Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2009:BH0416

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
20-01-2009
Datum publicatie
27-01-2009
Zaaknummer
24-001692-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Sociale zekerheidsfraude. Benadelingsbedrag ruim € 17.800,-. Werkstraf van 80 uren, waarvan 40 uren voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-001692-08

Parketnummer eerste aanleg: 17-618082-07

Arrest van 20 januari 2009 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Leeuwarden van 17 juni 2008 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1967] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman mr. J.J. de Vries, advocaat te Leeuwarden.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Leeuwarden heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte zal veroordelen tot een werkstraf van 80 uren, waarvan 40 uren voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat hij:

in of omstreeks de periode van 1 december 2004 tot en met 10 mei 2007, te [plaats], (althans) in de gemeente [gemeente], in elk geval in Nederland, in strijd met een hem bij of krachtens wettelijk voorschrift opgelegde verplichting, te weten (artikel 65 van) de Algemene bijstandswet en/of (artikel 17 van) de Wet werk en bijstand, opzettelijk heeft nagelaten tijdig de benodigde gegevens te verstrekken, zulks terwijl dit feit kon strekken tot bevoordeling van zichzelf of een ander, terwijl verdachte wist, althans redelijkerwijze moest vermoeden, dat die gegevens van belang waren voor de vaststelling van verdachtes of eens anders recht op een verstrekking of tegemoetkoming, te weten een uitkering ingevolge de Algemene bijstandswet en/of de Wet werk en bijstand, dan wel voor de hoogte of de duur van die verstrekking of tegemoetkoming, immers heeft verdachte - zakelijk weergegeven - (telkens) voor (de afdeling of Dienst Sociale Zaken van) de gemeente [gemeente] verzwegen dat hij samenwoonde, althans een gezamenlijk huishouding voerde, met [medeverdachte] (op het adres [adres] te [plaats]).

Bewijsoverweging

De raadsman heeft bepleit verdachte vrij te spreken van het ten laste gelegde, omdat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte in de ten laste gelegde periode samenwoonde met [medeverdachte], op het adres [adres] te [plaats]. Behalve uit de door verdachte tegenover de sociale recherche afgelegde verklaring, waarvan de juistheid door verdachte wordt betwist, blijkt uit geen enkel ander bewijsmiddel dat verdachte samenwoonde, aldus de raadsman.

Het hof overweegt dat verdachte tegenover de sociale recherche heeft verklaard dat hij in november 2004 is geopereerd aan een hersentumor en sindsdien door [medeverdachte] wordt verzorgd. Verdachte heeft voorts verklaard dat [medeverdachte] ook overnachtte in zijn woning.

Ook medeverdachte [medeverdachte] heeft tegenover de sociale recherche verklaard dat zij vanaf het moment dat haar echtgenoot [verdachte], van wie zij van tafel en bed is gescheiden, ziek was geworden, met hem als gezin is gaan samenwonen en samenleven op het adres [adres] te [plaats]. Zij heeft voorts verklaard dat zij vanaf dat moment dag en nacht op dat adres verbleef.

In hoger beroep is de juistheid van voornoemde verklaringen betwist. Uit het proces-verbaal van de zitting in eerste aanleg d.d. 17 juni 2008 blijkt dat sociaal rechercheur [getuige] als getuige heeft verklaard dat hij het verhoor van verdachte en

[medeverdachte] heeft afgenomen en dat hetgeen in het proces-verbaal van verhoor staat vermeld een juiste weergave is van hetgeen door hen is verklaard. [getuige] heeft voorts verklaard dat deze verklaringen zonder druk of dwang tot stand zijn gekomen. Gelet hierop en mede gelet op de specifieke mededelingen die omtrent de ziekte van verdachte in die verklaringen staan vermeld, is het hof van oordeel dat bedoelde verklaringen voor juist moeten worden gehouden en dat die verklaringen bruikbaar zijn voor het bewijs.

