Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2008:BD9671

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
08-08-2008
Datum publicatie
08-08-2008
Zaaknummer
24-001032-07
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2009:BI5746, (Gedeeltelijke) vernietiging met terugwijzen
Conclusie in cassatie: ECLI:NL:PHR:2009:BI5746
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft een 13-jarig meisje verkracht door haar een tongzoen te geven. Op de kleding van het slachtoffer aangetroffen sporen leveren onvoldoende betrouwbare DNA-identificatie van verdachte op. Overig bewijsmateriaal draagt veroordeling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-001032-07

Parketnummer eerste aanleg: 17-880386-06

Arrest van 8 augustus 2008 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Leeuwarden van

19 april 2007 in de strafzaak tegen:

[verdachte]

[geboortedatum]

[woonplaats]

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman mr. T. van der Goot, advocaat te Leeuwarden.

Het vonnis waarvan beroep

De rechtbank Leeuwarden heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf, heeft een beslissing genomen over de vordering van de benadeelde partij en heeft een maatregel opgelegd, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De officier van justitie en de verdachte zijn op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep van 4 december 2007, 1 februari 2008, 16 april 2008, 13 juni 2008 en 1 augustus 2008, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte ten aanzien van het primair ten laste gelegde zal veroordelen tot een gevangenisstraf van 42 maanden, de vordering van de benadeelde partij zal toewijzen tot een bedrag van € 2.455,93, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, en ten aanzien van het beslag zal beslissen zoals de rechtbank heeft gedaan. Tevens heeft de advocaat-generaal gevorderd dat de schorsing van de voorlopige hechtenis van verdachte zal worden opgeheven.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 21 december 2006 bij [plaatsnaam] en/of Dokkum, (althans) in de gemeente Dongeradeel, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) (de minderjarige) [slachtoffer] (geboren op 30 december 1992) heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte (onder meer)

- die [slachtoffer] zijn, verdachtes, penis doen vastpakken en/of

- die [slachtoffer] zogenoemd getongzoend, in elk geval zijn, verdachtes, tong in het

lichaam, te weten de mond, van die [slachtoffer] gebracht/geduwd en/of

- over de bedekte vagina, althans het kruis, van die [slachtoffer] gewreven, althans

die/dat bedekte vagina/kruis, van die [slachtoffer] betast en/of

- zijn, verdachtes, penis tussen de ontblote billen van die [slachtoffer] gedaan en/of

heen- en weergaande bewegingen gemaakt tussen die ontblote billen van die [meisje] en zodoende met zijn, verdachtes, penis (telkens) tegen de vagina van die

[slachtoffer] geduwd, in elk geval de vagina van die [slachtoffer] (telkens)

aangeraakt,

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte

- die [slachtoffer] (die in de richting van Dokkum fietste) (van achter) heeft benaderd

en/of (vervolgens)

- die [slachtoffer] bij het lichaam en/of de kleding heeft vastgepakt en/of (vervolgens)

- die [slachtoffer] de woorden heeft toegevoegd: "Zie je dit" en/of (daarbij/vervolgens)

opzettelijk dreigend een (op een) mes (gelijkend voorwerp) voor het hoofd van die

[slachtoffer] heeft gehouden, in elk geval een (op een) mes (gelijkend voorwerp)

heeft getoond en/of (vervolgens)

- die [slachtoffer] dreigend de woorden heeft toegevoegd: "Als je niet doet wat ik zeg

of je gaat schreeuwen of huilen, dan snijd ik je strot door", althans woorden van

gelijke dreigende aard of strekking, en/of (vervolgens)

- die [slachtoffer] een (op een) mes (gelijkend voorwerp) voor en/of tegen de borst

heeft gehouden en/of (daarbij) die [slachtoffer] de woorden heeft toegevoegd: "Hou

nou op, want anders steek ik je door" en/of (vervolgens)

- die [slachtoffer] een hand voor/tegen de mond heeft gehouden en/of (vervolgens)

- die [slachtoffer] onder bedreiging van dat (op een) mes (gelijkend voorwerp) heeft

meegenomen naar een verder op gelegen plaats en/of (vervolgens)

- die [slachtoffer] (gedeeltelijk) naar de grond heeft geduwd en/of (vervolgens)

- die [slachtoffer] op gebiedende en/of dwingende toon de woorden heeft toegevoegd:

"Ik wil dat je mij pijpt", althans woorden van gelijke aard of strekking, en/of

(vervolgens)

- die [slachtoffer] zodanig heeft geduwd dat zij op haar rug kwam te liggen en/of

(vervolgens)

- met een knie op de keel/hals van die [slachtoffer] heeft geduwd/gedrukt en/of

(vervolgens)

- op gebiedende en/of dwingende toon tegen die [slachtoffer] heeft gezegd dat zij op

haar buik moest gaan liggen en/of (vervolgens)

- de broek en/of onderbroek van die [slachtoffer] naar beneden heeft

getrokken/gedaan, althans gedeeltelijk heeft uitgetrokken/uitgedaan en/of

(aldus) voor die [slachtoffer] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

subsidiair zo het vorenstaande niet mocht leiden tot schuldigverklaring van en strafoplegging aan verdachte,

hij op of omstreeks 21 december 2006 bij Oostrum en/of Dokkum, (althans) in de gemeente Dongeradeel, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) (de minderjarige) [slachtoffer] (geboren op 30 december 1992) te dwingen tot het ondergaan van een of meerdere handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte (onder meer)

- die [slachtoffer] (die in de richting van Dokkum fietste) (van achter) benaderd

en/of (vervolgens)

- die [slachtoffer] bij het lichaam en/of de kleding vastgepakt en/of (vervolgens)

- die [slachtoffer] de woorden toegevoegd: "Zie je dit" en/of (daarbij/vervolgens)

opzettelijk dreigend een (op een) mes (gelijkend voorwerp) voor het hoofd van die

