Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2008:BD5821

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
25-06-2008
Datum publicatie
01-07-2008
Zaaknummer
107.002.324/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Verzet
Inhoudsindicatie

Het hof is van oordeel dat de schadevergoeding, zoals deze bij het arrest van 26 september 2007 is toegewezen, geen bijstelling behoeft nu [geopposeerde/appellant ] weliswaar een klein deel van de aan zijn oorspronkelijke vordering ten grondslag gelegde gederfde huurpenningen in feite niet heeft gederfd, doch dat bedrag ruimschoots wordt gecompenseerd door de overigens door [geopposeerde/appellant ] door toedoen van [opposant/geïntimeerde] geleden schade.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Arrest d.d. 25 juni 2008

Zaaknummer 107.002.324/01

HET GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN

Arrest van de eerste kamer voor burgerlijke zaken in de zaak van:

[opposant/geïntimeerde],

wonende te [woonplaats],

opposant/geïntimeerde,

in eerste aanleg: gedaagde,

hierna te noemen: [opposant/geïntimeerde],

procureur: mr. A.H. van Beilen,

tegen

[geopposeerde/appellant],

wonende te [woonplaats],

geopposeerde/appellant,

in eerste aanleg: eiser,

hierna te noemen: [geopposeerde/appellant ],

procureur: mr. C. Elsinga.

Het geding in eerdere instanties

In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in de vonnissen uitgesproken op 1 september 2006 en 8 december 2006 door de rechtbank Leeuwarden.

Bij exploot van 7 maart 2007 is door [geopposeerde/appellant ] hoger beroep ingesteld van het vonnis van 8 december 2006, met oproeping van [opposant/geïntimeerde] tegen de zitting van woensdag 21 maart 2007. Nadat tegen [opposant/geïntimeerde] verstek was verleend en [geopposeerde/appellant ] van grieven had gediend heeft het hof op 26 september 2007 arrest gewezen.

Het geding in verzet

Bij exploot van 21 december 2007 is door [opposant/geïntimeerde] verzet ingesteld van bedoeld arrest d.d. 26 september 2007 met dagvaarding van [geopposeerde/appellant ] tegen de zitting van 9 januari 2008.

De conclusie van de verzetdagvaarding luidt:

"te vernietigen het vonnis d.d. 8 december 2006 door de rechtbank Leeuwarden, sector kanton, locatie Leeuwarden, onder rolnummer CV EXPL 06-2275 en zaaknummer 193251 gewezen in de procedure tussen mijn rekwirant als eiser en geïntimeerde als gedaagde, voorzover in dit vonnis niet de vorderingen van eiser, thans appellant, toegewezen zijn en opnieuw rechtdoende naast ontbinding van de huurovereenkomst geïntimeerde te veroordelen te betalen aan appellant € 27.251,28 vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag sedert 6 oktober 2006 tot aan de dag der algehele voldoening en met veroordeling van geïntimeerde in de proceskosten in appèl".

Voorts heeft de Boer een akte in oppositie genomen en [opposant/geïntimeerde] een memorie van repliek in oppositie.

Tenslotte heeft [opposant/geïntimeerde] de stukken overgelegd voor het wijzen van arrest.

De beoordeling

Met betrekking tot de ontvankelijkheid van het verzet:

1. [geopposeerde/appellant ] stelt zich op het standpunt dat [opposant/geïntimeerde] reeds op 14 november 2007 kennis heeft genomen van het arrest waartegen verzet en derhalve te laat (op 21 december 2007) verzet heeft aangetekend. [geopposeerde/appellant ] beroept zich in dat verband op een brief van 14 november 2007, welke echter niet door hem is overgelegd.

2. Uit hetgeen [opposant/geïntimeerde] in haar laatste akte heeft opgemerkt, begrijpt het hof dat bedoelde brief een brief was van mr. Van Beilen (de raadsman van [opposant/geïntimeerde]) aan [geopposeerde/appellant ], zulks naar aanleiding van het feit dat [betrokkene 1], de vriend van [opposant/geïntimeerde], zich met het door hem op zijn adres ontvangen afschrift van het arrest van het hof d.d. 26 september 2006 tot mr.Van Beilen had gewend.

3. Vaststaat dat het arrest op 21 november 2007 aan genoemde [betrokkene 1] is betekend. [opposant/geïntimeerde] stelt dat zij toentertijd met vakantie was en eerst op 3 december 2007 kennis heeft genomen van het arrest.

4. Nu het arrest niet in persoon aan [opposant/geïntimeerde] is betekend en evenmin is komen vast te staan dat [opposant/geïntimeerde] op een zodanig tijdstip kennis heeft genomen dat de verzettermijn (4 weken) op 21 december 2007 reeds was verstreken, kan [opposant/geïntimeerde] in haar verzet worden ontvangen.

Met betrekking tot het verzet:

5. Het hof heeft in zijn arrest van 26 september 2007 - conform de conclusie van eis als neergelegd in de memorie van grieven - de schadevergoeding verhoogd van € 9.520,02 tot € 12.693,33 en het vonnis van de kantonrechter, waartegen het beroep zich richtte, voor het overige (met een enkele aanpassing) bekrachtigd. Daarbij is het hof uitgegaan van de juistheid van de - op dat moment niet door [opposant/geïntimeerde] weersproken - stelling van [geopposeerde/appellant ] dat het onderhavige huurobject eerst per 1 juni 2007 weer is verhuurd, zodat de feitelijke schade die [geopposeerde/appellant ] heeft geleden door het voortijdige vertrek van [opposant/geïntimeerde] uit het gehuurde niet zes maanden huur, maar acht maanden huur bedraagt.