Voornoemde verklaringen worden ondersteund door de door de raadsman van de medeverdachte ter terechtzitting van het hof overgelegde verbruiksgegevens van gas en elektriciteit afkomstig van Essent betreffende zowel het adres van verdachte als het adres van [medeverdachte]. Deze gegevens zijn gevoegd in het dossier van verdachte. Uit deze gegevens blijkt dat het energieverbruik op het adres van[medeverdachte] over de periode 2005/2006 en 2006/2007 zeer laag is geweest, hetgeen ook blijkt uit het proces-verbaal van bevindingen van de sociale recherche (dossierpagina 10) betreffende de periode februari 2003 tot 1 maart 2006. Uit de ter terechtzitting van het hof overgelegde verbruiksgegevens van Essent betreffende het adres van verdachte, blijkt juist dat zijn energieverbruik vele malen hoger is.

Gelet op het voorgaande acht het hof het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

in de periode van 1 december 2004 tot en met 10 mei 2007, te [plaats], in strijd met een hem bij wettelijk voorschrift opgelegde verplichting, te weten artikel 65 van de Algemene bijstandswet en artikel 17 van de Wet werk en bijstand, opzettelijk heeft nagelaten tijdig de benodigde gegevens te verstrekken, zulks terwijl dit feit kon strekken tot bevoordeling van zichzelf of een ander, terwijl verdachte wist dat die gegevens van belang waren voor de vaststelling van verdachtes of eens anders recht op een verstrekking, te weten een uitkering ingevolge de Algemene bijstandswet en de Wet werk en bijstand, dan wel voor de hoogte of de duur van die verstrekking, immers heeft verdachte - zakelijk weergegeven - telkens voor de afdeling of Dienst Sociale Zaken van de gemeente [gemeente] verzwegen dat hij samenwoonde met [medeverdachte] op het adres [adres] te [plaats].

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

in strijd met een hem bij of krachtens wettelijk voorschrift opgelegde verplichting, opzettelijk nalaten tijdig de benodigde gegevens te verstrekken, terwijl het feit kan strekken tot bevoordeling van zichzelf of een ander, terwijl hij weet of redelijkerwijze moet vermoeden dat de gegevens van belang zijn voor de vaststelling van zijn of eens anders recht op een verstrekking dan wel voor de hoogte of de duur van een dergelijke verstrekking.

Strafbaarheid

Verdachte is strafbaar. Strafuitsluitingsgronden zijn niet aanwezig.

Strafmotivering

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

Verdachte, die een uitkering ontving naar de norm van alleenstaande ouder aanvankelijk op grond van de algemene bijstandswet en later op grond van de Wet werk en bijstand, heeft gedurende meerdere jaren opzettelijk nagelaten aan de sociale dienst van de gemeente [gemeente] te melden dat hij samenwoonde met [medeverdachte]. Verdachte heeft door zijn handelen misbruik gemaakt van het sociale zekerheidsstelsel. Hij heeft zich bevoordeeld voor een bedrag van ruim € 17.800,-- ten koste van de Nederlandse gemeenschap en heeft daardoor het vertrouwen waarop het stelsel van sociale voorzieningen in Nederland mede is gebaseerd, geschaad.

Het hof heeft rekening gehouden met het verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie van 12 november 2008, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld ter zake van strafbare feiten.

Op grond van het vorenstaande acht het hof de door de advocaat-generaal gevorderde werkstraf, die de eerste rechter aan verdachte heeft opgelegd, passend en geboden. Dat een deel van die straf in voorwaardelijke vorm wordt opgelegd, is mede ingegeven door het feit dat verdachte zich nog in een uitkeringssituatie bevindt. Aldus poogt het hof verdachte te stimuleren niet in herhaling te vallen.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a (oud), 14a, 14b (oud), 14b, 14c, 22c (oud), 22d, en 227b van het Wetboek van Strafrecht.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van tachtig uren, met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van veertig dagen zal worden toegepast;

beveelt dat een gedeelte van de werkstraf groot veertig uren, subsidiair twintig dagen vervangende hechtenis, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. H.J. Deuring, voorzitter, mr. H.M. Poelman en

mr. S.H. Wachter, in tegenwoordigheid van mr. E.M. Mulder als griffier.