[slachtoffer] gehouden, in elk geval een (op een) mes (gelijkend voorwerp)

getoond en/of (vervolgens)

- die [slachtoffer] dreigend de woorden toegevoegd: "Als je niet doet wat ik zeg

of je gaat schreeuwen of huilen, dan snijd ik je strot door", althans woorden van

gelijke dreigende aard of strekking, en/of (vervolgens)

- die [slachtoffer] een (op een) mes (gelijkend voorwerp) voor en/of tegen de borst

gehouden en/of (daarbij) die [slachtoffer] de woorden toegevoegd: "Hou

nou op, want anders steek ik je door" en/of (vervolgens)

- die [slachtoffer] een hand voor/tegen de mond gehouden en/of (vervolgens)

- die [slachtoffer] onder bedreiging van dat (op een) mes (gelijkend voorwerp)

meegenomen naar een verder op gelegen plaats en/of (vervolgens)

- die [slachtoffer] (gedeeltelijk) naar de grond geduwd en/of (vervolgens)

- die [slachtoffer] op gebiedende en/of dwingende toon de woorden toegevoegd:

"Ik wil dat je mij pijpt", althans woorden van gelijke aard of strekking, en/of

(vervolgens)

- tegen die [slachtoffer] gezegd dat verdachte haar zou verkrachten wanneer zij die

seksuele handeling(en) niet zou verrichten en/of (vervolgens)

- die [slachtoffer] zijn, verdachtes, penis doen vastpakken en/of (vervolgens)

- die [slachtoffer] zodanig heeft geduwd dat zij op haar rug kwam te liggen en/of

(vervolgens)

- met een knie op de keel/hals van die [slachtoffer] geduwd/gedrukt en/of (vervolgens)

- die [slachtoffer] zogenoemd getongzoend, in elk geval zijn, verdachtes, tong in het

lichaam, te weten de mond, van die [slachtoffer] gebracht/geduwd en/of

- over de bedekte vagina, althans het kruis, van die [slachtoffer] gewreven, althans

die/dat bedekte vagina/kruis, van die [slachtoffer] betast en/of

- op gebiedende en/of dwingende toon tegen die [slachtoffer] gezegd dat zij op

haar buik moest gaan liggen en/of (vervolgens)

- de broek en/of onderbroek van die [slachtoffer] naar beneden

getrokken/gedaan, althans gedeeltelijk uitgetrokken/uitgedaan en/of

- zijn, verdachtes, penis tussen de ontblote billen van die [slachtoffer] gedaan en/of

heen- en weergaande bewegingen gemaakt tussen die ontblote billen van die [meisje] en zodoende met zijn, verdachtes, penis (telkens) tegen de vagina van die

[slachtoffer] geduwd, in elk geval de vagina van die [slachtoffer] (telkens)

aangeraakt,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

meer subsidiair zo het vorenstaande niet mocht leiden tot schuldigverklaring van en strafoplegging aan verdachte

hij op of omstreeks 21 december 2006 bij Oostrum en/of Dokkum, (althans) in de gemeente Dongeradeel, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) (de minderjarige) [slachtoffer] (geboren op 30 december 1992) heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), hebbende verdachte (onder meer)

- die [slachtoffer] (die in de richting van Dokkum fietste) (van achter) benaderd

en/of (vervolgens)

- die [slachtoffer] bij het lichaam en/of de kleding vastgepakt en/of (vervolgens)

- die [slachtoffer] de woorden toegevoegd: "Zie je dit" en/of (daarbij/vervolgens)

opzettelijk dreigend een (op een) mes (gelijkend voorwerp) voor het hoofd van die

[slachtoffer] gehouden, in elk geval een (op een) mes (gelijkend voorwerp)

getoond en/of (vervolgens)

- die [slachtoffer] dreigend de woorden toegevoegd: "Als je niet doet wat ik zeg

of je gaat schreeuwen of huilen, dan snijd ik je strot door", althans woorden van

gelijke dreigende aard of strekking, en/of (vervolgens)

- die [slachtoffer] een (op een) mes (gelijkend voorwerp) voor en/of tegen de borst

gehouden en/of (daarbij) die [slachtoffer] de woorden toegevoegd: "Hou

nou op, want anders steek ik je door" en/of (vervolgens)

- die [slachtoffer] een hand voor/tegen de mond gehouden en/of (vervolgens)

- die [slachtoffer] onder bedreiging van dat (op een) mes (gelijkend voorwerp)

meegenomen naar een verder op gelegen plaats en/of (vervolgens)

- die [slachtoffer] (gedeeltelijk) naar de grond geduwd en/of (vervolgens)

- die [slachtoffer] op gebiedende en/of dwingende toon de woorden toegevoegd:

"Ik wil dat je mij pijpt", althans woorden van gelijke aard of strekking, en/of

(vervolgens)

- tegen die [slachtoffer] gezegd dat verdachte haar zou verkrachten wanneer zij die

seksuele handeling(en) niet zou verrichten en/of (vervolgens)

- die [slachtoffer] zijn, verdachtes, penis doen vastpakken en/of (vervolgens)

- die [slachtoffer] zodanig geduwd dat zij op haar rug kwam te liggen en/of

(vervolgens)

- met een knie op de keel/hals van die [slachtoffer] geduwd/gedrukt en/of (vervolgens)

- die [slachtoffer] zogenoemd getongzoend, in elk geval zijn, verdachtes, tong in het

lichaam, te weten de mond, van die [slachtoffer] gebracht/geduwd en/of

- over de bedekte vagina, althans het kruis, van die [slachtoffer] gewreven, althans

die/dat bedekte vagina/kruis, van die [slachtoffer] betast en/of

- op gebiedende en/of dwingende toon tegen die [slachtoffer] gezegd dat zij op

haar buik moest gaan liggen en/of (vervolgens)

- de broek en/of onderbroek van die [slachtoffer] naar beneden

getrokken/gedaan, althans gedeeltelijk uitgetrokken/uitgedaan en/of

- zijn, verdachtes, penis tussen de ontblote billen van die [slachtoffer] gedaan en/of

heen- en weergaande bewegingen gemaakt tussen die ontblote billen van die [meisje] en zodoende met zijn, verdachtes, penis (telkens) tegen de vagina van die

[slachtoffer] geduwd, in elk geval de vagina van die [slachtoffer] (telkens)

aangeraakt.

