Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2008:BE9106

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
20-08-2008
Datum publicatie
25-08-2008
Zaaknummer
107.002.606/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij gebreke aan inschrijving van het exploot van dagvaarding in hoger beroep door [appellante ], heeft [geïntimeerde] de zaak op de rol van de eerst dienende dag, 7 mei 2008, laten inschrijven.

Tegen [appellante ] die niet is verschenen, is verstek verleend.

Op de volgende dienende dag, 4 juni 2008, heeft [geïntimeerde] op de voet van artikel 127, lid 2 Rv. gevorderd om ontslagen te worden van de instantie met veroordeling van [appellante ] in de kosten van het geding in hoger beroep.

Ter voormelde zitting van 4 juni 2008 heeft de rolraadsheer [appellante ] in de gelegenheid gesteld om alsnog procureur te stellen en heeft hij de zaak daartoe aangehouden tot de zitting van 18 juni 2008.

Ter laatstgenoemde zitting heeft [appellante ] geen gebruik gemaakt van de haar als voormeld geboden gelegenheid, terwijl [geïntimeerde] bij zijn genoemde vorderingen heeft volhard. Tevens heeft hij - als overwogen - de stukken overgelegd voor het wijzen van arrest.

Nu is voldaan aan de daartoe in artikel 127 Rv. gestelde eisen, dienen de vorderingen van [geïntimeerde] te worden toegewezen. [geïntimeerde] zal in verband daarmee worden ontslagen van de instantie onder veroordeling van [appellante ] in de kosten van het geding in hoger beroep (tarief II, 0,5 pu

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Arrest d.d. 20 augustus 2008

Zaaknummer 107.002.606/01

HET GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN

Arrest van de derde kamer voor burgerlijke zaken in de zaak van:

[appellante ],

wonende te [land ],

appellante,

in eerste aanleg: eiseres,

hierna te noemen: [appellante ],

procureur: niet verschenen,

tegen

[geïntimeerde],

wonende te [woonplaats],

geïntimeerde,

in eerste aanleg: gedaagde,

hierna te noemen: [geïntimeerde],

procureur: mr. P.R. van den Elst.

Het geding in eerste instantie

In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in de vonnissen uitgesproken op 26 september 2007, 12 december 2007 en 13 februari 2008 door de rechtbank Assen, van welke vonnissen de eerste twee uitsluitend zijn gewezen in het incident tot zekerheidstelling als bedoeld in artikel 224 Rv, terwijl bij het laatste vonnis - hoewel dit vermeldt dat het is gewezen in het incident - [appellante ] tevens niet-ontvankelijk is verklaard in haar vorderingen.

Het geding in hoger beroep

Bij exploot van 15 april 2008 is door [appellante ] hoger beroep ingesteld van de genoemde vonnissen met dagvaarding van [geïntimeerde] tegen de zitting van 10 september 2008.

De conclusie van de dagvaarding in hoger beroep luidt:

" te vernietigen het vonnis van 13 februari 2008 alsmede beide tussenvonnissen van respectievelijk 26 september 2007 en 12 december 2007 onder rolnummer 62130/HA ZA

07-311 gewezen en opnieuw rechtdoende, bij arrest, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, zonodig onder aanvulling en wijziging van de gronden de vorderingen in eerste instanties van appellante alsnog toe te wijzen met veroordeling van geïntimeerde in de kosten van beide instanties".

Bij anticipatie-exploit van 16 april 2008 heeft [geïntimeerde] de roldatum van 10 september 2008 vervroegd tot 7 mei 2008.

Tenslotte heeft [geïntimeerde] de stukken overgelegd voor het wijzen van arrest.

De beoordeling

Bij gebreke aan inschrijving van het exploot van dagvaarding in hoger beroep door [appellante ], heeft [geïntimeerde] de zaak op de rol van de eerst dienende dag, 7 mei 2008, laten inschrijven.

Tegen [appellante ] die niet is verschenen, is verstek verleend.

Op de volgende dienende dag, 4 juni 2008, heeft [geïntimeerde] op de voet van artikel 127, lid 2 Rv. gevorderd om ontslagen te worden van de instantie met veroordeling van [appellante ] in de kosten van het geding in hoger beroep.

Ter voormelde zitting van 4 juni 2008 heeft de rolraadsheer [appellante ] in de gelegenheid gesteld om alsnog procureur te stellen en heeft hij de zaak daartoe aangehouden tot de zitting van 18 juni 2008.

Ter laatstgenoemde zitting heeft [appellante ] geen gebruik gemaakt van de haar als voormeld geboden gelegenheid, terwijl [geïntimeerde] bij zijn genoemde vorderingen heeft volhard. Tevens heeft hij - als overwogen - de stukken overgelegd voor het wijzen van arrest.

Nu is voldaan aan de daartoe in artikel 127 Rv. gestelde eisen, dienen de vorderingen van [geïntimeerde] te worden toegewezen. [geïntimeerde] zal in verband daarmee worden ontslagen van de instantie onder veroordeling van [appellante ] in de kosten van het geding in hoger beroep (tarief II, 0,5 punt).

De beslissing

Het gerechtshof:

ontslaat [geïntimeerde] van de instantie;

veroordeelt [appellante ] in de kosten van het geding in hoger beroep en begroot deze tot nu aan de zijde van [geïntimeerde] op € 1.148,--- wegens verschotten en op € 447,-- wegens salaris voor de procureur.

Aldus gewezen door mrs. Streppel, voorzitter, Mollema en Verschuur, raden,

en uitgesproken door de rolraadsheer ter openbare terechtzitting van dit hof van woensdag 20 augustus 2008 in bijzijn van de griffier.