Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2008:BD2971

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
03-03-2008
Datum publicatie
02-06-2008
Zaaknummer
WAHV 07-01326
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof is van oordeel dat de verdedigingsrechten die besloten liggen in artikel 6, derde lid, onder b, EVRM meebrengen dat aan een verzoek van een betrokkene, die correspondeert in de Engelse taal, om aan hem gerichte correspondentie in de Engelse taal te stellen, in beginsel moet worden voldaan. De betrokkene heeft echter zijn woonadres in Nederland, zodat het enkele feit, dat hij in de Engelse taal correspondeert niet zonder meer betekent, dat hij de Nederlandse taal niet verstaat. Uit de onderhavige zaak en de zaak met WAHV-nummer 07/00411 blijkt immers dat de betrokkene in ieder geval sinds 2005 in Nederland verblijft en kennelijk deelneemt aan het Nederlandse maatschappelijke verkeer. Bovendien kan hij zelf, indien noodzakelijk, in zijn werk- en/of kennissenkring hulp zoeken bij de vertaling van schriftelijke stukken, indien hij deze stukken niet begrijpt. Daar komt nog bij dat uit de zaak met het WAHV-nummer 07/00411 blijkt dat de partner van de betrokkene de Nederlandse taal machtig is.

Wetsverwijzingen
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 11, geldigheid: 2008-03-03
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

WAHV 07/01326

3 maart 2008

CJIB 19098526460

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank Utrecht

van 21 september 2007

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [woonplaats]

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie in het arrondissement Utrecht genomen beslissing niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Hiervan is geen gebruik gemaakt.

Op 25 november 2007 is nog een brief van de betrokkene ontvangen. Nu deze na afloop van de schriftelijke fase is ingekomen, kan op de inhoud hiervan derhalve geen acht worden geslagen.

3. Beoordeling

3.1. De kantonrechter heeft, uitgaande van de vaststelling dat de betrokkene niet binnen de in artikel 11, derde lid, WAHV gestelde termijn zekerheid heeft gesteld voor de betaling van de opgelegde administratieve sanctie en dat de betrokkene evenmin binnen een nader gestelde termijn dit verzuim heeft hersteld, het beroep van de betrokkene niet-ontvankelijk verklaard.

3.2. De betrokkene voert aan dat hij de correspondentie niet begrijpt en dat de verschillende instanties ten onrechte niet in de Engelse taal hebben gecorrespondeerd. Naar het hof begrijpt stelt de betrokkene zich op het standpunt dat zijn verdedigingsrechten, zoals bedoeld in artikel 6, derde lid, onder b, Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM), hierdoor zijn geschonden.

Daarnaast voert de betrokkene aan geen zekerheid te kunnen stellen, omdat hij een negatief banksaldo heeft.

3.3. Het hof is van oordeel dat de verdedigingsrechten die besloten liggen in artikel 6, derde lid, onder b, EVRM meebrengen dat aan een verzoek van een betrokkene, die correspondeert in de Engelse taal, om aan hem gerichte correspondentie in de Engelse taal te stellen, in beginsel moet worden voldaan. De betrokkene heeft echter zijn woonadres in Nederland, zodat het enkele feit, dat hij in de Engelse taal correspondeert niet zonder meer betekent, dat hij de Nederlandse taal niet verstaat. Uit de onderhavige zaak en de zaak met WAHV-nummer 07/00411 blijkt immers dat de betrokkene in ieder geval sinds 2005 in Nederland verblijft en kennelijk deelneemt aan het Nederlandse maatschappelijke verkeer. Bovendien kan hij zelf, indien noodzakelijk, in zijn werk- en/of kennissenkring hulp zoeken bij de vertaling van schriftelijke stukken, indien hij deze stukken niet begrijpt. Daar komt nog bij dat uit de zaak met het WAHV-nummer 07/00411 blijkt dat de partner van de betrokkene de Nederlandse taal machtig is. Het hof is dan ook van oordeel dat van de betrokkene kon worden verwacht dat hij kennis nam van de inhoud van de aan hem gerichte correspondentie. Op grond hiervan is het hof van oordeel dat de verdedigingsrechten van de betrokkene niet zijn geschonden doordat de aan hem gerichte correspondentie in de Nederlandse taal is gesteld.

3.4. Met betrekking tot de stelling van de betrokkene dat hij financieel niet in staat is zekerheid te stellen, overweegt het hof het volgende. Indien de betrokkene in reactie op (één van) de hem toegezonden brieven met redenen omkleed zou hebben aangegeven, dat van hem in redelijkheid niet kon worden gevergd, dat hij zekerheid zou stellen tot het totale van hem verlangde bedrag, had de kantonrechter, tenzij hij het aangevoerde reeds aanstonds aannemelijk zou hebben geacht, de betrokkene in de gelegenheid moeten stellen op een openbare zitting te worden gehoord omtrent zijn financiële draagkracht. De enkele opmerking van de betrokkene dat hij geen zekerheid kan stellen, omdat hij een negatief banksaldo heeft, kan echter niet worden opgevat als een met redenen omkleed draagkrachtverweer waarop de kantonrechter diende te reageren.

3.5. Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat de kantonrechter op juiste gronden heeft beslist. Derhalve zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter.

Dit arrest is gewezen door mr. Van Wagtendonk, in tegenwoordigheid van Kuiper als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.