Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2008:BC9780

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
16-04-2008
Datum publicatie
17-04-2008
Zaaknummer
0600302
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De tekortkoming van Friesland Foods in de nakoming van de distributieovereenkomst - tot levering van de overeengekomen hoeveelheid FCDF-melkpoeder aan Hoogtwegt - vond zijn oorzaak in de brand bij ATF.

Nu dit een omstandigheid was die niet aan Friesland Foods kon worden toegerekend, leverde dat overmacht voor Friesland Foods op.

Uit het bepaalde in artikel 6 sub n onder II van de distributieovereenkomst vloeit voort dat Friesland Foods in geval van overmacht niet gehouden is om Hoogtwegt schadeloos te stellen.

Het onderdeel 'Hoogtwegt' van de schadevordering van Friesland Foods komt dan ook niet voor toewijzing in aanmerking, nog daargelaten dat gesteld noch gebleken is dat Friesland Foods daadwerkelijk een schadevergoeding aan Hoogtwegt heeft voldaan of toegezegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RCR 2008, 66

Uitspraak

Arrest d.d. 16 april 2008

Rolnummer 0600302

HET GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN

Arrest van de derde kamer voor burgerlijke zaken in de zaak van:

Afvalstoffen Transport Friesland B.V.,

gevestigd te Drachten,

appellante,

in eerste aanleg: gedaagde,

hierna te noemen: ATF,

procureur: mr. J.V. van Ophem,

voor wie gepleit heeft mr. C. Banis, advocaat te Rotterdam,

tegen

Friesland Coberco Dairy Foods B.V.,

gevestigd te Meppel,

geïntimeerde,

in eerste aanleg: eiseres,

hierna te noemen: Friesland Foods,

procureur: mr. J.B. Dijkema,

voor wie gepleit heeft mr. R.P.J.L. Tjittes, advocaat te Amsterdam.

De inhoud van het tussenarrest d.d. 19 september 2007 wordt hier overgenomen.

Het verdere procesverloop

Ter uitvoering van het tussenarrest heeft Friesland Foods een akte overlegging productie genomen.

Vervolgens heeft ATF een akte genomen.

Ten slotte hebben partijen de stukken wederom overgelegd voor het wijzen van arrest.

De verdere beoordeling

1. Friesland Foods heeft bij akte de Distributieovereenkomst Melkpoeders (hierna: de distributieovereenkomst) in het geding gebracht, die zij in juli 1999 met Hoogtwegt International BV heeft gesloten.

2. In deze overeenkomst - waarin Hoogtwegt International wordt aangeduid als Hint - is onder meer het volgende bepaald.

Artikel 1 § 2 - specifieke definities:

"Producten" Melkpoeder bereid volgens het verstuivings- of walsenprocédé in grootverpakking of bulk;

"FCDF producten" Producten verkregen in een productielocatie FCDF;

Artikel 2 - doelstelling samenwerking partijen

1) De samenwerking beoogt primair het tot waarde brengen van de FCDF-producten op de diverse markten in de wereld.

2) FCDF brengt de producten voort als onderdeel van haar activiteiten die zich met name richten op de maximale valorisatie van de grondstof melk. De verwerking van melk tot melkpoeder heeft onder de huidige marktomstandigheden voor FCDF in belangrijke mate het karakter van een (onvermijdelijke) "restmelk verwerking". Productie van melkpoeder representeert doorgaans een lage valorisatiegraad van de betreffende melk, maar is tegelijkertijd - afhankelijk van beschikbaarheid en alternatieve verwerkingsmogelijkheden - noodzakelijk ter verduurzaming van de grondstof melk.

4) In het kader van de onderhavige samenwerking wordt door FCDF de verkoop en distributie van melkpoeder op een gecentraliseerde wijze, duurzaam buiten de eigen organisatie geplaatst.

Artikel 4 - uitwerking doelstelling op hoofdlijnen

§6 - voortbrenging producten door FCDF

1) FCDF beoogt de maximale valorisatie van melk. In dat kader is de beslissing tot het voortbrengen van de producten de bevoegdheid van FCDF. FCDF zal in overleg met Hint echter zorg dragen voor een voldoende mate van continuïteit in de productie van de FCDF-producten ten behoeve van de marktgedreven component in een omvang als in nader overleg door Hint en FCDF zal worden vastgesteld.

4) Slechts die FCDF-producten zullen worden geproduceerd waarvoor een feitelijke markt bestaat of naar verwachting zal ontstaan. Beslissingen in dat kader worden in overleg tussen partijen genomen (.....)

5) Productie van met name mager melkpoeder kan in een bepaalde periode noodzakelijk zijn ter verduurzaming van de grondstof melk bij gebreke van ander mogelijke of gewenste aanwendingsrichtingen. Productie daarvan met het oog op voorraadvorming behoort alsdan tot de mogelijkheden.

Artikel 6 - overige verplichtingen FCDF

FCDF neemt de verplichting op zich

n) Hint te vrijwaren en zonodig schadeloos te stellen terzake van iedere vordering tot schadevergoeding, boete, en/of kosten verband houdende met of voortvloeiende uit:

I ...

