Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2008:BG2101

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
07-10-2008
Datum publicatie
30-10-2008
Zaaknummer
200.008.275/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof is van oordeel dat [appellant] niet ontvankelijk is in het onderhavige, bij exploot van dagvaarding d.d. 12 juni 2008, ingestelde hoger beroep, zodat aan een inhoudelijke beoordeling van het verzoek tot voeging niet kan worden toegekomen. Het voor de tweede keer tegen hetzelfde vonnis c.q. dezelfde vonnissen door dezelfde partij instellen van hoger beroep is in strijd met de goede procesorde. Het bepaalde in artikel 340 Rv mist toepassing indien er al hoger beroep was ingesteld tegen het vonnis, waartegen (ook) het cassatieberoep was gericht.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen)
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 340
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JIN 2009/54
JIN 2009/84
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Arrest d.d. 7 oktober 2008

Zaaknummer 200.008.275/01

HET GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN

Arrest van de eerste kamer voor burgerlijke zaken in het incident tot voeging wegens verknochtheid in de zaak van:

[appellant],

wonende te [woonplaats appellant],

appellant,

in eerste aanleg: gedaagde,

hierna te noemen: [appellant],

advocaat: mr. J.V. van Ophem te Leeuwarden,

tegen

Vandijke Semo B.V.,

gevestigd te Scheemda,

geïntimeerde,

in eerste aanleg: eiseres,

hierna te noemen: Vandijke,

advocaat: mr. A.H. Lanting te Leeuwarden.

Het geding in eerste instantie

In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in de vonnissen uitgesproken op 20 november 1998, 29 juni 2001, 5 oktober 2005 en 2 augustus 2006 door de rechtbank Groningen.

Het geding in hoger beroep

Bij exploot van 12 januari 2008 is door [appellant] hoger beroep ingesteld van de vonnissen d.d. 29 juni 2001, 5 oktober 2005 en 2 augustus 2006 met dagvaarding van Vandijke tegen de zitting van 25 juni 2008.

De conclusie van de memorie van grieven luidt:

''[...] de vonnissen waarvan beroep te vernietigen en opnieuw rechtdoende de vorderingen van geïntimeerde af te wijzen, althans zodanige beslissing te nemen als Uw Hof in goede justitie zal vermenen te behoren, met veroordeling van geïntimeerde in de kosten van het geding in beide instanties.''

[appellant] heeft tegelijk met de memorie van grieven een incidentele memorie tot voeging ex artikel 222 Rv genomen.

Bij memorie van antwoord in het incident tot voeging is door Vandijke verweer gevoerd tegen de voeging, met als conclusie:

''[...] het verzoek tot voeging van [appellant] af te wijzen, kosten rechtens.''

Tenslotte hebben partijen de stukken overgelegd voor het wijzen van arrest in het incident.

De beoordeling:

1. [appellant] verzoekt voeging van de onderhavige zaak met een eveneens tussen partijen bij het hof aanhangige zaak met rolnummer 107.001.400/01 (nr. 06/00575 oud). Laatstgemelde zaak betreft een appel, ingesteld bij exploot van dagvaarding d.d. 21 augustus 2006, gericht tegen dezelfde vonnissen als het onderhavige appel

De behandeling van deze zaak in appel is bij arrest van dit hof van 17 oktober 2007 voor onbepaalde tijd aangehouden in verband met een separaat door [appellant] ingesteld beroep in cassatie tegen dezelfde vonnissen. Nadat [appellant] in zijn cassatieberoep niet-ontvankelijk was verklaard bij arrest van de Hoge Raad d.d. 21 maart 2008 heeft Vandijke de memorie van antwoord genomen in de bij het hof aanhangige zaak met rolnummer 107.001.400/01. [appellant] heeft vervolgens op 11 juni 2008 een akte genomen, waarna Vandijke een antwoordakte heeft genomen. In die zaak is vervolgens op 23 juli 2008 arrest gevraagd.

2. Het hof is van oordeel dat [appellant] niet ontvankelijk is in het onderhavige, bij exploot van dagvaarding d.d. 12 juni 2008, ingestelde hoger beroep, zodat aan een inhoudelijke beoordeling van het verzoek tot voeging niet kan worden toegekomen. Het voor de tweede keer tegen hetzelfde vonnis c.q. dezelfde vonnissen door dezelfde partij instellen van hoger beroep is in strijd met de goede procesorde. Het bepaalde in artikel 340 Rv mist toepassing indien er al hoger beroep was ingesteld tegen het vonnis, waartegen (ook) het cassatieberoep was gericht.

3. Een andere opvatting botst met het in vaste jurisprudentie neergelegde uitgangspunt dat (incidentele)grieven die na de memorie van grieven/antwoord worden opgeworpen door de appelrechter buiten beschouwing dienen te worden gelaten, tenzij de wederpartij er ondubbelzinnig in heeft toegestemd dat die nadere grief alsnog in de rechtsstrijd zal worden betrokken (zie onder meer HR 1 juli 1988, NJ 1989, 156).

4. Geheel ten overvloede merkt het hof nog op dat de in het onderhavige beroep ontwikkelde grief de ontvankelijkheid van het hoger beroep betreft, zijnde een kwestie die het hof (in de zaak met rolnummer 107.001.400) ambtshalve heeft te toetsen. In zoverre heeft [appellant] ook geen belang bij zijn tweede hoger beroep.

5. [appellant] zal worden veroordeeld in de kosten van deze procedure (salaris advocaat: 0,5 punt tarief II).

Beslissing

Het gerechtshof:

verklaart [appellant] niet ontvankelijk in zijn hoger beroep;

veroordeelt [appellant] in de kosten van deze procedure, tot op heden aan de zijde van Vandijke begroot op € 303,-- voor verschotten en op € 447,-- aan geliquideerd salaris voor de advocaat.

Aldus gewezen door mr Mollema, voorzitter en mrs Kuiper en De Hek, raden, en uitgesproken door de rolraadsheer ter openbare terechtzitting van dit hof van dinsdag 7 oktober 2008 in bijzijn van de griffier.