Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2008:BD0862

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
29-04-2008
Datum publicatie
29-04-2008
Zaaknummer
24-000643-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft op verschillende data in de periode van 3 juli 2006 tot en met 16 oktober 2006 twee vrouwen en vier (medewerkers/eigenaren) van bedrijven opgelicht. Deze feiten heeft hij gepleegd op momenten dat nog geen 5 jaren waren verlopen sedert hij bij onherroepelijk geworden vonnis tot een gevangenisstraf van 2 jaren en zes maanden was veroordeeld wegens soortgelijke feiten. Daarnaast heeft verdachte in genoemde periode meermalen een koopovereenkomst en een opdracht tot levering valselijk opgemaakt. Verdachte heeft alle feiten gepleegd na een verkregen proefverlof, van welk proefverlof hij niet was teruggekeerd. Bovendien is hij vier maal eerder wegens het plegen van soortgelijke delicten veroordeeld tot forse gevangenisstraffen. Een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren acht het hof niet alleen gerechtvaardigd, maar ook noodzakelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Parketnummer: 24-000643-07

Parketnummer eerste aanleg: 17-880315-06

Arrest van 29 april 2008 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Leeuwarden van 1 maart 2007 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1971] te [geboorteplaats],

zonder vaste woonplaats hier te lande,

thans preventief gedetineerd in PI Zuid West - HvB De Torentijd te Middelburg,

niet ter terechtzitting verschenen. Wel verschenen is de raadsman van verdachte mr. Th.U. Hiddema, advocaat te Amsterdam.

Het vonnis waarvan beroep

De rechtbank Leeuwarden heeft de verdachte bij het vonnis ter zake het onder 1B, 2, 3, 4, 5 primair, 6 en 7 ten laste gelegde veroordeeld tot een straf en een bijkomende straf, heeft maatregelen opgelegd en heeft op de vorderingen van de benadeelde partijen en omtrent het beslag beslist, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

De raadsman van verdachte heeft verklaard uitdrukkelijk te zijn gemachtigd verdachte ter terechtzitting te verdedigen.

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Omvang van het hoger beroep

De raadsman van verdachte heeft verklaard, dat verdachte geen hoger beroep heeft willen instellen tegen de vrijspraak ter zake van het onder 1A ten laste gelegde. Het hof zal het hoger beroep aldus beperkt opvatten.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte ter zake van het onder 1B, 2, 3, 4, 5 primair, 6 en 7 ten laste gelegde zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren, met aftrek van voorarrest, en openbaarmaking van de uitspraak door publicatie in een zaterdageditie van het dagblad De Telegraaf, op kosten van de verdachte.

Met betrekking tot de benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft de advocaat-generaal gevorderd, dat het hof de vordering zal toewijzen tot een bedrag van € 1.900,63, met veroordeling van de verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt tot aan deze uitspraak begroot op € 90,= en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, en met oplegging van een schadevergoedingsmaatregel ten bedrage van € 1.900,63.

Met betrekking tot de benadeelde partij [bedrijf 4] heeft de advocaat-generaal gevorderd, dat het hof de vordering zal toewijzen tot een bedrag van € 150,= (post 3), met oplegging van een schadevergoedingsmaatregel ten bedrage van € 150,=, en de benadeelde partij met betrekking tot het overige gevorderde niet-ontvankelijk zal verklaren in de vordering.

Met betrekking tot de benadeelde partij [slachtoffer 6] heeft de advocaat-generaal gevorderd, dat het hof de vordering geheel zal toewijzen, met oplegging van een schadevergoedingsmaatregel ten bedrage van € 1.611,29.

Met betrekking tot de inbeslaggenomen voorwerpen heeft de advocaat-generaal gevorderd, dat deze zullen worden bewaard ten behoeve van de rechtmatige eigenaar.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis, voor zover aan hoger beroep onderworpen, vernietigen en in zoverre opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Het hof heeft ter terechtzitting wijzing van de tenlastelegging toegelaten overeenkomstig de vordering van de advocaat-generaal.

Aan dit arrest is gehecht een fotokopie van de inleidende dagvaarding, met daarin opgenomen de door het hof toegelaten wijziging van de tenlastelegging. De - als voor dit hoger beroep van belang - onder 1B, 2, 3, 4, 5 primair en subsidiair, 6 en 7 vermelde inhoud van die gewijzigde tenlastelegging wordt geacht hier te zijn overgenomen.