II. niet of niet tijdige levering van FCDF-producten aan Hint, behoudens overmacht aan de zijde van FCDF;

3. Friesland Foods heeft gesteld dat zij op grond van het bepaalde in artikel 6 sub n van de distributieovereenkomst gehouden was om Hoogtwegt schadeloos te stellen, nu zij niet in staat was tijdig melkpoeder aan Hoogtwegt te leveren. Friesland Foods heeft daaraan toegevoegd dat van overmacht geen sprake was, aangezien er destijds op de markt nog melkpoeder te verkrijgen was.

4. ATF heeft er naar het oordeel van het hof terecht op gewezen dat de distributieovereenkomst, zoals blijkt uit de hiervoor in rechtsoverweging 2 aangehaalde bepalingen, in onderlinge samenhang gelezen, Friesland Foods verplicht tot het leveren van FCDF-producten aan Hoogtwegt, dat wil zeggen melkpoeder verkregen in een FDCF-locatie. De distributieovereenkomst houdt geen verplichting voor Friesland Foods in om andere dan FCDF-melkpoeder aan Hoogtwegt te leveren.

5. Friesland Foods was als gevolg van de brand bij ATF genoodzaakt haar volledige productiecapaciteit aan te wenden om de mogelijk verontreinigde melk te verwerken tot melkpoeder die - in afwachting van nader onderzoek - niet meteen kon worden gebruikt. Dientengevolge was zij niet in staat om Hoogtwegt de overeengekomen hoeveelheid direct te verwerken FCDF-melkpoeder te leveren.

6. De tekortkoming van Friesland Foods in de nakoming van de distributieovereenkomst - tot levering van de overeengekomen hoeveelheid FCDF-melkpoeder aan Hoogtwegt - vond zijn oorzaak in de brand bij ATF.

Nu dit een omstandigheid was die niet aan Friesland Foods kon worden toegerekend, leverde dat overmacht voor Friesland Foods op.

Uit het bepaalde in artikel 6 sub n onder II van de distributieovereenkomst vloeit voort dat Friesland Foods in geval van overmacht niet gehouden is om Hoogtwegt schadeloos te stellen.

7. Het onderdeel 'Hoogtwegt' van de schadevordering van Friesland Foods komt dan ook niet voor toewijzing in aanmerking, nog daargelaten dat gesteld noch gebleken is dat Friesland Foods daadwerkelijk een schadevergoeding aan Hoogtwegt heeft voldaan of toegezegd.

8. In zoverre slagen de grieven VI en VII.

Slotsom

9. Uit hetgeen hiervoor en in rechtsoverweging 42 van het tussenarrest van 19 september 2007 is overwogen vloeit voort dat het vonnis van de rechtbank Leeuwarden van 9 juni 2004 slechts niet in stand kan blijven, voorzover daarbij de schadeposten 'Hoogtwegt' en 'Campina' zijn toegewezen. Deze posten, opgenomen in de bij de inleidende dagvaarding gevoegde specificatie van de schade sub 5.3 en 6, bedragen fl. 280.640,-- (€ 127.348,88) respectievelijk

fl. 5.852,34 (€ 2.655,68), derhalve in totaal € 130.004,56.

10. Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen en zal, opnieuw rechtdoende, ATF veroordelen om een bedrag van € 355.966,04 (€ 485.970,60- € 130.004,56) aan Friesland Foods te voldoen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 30 juni 2000. Het hof zal de proceskostenveroordeling ten laste van ATF handhaven, met dien verstande dat het salaris voor de procureur gelet op de hoogte van het toe te wijzen bedrag nader zal worden begroot op basis van tarief VI (2 punten) volgens het tot 1 november 2004 geldende liquidatietarief, derhalve op een bedrag van € 3.448,--.

11. ATF zal, als de grotendeels in het ongelijk te stellen partij, worden veroordeeld in de kosten van de procedure in hoger beroep. Deze kosten worden voor zover gevallen aan de zijde van Friesland Foods wat betreft het salaris voor de procureur tot op heden begroot op € 11.420,50 (3,5 punt, tarief VI).

De beslissing

Het gerechtshof

vernietigt het vonnis van de rechtbank Leeuwarden van 9 juni 2004;

en opnieuw recht doende:

veroordeelt ATF om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Friesland Foods te betalen een bedrag van € 355.966,04 (zegge: driehonderdvijfenvijftigduizend negenhonderdzesenzestig euro en vier cent) vermeerderd met de wettelijke rente 0

veroordeelt ATF in de kosten van de procedure in beide instanties en begroot deze kosten gevallen aan de zijde van Friesland Foods tot op heden

in eerste aanleg op € 3.697,18 aan verschotten en op € 3.448,-- aan salaris voor de procureur en

in hoger beroep op € 5.669,-- aan verschotten en op € 11.420,50 aan salaris voor de procureur;

verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad.

Aldus gewezen door mrs. De Bock, voorzitter, Onnes-Wind en De Jong, raden, en uitgesproken door de rolraadsheer ter openbare terechtzitting van dit hof van woensdag 16 april 2008 in bijzijn van de griffier.