Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2008:BD3375

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
09-05-2008
Datum publicatie
09-06-2008
Zaaknummer
WAHV 08-00005
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Proceskostenveroordeling
Inhoudsindicatie

Hoger beroep tijdig? Artikel 6:9 , tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht. De beroepstermijn eindigde op 20 december 2007. Het beroepschrift is gedateerd 17 december 2007 en het is op 28 december 2007 ter griffie van de rechtbank ontvangen, terwijl de envelop waarin het beroepschrift is verzonden blijkens het daarop geplaatste poststempel op 18 december 2007 is afgestempeld. Het beroepschrift is derhalve binnen de beroepstermijn verzonden, maar niet binnen een week na afloop van de beroepstermijn ontvangen. Gelet op de periode waarbinnen het beroepschrift is ingediend en de daarop volgende feest- en verlofdagen, is het hof van oordeel dat de betrokkene moet worden ontvangen in hoger beroep.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht 6:9
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 11
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 08/00005

9 mei 2008

CJIB 39081872621

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank Utrecht

van 8 november 2007

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [woonplaats]

voor wie als gemachtigde optreedt [gemachtigde]

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie in het arrondissement Utrecht genomen beslissing niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep. Bij de nadere toelichting op het beroep is verzocht om een behandeling ter zitting.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Hiervan is geen gebruik gemaakt.

De zaak is behandeld ter zitting van 25 april 2008. De betrokkene en diens gemachtigde zijn verschenen. Als gemachtigde van de advocaat-generaal is verschenen mr. A. Dijkstra.

Na afloop van de zitting heeft de betrokkene verzocht om vergoeding van kosten.

3. Beoordeling

3.1. Ingevolge het bepaalde in artikel 14, eerste lid, WAHV in verbinding met de artikelen 6:24, 6:7 en 6:8 Algemene wet bestuursrecht (Awb) dient het hoger beroep te worden ingesteld door het indienen van een beroepschrift binnen een termijn van zes weken, welke termijn aanvangt op de dag na die waarop een afschrift van de bestreden beslissing aan de betrokkene is toegezonden. Voorts bepaalt artikel 6:9 Awb dat het beroepschrift tijdig is ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen, alsmede dat bij verzending per post het beroepschrift tijdig is ingediend, indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen.

3.2. Blijkens de gedingstukken is de bestreden beslissing op 8 november 2007 aan de betrokkene toegezonden. De beroepstermijn eindigde derhalve op 20 december 2007. Het beroepschrift, gedateerd 17 december 2007, is blijkens het daarop geplaatste stempel op 28 december 2007 ter griffie van de rechtbank ontvangen, terwijl de envelop waarin het beroepschrift is verzonden blijkens het daarop geplaatste poststempel op 18 december 2007 is afgestempeld.

3.3. Hieruit volgt dat het beroepschrift binnen de termijn is verzonden, maar niet binnen een week na afloop van de beroepstermijn is ontvangen. Gelet op de periode waarbinnen het beroepschrift is ingediend en de daarop volgende feest- en verlofdagen, is het hof echter van oordeel dat de betrokkene moet worden ontvangen in het hoger beroep.

3.4. De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene niet-ontvankelijk verklaard, omdat geen zekerheid is gesteld.

3.5. De gemachtigde van de betrokkene heeft ter zitting aangevoerd dat de betrokkene de brieven omtrent de zekerheidstelling nooit heeft ontvangen. Pas in hoger beroep heeft de gemachtigde op haar verzoek afschriften ontvangen van de zekerheidsbrieven d.d. 10 oktober 2007 en 18 oktober 2007. De adressering van de brieven is wel juist, niettemin hebben zij de betrokkene nooit bereikt.

3.6. Bij de stukken van het geding bevinden zich afschriften van twee brieven van de officier van justitie van 10 oktober 2007 en 18 oktober 2007, waarin aan de betrokkene mededeling is gedaan van de verplichting om zekerheid te stellen. Geen van de beide brieven vermeldt de verzenddatum daarvan. Gelet hierop, op de te korte periode tussen beide brieven en in aanmerking genomen dat de betrokkene in persoon en met klem stelt deze brieven niet te hebben ontvangen, is bij het hof zodanige twijfel ontstaan omtrent de verzending van die brieven, dat het hof het ervoor houdt dat de brieven niet zijn verzonden.

3.7. Gelet op het voorgaande heeft de kantonrechter het beroep van de betrokkene ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. Derhalve kan de beslissing van de kantonrechter niet in stand blijven en zal het hof de zaak terugwijzen naar de kantonrechter. Na terugwijzing van de zaak dient de kantonrechter een nieuwe termijn te bepalen waarbinnen de betrokkene alsnog zekerheid als bedoeld in artikel 11 WAHV kan stellen en daarvan moet door de griffier van het kantongerecht aan de betrokkene mededeling worden gedaan met inachtneming van het bepaalde in artikel 11, derde lid, WAHV.

3.8. Door de betrokkene is verzocht de advocaat-generaal te veroordelen in de proceskosten, te weten:

Reiskosten in verband met het bijwonen van de zitting van het hof,

Verletkosten in verband met het bijwonen van de zitting.

3.9. Artikel 13a, eerste lid, laatste volzin, WAHV verklaart het Besluit proceskosten bestuursrecht (hierna: het Besluit) van overeenkomstige toepassing. Derhalve dient het hof het kostenverzoek te beoordelen aan de hand van de genoemde regeling.

3.10. Ingevolge artikel 1 van het van toepassing zijnde Besluit kan een veroordeling in de kosten uitsluitend betrekking hebben op:

a. kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand,

b. kosten van een getuige of deskundige die door een partij is meegebracht of opgeroepen, dan wel van een deskundige die aan een partij verslag heeft uitgebracht,

c. reis- en verblijfkosten van een partij,

d. verletkosten van een partij,

e. kosten van uittreksels uit de openbare registers, telegrammen, internationale telexen, internationale telefaxen en internationale telefoongesprekken, en

f. kosten van het als gemachtigde optreden van een arts in zaken waarin enig wettelijk voorschrift verplicht tot tussenkomst van een gemachtigde die arts is.

3.11. Het hof acht het redelijk aan de betrokkene reis- en verletkosten toe te kennen in verband met het bijwonen van de zitting van het hof.

3.12. Ingevolge artikel 2 van het Besluit worden reiskosten vergoed overeenkomstig artikel 11, eerste lid, onderdeel c, van het Besluit tarieven in strafzaken 2003. Ingevolge dat artikel wordt in gevallen als de onderhavige een tarief vergoed waarvan de hoogte gelijk is aan de reiskosten per openbaar middel van vervoer, laagste klasse. Aan de betrokkene komt derhalve toe een reiskostenvergoeding ter hoogte van € 40,80 ([plaatsnaam] - Leeuwarden v.v.).

3.13. Het hof acht het redelijk om aan de betrokkene een vergoeding van 8 uren toe te kennen tegen een uurtarief van € 20,-. Aan de betrokkene zal derhalve een bedrag van € 160,- aan verletkosten worden vergoed.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de bestreden beslissing en wijst de zaak terug naar de rechtbank Utrecht ter behandeling en beslissing met inachtneming van dit arrest;

veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene, ter hoogte van € 200,80.

Dit arrest is gewezen door mr. Van Wagtendonk, in tegenwoordigheid van Kuiper als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.