Bewijsmiddelen

1. De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van de rechtbank d.d. 5 april 2007, - zakelijk weergegeven - onder meer inhoudende:

Ik reed op 21 december 2006 in een witte auto met een grijs voorwerp op het dak, te weten een pvc-buis. Er zit een sticker op de motorkap van mijn auto. Ik ben de enige die in die auto rijd. Op 21 december 2006 heeft niemand anders van die auto gebruik gemaakt dan ik. De buurt waar de verkrachting heeft plaatsgevonden is mij bekend, omdat ik in die buurt werkzaam ben geweest.

Ik had op 21 december 2006 een zwarte broek aan en een witte trui. Aan mijn voeten droeg ik sportschoenen. Die dag had ik stoppels op mijn gezicht.

2. De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van het hof d.d. 13 juni 2008, - zakelijk weergegeven - onder meer inhoudende:

Ten aanzien van het opgegeven signalement kan ik u zeggen dat ik mijn haar op 21 december 2006 net zo droeg als ik het nu draag. Ik heb kort, zwart haar en heb een donkere huidskleur. Ik ben 1.75/1.76 meter lang. Ik was in die tijd op de bouwplaats werkzaam als stukadoor. Mortelzakken worden gebruikt door een stukadoor.

3. Een proces-verbaal, nr. 21122006-AH-015, d.d. 27 december 2006, op ambtsbelofte/ambtseed opgemaakt door [verbalisant 1], brigadier van politie, [verbalisant 2] brigadier van politie, en [verbalisant 3] buitengewoon opsporingsambtenaar, allen werkzaam bij Politie Fryslân ( pagina 318 e.v. ) hetwelk - zakelijk weergegeven - onder meer inhoudt:

Als verklaring van [slachtoffer], afgelegd d.d. 21 december 2006:

Ik ben geboren op 30 december 1992.

Ik stapte vanmorgen op de fiets om naar school te gaan. Toen ging ik het fietspad op. Toen in één keer kwam er een man achter mij aan en die pakte mij vast. Hij deed zijn hand voor mijn mond en zei: "Zie je dit." Hij praatte Nederlands, zonder accent of zo. Hij had een mes in de hand. Ik zei: "Ja, ik zie het." Hij zei: "Als je niet doet wat ik zeg of je begint opeens te schreeuwen of zo, dan snijd ik je de keel door." Hij zei: "Meekomen!" Ik had de fiets aan de hand, de tas op de rug toen ben ik met hem meegelopen. Toen zijn we een stukje het Jaachpad opgelopen. Even later moest ik mijn fiets neerleggen en moest ik nog een stuk met hem meelopen. Toen haalde hij eerst zijn piemel door de gulp van zijn broek. Hij zei: "Ik wil dat je mij pijpt." Ik zei: "Nee, dat doe ik niet." Toen zei hij: "Ik kan het ook op een andere manier doen, ik kan je ook verkrachten." Nou ja, dat heeft hij dus geprobeerd. Hij is mij aan het tongzoenen geweest. Hij heeft geprobeerd mij te vingeren. Even later voelde ik allemaal warme druppeltjes op mijn rug. Ik denk dat hij toen een zaadlozing had. Toen heeft hij mijn onderbroek doorgesneden, daar heeft hij het mee afgeveegd. Ik ben blijven liggen en toen is hij weggelopen. Toen hoorde ik even later een auto wegrijden. Hij had iets van een wit shirt met lange mouwen aan en een donkere broek. Ik weet ook dat het een donkere man is. Hij heeft volgens mij stoppels en heel kort haar. Toen hij wegreed, heb ik geprobeerd te zien of er iets op de auto stond of zo. Voor mijn gevoel lag er iets op het dak, een ladder of zo. Toen hij wilde dat ik hem pijpte, moest ik zijn piemel vastpakken. Dat heb ik toen ook gedaan. Toen heb ik nog geprobeerd te ontsnappen, maar dat lukte mij niet. Toen duwde hij mij op de grond. Hij had zijn knie hier zo gehad (opm. verbalisant: slachtoffer wijst met haar hand naar haar keel). Ik kon me niet los krijgen.

Hij had een mes. Even later zag ik dat hij het mes hier zo had (opm. verbalisant: [voornaam slachtoffer] wijst dan op haar borst). Toen begon ik een beetje te schreeuwen en te huilen en toen zei hij: "Hou nou op, want anders steek ik je door," want toen had hij het mes hier (opm. verbalisant: [voornaam slachtoffer] wijst dan naar haar borst).

