Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2008:BG8863

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
23-12-2008
Datum publicatie
05-01-2009
Zaaknummer
200.009.497/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep kort geding
Inhoudsindicatie

Executiegeschil. Wat heeft het hof in zijn eerdere arrest bedoeld?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Arrest d.d. 23 december 2008

Zaaknummer 200.009.497/01

HET GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN

Arrest van de derde kamer voor burgerlijke zaken in de zaak van:

1. [appellant 1 ],

wonende te [woonplaats],

2. [appellante 2 ],

wonende te [woonplaats],

appellanten,

in eerste aanleg: gedaagden,

hierna gezamenlijk te noemen: [appellanten ],

advocaat: mr. H. de Jong, kantoorhoudende te Burgum,

tegen

1. [geïntimeerde 1 ],

wonende te [woonplaats],

2. [geïntimeerde 2 ],

wonende te [woonplaats],

geïntimeerden,

in eerste aanleg: eisers,

hierna gezamenlijk te noemen: [geïntimeerden ],

advocaat: mr. J.H. van der Meulen, kantoorhoudende te Joure.

Het geding in eerste instantie

In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in het kort geding vonnis uitgesproken op 4 juni 2008 door de voorzieningenrechter van de rechtbank Leeuwarden.

Het geding in hoger beroep

Bij exploot van 30 juni 2008, hersteld bij exploot van 1 juli 2008 is door [appellanten ]. hoger beroep ingesteld van genoemd vonnis met dagvaarding van [geïntimeerden ] tegen (uiteindelijk) de zitting van 23 juli 2008.

De conclusie van de dagvaarding in hoger beroep, waarin de grieven zijn opgenomen en waarbij producties zijn overgelegd, luidt:

''uitvoerbaar bij voorraad voorzover de wet zulks toelaat het vonnis van de voorzieningenrechter op 4 juni 2008 onder nummer 88957 KG ZA 08-117 door de Rechtbank te Leeuwarden tussen partijen gewezen te vernietigen, en, opnieuw rechtdoende, geïntimeerden alsnog in hun vorderingen niet-ontvankelijk te verklaren, althans hen deze te ontzeggen met veroordeling van geïntimeerden in de kosten van beide instanties waaronder tevens begrepen de nakosten eveneens uitvoerbaar bij voorraad.''

Bij memorie van antwoord is door [geïntimeerden ], onder overlegging van producties, verweer gevoerd met als conclusie:

''tot niet ontvankelijkheid van [appellanten ] in hun beroep, tot verwerping van dat beroep en tot bevestiging van het bestreden vonnis in zoverre, zonodig onder aanvulling en/ of verbetering van de gronden, met veroordeling van [appellanten ] in de kosten van de procedure in beide instanties.''

[appellanten ] hebben een akte genomen, waarna [geïntimeerden ] een antwoordakte hebben genomen.

Tenslotte hebben partijen de stukken overgelegd voor het wijzen van arrest. In het procesdossier van appellanten mist pagina 6 van de memorie van grieven. Het hof doet in zoverre recht op het dossier van [geïntimeerden ]. Van de overgelegde foto's zijn eerst na aanmaning daartoe ten dele kleuren kopieën door [appellanten ] overgelegd.

De grieven

[appellanten ] hebben elf grieven opgeworpen.

De beoordeling

1. Tegen de weergave van de vaststaande feiten onder overweging 2 (2.1 tot en met 2.7) van het beroepen vonnis is geen grief ontwikkeld, zodat ook het hof van die feiten uit zal gaan.

2. Tegen de afwijzing van de bij inleidende dagvaarding onder 3 gevorderde voorlopige voorziening en de daaraan ten grondslag liggende overweging (4.11) is evenmin een (incidentele) grief ontwikkeld, zodat een en ander in hoger beroep geen onderwerp van geschil meer is.

3. De grieven leggen het geschil voor het overige in volle omvang ter beoordeling aan het hof voor en zullen gezamenlijk worden behandeld.

4. Kern van dit executiegeschil is de vraag hoe het dictum van het arrest van dit hof van 4 april 2007 moet worden verstaan en derhalve of - en zo ja in hoeverre - [geïntimeerden ] in strijd hebben gehandeld met hetgeen waartoe zij in dat dictum zijn veroordeeld en dwangsommen hebben verbeurd.

5. Het hof heeft [geïntimeerden ] in zijn arrest van 4 april 2007 veroordeeld om ervoor te zorgen dat geen aan hen of aan bezoekers van [geïntimeerden ] toebehorende auto's parkeren voor of ter hoogte van de oprit naar de garage van [appellanten ], waardoor het in- uitrijden met de auto van de garage van [appellanten ] wordt bemoeilijkt, zulks op straffe van een dwangsom van € 50,-- voor iedere keer dat bezoek van [geïntimeerden ] langer dan tien minuten de auto parkeert in strijd met die veroordeling en/of voor iedere keer dat zij zelf hun auto(s) parkeren in strijd met die veroordeling. De te verbeuren dwangsommen zijn gemaximeerd op € 3.000,--.

6. Naar het oordeel van dit hof is van "bemoeilijken" als in bedoeld dictum bedoeld in redelijkheid sprake indien ten gevolge van een voor of ter hoogte van de oprit naar de garage van [appellanten ] geparkeerde auto extra manoeuvres nodig zijn (bijvoorbeeld voor of achteruit rijden) om de garage van [appellanten ] in te rijden, dan wel te verlaten.

