Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2009:BH2040

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
05-02-2009
Datum publicatie
05-02-2009
Zaaknummer
24-001209-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Aan verdachte is, kort gezegd, ten laste gelegd het opnemen van een gesprek tussen een rechter en een griffier (dat in een besloten lokaal dan wel elders) wordt gevoerd, zonder deelnemer aan dat gesprek te zijn en zonder dat in opdracht van een deelnemer van dat gesprek te doen, het de beschikking hebben over de geluidsweergave van dat gesprek, dan wel gegevens uit dat gesprek aan een ander bekend maken. Algehele vrijspraak, nu niet wettig en overtuigend is bewezen hetgeen aan verdachte is ten laste gelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-001209-07

Parketnummer eerste aanleg: 17-885045-07

Arrest van 5 februari 2009 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Leeuwarden van 11 mei 2007 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1957] te [geboorteplaats],

volgens eigen opgave wonende te [woonplaats], [adres] (Belgiƫ).

verschenen in persoon, bijgestaan door haar raadsman mr. T. van der Goot, advocaat te Leeuwarden.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Leeuwarden heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte zal vrijspreken van het primair en subsidiair ten laste gelegde, en haar zal veroordelen ten aanzien van het meer subsidiair ten laste gelegde tot een werkstraf van 120 uren subsidiair 60 dagen vervangende hechtenis.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

zij op of omstreeks 8 juni 2006, te [plaats 1], gemeente [gemeente 1], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met een technisch hulpmiddel, te weten een apparaat geschikt voor het maken van audio opnames, een gesprek tussen mr. [betrokkene 1] en dhr. [betrokkene 2] dat in een besloten lokaal, te weten een (voor een niet openbare zitting in gebruik zijnde) zittingszaal van de rechtbank Zutphen, gelegen aan de [adres], werd gevoerd, opzettelijk zonder dat zij en/of haar mededader(s) deelnemer aan dat gesprek waren/was en anders dan in opdracht van een deelnemer aan dat gesprek, heeft/hebben opgenomen;

subsidiair zo het vorenstaande niet mocht leiden tot schuldigverklaring van en strafoplegging aan verdachte

zij op of omstreeks 8 juni 2006, te [plaats 1], gemeente [gemeente 1], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk een gesprek tussen mr. [betrokkene 1] en dhr. [betrokkene 2] dat elders dan in een woning, besloten lokaal of erf, te weten een zittingszaal van de rechtbank Zutphen, gelegen aan de [adres], werd gevoerd af te luisteren of op te nemen, dat gesprek met een technisch hulpmiddel, een apparaat geschikt voor het maken van audio opnames, heimelijk zonder dat zij en/of haar mededader(s) deelnemer(s) aan dat gesprek waren/was en anders dan in opdracht van een deelnemer aan dat gesprek hebben/heeft opgenomen;

meer subsidiair zo het vorenstaande niet mocht leiden tot schuldigverklaring van en strafoplegging aan verdachte

zij op enig tijdstip gelegen in de periode van 8 juni 2006 tot en met 6 februari 2007, te [plaats 1], gemeente [gemeente 1] en/of te [plaats 2], gemeente [gemeente 2], althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, de beschikking heeft gehad over een voorwerp waarop, naar zij en/of haar mededader(s) wisten/wist of redelijkerwijs moesten/moest vermoeden, gegevens waren vastgelegd die door wederrechtelijk afluisteren of opnemen van een gesprek (gevoerd op 8 juni 2006 tussen mr. [betrokkene 1] en dhr. [betrokkene 2]) zijn verkregen;

meest subsidiair zo het vorenstaande niet mocht leiden tot schuldigverklaring van en strafoplegging aan verdachte

zij op enig tijdstip gelegen in de periode van 8 juni 2006 tot en met 6 februari 2007, te [plaats 1], gemeente [gemeente 1] en/of te [plaats 2], gemeente [gemeente 2], althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, gegevens die zij en/of haar mededader(s) door wederrechtelijk afluisteren of het opnemen van een gesprek (gevoerd op 8 juni 2006 tussen mr. [betrokkene 1] en dhr. [betrokkene 2]) heeft/hebben verkregen of die, naar zij en/of haar mededader(s) wist/wisten of redelijkerwijs moesten/moest vermoeden ten gevolge van zulk afluisteren of opnemen te hunner/harer kennis zijn gekomen, opzettelijk aan een ander bekend hebben/heeft gemaakt.

Vrijspraak

Het hof is van oordeel dat niet wettig en overtuigend is bewezen hetgeen aan verdachte is ten laste gelegd, zodat verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken. Het hof komt tot dat oordeel op basis van het volgende.

Aan verdachte is, kort gezegd, ten laste gelegd het opnemen van een gesprek (dat in een besloten lokaal dan wel elders) wordt gevoerd, zonder deelnemer aan dat gesprek te zijn en zonder dat in opdracht van een deelnemer van dat gesprek te doen, het de beschikking hebben over de geluidsweergave van dat gesprek, dan wel gegevens uit dat gesprek aan een ander bekend maken.

Het betreffende gesprek werd gevoerd door een rechter en een griffier, tijdens een onderbreking van een zitting waar verdachte bij aanwezig was. Tijdens de onderbreking van de zitting hebben de aanwezigen, met uitzondering van de rechter en de griffier, de zittingszaal verlaten. Nadat een weergave van het gesprek via [naam] op internet was gepubliceerd bleek dat het gesprek tussen de rechter en de griffier moest zijn opgenomen. Verdachte heeft ter terechtzitting van het hof verklaard dat zij weliswaar aanwezig was geweest bij de bewuste zitting, maar dat zij de opnamen niet heeft gemaakt of in haar bezit heeft gehad. Het hof stelt vast dat er geen direct bewijs is dat verdachte aanwijst als degene die de opnamen heeft gemaakt.

Getuige [getuige 1] heeft ter terechtzitting van het hof verklaard dat hij op enig moment een cd-rom met de geluidsopnamen van het bewuste gesprek in zijn brievenbus heeft gekregen. Hij heeft verder verklaard dat hij degene is geweest die een kopie van de cd-rom aan getuige [getuige 2] heeft verstrekt. Daarnaast is ter terechtzitting door de raadsman een kopie van een faxbericht, afkomstig van een medewerker van de Kamer van Koophandel, overgelegd, waaruit blijkt dat verdachte noch in het verleden noch in het heden enige functie bij [naam] heeft gehad. [getuige 1] heeft ter zitting bovendien nog verklaard dat hij ervoor heeft gezorgd dat een weergave van het gesprek op internet is verschenen.

Bij deze stand van zaken acht het hof onvoldoende bewijs aanwezig om aan te kunnen nemen dat verdachte de bewuste opname heeft gemaakt, dat zij de beschikking heeft gehad over de geluidsweergave van dat gesprek, dan wel dat zij gegevens uit dat gesprek aan een ander bekend heeft gemaakt. Dat leidt tot vrijspraak.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte ten laste gelegde niet bewezen en spreekt haar daarvan vrij.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. K. Lahuis, voorzitter, mr. G. Dam en

mr. G.J. Niezink, in tegenwoordigheid van mr. M. Zevenhuizen als griffier, zijnde

mr. Niezink voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.