Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2008:BD3730

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
04-06-2008
Datum publicatie
12-06-2008
Zaaknummer
107.001.320/01 (oud 0600495)
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Hoewel partijen zich niet expliciet hebben uitgelaten over de door het hof in het tussenarrest van 5 maart 2008 gedane suggestie om hun beider eis in die zin te wijzigen dat zij een verklaring voor recht verlangen dat zij de bedoelde vaststellingsovereenkomst hebben gesloten en dat hun grieven slechts geacht moeten worden de beroepen vonnissen te bestrijden, voor zover het gewezen eindvonnis niet tot bedoelde verklaring voor recht heeft geleid, begrijpt het hof dat zij deze eis in voormelde zin hebben gewijzigd, zulks onder veroordeling in de proceskosten als hiervoor aangegeven, zodat het hof van deze aldus gewijzigde eisen zal uitgaan nu die wijzigingen niet in strijd zijn met de goede procesorde.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Arrest d.d. 4 juni 2008

Rolnummer 107.001.320/01 (oud 0600495)

HET GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN

Arrest van de derde kamer voor burgerlijke zaken in de zaak van:

1. Impressive XS V.O.F,

gevestigd te Borger,

2. [appellant 2] ,

wonende te [woonplaats],

3. [appellant 3 ],

wonende te [woonplaats],

appellanten in het principaal en geïntimeerden in het incidenteel appel,

in eerste aanleg: gedaagden in conventie en eisers in reconventie,

hierna gezamenlijk te noemen: [appellanten ],

procureur: mr. P.R. van den Elst,

tegen

[geïntimeerde],

wonende te [woonplaats],

geïntimeerde in het principaal en appellant in het incidenteel appel,

in eerste aanleg: eiser in conventie en verweerder in reconventie,

hierna te noemen: [geïntimeerde],

procureur: mr. S.A. Roodhof.

De inhoud van het tussenarrest d.d. 5 maart 2008 wordt hier overgenomen.

Het verdere procesverloop

Ter uitvoering van voormeld tussenarrest hebben beide partijen een akte genomen.

Vervolgens hebben partijen de stukken wederom overgelegd voor het wijzen van arrest.

De verdere beoordeling

1. [geïntimeerde] heeft in zijn hiervoor bedoelde akte aangegeven dat partijen een vaststellingsovereenkomst hebben gesloten die reeds ten dele tot uitvoering is gebracht en dat deze overeenkomst - na die gedeeltelijke tenuitvoerlegging - luidt als hierna aan te geven.

[geïntimeerde] heeft het hof verzocht de (gewijzigde) vaststellingsovereenkomst onderdeel te laten uitmaken van het te wijzen arresten en daarbij aangegeven dat ieder van partijen de eigen proceskosten in eerste instantie en in hoger beroep draagt.

2. [appellanten ] hebben in hun hiervoor bedoelde akte te kennen gegeven de inhoud van de akte van [geïntimeerde] akkoord te hebben bevonden en zich te refereren aan het door het hof te geven oordeel.

3. Hoewel partijen zich niet expliciet hebben uitgelaten over de door het hof in het tussenarrest van 5 maart 2008 gedane suggestie om hun beider eis in die zin te wijzigen dat zij een verklaring voor recht verlangen dat zij de bedoelde vaststellingsovereenkomst hebben gesloten en dat hun grieven slechts geacht moeten worden de beroepen vonnissen te bestrijden, voor zover het gewezen eindvonnis niet tot bedoelde verklaring voor recht heeft geleid, begrijpt het hof dat zij deze eis in voormelde zin hebben gewijzigd, zulks onder veroordeling in de proceskosten als hiervoor aangegeven, zodat het hof van deze aldus gewijzigde eisen zal uitgaan nu die wijzigingen niet in strijd zijn met de goede procesorde.

4. Het hof zal partijen in hun met elkaar overeenstemmende eisen volgen en dienovereenkomstig beslissen. In verband daarmee zullen de vonnissen waarvan beroep worden vernietigd.

De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de vonnissen waarvan beroep

en opnieuw rechtdoende

verklaart voor recht dat partijen de navolgende vaststellingsovereenkomst met elkaar hebben gesloten

"a) [appellanten ] zijn hoofdelijk aansprakelijk, des dat de één betalend de ander voor dat deel zal zijn bevrijd, om aan [geïntimeerde] te betalen een per 1 april 2008 op € 60.484,30 berekend bedrag.

b) Met ingang van 1 april 2008 zijn [appellanten ] terzake van voormeld bedrag de wettelijke handelsrente ex artikel 6: 119 a BW verschuldigd.

c) Terzake de voldoening van voormelde geldsom dienen [appellanten ] met ingang van 1 april 2008 vier wekelijkse betalingen ter grootte van minimaal € 750,-- te doen. Deze vier wekelijkse betalingen zullen jaarlijks met 10 % worden verhoogd, voor het eerst op 1 januari 2009. Met ingang van 1 januari 2009 dienen [appellanten ] vierwekelijks afbetalingen te doen ter grootte van minimaal € 825,--, terwijl met ingang van 1 januari 2010 [appellanten ] vierwekelijkse afbetalingen dienen te doen ter grootte van minimaal € 907,50 (etc.). Indien [appellanten ] in gebreke zijn met de nakoming van de tussen partijen geldende betalingsregeling, dan zal het restant van de vordering van [geïntimeerde] zonder nadere ingebrekestelling terstond in haar geheel opeisbaar zijn, waarbij de kosten ter incassering van de restantvordering eveneens voor rekening van [appellanten ] komen.

d) Partijen verlenen elkaar finale kwijting over en weer en verklaren niets meer van elkaar te vorderen hebben en voor zover zij uitvoering hebben gegeven aan deze overeenkomst en deze in haar geheel is voltooid.

e) Op deze overeenkomst is Nederlands recht van toepassing en bij een eventueel geschil is bij uitsluiting de rechtbank Assen bevoegd kennis te nemen, tenzij het een geschil betreft dat tot de competentie van de kantonrechter behoort.";

compenseert de proceskosten in beide instanties in die zin dat partijen de eigen kosten dragen, zowel in eerste aanleg als in hoger beroep;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Aldus gewezen door mrs. Streppel, voorzitter, Mollema en Verschuur, raden,

en uitgesproken door de rolraadsheer ter openbare terechtzitting van dit hof van woensdag 4 juni 2008 in bijzijn van de griffier.