Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2008:BC9267

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
07-01-2008
Datum publicatie
10-04-2008
Zaaknummer
WAHV 07-00714
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Sanctie is opgelegd ter zake van overschrijding van de maximumsnelheid. Gedraging is verricht met een voertuig met een aanhangwagen.

In de inleidende beschikking is geen wetsartikel vermeld. De beschikking voldoet aan de daaraan te stellen eisen.

Het voornemen van de wetgever om de maximumsnelheid voor het rijden met een aanhangwagen te verhogen is geen reden om geen sanctie op te leggen of om de sanctie te matigen.

Wetsverwijzingen
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 9
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 2
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 07/00714

7 januari 2008

CJIB 19093512094

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank Utrecht

van 7 mei 2007

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [woonplaats]

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie in het arrondissement Utrecht genomen beslissing ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Hiervan is geen gebruik gemaakt.

3. Beoordeling

3.1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 74,- opgelegd ter zake van “overschrijding maximum snelheid op autosnelwegen, met 15 km/h (feitcode VL015)”, welke gedraging zou zijn verricht op 6 mei 2006 om 06.07 uur op de Rijksweg A12 (trajectcontrole) te Woerden met het voertuig met het kenteken [kenteken]

3.2. De betrokkene stelt zich op het standpunt dat de beslissing van de kantonrechter moet worden vernietigd. Hiertoe voert hij aan dat er onvoldoende bewijs is voor de hem verweten gedraging. Bovendien vermeldt de inleidende beschikking slechts een feitcode en niet het wetsartikel waarop de sanctie is gebaseerd. Die informatie is hem ook na telefonisch contact met de politie en het CJIB niet verstrekt. De betrokkene weet daardoor niet tegen welke gedraging hij zich moet verdedigen. Ook staat niet vermeld dat de gedraging zou zijn verricht met een voertuig met aanhangwagen. Deze informatie, alsmede de foto van de gedraging, had ambtshalve aan de betrokkene moeten worden verstrekt.

Verder is de betrokkene van mening dat het onjuist is hem te veroordelen voor een overtreding die binnenkort geen overtreding meer zal zijn, aangezien de politiek plannen heeft om de maximumsnelheid voor voertuigen met een aanhangwagen te verhogen.

3.3. In WAHV-zaken biedt de ambtsedige verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het zaakoverzicht van het CJIB, in beginsel een voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven te twijfelen aan de juistheid van één of meer onderdelen van de ambtsedige verklaring in het zaakoverzicht dan wel indien uit het dossier zulke feiten en omstandigheden blijken.

3.4. De in het zaakoverzicht van het CJIB opgenomen ambtsedige verklaring van de verbalisant houdt onder meer het volgende in:

“De overtreding werd automatisch en langs elektronische weg digitaal geconstateerd en vastgelegd. Het snelheidscontroletraject bevond zich in de gemeente Woerden. De geconstateerde gemiddelde snelheid was het resultaat van een berekening die plaatsvond op basis van de tijdsduur en de afgelegde wegafstand van het controletraject.

IJkdatum: 04-04-2006.(…)

De werkelijke snelheid stelde ik vast m.b.v. een voor de meting geteste, geijkte en op de voorgeschreven wijze gebruikte trajectsnelheidsmeter op basis van de factoren tijd en afstand.

Gemeten (afgelezen) gemiddelde snelheid: 98 km per uur.

Werkelijke (gecorrigeerde) gemiddelde snelheid: 95 km per uur.

Toegestane snelheid: 80 km per uur.

Overschrijding met: 15 km per uur.”.

3.5. Gelet op het voorgaande en in aanmerking genomen dat de betrokkene geen voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert die aanleiding geven te twijfelen aan de juistheid van hetgeen de verbalisant verklaart in het zaakoverzicht, is naar de overtuiging van het hof komen vast te staan dat de betrokkene de gedraging heeft verricht. Derhalve dient het hof te beoordelen of er desondanks geen sanctie opgelegd dient te worden.

3.6. Voor zover de betrokkene meent dat aan hem geen sanctie kan worden opgelegd omdat in de inleidende beschikking het wettelijk voorschrift waarop die sanctie is gebaseerd niet is vermeld, overweegt het hof als volgt.