Ik moest op mijn knieën. Hij duwde mij. Ik moest zijn piemel vastpakken en hem pijpen. Hij duwde mij op de grond, op de rug en toen wilde hij me eerst zoenen en toen zei hij: "Tong naar buiten." Toen ben ik met hem aan het tongzoenen geweest. Toen heeft hij met zijn hand in mijn kruis zitten wrijven en zo. Toen heeft hij geprobeerd mijn broek los te krijgen. Dat lukt niet. Ik draaide en probeerde me los te krijgen. Toen had hij zijn knie hier (slachtoffer wijst naar haar keel) en kon ik haast geen lucht meer krijgen en ik kon ook niet meer wegdraaien of zo. Hij zat met zijn knieën over mij heen. Met aan elke kant van mijn lichaam een knie. Toen begon hij eerst mijn mond te kussen en toen zei hij: "Tong naar buiten" en toen deed ik de tong naar buiten en toen zijn we aan het tongzoenen geweest. Ik vond het vies. Hij zei: "Nou draai je maar om op je buik." Dus ik ging op mijn buik liggen en toen scheurde hij mijn broek naar beneden. Toen deed hij mijn onderbroek naar beneden. Toen heeft hij volgens mij eerst nog aan mijn kont zitten voelen en toen ging hij boven op me liggen en toen probeerde hij bij me naar binnen te komen. Hij probeerde zijn penis in mijn vagina te krijgen. Ik voelde zijn piemel tussen mijn billen. Ik heb die piemel tegen mijn vagina aan gehad. Die piemel ging heen en weer en zo. In één keer voelde ik warme drupjes op mijn rug, net boven mijn bilspleet. Ik denk dat hij toen klaar kwam. Hij kreunde wat. Toen sneed hij mijn onderbroek los en daar heeft hij het mee afgeveegd. Toen zei hij: "Liggen blijven op de buik" en toen bleef ik liggen en toen hoorde ik hem in één keer wegrennen. En die onderbroek heeft hij waarschijnlijk meegenomen, want die hebben we ook niet meer teruggevonden. Ik had een roze slip aan. Volgens mij stond er iets op.

Ik hoorde hem wegrennen. Ik lag op mijn buik en heb gekeken. In één keer zag ik een auto van het parkeerplaatsje afrijden. Volgens mij zat er een ladder op.

Hij was ongeveer 1.75 meter lang. Hij was donker van huidskleur. Hij had zijn haar heel erg kort. Net niet kaal, het was nog wel zwart. Ik zag dat hij wat stoppeltjes had op zijn kin/wangen. Volgens mij reed hij in een witte Caddy met een ladder, het kan ook een balk zijn geweest, op het dak. Hij wreef met zijn hand over mijn kruis, over de broek heen. Hij heeft het ook over mijn onderbroek heen gedaan. Hij probeerde met zijn vingers bij mijn vagina te komen. Aan zijn stem te horen, was hij begin 30. Zijn stem was gewoon, wat streng.

4. Een proces-verbaal, nr. 2006125901, d.d. 9 januari 2007 op ambtseed opgemaakt door [verbalisant 1] voornoemd, en [verbalisant 4] rechercheassistent bij de Regiopolitie Fryslân, (pagina 360 e.v.) hetwelk - zakelijk weergegeven - onder meer inhoudt:

Als verklaring van [slachtoffer], afgelegd d.d. 28 december 2006:

Ik ben tussen twintig voor acht en tien voor acht van huis in Oostrum gegaan die morgen. Het groepje vertrekt normaal gesproken om twintig voor acht richting Dokkum. Het groepje was er niet meer en toen ben ik doorgefietst. Ik fietste over het fietspad langs de grote weg (het hof begrijpt: de Tichelwei). De man over wie ik eerder heb verklaard had een donkere kleur broek aan. Hij had zich niet geschoren. Hij had een mes bij zich. Hij zei: "Als je niet doet wat ik zeg of jij begint ineens te schreeuwen of om hulp te roepen of zo, dan snijd ik je de strot door." Toen hij mij voor het eerst vast pakte, kwam hij van achter, van de Jaachpad kant.

Hij stak zijn tong bij mij in de mond. Op het dak van de auto zat een ladder of een buis of zo.

5. Een proces-verbaal, nr. 21122006-A-003, d.d. 22 december 2006 op ambtseed/ambtsbelofte opgemaakt door [verbalisant 5]] brigadier van politie, en [verbalisant 6] brigadier van politie, beiden werkzaam bij Regiopolitie Fryslân ( pagina 416 e.v.), hetwelk - zakelijk weergegeven - onder meer inhoudt:

Als verklaring van [moeder], afgelegd d.d. 22 december 2006:

Ik ben de wettelijke vertegenwoordiger van [naam dochter] [voornaam slachtoffer] is mijn thuiswonende dochter van thans 13 jaar. Ik doe aangifte van verkrachting, aanranding, wederrechtelijke vrijheidsberoving van mijn dochter [voornaam slachtoffer] gepleegd op donderdag 21 december 2006 te Oostrum. [voornaam slachtoffer] is afgelopen donderdag 21 december om 7:50 uur van huis vertrokken. Omstreeks 08.05 uur kwam [voornaam slachtoffer] weer thuis. Ik hoorde dat [voornaam slachtoffer] overstuur was. Ze zei: "Ik ben door een man verkracht/aangerand."

6. Een proces-verbaal, nr. 21122006-A-003-01, d.d. 27 december 2006 op ambtseed opgemaakt door [verbalisant 5]] voornoemd, (pagina 419 e.v.) hetwelk - zakelijk weergegeven - onder meer inhoudt:

Als verklaring van [moeder], afgelegd d.d. 27 december 2006:

[voornaam slachtoffer] kwam omstreeks 08:05 weer thuis en was overstuur. [voornaam slachtoffer] vertelde mij dat:

- ze was bedreigd met een mes;

- ze opdracht van de man had gekregen om hem te pijpen;

- ze op haar buik moest gaan liggen;

- ze moest tongzoenen met de man;

- haar broek en onderbroek naar beneden werd gedaan;

- de man zijn penis tussen haar billen had gedaan;

- na het gebeurde haar slipje weg was.

U hebt mij een foto van het in beslag genomen slipje laten zien. Het slipje is samen met een topje als set gekocht. Het topje had ik nog thuis liggen en heb ik aan de politie afgegeven.