Bewezenverklaring

Het hof acht het onder 1B, 2, 3, 4, 5 primair, 6 en 7 ten laste gelegde bewezen, met dien verstande, dat:

1.

hij in de periode van 8 september 2006 tot en met 16 oktober 2006, te [plaats a] en te [plaats b], telkens met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen telkens door een samenweefsel van verdichtsels [slachtoffer 1] telkens heeft bewogen tot:

B.

het aangaan van schuld, te weten verbintenissen in de vorm van telefoonabonnementen, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid - die [slachtoffer 1] medegedeeld, dat hij, verdachte, telefoons voor de zaak nodig had en dat hij zijn identiteitskaart niet bij zich had en vervolgens de telefoonabonnementen op naam van die [slachtoffer 1] heeft laten zetten en met die [slachtoffer 1] de afspraak gemaakt dat de telefoonabonnementen later zouden worden omgezet op naam en rekeningnummer van hem, verdachte,

waardoor die [slachtoffer 1] telkens werd bewogen tot het aangaan van bovenomschreven schuld, terwijl tijdens het plegen van voornoemde misdrijven nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een veroordeling van de schuldige tot gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan.

2.

hij op 14 oktober 2006, te [plaats b], met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en van een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 2], verkoper van [bedrijf 1], telefonisch heeft bewogen tot de afgifte van een hoeveelheid visspullen te weten een fishfinder en een hengel met molen en een viskoffer met complete inhoud en een visakte en een visvergunning en een bootschep en een bootsteun, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid - zich tegenover die [slachtoffer 2] voorgedaan te zijn [naam], en dat hij eigenaar was van een amusementsbedrijf en dat hij 10 man in dienst had en dat hij voor een personeelsuitje hengels wilde bestellen tot een maximum van 200 euro per persoon en dat hij verdachte zelf wilde gaan vissen en daartoe per direkt visspullen nodig had, waardoor die [slachtoffer 2] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte, terwijl tijdens het plegen van voornoemd misdrijf nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een veroordeling van de schuldige tot gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan.

3.

hij in de periode van 5 september 2006 tot en met 22 september 2006, te [plaats c], meermalen, telkens met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en van een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels [slachtoffer 3], verkoper van [bedrijf 2] heeft bewogen tot de afgifte van een personenauto te weten een Mercedes C klasse en een trapauto en een zonnebril en een modelauto, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid zich voorgedaan als bonafide klant en zich voorgedaan als een persoon genaamd [naam] en gezegd dat hij een groot kermisexploitant was en dat hij, verdachte, ongeveer twintig attracties door heel Europa bezat en aan voornoemde [slachtoffer 3] medegedeeld dat de auto waarmee hij, verdachte, bij voornoemd autobedrijf was gekomen van zijn tante (die bij voornoemd autobedrijf bekend stond als een correct betalende, ook van de kermiswereld afkomstige klant) was en dat deze auto kapot was en dat hij, verdachte, op 5 september 2006 voor zakelijk gebruik een Mercedes ML en een Mercedes C klasse en voor privégebruik een Mercedes SLK wilde kopen en een kaartje van het bedrijf heeft overgelegd (met als opschrift [opschrift]), waardoor die [slachtoffer 3] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte, terwijl tijdens het plegen van voornoemde misdrijven nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een veroordeling van de schuldige tot gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan.

4.

hij in de periode van 21 september 2006 tot en met 6 oktober 2006, te [plaats c], meermalen, telkens een koopovereenkomst en een opdracht tot levering van [bedrijf 2], elk zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt, immers heeft verdachte telkens valselijk in die koopovereenkomst en in die opdracht tot levering als naam van zijn bedrijf [bedrijf] laten invullen en telkens voorzien van een handtekening, welke de handtekening moest voorstellen van [naam], zulks telkens met het oogmerk om die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken.