3.7. De memorie van toelichting op het wetsontwerp dat heeft geleid tot de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften houdt voor zover hier van belang in (Kamerstukken II, 1987/1988, 20329, nr. 3, p. 40): "In de schriftelijke beschikking, waarbij de administratieve sanctie wordt opgelegd, dient voor de duidelijkheid van de justitiabele een korte omschrijving van de gedraging te worden opgenomen. In aanvulling op het commissievoorstel is bepaald dat de beschikking gedagtekend dient te zijn. Tevens dient de beschikking de datum en het tijdstip waarop, alsmede de plaats, waar de gedraging is geconstateerd, te vermelden. Op deze wijze wordt degene aan wie de sanctie wordt opgelegd, in staat gesteld om zelf na te gaan op welke gedraging de administratieve sanctie betrekking heeft".

3.8. Uit artikel 2 WAHV blijkt het volgende. Ter zake van de in de bijlage bij de WAHV omschreven gedragingen, die in strijd zijn met op het verkeer betrekking hebbende voorschriften onder meer gesteld bij of krachtens de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994), worden op de wijze bij de WAHV bepaald administratieve sancties opgelegd. Voor elke gedraging bepaalt de bijlage bij de WAHV de aan de Staat te betalen geldsom.

De bijlage bij de WAHV is opgenomen in de "Tekstenbundel voor misdrijven, overtredingen en Muldergedragingen". Aan elke muldergedraging is een feitcode gekoppeld, wat het mogelijk maakt verkeersovertredingen op snelle en efficiënte wijze af te wikkelen.

De bij feitcode VL015 behorende gedraging is in voornoemde tekstenbundel als volgt omschreven: overschrijding van de maximumsnelheid op autosnelwegen buiten de bebouwde kom (gedragsregel), met 15 km/h. Daarbij hoort ingevolge de bijbehorende tabel een sanctiebedrag van € 74,-. Bij voornoemde gedragsregel staat tevens vermeld dat de gedraging onder meer ziet op artikel 22, aanhef en onder a, Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990):

“Voor zover niet ingevolge andere artikelen een lagere maximumsnelheid geldt, gelden voor de volgende voertuigen de volgende bijzondere maximumsnelheden:

a. voor (….) motorvoertuigen met aanhangwagen 80 km per uur”.

3.9. Uit het vorenstaande volgt dat de inleidende beschikking voldeed aan de daaraan te stellen eisen. Het enkele feit dat voormeld wetsartikel waarop de sanctie is gebaseerd niet is vermeld en evenmin dat de gedraging is verricht met een voertuig met een aanhangwagen maakt dit niet anders. Het hof overweegt daarbij dat voor zover de betrokkene zich daarvan al niet direct bewust was, hij in elk geval door de beslissing van de officier van justitie van 20 juli 2006 wist dat de gedraging betrekking had op een motorvoertuig met aanhangwagen.

3.10. Met betrekking tot het argument van de betrokkene dat ambtshalve een foto van de gedraging had moeten worden verstrekt, overweegt het hof als volgt.

3.11. Op verzoek van de betrokkene behoort de officier van justitie stukken waarin het bewijs van de gedraging ligt besloten, met name het zaakoverzicht en - indien aanwezig - de foto’s van de gedraging, (tegen betaling van ten hoogste de kosten) aan de betrokkene te doen toekomen. In ieder geval dient door de officier van justitie op een verzoek om toezending van bewijs te worden gereageerd (vgl. het arrest van het hof van 26 maart 2003, WAHV 02/01144, LJN AF7658). In zijn beroepschrift bij de officier van justitie heeft de betrokkene niet verzocht om toezending van een foto of andere stukken. Er bestond dan ook geen verplichting de foto van de gedraging aan de betrokkene toe te zenden.

3.12. Het hof verwerpt de stelling van de betrokkene dat het onjuist is hem nu te veroordelen, terwijl het voornemen bestaat de maximumsnelheid voor het rijden met een aanhangwagen te verhogen. Niet alleen is die verhoging van de maximumsnelheid thans nog niet in de wet vastgelegd, uit een persbericht van de ANWB leidt het hof af dat een wettelijke aanpassing nog enige jaren op zich zal laten wachten en bovendien slechts een verhoging tot 90 kilometer per uur zal betreffen.

3.13. Gelet op het voorgaande bestaat er geen reden de opgelegde sanctie te matigen. Daarom dient de beslissing van de kantonrechter te worden bevestigd.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter.

Dit arrest is gewezen door mr. Poelman, in tegenwoordigheid van Kuiper als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.