Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2008:BD5648

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
16-04-2008
Datum publicatie
27-06-2008
Zaaknummer
WAHV 07-01502
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Proceskostenveroordeling
Inhoudsindicatie

Opgelegde sanctie nihil. De kantonrechter heeft artikel 13a WAHV ten onrechte buiten toepassing gelaten. Doorbreking appelverbod. Hoger beroep toch ontvankelijk.

Inleidende beschikking is niet wegens aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid herroepen, doch wegens een fout van het bestuursorgaan. Verzoek om vergoeding van kosten in administratief beroep moet worden afgewezen.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht 7:28, geldigheid: 2008-04-16
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 13a, geldigheid: 2008-04-16
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 14, geldigheid: 2008-04-16
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JWR 2008/57 met annotatie van Van der Hulst
VR 2008, 134

Uitspraak

WAHV 07/01502

16 april 2008

CJIB 29107243387

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank Arnhem

van 19 oktober 2007

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

gevestigd te [plaatsnaam]

voor wie als gemachtigde optreedt mr.drs. C.M.J.E.P. Meerts, kantoorhoudende te Beegden.

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het verzoek om vergoeding van kosten afgewezen. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De gemachtigde van de betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De gemachtigde van de betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Hiervan is geen gebruik gemaakt.

3. Beoordeling

3.1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 30,- opgelegd ter zake van “Overschrijding maximumsnelheid binnen de bebouwde kom, (verkeersbord A1)”, welke gedraging zou zijn verricht op 6 juni 2007 op de Neerbosscheweg (kruising met Energieweg) in Nijmegen.

3.2. Namens de betrokkene is tegen deze beschikking beroep ingesteld. Hierbij is verzocht om vergoeding van kosten. De officier van justitie heeft het beroep gegrond verklaard en de inleidende beschikking vernietigd. De officier van justitie heeft evenwel niet beslist op het verzoek om vergoeding van kosten.

3.3. Namens de betrokkene is tegen de beslissing van de officier van justitie beroep ingesteld. De kantonrechter heeft het beroep aangemerkt als een verzoek om vergoeding van kosten als bedoeld in artikel 13a WAHV. Het verzoek is niet ter zitting behandeld. Bij de bestreden beslissing is het verzoek om vergoeding van kosten afgewezen. Hiertoe is overwogen, dat kosten gemaakt tijdens het beroep bij de officier van justitie niet voor vergoeding in aanmerking komen.

3.4. Het is vaste jurisprudentie van het hof dat ten aanzien van de beslissing van de kantonrechter met betrekking tot de kosten in de fase van het administratief beroep noch op grond van de WAHV noch op grond van enige andere wettelijke regeling hoger beroep openstaat (vgl. het door de gemachtigde van de betrokkene overgelegde arrest van het hof d.d. 23 december 2003, LJN: AO1866).

3.5. De betrokkene klaagt echter terecht, dat de kantonrechter artikel 13a WAHV, zoals dit luidt vanaf 12 maart 2002, buiten toepassing heeft gelaten. Dit brengt mee, dat de betrokkene, hoewel artikel 14 WAHV niet in hoger beroep voorziet, toch daarin moet worden ontvangen (zie ook voormeld arrest). Het hof zal derhalve de beslissing van de kantonrechter vernietigen en doen hetgeen de kantonrechter had behoren te doen.

3.6. Ingevolge artikel 13a, eerste lid, tweede volzin WAHV juncto artikel 7:28, tweede lid, Algemene wet bestuursrecht dient te worden beoordeeld of de inleidende beschikking is herroepen wegens aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid.

3.7. In de beslissing van de officier van justitie is kennelijk overwogen dat het in het beroepschrift gestelde voldoende aannemelijk is geworden, zodat de beschikking niet in stand kan blijven.

3.8. De advocaat-generaal heeft bij de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie (CVOM) geïnformeerd naar de reden van de vernietiging van de inleidende beschikking. Een medewerker van de CVOM heeft - zakelijk weergegeven - het volgende medegedeeld. Naar aanleiding van een uitspraak van de kantonrechter te Nijmegen voert de CVOM als beleid dat beschikkingen waarbij wegens overschrijding van de maximumsnelheid op de Neerbosscheweg te Nijmegen ná de kruising met de Hooglandseweg een sanctie is opgelegd worden vernietigd. In dit geval is de gedraging verricht op de Neerbosscheweg met de kruising Energieweg en dus is het beleid van de CVOM hier niet van toepassing. De advocaat-generaal stelt zich daarom op het standpunt dat de beoordelaar bij de CVOM een fout heeft gemaakt en dat de inleidende beschikking derhalve niet is vernietigd wegens een aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid.

3.9. Het hof kan zich verenigen met de stelling van de advocaat-generaal. Nu de inleidende beschikking niet wegens aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid is herroepen, dient het verzoek om vergoeding van kosten in administratief beroep te worden afgewezen.

3.10. Aangezien de beslissing van de kantonrechter wordt vernietigd, acht het hof termen aanwezig om de in hoger beroep gemaakte kosten te vergoeden. De vergoeding van kosten is in het Besluit proceskosten bestuursrecht forfaitair per proceshandeling vastgesteld. De gemachtigde van de betrokkene heeft de volgende proceshandelingen verricht: het indienen van het hoger beroepschrift bij het hof en de reactie op het verweerschrift van de advocaat-generaal. Blijkens de Bijlage bij het Besluit moet aan het indienen van het beroepschrift bij het hof één en aan de reactie op het verweerschrift een half punt worden toegekend. De waarde per punt is € 322,-. Gelet op de aard van de zaak en de geringe bewerkelijkheid past het hof de wegingsfactor 0,25 (gewicht van de zaak = zeer licht) toe. Derhalve zal het hof ter zake een bedrag van € 120,75 (1½ x € 322,- x 0,25) toekennen.

3.11. Nu eerst in hoger beroep is gebleken om welke reden de inleidende beschikking is herroepen, acht het hof eveneens termen aanwezig om de in de procedure bij de kantonrechter gemaakte kosten te vergoeden. De gemachtigde van de betrokkene heeft de volgende proceshandelingen verricht: het indienen van het beroepschrift. Hieraan dient één punt te worden toegekend. Uitgaande van de wegingsfactor 0,25 dient ter zake een bedrag van € 80,50 te worden toegekend.

3.12. Gelet op het voorgaande zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 201,25 (kosten hoger beroep = € 120,75 + kosten beroep bij de kantonrechter = € 80,50).

4. De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

wijst het verzoek om vergoeding van kosten in de procedure bij de officier van justitie af;

veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene, ter hoogte van € 201,25 en bepaalt dat dit bedrag dient te worden over gemaakt naar rekeningnummer 1040.40.025 ten name van Meerts te Beegden.

Dit arrest is gewezen door mrs. Dijkstra, Weenink en Van Wagtendonk, in tegenwoordigheid van mr. Wijma als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.