Wemes, voorzitter, mr. H.J. Deuring en

mr. J. Hielkema, in tegenwoordigheid van mr. I.N. Koers als griffier.