5. primair.

hij op 3 juli 2006, te [plaats d], met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 4], zijnde eigenaar van het bedrijf [bedrijf 3], heeft bewogen tot de afgifte van een oprijwagen (tandemasser, merk Anssems, type A-2 2000, chassisnummer 8481970), hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - opzettelijk valselijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid zich voorgedaan te zijn directeur van een bedrijf genaamd [naam] die een aanhangwagen merk Verdonk, ter waarde van 14.448,00 euro, wilde kopen, en die in afwachting van de levering van die te kopen aanhangwagen en omdat hij, verdachte, iets moest vervoeren een aanhangwagen (vorenbedoelde oprijwagen, tandemasser, merk Anssems) wilde lenen en gebruiken, waardoor voornoemde [slachtoffer 4] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte, terwijl tijdens het plegen van voornoemd misdrijf nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een veroordeling van de schuldige tot gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan.

6.

hij op 21 juli 2006, te [plaats e], met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en door een samenweefsel van verdichtsels [slachtoffer 5], zijnde vestigingsmanager van het bedrijf [bedrijf 4], heeft bewogen tot de afgifte van een personenauto merk Chevrolet, type Nubira, voorzien van het kenteken [kenteken], hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - opzettelijk valselijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid zich voorgedaan als een persoon genaamd [naam] en die een personenauto merk KIA, type Sorento, ter waarde van 45.173 euro wilde kopen en die in afwachting van de levering van die te kopen personenauto en omdat hij, verdachte, een grote auto nodig had omdat hij dierenarts was een personenauto (vorenbedoelde Chevrolet, type Nubira) wilde lenen en gebruiken, waardoor voornoemde [slachtoffer 5] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte, terwijl tijdens het plegen van voornoemd misdrijf nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een veroordeling van de schuldige tot gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan.

7.

hij in de periode van 8 juli 2006 tot en met 31 juli 2006, te [plaats f], met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en van een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels

[slachtoffer 6] heeft bewogen tot het aangaan van schuld te weten een verbintenis in de vorm van een telefoonabonnement, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid

- zich voorgedaan als een persoon te zijn genaamd [naam] en dat hij, verdachte, een zakenman was en in vastgoed

handelde en dat hij, verdachte, medeëigenaar was van pretpark Slagharen en

- dat hij, verdachte, telefonisch werd lastiggevallen op zijn zakelijke en mobiele telefoon en dat hij snel een nieuw

mobiel-telefooncontract af moest sluiten omdat het anders helemaal fout zou gaan met zijn bedrijf en dat hij zijn

legitimatiebewijs in zijn auto had liggen en dat die auto bij een garage in Drenthe stond en vervolgens het

telefoonabonnement op naam van die [slachtoffer 6] heeft laten zetten en het telefooncontract zou overnemen en op zijn,

verdachtes, naam zou zetten, zodra hij weer kon beschikken over zijn legitimatiebewijs,

waardoor die [slachtoffer 6] werd bewogen tot het aangaan van vorenomschreven schuld, terwijl tijdens het plegen van voornoemd misdrijf nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een veroordeling van de schuldige tot gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1B, 2, 3, 4, 5 primair, 6 en 7 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert respectievelijk op de misdrijven:

onder 1B en 3 telkens:

oplichting, meermalen gepleegd, terwijl tijdens het plegen van de misdrijven nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een veroordeling van de schuldige tot gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan;

onder 2, 5 primair, 6 en 7 telkens:

oplichting, terwijl tijdens het plegen van het misdrijf nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een veroordeling van de schuldige tot gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan;

onder 4:

valsheid in geschrift, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte. Het hof heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft op verschillende data in de periode van 3 juli 2006 tot en met 16 oktober 2006 twee vrouwen en vier (medewerkers/eigenaren van) bedrijven opgelicht.

Verdachte heeft zijn (toenmalige) vriendin [slachtoffer 1] door een verzonnen verhaal telefoonabonnementen op haar naam laten zetten onder de afspraak dat deze later zouden worden omgezet op naam en rekeningnummer van verdachte.

Iets soortgelijks heeft verdachte uitgehaald bij een andere vriendin, [slachtoffer 6].

Verdachte kwam zijn afspraken niet na en liet de vrouwen opdraaien voor de kosten.

Bij de oplichtingen van deze vrouwen is verdachte bovendien ingedrongen in hun privéleven.

Bij [bedrijf 1] heeft verdachte door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid en door een verzonnen verhaal een verkoper van dat bedrijf bewogen tot de afgifte van een hoeveelheid (dure) visspullen.

