Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2008:BG1205

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
27-08-2008
Datum publicatie
23-10-2008
Zaaknummer
108.003.689
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Sanctie voor niet stoppen voor rood licht bij een driekleurig verkeerslicht. Beroep op overmacht: betrokkene kon niet meer stoppen voor het rode licht. Bij door verbalisant vermelde geschatte afstand van 20 meter tot de stopstreep is iets meer dan 1 seconde om te reageren en het voertuig te laten stoppen te kort gelet op leerstof van het LSOP. Uitgaan van een geschatte afstand is ook niet juist.

Beroep op overmacht faalt. Art. 68 RVV 1990 is een absoluut gebod. Uitgangspunt is afstand tot het verkeerslicht op moment dat dit geel wordt en niet de afstand tot stopstreep of verkeerslicht op moment dat dit rood wordt. Gemachtigde doet eerst in hoger beroep met zoveel woorden een beroep op overmacht, en heeft niet nader onderbouwd waarom betrokkene redelijkerwijs niet meer kon stoppen voor geel licht.

Wetsverwijzingen
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 9
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 5
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 108.003.689

27 juni 2008

CJIB 89101819549

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam

van 7 augustus 2007

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [adres],

voor wie als gemachtigde optreedt mr.drs. C.M.J.E.P. Meerts, wonende te Beegden.

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam genomen beslissing ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De gemachtigde van de betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. Tevens is verzocht om vergoeding van kosten.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De gemachtigde van de betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Hiervan is geen gebruik gemaakt.

3. Beoordeling

3.1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 130,- opgelegd ter zake van “niet stoppen voor rood licht: driekleurig verkeerslicht”, welke gedraging zou zijn verricht op 12 december 2006 om 18.13 uur in de P.C. Hooftstraat (kruising met de Van Baerlestraat) in Amsterdam met het voertuig met het kenteken [AB-00-AB].

3.2. De gemachtigde van de betrokkene ontkent niet dat de gedraging is verricht, maar voert aan dat de betrokkene niet meer kon stoppen voor het rode licht. Uitgaande van een toegestane maximumsnelheid van 50 km/uur legt een bestuurder 14 meter per seconde af. Bij de door de verbalisant vermelde afstand van 20 meter tot de stopstreep heeft men dan slechts iets meer dan 1 seconde om te reageren én om het voertuig te laten stoppen. Met de overgelegde leerstof is eerder onderbouwd dat dit wel heel erg weinig tijd is. Bovendien kan van de door de verbalisant vermelde afstand niet eens worden uitgegaan omdat dit slechts een geschatte afstand is. In wezen wordt betrokkene daardoor benadeeld in zijn mogelijkheid zich te verweren omdat elk overmachtverweer daarmee onmogelijk wordt gemaakt.

3.3. Het hof heeft de door de gemachtigde van de betrokkene vermelde bijlage uit de leerstof van het LSOP niet bij de stukken aangetroffen. Gelet op hetgeen is aangevoerd en hetgeen hierna zal worden overwogen, kan het hof beslissen zonder daarvan kennis te nemen en zal het dat ook doen.

3.4. De gedraging wordt niet ontkend. Het hof ziet geen aanleiding te twijfelen aan de juistheid van de verklaring van de verbalisant. Het gegeven dat de verbalisant de afstand tot de stopstreep heeft geschat, maakt dat niet anders. Dat is immers een geaccepteerde werkwijze.

3.5. De bij de feitcode behorende gedraging is een overtreding van het voorschrift van artikel 62 in verbinding met artikel 68, eerste lid, aanhef en sub c, Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990).

Artikel 62 RVV 1990 luidt:

"Weggebruikers zijn verplicht gevolg te geven aan de verkeerstekens die een gebod of verbod inhouden."

Artikel 68, eerste lid, aanhef en sub c, RVV 1990 houdt in:

“1. Bij driekleurige verkeerslichten betekent:

a. groen licht: doorgaan;

b. geel licht: stop; voor bestuurders die het teken zo dicht genaderd zijn dat stoppen redelijkerwijs niet meer mogelijk is: doorgaan;

c. rood licht: stop.”

3.6. Gelet op deze bepaling miskent de gemachtigde van de betrokkene met zijn redenering dat voor zover bij het niet stoppen voor rood licht bij een driekleurig verkeerslicht een beroep op overmacht al aan de orde kan komen (het is immers een absoluut gebod), daarbij niet als uitgangspunt dient te worden genomen de afstand tot de stopstreep of het verkeerslicht op het moment dat dit rood licht begint uit te stralen, maar de afstand tot het verkeerslicht op het moment dat dit geel licht begint uit te stralen. Een bestuurder dient immers in beginsel al bij geel licht te stoppen.

3.7. Nu de gemachtigde voor het eerst in hoger beroep met zoveel woorden een beroep op overmacht doet, en op geen enkele wijze nader heeft onderbouwd waarom de betrokkene in dit geval redelijkerwijs niet meer kon stoppen voor geel licht, faalt het beroep op overmacht. Dit klemt temeer nu de betrokkene in zijn beroepschrift van 17 januari 2007 zelf schrijft: "Bewust zal het zeker niet gebeurd zijn, misschien meer dat het gekomen zou zijn vanwege de drukte en dat er gewacht moest worden op het verkeer op de Van Baerlestraat. Het is daar vaak manoeuvreren, zeker met fietsers die zich nergens iets van aantrekken.". Dit ondersteunt bepaald niet het betoog van de gemachtigde dat de betrokkene niet voor rood licht kon stoppen.

3.8. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen.

3.9. Nu de betrokkene in het ongelijk wordt gesteld acht het hof geen termen aanwezig het verzoek tot vergoeding van de proceskosten toe te wijzen.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter.

wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.

Dit arrest is gewezen door mr. Weenink, in tegenwoordigheid van

mr. Van der Heide als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.