7. Een proces-verbaal, nr. 111006-G-001, d.d. 21 december 2006 op ambtseed/belofte opgemaakt door [verbalisant 5]] voornoemd en [verbalisant 7] verbalisant bij Regiopolitie Fryslân, ( pagina 427 e.v.) hetwelk - zakelijk weergegeven - onder meer inhoudt:

Als verklaring van [getuige 1] afgelegd d.d. 21 december 2006:

Op donderdag 21 december 2006 te 08:00 uur, ben ik op mijn fiets van huis, in [plaatsnaam] naar school gefietst. Ik weet dat het klokslag 8 uur was, want toen ik buiten stond, hoorde ik de kerkklok van het dorp 8 uur slaan. Ik fiets iedere dag alleen naar school te Dokkum. Ik doe er normaal ongeveer 10 minuten over om van huis naar school te fietsen. Ik fiets altijd van huis via de Mellemawei naar de Tichelwei en vervolgens in de richting van Dokkum. Ik reed vanmorgen over de Tichelwei, toen ik op de picknickplaats een witte bestelauto zag staan. Ik vond dit vreemd, want ik zie de laatste tijd hier nooit meer een auto staan. Meteen draaide de auto en reed weg. Het betrof een witte bestelauto. Wat mij opviel was dat deze auto op de motorkap was voorzien van een rode sticker. Verder is mij nog opgevallen dat deze auto was voorzien van een soort dakdragers waar iets op gemonteerd kan worden. Ik denk dat ik deze auto om 08:05 uur gezien heb.

8. Een proces-verbaal, nr. 21122006-AH-020-009, d.d. 14 januari 2007 op ambtsbelofte opgemaakt door [verbalisant 8] brigadier van politie/ senior medewerker opsporing techniek, werkzaam bij Politie Fryslân, (pagina 198 e.v.) hetwelk - zakelijk weergegeven - onder meer inhoudt:

Als verklaring van verbalisant:

Op vrijdag 22 december 2006 vond er een zoeking plaats op de werkplek van verdachte [naam verdachte]. Dit betrof een in aanbouw zijnde woning, gelegen tussen de percelen Tichelwei 18 en 20 te Oostrum. Samen met de brigadier van politie J. Venema en zijn teamleden stelde ik een onderzoek in in deze woning en bouwkeet. Omstreeks 19:05 uur meldde een van de teamleden, [naam teamlid], dat hij iets roze had aangetroffen in een van de mortelzakken, afkomstig uit een van de grote doorzichtige plastic zakken uit de bijkeuken. Ik zag dat uit de open mortelzak, die de collega [naam teamlid] vasthield, een roze stukje stof (textiel) stak. Deze mortelzak waarin een roze stukje stof werd aangetroffen, zat nagenoeg onderin de doorzichtige plastic zak. Ik zag dat deze roze stof bedekt was met een laagje mortel. Ik zag dat deze mortel op enkele plaatsen donkerder van kleur was. Verder zag ik dat het een witte papieren zak was, met het opschrift: Digo products, mortel 13 kg, waar het stukje roze stof in aan was getroffen. Ook zag ik dat deze mortelzak ongeveer in het midden opengesneden of gescheurd was.

Ik stelde het roze stukje stof veilig onder SVO nr: 63659 (DNA nr: AGH926).

Bij het veiligstellen van dit roze stukje stof bemerkte ik dat een gedeelte van deze stof achter een van de naar binnen gevouwen flappen in de papieren mortelzak zat. Bij het verpakken van het roze stukje stof zag ik dat het om een roze slip ging zoals door het slachtoffer omschreven.

Bij het verder verpakken van deze roze stof, in de DNA-onderzoekruimte van de Unit Forensische Opsporing Techniek, zag ik dat het om een roze slip ging, maat 176 en met het opschrift in donkerder roze: 06 Athletic girl. Ik zag dat de zijkanten van de slip niet meer aan elkaar zaten. Deze waren kennelijk met een scherp voorwerp van elkaar gescheiden.

9. Een proces-verbaal, nr. 21122006-AH-020-008, d.d. 26 december 2006 op ambtseed opgemaakt door [verbalisant 9] brigadier van politie/ technisch rechercheur, werkzaam bij het TGO Delta bij de Politie Fryslân, ( pagina 194 e.v.) hetwelk - zakelijk weergegeven - onder meer inhoudt:

Als verklaring van verbalisant:

In het bureau van politie te Dokkum toonde ik op een beeldscherm de in dit proces-verbaal opgenomen foto's no. 1 en 2 van het door Fokker veiliggestelde slipje SVO nr. 63659 aan [naam moeder] Nadat ik haar de foto's had getoond, verklaarde [getuige 2] dat het op de foto zichtbare slipje qua model en kleur het slipje van haar dochter kon zijn. Voorts verklaarde zij dat het slipje volgens haar deel uitmaakte van een setje. Zij zou thuis kijken of ze het bijbehorende bovenstukje (topje) kon vinden. Daar moest volgens haar dezelfde opdruk op staan. Kort nadat [getuige 2] thuis was gekomen belde zij de familie-rechercheur met de mededeling dat zij het bedoelde topje had gevonden. Deze heeft het topje direct opgehaald en overgedragen aan de brigadier R. [verbalisantbalisant 9]. Op 25 december 2006 ontving ik het bedoelde topje (SVO 63679) uit handen van [verbalisantbalisant 9]. Ik zag dat het een roze topje, maat 176 was met een overeenkomstige opdruk als zichtbaar was op het slipje SVO 63659.

10. Een geschrift, zijnde een deskundigenverslag, d.d. 11 januari 2008, opgemaakt door prof. dr. P. de Knijff, vast beëdigd gerechtelijk DNA deskundige, hoofd FLDO en

drs. T. Kraaijenbrink, DNA deskundige in opleiding, inhoudende een DNA onderzoek

- zakelijk weergegeven - onder meer inhoudende (hofordner, tabblad FLDO):

Op 7 februari 2007 werd onder andere het volgende monster ontvangen: AGH926#1 (extract bemonstering slip). In dit spoor werd een gemengd DNA profiel, afkomstig van minimaal twee personen aangetroffen. Het DNA profiel van het slachtoffer (REV722) past volledig binnen dit gemengde DNA profiel. Vrijwel alle DNA kenmerken welke wij betrouwbaar en reproduceerbaar hebben aangetroffen in het spoor AGH926#1 komen volledig overeen met het slachtoffer.