Bij [bedrijf 2] heeft verdachte door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid en door een verzonnen verhaal een verkoper van dat bedrijf bewogen tot de afgifte een personenauto (Mercedes C klasse), een trapauto, een zonnebril en een modelauto. Bij deze oplichting heeft verdachte bovendien misbruik gemaakt van de gegevens van zijn werkgeefster, die bij dat bedrijf te boek stond als een correct betalende, ook uit de kermiswereld afkomstige, klant.

Bij [bedrijf 3] heeft verdachte door het aannemen van een valse hoedanigheid en door een verzonnen verhaal de eigenaar van dat bedrijf bewogen tot de afgifte van een tandemasser, merk Anssems, type A-2 2000.

Bij [bedrijf 4] heeft verdachte door het aannemen van een valse naam en door een verzonnen verhaal een medewerker van dat bedrijf bewogen tot de afgifte van een personenauto (Chevrolet, type Nubira).

Aldus heeft verdachte niet alleen de slachtoffers behoorlijke financiële schade berokkend, maar heeft hij ook het vertrouwen dat men in het handelsverkeer in elkaar moet kunnen hebben meermalen op ernstige wijze geschonden.

Daarenboven heeft verdachte voormelde feiten gepleegd op momenten dat nog geen 5 jaren waren verlopen sedert hij bij onherroepelijk geworden vonnis van de rechtbank Utrecht d.d. 31 mei 2005 tot 2 jaren en 6 maanden gevangenisstraf wegens soortgelijke delicten was veroordeeld.

Voorts heeft verdachte in genoemde periode meermalen een koopovereenkomst en een opdracht tot levering van [bedrijf 2] valselijk opgemaakt. Hij heeft een door hem gefingeerde bedrijfsnaam laten invullen en die overeenkomsten en opdrachten voorzien van een valse handtekening. Verdachte heeft door het plegen van deze feiten het vertrouwen, dat moet kunnen worden gesteld in stukken die tot bewijs van enig feit dienen, zijnde een hoog te achten goed in onze maatschappij, in belangrijke mate geschonden.

Alle hiervoor bewezen verklaarde feiten heeft verdachte bovendien gepleegd na een verkregen proefverlof tijdens een uit te zitten gevangenisstraf, van welk proefverlof hij niet was teruggekeerd.

Slechts door snel en adequaat ingrijpen van een oom van [slachtoffer 1] voornoemd is aan de oplichtingspraktijken van verdachte en aan diens strafbaar handelen een einde gekomen en is (nog) meer ellende en schade voorkomen kunnen worden.

Uit het verdachte betreffende Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 24 september 2007 blijkt, dat verdachte, naast de hiervoor genoemde veroordeling op 31 mei 2005, viermaal eerder ter zake van het plegen van soortgelijke delicten tot forse gevangenisstraffen is veroordeeld. De eerste keer op 10 juli 1997 tot 12 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, de tweede keer op 20 oktober 1999 tot 2 jaren gevangenisstraf, de derde keer op 6 juli 2000 tot 6 maanden gevangenisstraf en ten slotte de vierde keer op 23 januari 2001 tot 21 maanden gevangenisstraf. Al deze straffen hebben hem er niet van weerhouden de hiervoor bewezen verklaarde feiten te begaan.

Op grond van het vorenstaande acht het hof de oplegging van de door de rechtbank opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren, welke straf eveneens door de advocaat-generaal is gevorderd, niet alleen gerechtvaardigd, maar ook noodzakelijk. Het hof zal die straf dan ook aan verdachte opleggen.

Het hof ziet geen aanleiding of noodzaak om de maatregel van openbaarmaking van de uitspraak op te leggen, zoals door de advocaat-generaal is gevorderd.

Benadeelde partij [slachtoffer 1]

Gebleken is, dat de benadeelde partij zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd, dat haar vordering in eerste aanleg deels is toegewezen en dat zij zich binnen de grenzen van haar eerste vordering in het geding in hoger beroep opnieuw heeft gevoegd. Derhalve duurt de voeging ter zake van haar in eerste aanleg gedane vordering tot schadevergoeding in het geding in hoger beroep voort.

Uit het "Voegingsformulier benadeelde partij in het strafproces" met bijlagen, in samenhang beschouwd met de toelichting van de benadeelde partij ter zitting in eerste aanleg, op welke zitting zij haar vordering heeft gewijzigd, zoals nader vermeld in het ter zake opgemaakte proces-verbaal van die terechtzitting, blijkt, dat de benadeelde partij vergoeding van 33 posten vordert tot een totaal bedrag van € 4.459,71. Daarnaast wenst zij vergoeding van kosten voor rechtsbijstand (€ 90,=).

