Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2009:BH2020

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
05-02-2009
Datum publicatie
05-02-2009
Zaaknummer
24-001903-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen en/of beschadigen. Inbreuk op eigendomsrecht. Werkstraf van 40 uren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-001903-08

Parketnummer eerste aanleg: 17-842062-07

Arrest van 5 februari 2009 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Leeuwarden van 14 april 2008 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1969] te [geboorteplaats],

volgens eigen opgave postadres hebbende te [postadres],

thans verblijvende in PI Noord, gevangenis De Marwei te Leeuwarden,

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman mr. G.A. Pots, advocaat te Leeuwarden.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Leeuwarden heeft de verdachte bij het vonnis wegens misdrijven veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte zal vrijspreken ten aanzien van het onder 1 primair ten laste gelegde en hem zal veroordelen ten aanzien van het onder 1 subsidiair en 2 ten laste gelegde tot een werkstraf van 40 uren, subsidiair 20 dagen vervangende hechtenis.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 3 november 2003 te [plaats], (althans) in de gemeente [gemeente], ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een (bedrijfs)pand (gelegen aan of bij de [straat 1] aldaar) weg te nemen goederen van zijn gading en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan het garagebedrijf [benadeelde 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en zich daarbij de toegang tot dat pand te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goederen en/of geld onder zijn bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, opzettelijk:

- een ruit van voornoemd pand heeft ingeslagen en/of ingegooid en/of (vervolgens)

- forcerende en/of brekende handelingen aan een (achter die ruit gemonteerd) traliewerk heeft verricht, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Subsidiair zo het vorenstaande niet mocht leiden tot schuldigverklaring van en strafoplegging aan verdachte

hij op of omstreeks 3 november 2003 te [plaats], (althans) in de gemeente

[gemeente], opzettelijk en wederrechtelijk een ruit en/of een (achter die ruit

gemonteerd) traliewerk van een (bedrijfs)pand (gelegen aan of bij de [straat 1]

aldaar), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan het garagebedrijf [benadeelde 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

2.

hij op of omstreeks 3 augustus 2006 te [plaats], (althans) in de gemeente

[gemeente], opzettelijk en wederrechtelijk een deur (van een ketelhuis en/of aanbouw gelegen aan of bij de [straat 2] aldaar), in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 2], in elk geval aan

een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of

onbruikbaar gemaakt.

Vrijspraak

Het hof acht niet bewezen hetgeen onder 1 primair aan verdachte is ten laste gelegd, zodat hij daarvan moet worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 subsidiair en 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1. subsidiair

hij op 3 november 2003 te [plaats], opzettelijk en wederrechtelijk een ruit van een (bedrijfs)pand (gelegen aan de [straat 1] aldaar), toebehorende aan het garagebedrijf

[benadeelde 1], heeft vernield;

2.

hij op 3 augustus 2006 te [plaats], opzettelijk en wederrechtelijk een deur (van een ketelhuis en/of aanbouw gelegen aan of bij de [straat 2] aldaar), toebehorende aan [benadeelde 2], heeft beschadigd.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1 subsidiair en 2 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert respectievelijk op de misdrijven:

feit 1, subsidiair:

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen;

feit 2:

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft bij het bepalen van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van de bewezen verklaarde feiten, de omstandigheden waaronder deze feiten zijn begaan en de persoon van de verdachte. Het hof heeft in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

Verdachte heeft zich op 3 november 2003 te [plaats] schuldig gemaakt aan het vernielen van een ruit, toebehorende aan garagebedrijf [benadeelde 1]. Ook heeft verdachte zich op 3 augustus 2006 te [plaats] schuldig gemaakt aan het beschadigen van een deur, toebehorende aan [benadeelde 2]. Door zo te handelen heeft verdachte inbreuk gemaakt op de eigendomsrechten van het garagebedrijf [benadeelde 1] en [benadeelde 2].

Uit een verdachte betreffend uittreksel uit de justitiƫle documentatie d.d. 3 november 2008 blijkt dat verdachte reeds meerdere malen is veroordeeld ter zake van soortgelijke strafbare feiten.

Het hof acht de door de politierechter in eerste aanleg opgelegde gevangenisstraf in beginsel een passende sanctie. Door de raadsman is ter zitting van het hof bepleit aan verdachte een werkstraf op te leggen. De houding van verdachte ter terechtzitting, in samenhang bezien met de persoonlijke omstandigheden, heeft het hof doen besluiten tot oplegging van een werkstraf van na te melden duur.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 22c (oud), 22d, 57 (oud), 63 (oud) en 350 van het Wetboek van Strafrecht.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte onder 1 primair ten laste gelegde niet bewezen en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart het verdachte onder 1 subsidiair en 2 ten laste gelegde bewezen, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart deze feiten en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1 subsidiair en 2 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van veertig uren, met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van twintig dagen zal worden toegepast.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. G. Dam, voorzitter, mr. J. Hielkema en

mr. G.J. Niezink, in tegenwoordigheid van mr. J. Brink als griffier, zijnde mr. Niezink voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.