6. Het verzet richt zich tegen de toewijzing van de twee extra maanden huur. [opposant/geïntimeerde] stelt dat de nieuwe huurder vanaf maart 2007 zijn intrek heeft genomen in het betreffende pand.

7. Uit de door [geopposeerde/appellant ] als productie 6 bij akte in oppositie overgelegde huurovereenkomst blijkt dat de huurovereenkomst met de nieuwe huurder (Prozorg BV) is ingegaan op 1 april 2007, zij het dat voor de maanden april en mei 2007 een huurbedrag van € 7.200,-- op jaarbasis in rekening is gebracht en vanaf 1 juni 2007 een huurprijs op jaarbasis van € 18.000,--. [geopposeerde/appellant ] stelt dat de nieuwe huurder de eerste twee maanden slechts een deel van het gehuurde in gebruik had.

Nu [opposant/geïntimeerde] een en ander niet gemotiveerd heeft weersproken, houdt het hof het ervoor dat dit overgelegde huurcontract de realiteit weerspiegelt, hetgeen betekent dat de nieuwe huurder weliswaar vanaf 1 april 2007 het gehuurde deels heeft betrokken, doch eerst vanaf 1 juni 2007 het gehuurde in volle omvang in gebruik heeft genomen. Daaraan gekoppeld is over de maanden april/mei 2006 een huurprijs betaald van € 600,-- per maand en vanaf 1 juni 2007 een huurprijs van

€ 1.500,-- per maand.

Het door [opposant/geïntimeerde] gedane bewijsaanbod wordt - voor zover nog relevant - gepasseerd omdat het, mede gelet op hetgeen blijkt uit bedoeld huurcontract, te weinig specifiek is.

8. De feitelijke huurderving bedraagt derhalve zes maanden à € 1.586,66 per maand, oftewel € 9.520,02 en twee maanden à € 1.586,66 minus € 600,--, oftewel € 1.973,32. Dat [geopposeerde/appellant ] zich onvoldoende heeft ingespannen om een vervangende huurder te vinden wordt weliswaar door [opposant/geïntimeerde] gesuggereerd, maar op geen enkele wijze onderbouwd, zodat het hof daaraan voorbijgaat.

9. [geopposeerde/appellant ] heeft aangegeven dat hij naast de huurderving ook kosten heeft moeten maken om het huurobject weer te verhuren, en wel het honorarium (zijnde € 2.142,00 incl. BTW) voor de betrokken makelaar. [geopposeerde/appellant ] heeft daarvan bij akte in oppositie een factuur overgelegd (productie 7). [geopposeerde/appellant ] stelt zich derhalve op het standpunt dat, ook als de schadevergoeding moet worden verminderd met de over de maanden april en mei ontvangen € 1.200,--, de schade per saldo in feite nog meer bedraagt dan het door het hof toegewezen schadebedrag, zodat het verzet dient te worden afgewezen.

10. [geopposeerde/appellant ] heeft dusdoende de grondslag van zijn vordering tot schadevergoeding deels veranderd. Nu [opposant/geïntimeerde] daartegen geen bezwaar heeft gemaakt en het hof ook ambtshalve niet van oordeel is dat deze verandering van de grondslag van de eis in strijd is met de eisen van goede procesorde, zal het hof op die veranderde grondslag recht doen.

11. [opposant/geïntimeerde] is er ten onrechte vanuit gegaan dat de factuur van makelaar [makelaar ] geen rol kan spelen in deze procedure en heeft zich dienaangaande verder niet uitgelaten. Het hof moet daarom vaststellen dat hetgeen [geopposeerde/appellant ] heeft gesteld in verband met het opnieuw verhuren en de daaraan verbonden makelaarskosten niet is betwist en als vaststaand heeft te gelden.

12. Het hof is van oordeel dat de schadevergoeding, zoals deze bij het arrest van 26 september 2007 is toegewezen, geen bijstelling behoeft nu [geopposeerde/appellant ] weliswaar een klein deel van de aan zijn oorspronkelijke vordering ten grondslag gelegde gederfde huurpenningen in feite niet heeft gederfd, doch dat bedrag ruimschoots wordt gecompenseerd door de overigens door [geopposeerde/appellant ] door toedoen van [opposant/geïntimeerde] geleden schade

Slotsom

13. Het verzet dient te worden afgewezen. [opposant/geïntimeerde] zal worden veroordeeld in de kosten van de verzetprocedure (salaris procureur [geopposeerde/appellant ]: 1 punt tarief II).

Beslissing

Het gerechtshof:

verwerpt het verzet tegen het arrest van dit hof van 26 september 2007 en bevestigt dat arrest;

veroordeelt [opposant/geïntimeerde] in de kosten van de verzetprocedure aan de zijde van [geopposeerde/appellant ] en begroot die op € 894,-- aan salaris voor de procureur

Aldus gewezen door mrs. Mollema, voorzitter, Breemhaar en De Hek, raden,

en uitgesproken door de rolraadsheer ter openbare terechtzitting van dit hof van woensdag 25 juni 2008 in bijzijn van de griffier.