Ter zitting van het hof heeft mr. Veenstra namens de benadeelde partij haar gewijzigde vordering in eerste aanleg gehandhaafd, met dien verstande dat het door verdachte gestorte bedrag van € 1.000,= op haar vordering in mindering moet worden gebracht.

Vaststaat dat door de onder 1B bewezen verklaarde feiten door de benadeelde partij rechtstreeks schade is geleden, voor welke schade verdachte jegens genoemd slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is.

Het hof is van oordeel, dat de benadeelde partij de hoogte van de gevorderde schade met betrekking tot de onder 3., 4., 9. en 26. gevorderde posten deugdelijk heeft gesteld en onderbouwd. De ter zake van die posten gevorderde bedragen komen het hof niet onbillijk of ongegrond voor. Gelet op het vorenstaande en nu van de zijde van de verdachte de hoogte van die vier posten niet zijn weersproken, dienen deze te worden toegewezen. De vier posten betreffen:

3. Nota Vodafone € 2.637,31

4. KPN automatische incasso 28-09-06 € 63,31

9. betaling The Phonehouse 14-09-06 € 0,01

26. voorschot Vodafone 02-10-06 € 200,00

totaal € 2.900,63.

Op genoemd bedrag van € 2.900,63 dient het inmiddels door verdachte aan de benadeelde partij betaalde bedrag van € 1.000,= in mindering te worden gebracht. De vordering van de benadeelde partij is dan ook toewijsbaar tot € 1.900,63. Het komt het hof gepast voor om dit bedrag tevens toe te wijzen in de vorm van een schadevergoedingsmaatregel.

Het hof is van oordeel, dat de vordering van de benadeelde partij met betrekking tot de overige gevorderde posten geen betrekking heeft op schade, die rechtstreeks is toegebracht door één of meer van de hiervoor bewezen verklaarde feiten. Gelet op het bepaalde in artikel 361, tweede lid, aanhef en onder b, van het Wetboek van Strafvordering, dient de benadeelde partij in haar vordering in zoverre niet ontvankelijk te worden verklaard.

Gelet op het vorenstaande dient verdachte, als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij, te worden veroordeeld in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op € 90,= en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Benadeelde partij [bedrijf 4]

Gebleken is, dat de benadeelde partij zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd, dat haar vordering in eerste aanleg deels is toegewezen en dat zij zich binnen de grenzen van haar eerste vordering in het geding in hoger beroep opnieuw heeft gevoegd. Derhalve duurt de voeging ter zake van haar in eerste aanleg gedane vordering tot schadevergoeding in het geding in hoger beroep voort.

Uit het "Voegingsformulier benadeelde partij in het strafproces" met bijlagen blijkt, dat de benadeelde partij vergoeding van de navolgende posten vordert:

1. LG navigatie € 399,00

2. Waardevermindering auto € 1.000,00

3. schoonmaakkosten auto € 150,00

totaal € 1.549,00.

Vaststaat dat door het onder 6 bewezen verklaarde feit door de benadeelde partij rechtstreeks schade is geleden, voor welke schade verdachte jegens genoemd slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is.

Het hof is van oordeel, dat de benadeelde partij de hoogte van de gevorderde schade met betrekking tot de hiervoor onder 1., 2. en 3. gevorderde posten deugdelijk heeft gesteld en onderbouwd. De ter zake van die posten gevorderde bedragen komen het hof niet onbillijk of ongegrond voor. Gelet op het vorenstaande en nu die vordering van de zijde van de verdachte onvoldoende is weersproken, dient de vordering van de benadeelde partij te worden toegewezen tot een bedrag van € 1.549,00. Het komt het hof gepast voor om dit bedrag tevens toe te wijzen in de vorm van een schadevergoedingsmaatregel.

Gelet op het vorenstaande dient verdachte, als de in het ongelijk gestelde partij, te worden veroordeeld in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Benadeelde partij [slachtoffer 6]

Gebleken is, dat de benadeelde partij zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd en dat haar vordering in eerste aanleg geheel is toegewezen. Derhalve duurt de voeging ter zake van haar gehele vordering tot schadevergoeding in het geding in hoger beroep voort.

