Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2009:BH2032

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
05-02-2009
Datum publicatie
05-02-2009
Zaaknummer
24-000583-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt veroordeeld wegens mishandeling, wederrechtelijk binnendringen in een woning, poging tot zware mishandeling en vernieling tot een gevangenisstraf van tien maanden waarvan vijf maanden voorwaardelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-000583-08

Parketnummer eerste aanleg: 17-880398-07

Arrest van 5 februari 2009 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Leeuwarden van

26 februari 2008 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1956] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman mr. B.P.M. Canoy, advocaat te Leeuwarden.

Het vonnis waarvan beroep

De rechtbank Leeuwarden heeft de verdachte bij het vonnis wegens misdrijven veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte ten aanzien van het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde zal veroordelen tot een gevangenisstraf van twaalf maanden waarvan zes maanden voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest, met een proeftijd van twee jaren en met als bijzondere voorwaarde verplicht reclasseringstoezicht.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 15 oktober 2007, te[plaats 1], in de gemeente[gemeente 1], opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer]), meermalen, althans eenmaal, (met gebalde vuist en/of terwijl die [slachtoffer] op de grond lag) in het gezicht, althans tegen het hoofd, heeft geslagen en/of gestompt en/of een of meer vinger(s) op/tegen de oogleden van die [slachtoffer] geduwd/gedrukt, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

2.

hij op of omstreeks 15 oktober 2007, te [plaats 2], in de gemeente [gemeente 2], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, wederrechtelijk is binnengedrongen in een woning gelegen aan of bij de [straat], aldaar en in gebruik bij [getuige] en/of [slachtoffer], althans bij een ander of anderen dan bij

verdachte en/of zijn mededader(s);

3.

hij op of omstreeks 15 oktober 2007, te [plaats 2], in de gemeente [gemeente 2],

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door hem, verdachte en/of verdachtes mededader(s) voorgenomen misdrijf om aan een persoon (te weten [slachtoffer]), opzettelijk en met voorbedachten rade, althans opzettelijk, zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, door deze [slachtoffer] opzettelijk, na kalm beraad en rustig overleg, althans opzettelijk (in diens woning) meermalen, althans eenmaal,

- in het gezicht, althans tegen het hoofd te slaan en/of te stompen en/of

- (vervolgens) tegen een of meer ander(e) de(e)l(en) van het lichaam te slaan en/of te stompen en/of

- (vervolgens) die [slachtoffer] vast te pakken en door een ruit van de achterdeur te duwen/drukken en/of

- (vervolgens) die [slachtoffer] zodanig te slaan en/of te stompen dat die [slachtoffer] ten val werd gebracht en/of

- (vervolgens) terwijl die [slachtoffer] op de grond lag, meermalen, althans eenmaal, tegen het hoofd en/of ander(e) de(e)l(en) van het lichaam te slaan en/of te stompen en/of in de neus te bijten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

4.

hij op of omstreeks 15 oktober 2007, te [plaats 2], in de gemeente [gemeente 2], opzettelijk en wederrechtelijk een of meer ruit(en)/ra(a)m(en) van (een) deur(en) en/of een bloempot, in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] en/of [getuige], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt.

Overweging met betrekking tot het bewijs

Namens de verdachte is ter terechtzitting van het hof - zakelijk weergegeven - ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde aangevoerd, dat de ten laste gelegde poging tot zware mishandeling, gepleegd met voorbedachte raad, anders dan de advocaat-generaal heeft betoogd, niet kan worden bewezen. Verdachte heeft wel bekend aangever [slachtoffer] te hebben mishandeld.

Het hof stelt ten aanzien van de feiten het volgende vast.

In de nacht van 15 oktober 2007 bevond verdachte zich in café [café]. Daar waren onder andere ook aangever [slachtoffer] en [slachtoffer]'s vriendin [getuige]. Toen tussen [slachtoffer] en een derde een ruzie ontstond, greep verdachte, die deze avond vrij was maar op andere avonden wel eens als portier van café [café] werkte, in. Hij deed dit met buitensporig veel geweld. [slachtoffer] en [getuige] werden uit de kroeg gezet. Die nacht hadden [getuige] en verdachte telefonisch contact. [getuige] was boos op verdachte vanwege de gebeurtenissen in café [café]. Verdachte wilde het adres van [getuige] en [slachtoffer], naar eigen zeggen om "de boel uit te praten". [getuige] wilde hem het adres niet geven. Verdachte heeft vervolgens een derde het adres van [getuige] en [slachtoffer] laten aanwijzen, en ging met medeverdachte [medeverdachte] naar hun huis. Toen verdachte en medeverdachte voor het huis stonden en op de voorruit klopten, gaf verdachte nog aan dat "ik jou (het hof begrijpt: [slachtoffer]) moet hebben". Door [getuige] werd hen vervolgens de toegang geweigerd, waarna verdachte een bloempot door de ruit van de voordeur gooide en zich op deze manier de toegang verschafte tot het huis. Bij binnenkomst heeft verdachte geroepen: "Wêr is 'er, dan sil ik hem neisjen." Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij [getuige] met haar baby op de arm aan de kant drukte, omdat hij [slachtoffer] moest hebben. In het huis had [slachtoffer] zich intussen verschanst in de bijkeuken. [slachtoffer] probeerde [verdachte] te beletten de bijkeuken binnen te komen door de deur dicht te drukken en zijn voet ertegenaan te zetten. Dit lukte niet en hierna volgden de gewelddadige handelingen van verdachte jegens [slachtoffer].