Bewijsoverweging

Aan de bewezenverklaring liggen allereerst ten grondslag de verklaringen van het slachtoffer. Die verklaringen maken een betrouwbare indruk omdat deze helder en consistent zijn en bevestiging vinden in verklaringen van anderen en in sporenmateriaal. Op grond van die verklaringen kan tot uitgangspunt worden genomen dat het slachtoffer op 21 december 2006 met geweld en onder bedreiging van geweld door een man is gedwongen tot seksueel contact, daaronder begrepen het met zijn tong binnendringen in de mond van het slachtoffer.

Het slachtoffer heeft, nu enige vorm van confrontatie niet heeft plaatsgevonden, verdachte nimmer aangewezen als dader. Getuigen die het bewezenverklaarde feit hebben zien plegen zijn er niet. Geen van de uitgevoerde DNA-onderzoeken heeft verdachte met de vereiste mate van zekerheid kunnen aanwijzen als donor van celmateriaal dat is aangetroffen op kledingstukken van het slachtoffer. Verdachte heeft het feit nimmer bekend. Bewijsmiddelen waarin verdachte rechtstreeks wordt aangewezen als dader ontbreken dan ook. Dat betekent dat het hof moet beoordelen of de overige, niet als rechtstreeks bewijs in vorenstaande zin aan te duiden, in bewijsmiddelen vervatte feiten en omstandigheden buiten redelijke twijfel stellen dat verdachte de dader is.

Voor een bewezenverklaring zou geen plaats zijn indien verdachte een alibi heeft. Door de verdediging is betoogd dat uit het dossier kan worden afgeleid dat verdachte reeds op zijn werk was aangekomen toen het feit werd gepleegd. Dat is echter niet aannemelijk geworden. Op grond van de verklaringen van het slachtoffer en haar moeder kan ervan worden uitgegaan dat het slachtoffer omstreeks 07.45 uur per fiets van huis is gegaan en omstreeks 08.05 uur weer op de fiets thuis kwam. De fietsafstand tussen het huis van het slachtoffer en de plaats waar zij werd vastgepakt is ongeveer 6 minuten (dossierpagina 949). Dat betekent dat het delict moet hebben plaats gevonden tussen omstreeks 07.51 en 07.59 uur.

Er zijn [getuigenverklaringen]] waarin te lezen valt dat verdachte reeds voor 08.00 uur op zijn werk was. Die verklaringen zijn echter onvoldoende betrouwbaar om de conclusie te kunnen dragen dat zulks daadwerkelijk het geval was. Zo valt allereerst op dat getuige [getuige 3] (dossierpagina 565) verklaart dat zijn collega's (waaronder verdachte) en hij officieel om 07.30 uur moeten beginnen. Nu in die verklaring en die van de collega's wordt vermeld dat pas na 07.30 uur feitelijk werd begonnen valt niet uit te sluiten dat de getuigen er belang bij hadden dit te late begin zo minimaal mogelijk te doen zijn. De tijdwaarnemingen van de getuigen zijn bovendien niet erg nauwkeurig. Zo verklaart getuige [getuige 5] dat hij verdachte heeft zien arriveren. "Dit was volgens mij voor 08.00 uur" (dossierpagina 656), aldus de getuige. Op zijn horloge heeft hij echter niet gekeken, zo verklaart hij verder. De getuige [getuige 6] "denkt" (dossierpagina 691) dat hij om 07.40 uur op het werk was. Hij "denkt" dat hij die tijd heeft gezien op het klokje in de bus.

Van belang is voorts dat verdachte zelf zegt dat hij zich op donderdag 21 december 2006 had verslapen en wat aan de late kant was (dossierpagina 867).

Een en ander in onderling verband bezien maakt dat niet met voldoende mate van zekerheid kan worden vastgesteld dat verdachte reeds aanwezig was op de plaats van zijn werk toen het delict gepleegd werd. Van een sluitend alibi is dus geen sprake.

Het slachtoffer heeft een uitgebreid signalement gegeven van de dader. Het ging om een man met donkere huidskleur, kort, zwart haar, stoppeltjes op kin en wangen, die ongeveer 1.75 meter lang was en goed (accentloos) Nederlands sprak. Verdachte voldeed, zoals hij zelf verklaart, op de dag van het delict geheel aan dit signalement. Verdachte was bovendien - naar eigen zeggen - de enige donkergekleurde man op de bouwplaats (dossierpagina 864).

Het slachtoffer geeft voorts een beschrijving van de auto waarin de dader zich verplaatste. Dat was volgens haar een witte caddy met een balk, buis of ladder op het dak. Het merk van de auto weet zij niet te benoemen. Verdachte verplaatste zich die dag in een witte bestelwagen (merk Opel, type Combo). Deze was voorzien van dakdragers met daarop gemonteerd een pvc-buis. Door een getuige ([getuige 1] dossierpagina 427 en verder) is waargenomen dat op die bewuste dag op de plaats delict omstreeks 08.05 uur een witte bestelauto aanwezig was met dakdragers en op de motorkap een rode sticker. Op de motorkap van de auto van verdachte is, blijkens de verklaring van verdachte en de desbetreffende foto in het dossier (dossierpagina 211), sprake van een logo met de kleuren geel en rood. De beschrijving van de auto van de dader door het slachtoffer en de getuige vertoont aldus wel zeer sterke overeenkomsten met de auto van verdachte. Dat diezelfde getuige aanvankelijk zeker meent te weten dat het om een Peugeot Expert ging (en dus niet om een Opel Combo) sluit de auto van verdachte niet uit als de toen en daar op de plaats delict geziene witte bestelauto. Van algemene bekendheid is dat er bestelwagens zijn van verschillende merken die uiterlijk (sterke) gelijkenis vertonen met een Opel Combo. Voorts blijkt niet dat de getuige een zodanig in waarneming (in onverwachte situaties, zoals hier) getraind persoon is dat vergissing zijnerzijds redelijkerwijs kan worden uitgesloten. Dit blijkt reeds uit zijn nadere verklaring, waarin hij aangeeft dat het ook een Fiat zou kunnen zijn (dossierpagina 432).