Uit het "Voegingsformulier benadeelde partij in het strafproces" met bijlagen blijkt, dat de benadeelde partij een bedrag van € 1.611,29 (abonnement telefoon) vordert.

Vaststaat dat door het onder 7 bewezen verklaarde feit door de benadeelde partij rechtstreeks schade is geleden, voor welke schade verdachte jegens genoemd slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is.

Het hof is van oordeel, dat de benadeelde partij de hoogte van de gevorderde schade deugdelijk heeft gesteld en onderbouwd. Het gevorderde bedrag komt het hof niet onbillijk of ongegrond voor. Gelet op het vorenstaande en nu van de zijde van de verdachte de hoogte van het gevorderde bedrag niet is weersproken, dient de vordering van de benadeelde partij te worden toegewezen tot een bedrag van € 1.611,29. Het komt het hof gepast voor om dit bedrag tevens toe te wijzen in de vorm van een schadevergoedingsmaatregel.

Gelet op het vorenstaande dient verdachte, als de in het ongelijk gestelde partij, te worden veroordeeld in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Beslag

Niet is gebleken dat de in beslag genomen goederen toebehoren aan (een) ander(en) dan aan verdachte dan wel dat zij vatbaar zijn voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer. Het hof zal dan ook de teruggave van deze goederen aan verdachte gelasten.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 36f (oud), 43a, 43b, 57 (oud), 225 en 326 van het Wetboek van Strafrecht.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, voor zover aan hoger beroep onderworpen, en in zoverre opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte onder 1B, 2, 3, 4, 5 primair, 6 en 7 ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart deze feiten en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1B, 2, 3, 4, 5 primair, 6 en 7 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot gevangenisstraf voor de duur van vier jaren;

beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering wordt gebracht;

gelast de teruggave aan verdachte van de voorwerpen vermeld op de aan dit arrest gehechte "lijst van inbeslaggenomen niet teruggegeven voorwerpen ex. artikel 309 SV.";

wijst toe de vordering van de benadeelde partij, [slachtoffer 1], wonende te [woonplaats], tot een bedrag van duizend negenhonderd euro en drieënzestig cent;

verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering;

veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt - tot op deze uitspraak begroot op negentig euro - en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte tevens de verplichting op tot betaling aan de Staat van duizend negenhonderd euro en drieënzestig cent ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1], wonende te [woonplaats];

beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van achtendertig dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt;

bepaalt dat indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van bovenvermeld bedrag, de verplichting om te voldoen aan de vordering van de benadeelde partij komt te vervallen, alsmede dat, indien veroordeelde aan de vordering van de benadeelde partij heeft voldaan, de verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen;

wijst toe de vordering van de benadeelde partij, [bedrijf 4], gevestigd te [vestigingsplaats], tot een bedrag van duizend vijfhonderdnegenenveertig euro;

veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt - tot aan deze uitspraak begroot op nihil - en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte tevens de verplichting op tot betaling aan de Staat van duizend vijfhonderdnegenenveertig euro ten behoeve van het slachtoffer [bedrijf 4], gevestigd te [vestigingsplaats];

beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van dertig dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt;

bepaalt dat indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van bovenvermeld bedrag, de verplichting om te voldoen aan de vordering van de benadeelde partij komt te vervallen, alsmede dat, indien veroordeelde aan de vordering van de benadeelde partij heeft voldaan, de verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen;

wijst toe de vordering van de benadeelde partij, [slachtoffer 6], wonende te [woonplaats], tot een bedrag van duizend zeshonderdelf euro en negenentwintig cent;

veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt - tot aan deze uitspraak begroot op nihil - en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte tevens de verplichting op tot betaling aan de Staat van duizend zeshonderdelf euro en negenentwintig cent ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 6], wonende te [woonplaats];

beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van tweeëndertig dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt;

bepaalt dat indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van bovenvermeld bedrag, de verplichting om te voldoen aan de vordering van de benadeelde partij komt te vervallen, alsmede dat, indien veroordeelde aan de vordering van de benadeelde partij heeft voldaan, de verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. Fransen, voorzitter, mr. Koolschijn en mr. Dam, in tegenwoordigheid van Boersma als griffier, zijnde mr. Dam voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.