Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2008:BE9009

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
26-06-2008
Datum publicatie
22-10-2008
Zaaknummer
108.004.348
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Proceskostenveroordeling
Inhoudsindicatie

De kantonrechter heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat geen (geldige) machtiging is overgelegd.

De gemachtigde had overeenkomstig het bepaalde in artikel 6:6 Awb in de gelegenheid moeten worden gesteld het verzuim te herstellen. Nu dat niet is gebeurd, is het beroep ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. Volgt vernietiging beslissing kantonrechter, terugwijzing naar de rechtbank en vergoeding van in hoger beroep gemaakte kosten van rechtsbijstand met toepassing van de wegingsfactor 0,25 ( zeer licht ).

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht 2:1
Algemene wet bestuursrecht 6:6
Besluit proceskosten bestuursrecht 1
Besluit proceskosten bestuursrecht 2
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 13a
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 20d
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 108.004.348

26 juni 2008

CJIB 89104138503

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank Maastricht

van 31 januari 2008

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [woonplaats],

voor wie als gemachtigde optreedt mr. drs. C.M.J.E.P. Meerts, kantoorhoudende te Beegden.

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie in het arrondissement Maastricht genomen beslissing niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De gemachtigde van de betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. Hierbij is verzocht om vergoeding van kosten.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen. Hiervan is geen gebruik gemaakt.

3. Beoordeling

3.1. De kantonrechter heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat van de zijde van de betrokkene geen (geldige) machtiging is overgelegd.

3.2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat hij bij zijn brief van

14 december 2007 een machtiging heeft overgelegd. Indien de kantonrechter van oordeel was dat deze machtiging niet aan alle daaraan te stellen eisen voldeed, dan had hij hem in de gelegenheid moeten stellen het verzuim te herstellen.

3.3. Het hof stelt het volgende voorop. Indien een ander dan de betrokkene beroep instelt, zal de kantonrechter overeenkomstig het bepaalde in artikel 2:1, tweede lid, Algemene wet bestuursrecht (Awb) van degene die het heeft ingesteld een schriftelijke machtiging kunnen verlangen. Wordt de gevraagde machtiging niet verstrekt, dan kan ingevolge het bepaalde in artikel 6:6 Awb het beroep niet-ontvankelijk worden verklaard, mits de indiener van het beroep de gelegenheid heeft gehad het verzuim te herstellen binnen een hem daartoe gestelde termijn.

3.4. Bij de stukken van het geding bevindt zich een door de gemachtigde uit eigen beweging overgelegde machtiging. Wat er ook zij van de geldigheid van deze machtiging, de kantonrechter had de gemachtigde van de betrokkene in ieder geval in de gelegenheid moeten stellen het door hem geconstateerde verzuim te herstellen binnen een daartoe gestelde termijn.

3.5. Nu de gemachtigde niet overeenkomstig het bepaalde in artikel 6:6 Awb in de gelegenheid is gesteld het verzuim te herstellen, is het hof van oordeel dat de kantonrechter het beroep ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter daarom vernietigen. Aangezien de kantonrechter de zaak niet inhoudelijk heeft behandeld, zal het hof de zaak terugwijzen naar de kantonrechter van rechtbank Maastricht.

3.6. Aangezien de beslissing van de kantonrechter wordt vernietigd, acht het hof termen aanwezig om de in hoger beroep gemaakte kosten te vergoeden. De kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand in hoger beroep komen voor vergoeding in aanmerking, berekend als volgt: voor het hoger beroepschrift 1 punt met toepassing van de wegingsfactor 0,25 ( zeer licht ). Het hof zal derhalve de advocaat-generaal veroordelen tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van ( 1x € 322 x 0,25 = ) € 80,50.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de bestreden beslissing en wijst de zaak terug naar de rechtbank Maastricht ter behandeling en beslissing met inachtneming van dit arrest;

veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene, ter hoogte van € 80,50 en bepaalt dat dit dient te geschieden door overmaking van dit bedrag op rekeningnummer [nummer] ten name van Meerts te Beegden.

Dit arrest is gewezen door mr. Dijkstra, in tegenwoordigheid van mr. Samplonius als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.