Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2008:BD3066

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
26-03-2008
Datum publicatie
04-06-2008
Zaaknummer
WAHV 07-01656
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De gemachtigde van de betrokkene stelt zich op het standpunt stelt dat plaatsing van de borden A1 (50 km) binnen de bebouwde kom in strijd is met het BABW en de daarop gebaseerde "Uitvoeringsvoorschriften BABW inzake verkeerstekens 1991". Het hof is van oordeel dat dat standpunt onjuist is, nu in hoofdstuk II, §4 onder 3, van de Uitvoeringsvoorschriften BABW is bepaald, dat het bord A1 binnen de bebouwde kom mag worden geplaatst om zo nodig te herinneren aan de algemene snelheidslimiet van 50 kilometer per uur.

Wijziging feitcode. De betrokkene wordt hierdoor niet in haar belangen geschaad, nu zij wist waartegen zij zich te verdedigen had en de bij de feitcodes behorende sancties dezelfde zijn.

Wetsverwijzingen
Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW) 4, geldigheid: 2008-03-26
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 20d, geldigheid: 2008-03-26
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 12, geldigheid: 2008-03-26
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 13, geldigheid: 2008-03-26
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
VR 2008, 69

Uitspraak

WAHV 07/01656

26 maart 2008

CJIB 19100274768

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank Arnhem

van 11 september 2007

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [woonplaats]

voor wie als gemachtigde optreedt [gemachtigde]

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie in het arrondissement Arnhem genomen beslissing ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De gemachtigde van de betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. Daarbij heeft zij verzocht om vergoeding van kosten.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De gemachtigde van de betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.

De advocaat-generaal heeft een reactie gegeven op de nadere toelichting op het beroep.

3. Beoordeling

3.1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 107,- opgelegd ter zake van “overschrijding van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom (verkeersbord A1) met 22 km/h (feitcode VB022)”, welke gedraging zou zijn verricht op 11 november 2006 om 00:36 uur op de kruising van de Neerbosscheweg met de Hogelandseweg te Nijmegen met het voertuig met kenteken [AB-00-AB]

3.2. De gemachtigde, tevens bestuurder van het voertuig, ontkent niet dat zij met de in de beschikking genoemde snelheid heeft gereden. Zij bestrijdt echter dat de gedraging binnen de bebouwde kom is geconstateerd en beroept zich daarbij op een uitspraak van de kantonrechter van de rechtbank Arnhem van 18 april 2003, inhoudende dat op de Neerbosscheweg vanaf de kruising met de Energieweg geen sprake is van bebouwde kom nu de plaatsing van het bord H2, na de kruising met de Hogelandseweg en direct voor het begin van de A73, niet in overeenstemming is met de Uitvoeringsvoorschriften behorende bij het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW). Sinds die uitspraak van 18 april 2003 zijn de omstandigheden in die zin gewijzigd dat tot aan de genoemde kruising borden A1 (50 km) zijn geplaatst. Op de kruising waar de snelheidsmeting heeft plaatsgevonden ontbreken die borden echter, zodat volgens de gemachtigde de snelheid op die kruising niet beperkt was tot 50 kilometer per uur.

In dat kader voert de gemachtigde nog aan dat, voor zover het bord A1(50 km) op de Neerbosscheweg is geplaatst, dit in strijd is met de Uitvoeringsvoorschriften BABW, volgens welke het bord A1 (50 km) binnen de bebouwde kom niet in combinatie met het bord H1 (bebouwde kom) mag worden gebruikt. Waar dit wel is gebeurd, wordt het bord H1 door het bord A1 opgeheven. Ook om die reden was er geen sprake van een bebouwde kom in het onderhavige geval.

Het beroepschrift van de gemachtigde bevat een foto van de betreffende verkeerssituatie zoals die bestond tot de bij het beroepschrift gevoegde uitspraak van de kantonrechter van 4 juni 2007.

De gemachtigde voert voorts aan dat zij in haar verdedigingsbelangen is geschaad doordat de kantonrechter haar verzoek om een meegebrachte getuige-deskundige te horen heeft afgewezen. Zij heeft in hoger beroep geen bezwaar tegen schriftelijke behandeling.

3.3. Het proces-verbaal van de zitting van de kantonrechter behelst niet dat deze zitting in het openbaar heeft plaatsgevonden. Voorts kan noch uit de beslissing zelf, noch uit enig ander aan het hof toegezonden stuk blijken dat de uitspraak in het openbaar is geschied. Derhalve moet het ervoor worden gehouden dat noch de behandeling van de zaak noch de uitspraak heeft plaatsgevonden op een openbare zitting, hetgeen in strijd is met het eerste lid van artikel 12 WAHV onderscheidenlijk het tweede lid van artikel 13 WAHV. De voorschriften met betrekking tot de openbaarheid van de zitting en de uitspraak zijn voor een goede rechtspleging van zo wezenlijke betekenis dat de niet-naleving daarvan leidt tot nietigheid van de desbetreffende beslissing. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter daarom vernietigen en doen hetgeen de kantonrechter had behoren te doen.