Van voorbedachte raad is sprake indien verdachte op zeker moment, na kalm beraad en rustig overleg, tot zijn daad is gekomen. De centrale vraag is of verdachte, vóór het moment dat hij gewelddadig was jegens [slachtoffer] in diens woning, al het (voorwaardelijk) opzet had om [slachtoffer] zwaar te mishandelen en derhalve voorafgaand aan de gewelddadige handelingen in de woning, tijd en gelegenheid heeft gehad over de betekenis en de gevolgen van zijn daad na te denken en zich daarvan rekenschap te geven. Het hof heeft niet de overtuiging bekomen dat bij verdachte sprake is geweest van voorbedachte raad met betrekking tot zware mishandeling. Verdachte dient derhalve van de ten laste gelegde voorbedachte raad te worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op 15 oktober 2007, te [plaats 1], in de gemeente [gemeente 1], opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer]), meermalen in het gezicht heeft geslagen en/of gestompt en vingers op/tegen de oogleden van die [slachtoffer] gedrukt, waardoor deze letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden;

2.

hij op 15 oktober 2007, te [plaats 2], in de gemeente [gemeente 2], tezamen en in vereniging met een ander, wederrechtelijk is binnengedrongen in een woning gelegen aan de [straat], aldaar en in gebruik bij [getuige] en [slachtoffer];

3.

hij op 15 oktober 2007, te [plaats 2], in de gemeente [gemeente 2], ter uitvoering van het door hem, verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon (te weten [slachtoffer]), opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, door deze [slachtoffer] opzettelijk, (in diens woning) meermalen,

- in het gezicht te slaan en/of te stompen en

- tegen andere delen van het lichaam te slaan en/of te stompen en

- die [slachtoffer] vast te pakken en door een ruit van de achterdeur te duwen/drukken en

- die [slachtoffer] zodanig te slaan en/of te stompen dat die [slachtoffer] ten val werd gebracht

en

- terwijl die [slachtoffer] op de grond lag, in de neus te bijten, terwijl de uitvoering

van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

4.

hij op 15 oktober 2007, te [plaats 2], in de gemeente [gemeente 2], opzettelijk en wederrechtelijk ruiten/ramen van deuren en een bloempot, toebehorende aan [slachtoffer] en/of [getuige], heeft vernield.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:

onder 1:

mishandeling;

onder 2:

het in de woning bij een ander in gebruik, wederrechtelijk binnendringen, terwijl twee of meer verenigde personen het misdrijf plegen;

onder 3:

poging tot zware mishandeling;

onder 4:

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich op 15 oktober 2007 schuldig gemaakt aan - kort gezegd - het mishandelen van [slachtoffer] in café [café], het wederrechtelijk binnendringen in de woning van [slachtoffer] en [getuige], een poging tot zware mishandeling aldaar van [slachtoffer] en het vernielen van twee ramen en een bloempot, toebehorende aan [slachtoffer] en [getuige]. Door zijn optreden heeft verdachte een ernstige inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [getuige] en/of [slachtoffer] en wel daar waar men zich bij uitstek veilig wil voelen, te weten in de eigen woning. Daarnaast heeft hij een inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van [slachtoffer]. Door de goederen te vernielen heeft hij een inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van [slachtoffer] en/of [getuige].

Het hof heeft bij de straftoemeting in aanmerking genomen dat verdachte - blijkens een hem betreffend uittreksel uit het justitiële documentatieregister d.d. 5 november 2008 - al eerder is veroordeeld wegens strafbare feiten.

Hetgeen hiervoor is overwogen kan niet tot een ander oordeel leiden dan dat aan verdachte een gevangenisstraf van na te melden duur dient te worden opgelegd. Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard in te zien dat hij hulp nodig heeft bij zijn agressieproblematiek. Het hof zal de gevangenisstraf daarom deels voorwaardelijk opleggen. Aan het voorwaardelijke deel van de opgelegde straf is de bijzondere voorwaarde verbonden dat verdachte zich dient te gedragen naar de aanwijzingen van de reclassering, ook als dit inhoudt een behandeling bij de Ambulante Forensische Psychiatrie Noord-Nederland. De voorwaardelijke straf dient tevens als stok achter de deur, teneinde te voorkomen dat verdachte zich nogmaals schuldig maakt aan (soortgelijke) strafbare feiten. De door en namens verdachte aangevoerde persoonlijke belangen om een andere strafmodaliteit op te leggen, wegen niet op tegen de ernst van de feiten en het (algemeen) belang dat die feiten op een adequate wijze worden bestraft.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 45, 57 (oud), 138, 300, 302 en 350 van het Wetboek van Strafrecht.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart deze feiten en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot gevangenisstraf voor de duur van tien maanden;

beveelt, dat van de gevangenisstraf een gedeelte van vijf maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, of de hierna te noemen bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

stelt als bijzondere voorwaarde:

dat de veroordeelde zich zal stellen onder toezicht van de Stichting Reclassering Nederland en zich zal gedragen naar de aanwijzingen van die instelling, ook als dit inhoudt een behandeling bij de Ambulante Forensische Psychiatrie Noord-Nederland;

draagt genoemde reclasseringsinstelling op de veroordeelde bij de naleving van de voorwaarden hulp en steun te verlenen;

bepaalt dat dit toezicht door genoemde instelling reeds tijdens de proeftijd kan worden beëindigd;

beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering wordt gebracht.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. G. Dam, voorzitter, mr. J. Hielkema en

mr. G.J. Niezink, in tegenwoordigheid van mr. M. Zevenhuizen als griffier, zijnde

mr. Niezink voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.