7. Naar het voorlopig oordeel van het hof is daarvan in ieder geval geen sprake indien auto's staan geparkeerd naast de aldaar aanwezige (vroegere) consistorie en niet geheel of gedeeltelijk de denkbeeldige lijn overschrijden die in het verlengde van de voorgevel van die consistorie (welke zich - naar onweersproken is gesteld - op ongeveer 4.5 meter van de [straat 1 ] bevindt) richting de hoofdbaan van de [straat 2 ] kan worden getrokken, overschrijden. De betreffende (in ieder geval) vrij te houden strook van 4.5 meter moet immers (tezamen met de [straat 1 ]) breed genoeg worden geacht om met een personenauto bedoelde uitrit van [appellanten ] zonder extra manoeuvre te bereiken, dan wel te verlaten. Daarbij tekent het hof aan dat de [straat 1 ], naar onweersproken is gesteld, 3.3 meter breed is.

8. De in de inleidende dagvaarding onder 2 gevorderde voorlopige voorziening is toewijsbaar met in acht neming van hetgeen hiervoor is overwogen. Voor zover de grieven strekken tot een ander oordeel, falen zij.

9. De bewoordingen van het dictum van het arrest van 4 april 2007 zijn niet voor tweeërlei uitleg vatbaar als het gaat om het antwoord op de vraag voor welke "foutief" geparkeerde auto's [geïntimeerden ] dwangsommen kunnen verbeuren:

* hun eigen auto(s), ongeacht de tijdsduur;

* auto's van mensen die [geïntimeerden ] bezoeken, voor zover dat parkeren langer duurt dan tien minuten.

10. Een en ander brengt mede dat [geïntimeerden ] op basis van bedoeld dictum geen dwangsommen kunnen verbeuren indien de auto('s) van [naam 1 ], de kunstenares (die de consistorie van [geïntimeerden ] huurt) en/of van bezoekers van [naam 1 ] die zodanig worden geparkeerd dat zij [appellanten ] het in- of uitrijden van hun garage bemoeilijken.

11. Het hof stelt vast dat [geïntimeerden ] bij dagvaarding in eerste aanleg (onder 14) voor wat de aanzegging van 4 maart 2008 betreft, per door [appellanten ] gestelde inbreuk hebben aangegeven om wiens auto het op de telkens bij een beweerdelijke inbreuk behorende foto gaat. [appellanten ] hebben dat niet gemotiveerd betwist, zodat voorshands van de juistheid van een en ander kan worden uitgegaan.

12. Ter zitting in eerste aanleg (zie de pleitnotities) hebben [geïntimeerden ] ook de beweerdelijke inbreuken waarop de aanzegging van 16 mei 2008 is gebaseerd, gemotiveerd betwist. De desbetreffende foto's (aangehecht aan het vonnis in eerste aanleg) zijn in strijd met het bepaalde in het rolreglement en ondanks een daartoe door het hof gedaan verzoek, niet in kleur overgelegd en derhalve als bewijsmiddel nauwelijks bruikbaar. In ieder geval valt uit die foto's niet op te maken dat er - met in acht neming van hetgeen hiervoor is overwogen - sprake is geweest van inbreuken. Slechts de laatste foto is daarop een uitzondering, maar ten aanzien van die auto hebben [geïntimeerden ] expliciet ontkend dat het om hun auto of om de auto van iemand die [geïntimeerden ] een bezoek bracht, ging. Nader bewijs ter zake is door [appellanten ] niet aangedragen of aangeboden, laat staan dat bewijslevering door het horen van getuigen het kader van dit executiekort geding te buiten gaat.

13. Een en ander leidt voorshands tot de conclusie dat de aanzegging van 4 maart 2008 (productie 7 bij de dagvaarding in eerste aanleg) en de aanzegging van 16 mei 2008 (gehecht aan het beroepen vonnis) ten onrechte uitgaan van verbeurde dwangsommen, zodat de onder 1 door [geïntimeerden ] gevorderde voorziening terecht door de voorzieningenrechter is toegewezen en de daartegen gerichte grieven falen.

Slotsom

14. Nu de grieven goeddeels tevergeefs zijn opgeworpen, zijn [appellanten ] in eerste aanleg terecht in de kosten van de procedure veroordeeld.

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd voor wat betreft het dictum onder 5.2. Op dat punt zal opnieuw recht worden gedaan als hieronder nader aan te geven. Bedoeld vonnis zal voor het overige worden bekrachtigd, zij het deels op andere gronden. [appellanten ] zullen - als grotendeels in het ongelijk te stellen partij - worden veroordeeld in de kosten van deze procedure in hoger beroep (salaris advocaat: 1,5 punt tarief II).

De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt het vonnis waarvan beroep, voor wat betreft het dictum onder 5.2;

En in zoverre opnieuw rechtdoende:

verbiedt [appellanten ] over te gaan tot tenuitvoerlegging van het tussen partijen gewezen arrest van het Gerechtshof te Leeuwarden d.d. 4 april 2007 in die gevallen waarin auto's van [geïntimeerden ] of van bezoekers van [geïntimeerden ] (langer dan tien minuten) tegenover de uitrit van [appellanten ] op het onverharde gedeelte van de overzijde van de [straat 1 ] (naast de consistorie) geheel geparkeerd staan, achter de denkbeeldige lijn die in het verlengde van de voorgevel van die consistorie richting de hoofdbaan van de [straat 2 ] kan worden getrokken;

bekrachtigt het vonnis waarvan beroep voor het overige;

veroordeelt [appellanten ] in de kosten van het geding in hoger beroep en begroot die aan de zijde van [geïntimeerden ] tot aan deze uitspraak op € 303,-- aan verschotten en € 1.341,-- aan geliquideerd salaris voor de advocaat.

verklaart dit arrest tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

Aldus gewezen door mr. Mollema, voorzitter en mrs. Kuiper en De Hek, raden, en uitgesproken door de rolraadsheer ter openbare terechtzitting van dit hof van dinsdag 23 december 2008 in bijzijn van de griffier.