3.4. De gedraging behorende bij de onder 3.1 genoemde feitcode betreft een overtreding van artikel 62 jo. bord A1 van Bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), dat bepaalt dat weggebruikers verplicht zijn gevolg te geven aan verkeerstekens die een gebod of verbod inhouden.

3.5. De ambtsedige verklaring van de verbalisant, zoals opgenomen in het zaakoverzicht van het CJIB, houdt onder meer in dat het voertuig van de betrokkene, komende uit de richting van de Energieweg, reed in de richting van de A73, en dat de gedraging is geconstateerd binnen de bebouwde kom.

3.6. Artikel 20, aanhef en onder a, RVV 1990 bepaalt dat binnen de bebouwde kom voor motorvoertuigen een maximumsnelheid geldt van 50 km per uur.

3.7. Uit de beroepschriften van de gemachtigde en de daarbij gevoegde stukken blijkt dat er bij de gemachtigde geen misverstand over bestond dat de kruising nog binnen de door de gemeente vastgestelde grenzen van de bebouwde kom gelegen is, zodat haar reeds op die grond duidelijk kon zijn dat ter plaatse een maximumsnelheid van 50 kilometer per uur gold. Dat zij meent dat de plaatsing van het bord H2 niet in overeenstemming is met de Uitvoeringsvoorschriften BABW doet daaraan niet af. Immers, die voorschriften zijn gericht tot de wegbeheerder. Daarom heeft als uitgangspunt te gelden dat het niet ter beoordeling van de weggebruiker staat of een verkeersteken overeenkomstig de voorschriften en aanbevelingen is geplaatst. Dat is slechts anders in het geval de situatie klaarblijkelijk zo afwijkend is van die waarop het verkeersteken betrekking heeft dat bij gevolg geven aan dat teken de veiligheid op de weg in gevaar zou worden gebracht (vgl. HR 4 december 1984, VR 1985/39 en Hof Leeuwarden 15 mei 2002, VR 2002/192). Dat is in casu niet het geval.

Het hof wijst in dit verband tevens op zijn arrest van 19 oktober 2007, WAHV 07/00775, dat is gewezen naar aanleiding van een uitspraak van de kantonrechter van de rechtbank Arnhem van 29 mei 2007, in welke zaak de door de gemachtigde genoemde deskundige door het hof is gehoord.

3.8. Voor zover de gemachtigde zich op het standpunt stelt dat plaatsing van de borden A1 (50 km) binnen de bebouwde kom in strijd is met het BABW en de daarop gebaseerde "Uitvoeringsvoorschriften BABW inzake verkeerstekens 1991" overweegt het hof dat dat standpunt onjuist is, nu in hoofdstuk II, §4 onder 3, van de Uitvoeringsvoorschriften BABW is bepaald, dat het bord A1 binnen de bebouwde kom mag worden geplaatst om zo nodig te herinneren aan de algemene snelheidslimiet van 50 kilometer per uur.

3.9. Naar het oordeel van het hof kan in het midden blijven of het bord A1 op de kruising van de Neerbosscheweg met de Hogelandseweg had moeten worden herhaald, zoals de gemachtigde heeft gesteld. Gelet op de ratio van de plaatsing van de borden A1 (50 km) binnen de bebouwde kom, kan in ieder geval worden vastgesteld dat de binnen de bebouwde kom algemeen geldende maximumsnelheid van 50 km per uur (gedragsregel) is overschreden met

22 kilometer per uur.

3.10. Het hof zal, met vernietiging van de beslissing van de kantonrechter, het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaren, behoudens de omschrijving van de gedraging, en de in de beslissing van de officier van justitie en de inleidende beschikking genoemde gedraging wijzigen, in die zin dat de gedraging betreft "overschrijding van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom (gedragsregel) met 22 km per uur". Daarbij hoort de feitcode VA022. Naar het oordeel van het hof wordt de gemachtigde door die wijziging niet in haar belangen geschaad, nu zij wist waartegen zij zich te verdedigen had en de bij de feitcode VA022 behorende sanctie dezelfde is als die behorende bij de feitcode VB022.

3.11. Het hof acht geen termen aanwezig voor vergoeding van kosten.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de gedraging betreft "overschrijding van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom (gedragsregel) met 22 km per uur (feitcode VA022)" en verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie van 6 februari 2007 voor het overige ongegrond;

wijzigt de inleidende beschikking in die zin, dat de gedraging betreft "overschrijding van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom (gedragsregel) met 22 km per uur (feitcode VA022)";

wijst het verzoek van de gemachtigde om de advocaat-generaal te veroordelen in de proceskosten af.

Dit arrest is gewezen door mrs. Dijkstra, Weenink en Van Wagtendonk, in tegenwoordigheid van mr. Zomer als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.