Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2008:BC5070

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
13-02-2008
Datum publicatie
25-02-2008
Zaaknummer
0600524
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

[De] factuur d.d. 13 april 2005 [kan], mede bezien in het licht van de begeleidende brief van dezelfde datum, niet worden aangemerkt als een over de periode 1 mei 1998 tot en met april 2005 opgestelde (eind)afrekening van energie- en waterkosten, laat staan dat daarmee is voldaan aan het bepaalde in artikel 12.4 van de van de huurovereenkomst deel uitmakende algemene bepalingen, welk artikel immers een jaarlijkse berekening voorschrijft. Die factuur vermeldt immers slechts het totaalbedrag aan (geschatte) voorschotten ter zake van energiekosten dat volgens Brivec door [geïntimeerde] verschuldigd is, zonder dat daarbij wordt aangegeven op welke wijze dit bedrag is berekend. Dit laatste is volgens eerdergenoemd art. 12.4 van de algemene bepalingen wel een vereiste.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Arrest d.d. 13 februari 2008

Rolnummer 0600524

HET GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN

Arrest van de eerste kamer voor burgerlijke zaken in de zaak van:

Brivec B.V.,

statutair gevestigd te Nunspeet, kantoorhoudende te Boskoop,

appellante,

in eerste aanleg: eiseres,

hierna te noemen: Brivec,

procureur: mr. J.B. Dijkema,

tegen

[geïntimeerde],

handelende onder de naam Motor Center Noord,

wonende te [woonplaats geintimeerde],

geïntimeerde,

in eerste aanleg: gedaagde,

hierna te noemen: [geïntimeerde],

procureur: mr. S.A. Roodhof.

Het geding in eerste instantie

In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in de vonnissen uitgesproken op respectievelijk 3 mei 2006 en 9 augustus 2006 door de rechtbank Groningen, sector kanton, locatie Groningen (hierna: de kantonrechter).

Het geding in hoger beroep

Bij exploot van 11 oktober 2006 is door Brivec hoger beroep ingesteld van genoemd vonnis d.d. 9 augustus 2006 met dagvaarding van [geïntimeerde] tegen de zitting van 25 oktober 2006.

De conclusie van de memorie van grieven luidt:

"(…) bij arrest, uitvoerbaar bij voorraad voor zover de wet dat toelaat, te vernietigen het vonnis van de rechtbank Groningen, sector kanton, locatie Groningen, op 9 augustus 2006 onder zaak-/rolnummer 286401/06-2318 gewezen tussen appellante als eiseres en geïntimeerde als gedaagde, en, met inachtneming van het voorgaande, geïntimeerde alsnog te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan appellante te voldoen een bedrag van € 23.013,83, te vermeerderen met de wettelijke rente, alsmede met de contractuele boete van 2% per maand of een gedeelte daarvan, beide over de hoofdsom en vanaf 1 januari 2006 tot aan de dag der algehele voldoening, met veroordeling van geïntimeerde in de kosten van beide instanties."

Bij memorie van antwoord is door [geïntimeerde] verweer gevoerd met als conclusie:

"(…) al dan niet onder aanvulling van gronden, appellante in het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Groningen sector kanton locatie Groningen gewezen op

9 augustus 2006 onder rolnummer 286401/06-2318 niet ontvankelijk te verklaren, althans dit vonnis te bekrachtigen, met veroordeling van appellante in de kosten van het onderhavige geding, een en ander uitvoerbaar bij voorraad."

Ten slotte hebben partijen de stukken overgelegd voor het wijzen van arrest.

De grieven

Brivec heeft, zoals blijkt uit de alinea's 5 en 6 van de memorie van grieven, tegen het vonnis waarvan beroep een tweetal - ongenummerde - grieven opgeworpen.

De beoordeling

1. Tegen de weergave door de kantonrechter van de vaststaande feiten in overweging 1.1 t/m 1.5 van het beroepen vonnis is, behoudens ten aanzien van de vaststelling waartegen de eerste grief is gericht, geen grief ontwikkeld. Daarom zal ook in hoger beroep van die feiten worden uitgegaan, zulks met inachtneming van hetgeen hierna met betrekking tot de eerste grief nog zal worden overwogen.

2. Door de inhoud van de grieven is het geschil in volle omvang aan het oordeel van het hof onderworpen. De grieven lenen zich voor gezamenlijke behandeling.

3. Het hof leest in de grieven en in de daarop gegeven toelichting geen andere relevante stellingen of verweren dan die reeds in eerste aanleg waren aangevoerd en door de kantonrechter gemotiveerd verworpen. Het hof onderschrijft hetgeen de kantonrechter ter motivering van zijn beslissing heeft overwogen en neemt die motivering over.

3.1 Ter toelichting voegt het hof daar nog aan toe dat de factuur d.d. 13 april 2005, mede bezien in het licht van de begeleidende brief van dezelfde datum, niet kan worden aangemerkt als een over de periode 1 mei 1998 tot en met april 2005 opgestelde (eind)afrekening van energie- en waterkosten, laat staan dat daarmee is voldaan aan het bepaalde in artikel 12.4 van de van de huurovereenkomst deel uitmakende algemene bepalingen, welk artikel immers een jaarlijkse berekening voorschrijft. Die factuur vermeldt immers slechts het totaalbedrag aan (geschatte) voorschotten ter zake van energiekosten dat volgens Brivec door [geïntimeerde] verschuldigd is, zonder dat daarbij wordt aangegeven op welke wijze dit bedrag is berekend. Dit laatste is volgens eerdergenoemd art. 12.4 van de algemene bepalingen wel een vereiste.

3.2 Hieruit volgt dat de grieven niet kunnen leiden tot vernietiging van het beroepen vonnis.

Slotsom

4. Het falen van de grieven leidt ertoe dat het vonnis waarvan beroep dient te worden bekrachtigd. Brivec zal als de in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep (1 procespunt, tarief III).

De beslissing

Het gerechtshof:

bekrachtigt het vonnis waarvan beroep;

veroordeelt Brivec in de kosten van het geding in hoger beroep en begroot die

tot aan deze uitspraak aan de zijde van [geïntimeerde] op € 248,-- aan verschotten en op

€ 1.158,-- aan salaris voor de procureur;

verklaart dit arrest voor wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Gewezen door mrs. Mollema, voorzitter, Breemhaar en Rowel-van der Linde, raden, en uitgesproken door de rolraadsheer ter openbare terechtzitting van dit hof van woensdag 13 februari 2008 in bijzijn van de griffier.