Het slachtoffer had een roze slipje aan. De dader heeft het meegenomen. Dat slipje is gevonden in een woning die in aanbouw was vlakbij de plaats delict. De rijtijd tussen plaats delict en woning is niet meer dan een minuut (dossierpagina 949). Verdachte was in die woning aan het werk. Hij werkte daar als stukadoor. Voor zijn werk gebruikte hij mortel, dat in zakken werd aangevoerd. Hij heeft zich op de dag van het delict onder andere bezig gehouden met het opruimen van de lege zakken (dossierpagina 901). Onderin een van de lege mortelzakken in die woning is het slipje gevonden. Als verdachte het daar niet gedeponeerd heeft moet iemand anders dat gedaan hebben. Iedere concrete aanwijzing dat zulks gebeurd is ontbreekt. Vastgesteld kan wel worden dat het slipje pas daags na het delict is gevonden en dat de woning in aanbouw voor een willekeurige derde niet volledig ontoegankelijk was, maar die beide factoren laten slechts de theoretische mogelijkheid open dat een derde, met hetzelfde uiterlijk en dezelfde kleding als verdachte, het slipje onder in de mortelzakken heeft verborgen. Aan dit scenario gaat het hof dan ook, als niet realistisch, voorbij.

De in de bewijsmiddelen vervatte feiten en omstandigheden stellen daarom buiten redelijke twijfel dat het verdachte is geweest die als dader van het delict moet worden aangemerkt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 21 december 2006 bij Oostrum en Dokkum, door geweld en bedreiging met geweld de minderjarige [slachtoffer] (geboren op 30 december 1992) heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte

- die [slachtoffer] zijn, verdachtes, penis doen vastpakken en

- zijn, verdachtes, tong in de mond van die [slachtoffer] gebracht/geduwd en

- over de bedekte vagina van die [slachtoffer] gewreven en

- zijn, verdachtes, penis tussen de ontblote billen van die [slachtoffer] gedaan en

heen- en weergaande bewegingen gemaakt tussen die ontblote billen van die [meisje] en zodoende met zijn, verdachtes, penis telkens tegen de vagina van die

[slachtoffer] geduwd,

en bestaande dat geweld en die bedreiging met geweld hierin dat verdachte

- die [slachtoffer], die in de richting van Dokkum fietste, van achter heeft benaderd

en vervolgens

- die [slachtoffer] bij het lichaam en/of de kleding heeft vastgepakt en

- die [slachtoffer] de woorden heeft toegevoegd: "Zie je dit" en daarbij

opzettelijk dreigend een mes aan die [slachtoffer] heeft getoond en

- die [slachtoffer] dreigend de woorden heeft toegevoegd: "Als je niet doet wat ik zeg

of je gaat schreeuwen, dan snijd ik je strot door" en

- die [slachtoffer] een mes voor en/of tegen de borst heeft gehouden en daarbij die

[slachtoffer] de woorden heeft toegevoegd: "Hou nou op, want anders steek ik je

door" en

- die [slachtoffer] een hand voor de mond heeft gehouden en vervolgens

- die [slachtoffer] onder bedreiging van dat mes heeft meegenomen naar een verderop

gelegen plaats en vervolgens

- die [slachtoffer] naar de grond heeft geduwd en vervolgens

- die [slachtoffer] op gebiedende en/of dwingende toon de woorden heeft toegevoegd:

"Ik wil dat je mij pijpt" en vervolgens

- die [slachtoffer] zodanig heeft geduwd dat zij op haar rug kwam te liggen en

- met een knie op de keel/hals van die [slachtoffer] heeft geduwd/gedrukt en

- op gebiedende en/of dwingende toon tegen die [slachtoffer] heeft gezegd dat zij op

haar buik moest gaan liggen en vervolgens

- de broek en onderbroek van die [slachtoffer] naar beneden heeft

getrokken/gedaan en aldus voor die [slachtoffer] een bedreigende situatie heeft doen

ontstaan.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

(primair)

verkrachting.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte.

Verdachte heeft zich op 21 december 2006 schuldig gemaakt aan verkrachting van [naam slachtoffer], die op dat moment 13 jaren oud was. Verdachte heeft haar, toen zij 's ochtends naar school fietste, van haar fiets getrokken en haar onder bedreiging met een mes ontuchtig betast, bejegend en verkracht, dit laatste door zijn tong in de mond van het slachtoffer te duwen.

Verdachte heeft, door aldus te handelen, de belangen van het slachtoffer volledig veronachtzaamd en een zeer ernstige inbreuk gemaakt op haar lichamelijke integriteit. Verdachte heeft kennelijk slechts oog gehad voor het bevredigen van zijn eigen seksuele behoeften. Een ervaring als deze wordt in het algemeen door slachtoffers van zedendelicten als zeer ingrijpend ervaren en kan nadelige psychische gevolgen van lange duur met zich brengen, zeker wanneer het een dergelijk jong slachtoffer betreft. Dat dit ook in dit geval geldt, blijkt wel uit de slachtofferverklaring die [voornaam slachtoffer] heeft opgesteld. Daarnaast heeft het delict in de omgeving van [voornaam slachtoffer] en in de lokale maatschappij als geheel voor veel onrust gezorgd.

