Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2008:BG9955

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
23-12-2008
Datum publicatie
20-01-2009
Zaaknummer
200.008.278/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep kort geding
Inhoudsindicatie

Aan beschikking gehecht convenant levert in dit geval geen voor executie vatbare titel op.

Openbare orde.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
EB 2009, 39
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Arrest d.d. 23 december 2008

Zaaknummer 200.008.278/01

HET GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN

Arrest van de eerste kamer voor burgerlijke zaken in de zaak van:

[appellant],

wonende te [woonplaats appellant],

appellant,

in eerste aanleg: eiseres,

hierna te noemen: [appellant],

advocaat: mr. P.R. van den Elst, kantoorhoudende te Leeuwarden,

tegen

[geïntimeerde],

wonende te [woonplaats geïntimeerde],

geïntimeerde,

in eerste aanleg: gedaagde,

hierna te noemen: [geïntimeerde],

toevoeging,

advocaat: mr. H. de Jong, kantoorhoudende te Burgum.

Het geding in eerste instantie

In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in het kort geding vonnis uitgesproken op 21 mei 2008 door de voorzieningenrechter van de rechtbank Leeuwarden.

Het geding in hoger beroep

Bij exploot van 17 juni 2008 is door [appellant] hoger beroep ingesteld van genoemd vonnis met dagvaarding van [geïntimeerde] tegen de zitting van 25 juni 2008.

Bij memorie van grieven zijn producties overgelegd. De conclusie van deze memorie luidt:

''te beslissen overeenkomstig de eis, vermeld in de appeldagvaarding, uitvoerbaar bij voorraad voor zover de wet zulks toelaat.''

Bij memorie van antwoord is door [geïntimeerde], onder overlegging van producties, verweer gevoerd met als conclusie:

''de vorderingen van [appellant] dienen te worden afgewezen en [appellant] dient ook in het hoger beroep in de kosten te worden veroordeeld.''

Voorts heeft [appellant] een akte genomen, waarna [geïntimeerde] eveneens een akte heeft genomen.

Tenslotte hebben partijen de stukken overgelegd voor het wijzen van arrest.

In het dossier van [geïntimeerde] mist het verweerschrift met producties, zoals dat door hem in eerste aanleg is overgelegd.

De grieven

[appellant] heeft vijf grieven opgeworpen.

De beoordeling

1. Tegen de weergave van de vaststaande feiten onder overweging 2 (2.1 tot en met 2.8) van het beroepen vonnis (waarvan een afschrift aan dit arrest wordt gehecht) is geen grief ontwikkeld, zodat ook het hof van die feiten uit zal gaan.

2. Het door [geïntimeerde] gelegde beslag strekt ter executie van het aan de beschikking van de rechtbank Leeuwarden d.d. 1 februari 2006 gehechte echtscheidingsconvenant. Bedoeld convenant is tussen partijen overeengekomen en op verzoek van partijen door de rechtbank opgenomen in de hiervoor genoemde beschikking.

3. Niet elk convenant dat aan een echtscheidingsbeschikking is gehecht en daarvan geacht wordt deel uit te maken, levert een voor tenuitvoerlegging vatbare titel op. Dat hangt af van de wijze waarop het convenant is geredigeerd. In dit geval zijn de passages waar partijen over strijden niet eenduidig geredigeerd en is nadere uitleg noodzakelijk die het bestek van een executieprocedure te boven gaat. Die procedure is immers niet bedoeld om een soort verklaring voor recht te verkrijgen hoe een bepaalde partijafspraak moet worden uitgelegd. Het hof merkt de vraag of de aan een executoriaal beslag ten grondslag gelegde titel daartoe voldoende is, aan als zijnde van openbare orde, nu daarmee een algemeen belang is gediend. Executie is immers het - soms zeer ingrijpende - sluitstuk van een gerechtelijke procedure; de wetgever heeft de dwangmaatregelen waarmee de executie gepaard kan gaan - zoals in dit geval derdenbeslag - slechts in een beperkt aantal gevallen toegestaan. De rechtszekerheid, zowel van partijen als met name die van niet bij het eigenlijke geschil betrokken derden, zoals in dit geval de derdenbeslagene, brengt met zich dat rechter de vraag of sprake is van een voldoende titel voor het beslag ambtshalve moet toetsen. Dat partijen in dit geschil niets ter zake hebben aangevoerd oordeelt het hof dan ook geen beletsel om in appel de rechtsgronden op dit punt aan te vullen.

4. Reeds op grond van het hiervoor overwogene komt de primaire vordering van [appellant] tot opheffing van het door [geïntimeerde] onder Herbalife B.V. ten laste van [appellant] gelegde executoriale beslag voor toewijzing in aanmerking. De grieven behoeven derhalve geen behandeling.

5. In de omstandigheden van het geval, inzonderlijk het feit dat partijen ex-echtelieden zijn, vindt het hof aanleiding partijen, zowel in eerste aanleg als in appel te belaste met de eigen kosten van de procedure.

De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt het vonnis waarvan beroep

en opnieuw rechtdoende:

beveelt [geïntimeerde] het executoriaal beslag, dat [geïntimeerde] heeft doen leggen ten laste van Herbalife International (Netherlands) B.V., statutair gevestigd te Amsterdam aan de Locatellikade 1 op alle gelden, geldswaarden, vorderingen en/of roerende zaken die geen registergoederen zijn, die Herbalife onder zich heeft en/of uit een reeds nu bestaande rechtsverhouding zal of mocht verkrijgen, onder haar berusting heeft en/of mocht krijgen ten behoeve van [appellant] (sofinummer 07108110), binnen 24 uur na betekening van dit arrest op te heffen;

belast ieder der partijen met de eigen kosten, zowel in eerste aanleg als in hoger beroep;

verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Aldus gewezen door mr . Mollema, voorzitter en mrs. Kuiper en De Hek, raden, en uitgesproken door de rolraadsheer ter openbare terechtzitting van dit hof van dinsdag 23 december 2008 in bijzijn van de griffier.