Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2008:BD3137

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
26-03-2008
Datum publicatie
04-06-2008
Zaaknummer
WAHV 08-00015
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Hoewel in de verzetprocedure de bezwaren tegen de inleidende beschikking niet meer aan de orde kunnen komen, kan onder omstandigheden inning dan wel voortzetting van de inning van de sanctie in strijd komen met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Het hof overweegt in dit verband, dat de kans, dat de sanctie is opgelegd aan een ander dan degene die de gedraging heeft verricht, in deze zaak zeer aanzienlijk is.

Het hof geeft dan ook met het oog op de algemene beginselen van behoorlijk bestuur het openbaar ministerie in overweging het dossier opnieuw te bestuderen ten einde te bezien of inning niet achterwege zou dienen te blijven.

Wetsverwijzingen
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 26, geldigheid: 2008-03-26
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 26a, geldigheid: 2008-03-26
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
VR 2008, 117

Uitspraak

WAHV 08/00015

26 maart 2008

CJIB 100345287

Gerechtshof te Leeuwarden

Beschikking

op het hoger beroep tegen de beschikking

van de kantonrechter van de rechtbank Alkmaar

van 19 november 2007

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [woonplaats]

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft de betrokkene in het verzet tegen de tenuitvoerlegging van een door de officier van justitie in het arrondissement Leeuwarden op

31 mei 2007 uitgevaardigd dwangbevel ongegrond verklaard. De beschikking van de kantonrechter is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beschikking van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Hiervan is geen gebruik gemaakt.

3. Beoordeling

3.1. Ingevolge artikel 26a, tweede en derde lid, WAHV is degene die hoger beroep heeft ingesteld tegen een beschikking als de onderhavige slechts ontvankelijk in dat beroep na voorafgaande zekerheidstelling van het nog verschuldigde bedrag en van al de kosten en voorts na betaling van het verschuldigde griffierecht.

3.2. Bij brief van 29 november 2007 heeft de griffier van de rechtbank de betrokkene in de gelegenheid gesteld om binnen twee weken na de dag van verzending van zijn mededeling zekerheid te stellen door storting van het verschuldigde bedrag op de rekening van het Centraal Justitieel Incassobureau te Leeuwarden. Tevens is de betrokkene mededeling gedaan van de verplichting om binnen twee weken na de dag van verzending van de mededeling griffierecht te betalen. Uit het dossier blijkt evenwel dat binnen die termijn geen zekerheid is gesteld en evenmin griffierecht is betaald. Gelet hierop dient de betrokkene in het hoger beroep niet-ontvankelijk te worden verklaard. Derhalve komt het hof niet toe aan een inhoudelijke behandeling van de argumenten van de betrokkene.

3.3. Hoewel in de verzetprocedure de bezwaren tegen de inleidende beschikking niet meer aan de orde kunnen komen, kan onder omstandigheden inning dan wel voortzetting van de inning van de sanctie in strijd komen met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Het hof overweegt in dit verband, dat de kans, dat de sanctie is opgelegd aan een ander dan degene die de gedraging heeft verricht, in deze zaak zeer aanzienlijk is. Daargelaten de getuigenverklaringen, die - als te laat overgelegd - in dit stadium van de procedure geen rol meer kunnen spelen, valt op dat blijkens het zaakoverzicht aanvankelijk als woonplaats een (kennelijk niet bestaand) adres en postcode in Erica (Drenthe) is genoteerd en als geboorteplaats van de betrokkene: Emmen en dat kennelijk door middel van de opgegeven (veel voorkomende) naam en de opgegeven geboortedatum het adres [adres] is getraceerd. In aanmerking nemend dat de gedraging betreft: "als bestuurder van een fiets bij nacht/dag indien het zicht slecht is geen voor- en/of achterlicht voeren" te Emmen wekt het bevreemding, dat de betrokkene, die sinds zijn geboorte op voormeld adres in [plaatsnaam] staat ingeschreven, kon worden aangemerkt als betrokkene.

Het hof geeft dan ook met het oog op de algemene beginselen van behoorlijk bestuur het openbaar ministerie in overweging het dossier opnieuw te bestuderen ten einde te bezien of inning niet achterwege zou dienen te blijven.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

verklaart de betrokkene niet-ontvankelijk in het hoger beroep.

Deze beschikking is gegeven door mrs. Dijkstra, Poelman en Weenink, in tegenwoordigheid van mr. Wijma als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.