Het hof heeft bij de straftoemeting in aanmerking genomen dat verdachte - blijkens een hem betreffend uittreksel uit het justitiële documentatieregister d.d. 22 januari 2008 - niet eerder is veroordeeld. Verdachte is gehuwd en heeft vier dochters, ook in dezelfde leeftijd als het slachtoffer. Dit alles maakt, tezamen met de hardnekkige ontkenning van verdachte de dader te zijn, zijn handelen onbegrijpelijk en onverklaarbaar. Met de beweegredenen van verdachte kon het hof om die reden geen rekening houden bij het bepalen van de strafmaat.

Gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, is het hof van oordeel dat slechts een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur - zoals opgelegd door de rechter in eerste aanleg - recht doet aan voormelde feiten en omstandigheden. Het hof ziet geen aanleiding voor het opleggen van een langere gevangenisstraf zoals gevorderd door de advocaat-generaal. Daaraan ligt het volgende ten grondslag. De strafmaat in verkrachtingszaken als deze wordt door een veelheid van factoren bepaald. Altijd is aan de orde een inbreuk op de persoonlijke integriteit van het slachtoffer. Die inbreuk kent echter gradaties in ernst. Onderscheidend is mede op welke wijze het seksueel binnendringen heeft plaats gevonden. In dit geval heeft dat binnendringen plaats gevonden met de tong van verdachte in de mond van het slachtoffer. Die wijze van binnendringen is, hoe stuitend ook, een minder de persoonlijke integriteit schendende vorm van binnendringen dan die waarbij een verdachte met zijn penis binnendringt in de vagina van het slachtoffer. Zo ver is het in dit geval (net) niet gekomen.

Benadeelde partij [slachtoffer], vertegenwoordigd door [naam wettelijk vertegenwoordiger]

Uit het onderzoek ter ’s hofs terechtzitting is gebleken, dat de benadeelde partij zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd, dat haar vordering ( € 5401,93 ) in eerste aanleg deels is toegewezen en dat zij zich binnen de grenzen van haar eerste vordering in het geding in hoger beroep opnieuw heeft gevoegd. Derhalve duurt de voeging ter zake van haar in eerste aanleg gedane vordering tot schadevergoeding in het geding in hoger beroep voort.

De vordering is van de zijde van verdachte voor zover het de hoogte betreft niet weersproken. Derhalve kan deze - nu het hof het feit bewezen acht - worden toegewezen in voege als na te melden.

Gelet op het vorenstaande dient verdachte, als de in het ongelijk gestelde partij, te worden veroordeeld in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Schadevergoedingsmaatregel

Aan verdachte zal daarnaast de verplichting worden opgelegd tot betaling aan de Staat van het toegewezen bedrag ten behoeve van voornoemd slachtoffer.

Beslissing ten aanzien van de voorlopige hechtenis

Ingevolge artikel 82 Wetboek van Strafvordering kan de rechter te allen tijde de opheffing van de schorsing bevelen. De voorlopige hechtenis is op 27 juni 2008 enkel en alleen geschorst in verband met de lange duur van het DNA-onderzoek. Dat argument heeft inmiddels zijn waarde verloren omdat het onderzoek is afgerond en het hof heden tot een eindarrest komt. De ernstige bezwaren voor voorlopige hechtenis zijn onverminderd aanwezig getuige de in dit arrest opgenomen bewezenverklaring. De grond voor voorlopige hechtenis is eveneens onverminderd aanwezig. De rechtsorde was en is ernstig geschokt door het feit dat nu bewezen is verklaard. Tegenover dit belang van strafvordering bij opheffing van de schorsing staat het belang van verdachte om in vrijheid te blijven zolang de heden uitgesproken veroordeling niet onherroepelijk is en/of de daarbij opgelegde vrijheidsstraf niet executabel is. Dat belang is niet klemmender geworden dan ten tijde van de beslissing van 27 juni 2008 maar biedt niet langer voldoende tegenwicht nu geen verdere vertraging van het onderzoek meer optreedt. De schorsing van de voorlopige hechtenis wordt op deze grond opgeheven.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 36f (oud) en 242 van het Wetboek van Strafrecht.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte primair ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte primair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [naam verdachte] tot gevangenisstraf voor de duur van dertig maanden;

beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering wordt gebracht;

gelast de teruggave aan verdachte van:

de voorwerpen onder verdachte in beslag genomen, voor zover nog niet teruggegeven;

gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van:

alle overige in beslag genomen voorwerpen, voor zover nog niet teruggegeven;

wijst toe de vordering van de benadeelde partij, [slachtoffer], wonende te [plaatsnaam] vertegenwoordigd door [naam wettelijk vertegenwoordiger], tot een bedrag van vijfduizend vierhonderdéén euro en drieënnegentig cent;

veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt - tot aan deze uitspraak begroot op nihil - en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte tevens de verplichting op tot betaling aan de Staat van vijfduizend vierhonderdéén euro en drieënnegentig cent ten behoeve van het slachtoffer

[slachtoffer], wonende te [woonplaats]

beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van zevenenvijftig dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt;

bepaalt dat indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van bovenvermeld bedrag, de verplichting om te voldoen aan de vordering van de benadeelde partij komt te vervallen, alsmede dat, indien veroordeelde aan de vordering van de benadeelde partij heeft voldaan, de verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen;

heft op de schorsing van het bevel voorlopige hechtenis;

heft op het bevel voorlopige hechtenis met ingang van de datum waarop de duur van de voorlopige hechtenis gelijk wordt aan die van de opgelegde straf.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. W.P.M. ter Berg, voorzitter, mr. P. Koolschijn en mr. G.N. Roes, in tegenwoordigheid van mr. M. Zevenhuizen als griffier, zijnde mr. G.N. Roes voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.