Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2008:BC9908

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
14-02-2008
Datum publicatie
18-04-2008
Zaaknummer
WAHV 07-01759
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De betrokkene heeft binnen de hem gestelde termijn zekerheid gesteld. De betrokkene heeft echter twee maal een bedrag overgemaakt onder vermelding van hetzelfde beschikkingsnummer. Het CJIB heeft een bedrag teruggestort. Het CJIB had evenwel dienen te onderzoeken of de betaling kon worden gekoppeld aan een openstaande post. De kantonrechter heeft het beroep ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. Terugwijzing van de zaak naar de kantonrechter.

Wetsverwijzingen
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 11
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 20d
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 07/01759

14 februari 2008

CJIB 49101992984

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank Utrecht

van 18 oktober 2007

betreffende [betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [woonplaats].

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie in het arrondissement Utrecht genomen beslissing niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. Hierbij is verzocht om vergoeding van kosten.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Hiervan is geen gebruik gemaakt.

3. Beoordeling

3.1. De kantonrechter heeft, uitgaande van de vaststelling dat de betrokkene niet binnen de in artikel 11, derde lid, WAHV gestelde termijn zekerheid heeft gesteld voor de betaling van de opgelegde administratieve sanctie en dat de betrokkene evenmin binnen een nader gestelde termijn dit verzuim heeft hersteld, het beroep van de betrokkene niet-ontvankelijk verklaard.

3.2. De betrokkene voert aan dat hij tijdig zekerheid heeft gesteld, maar dat het CJIB het door hem betaalde bedrag heeft teruggestort.

3.3. Bij brieven van 3 en 18 juli 2007 heeft de officier van justitie de betrokkene mededeling gedaan van de verplichting om binnen twee weken na de dag van verzending van de mededeling zekerheid te stellen voor de betaling van de sanctie.

3.4. Bij het hoger beroepschrift heeft de betrokkene een mutatieoverzicht van zijn Postbankrekening gevoegd. Dit overzicht houdt in dat de betrokkene op 20 februari 2007 en op 11 juli 2007 een bedrag van € 50,- heeft overgemaakt naar het CJIB onder vermelding van beschikkingsnummer 79101992814. Het CJIB heeft een bedrag van € 50,- teruggestort onder vermelding van "dubbel betaald". Op 20 juli 2007 is het bedrag op de Postbankrekening van de betrokkene bijgeschreven.

3.5. Voor de beantwoording van de vraag of tijdig zekerheid is gesteld is bepalend of het te betalen bedrag binnen de gestelde termijn is ontvangen door het orgaan dat de betaling heeft verlangd. Indien - zoals in het onderhavige geval - niet duidelijk is voor de betaling van welke sanctie het bedrag aan zekerheid is gesteld, dient door het CJIB te worden nagegaan waarop deze betrekking heeft. Het is het hof ambtshalve bekend dat het CJIB hieromtrent beleid heeft ontwikkeld. Blijkens hetgeen onder 3.3. en 3.4.is overwogen, is het te betalen bedrag aan zekerheid binnen de aan de betrokkene gestelde termijn door het CJIB ontvangen. Gelet op de hoogte van het door de betrokkene betaalde bedrag, alsmede in aanmerking genomen dat de zaak met beschikkingsnummer 49101992984 volgens informatie van de advocaat-generaal op 11 juli 2007 nog openstond, had het CJIB moeten onderzoeken of de betaling aan deze openstaande post kon worden gekoppeld. Van een dergelijk onderzoek is niet gebleken. Gelet hierop moet het ervoor worden gehouden dat het CJIB de betaling door de betrokkene ten onrechte niet heeft gekoppeld aan de openstaande post.

3.6. Op grond van het voorgaande is het hof van oordeel dat de kantonrechter het beroep van de betrokkene ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard. Daarom zal het hof de beslissing van de kantonrechter vernietigen en de zaak terugwijzen naar de rechtbank Utrecht.

3.7. De betrokkene heeft verzocht om vergoeding van kosten. Nu niet is gebleken van kosten die op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor vergoeding in aanmerking komen, zal het hof het verzoek afwijzen.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de bestreden beslissing en wijst de zaak terug naar de rechtbank Utrecht ter behandeling en beslissing met inachtneming van dit arrest;

wijst het verzoek om vergoeding van kosten af.

Dit arrest is gewezen door mr. Van Wagtendonk, in tegenwoordigheid van

mr. Wijma als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.