Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2008:BC4597

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
14-02-2008
Datum publicatie
20-02-2008
Zaaknummer
24-000944-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft gedurende een zeer lange periode van vijf jaren stelselmatig verregaande ontuchtige handelingen gepleegd met zijn dochter [slachtoffer].

Vijf jaar gevangenisstraf.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-000944-07

Parketnummer eerste aanleg: 17-885231-06

Arrest van 14 februari 2008 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Leeuwarden van

2 april 2007 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1957] te [geboorteplaats],

wonende te [plaats], [adres],

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman mr. K.E. Wielenga, advocaat te Joure.

Het vonnis waarvan beroep

De rechtbank Leeuwarden heeft de verdachte bij het vonnis wegens misdrijven (feiten 1 en 2) veroordeeld tot een straf, heeft een maatregel opgelegd en heeft beslist op de vordering van de benadeelde partij, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Omvang van het hoger beroep

De raadsman van verdachte heeft verklaard, geen hoger beroep te hebben willen instellen tegen de vrijspraak ter zake van het onder 3 ten laste gelegde. Het hof zal het hoger beroep aldus beperkt opvatten.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte ter zake van het onder 1 en 2 primair ten laste gelegde zal veroordelen tot een gevangenisstraf van 4 jaren met aftrek van voorarrest, en de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] zal toewijzen tot een bedrag van € 2.500,- met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis, voor zover aan hoger beroep onderworpen, vernietigen en in zoverre opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan verdachte is - als voor dit hoger beroep van belang - ten laste gelegd dat:

1

hij in of omstreeks de periode omvattende het jaar 2001 te [plaats], (althans) in de gemeente [gemeente], meermalen, althans eenmaal, ontucht heeft gepleegd met zijn minderjarige dochter, [slachtoffer], geboren op [1988], bestaande die ontucht (telkens) hierin dat hij, verdachte, in voornoemde periode meermalen, althans eenmaal,

- de/een onbedekte borst(en) en/of de vagina, althans het kruis, van die [slachtoffer] heeft gestreeld en/of aangeraakt en/of

- zijn, verdachtes, penis door die [slachtoffer] zogenoemd heeft doen of laten aftrekken;

2 primair

hij in of omstreeks het jaar 2002 (vanaf 8 januari 2002) en/of het jaar 2003 en/of het jaar 2004 en/of het jaar 2005 en/of het jaar 2006 (tot en met 8 april 2006) te [plaats], (althans) in de gemeente [gemeente], door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer] (te weten zijn, verdachtes dochter) (telkens) heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die (telkens) bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , hebbende verdachte (telkens) in voornoemde periode meermalen, althans eenmaal,

- een of meer vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer] geduwd/gebracht en/of (vervolgens) die [slachtoffer] zogenoemd gevingerd en/of

- zijn (ontblote) penis in de vagina van die [slachtoffer] geduwd/gebracht en/of (vervolgens) seksuele gemeenschap met die [slachtoffer] gehad en/of

- zijn (ontblote) penis in de mond van die [slachtoffer] geduwd/gebracht, althans moest die [slachtoffer] de penis van verdachte in haar mond nemen en/of (vervolgens) zich door die [slachtoffer] zogenoemd doen of laten pijpen en/of

- de bedekte en/of onbedekte borsten en/of vagina, althans het kruis, van die [slachtoffer] betast, althans aangeraakt,

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) (telkens) hierin

- dat verdachte die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, (op gebiedende wijze) de woorden heeft toegevoegd: 'Ik wil met je.' en/of 'Kom hier en doe je kleren uit.' en/of

- dat die [slachtoffer] telkens, althans meermalen, in woorden en lichaamstaal heeft aangegeven dat ze geen seks met verdachte wou hebben en dat verdachte desondanks bovengenoemde seksuele handelingen met die [slachtoffer] heeft ondernomen en/of

- dat verdachte opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een psychisch overwicht welke verdachte, (mede) gelet op

- de leeftijd en geestelijke ontwikkeling van die [slachtoffer] en/of

- verdachtes leeftijd en/of

- verdachtes geestelijke ontwikkeling (en/of overwicht) en/of

- verdachtes positie als vader van die [slachtoffer] en/of

- de ((mede) gelet op hierboven genoemde omstandigheden) voor die [slachtoffer] ontstane afhankelijke situatie,

(telkens) op die [slachtoffer] had,

in welke psychische overwichtsituatie die [slachtoffer] zich (telkens) niet kon en/of

durfde verzetten en/of onttrekken tegen/aan de seksuele gemeenschap en/of seks met hem, verdachte, en/of (aldus) voor die [slachtoffer] (telkens) een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

2 subsidiair

hij in of omstreeks de periode van 1 oktober 2002 tot 8 januari 2006 te [plaats], (althans) in de gemeente [gemeente],

A.

in de periode van 1 oktober 2002 tot 8 januari 2004, met [slachtoffer], geboren op

8 januari 1988, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte (telkens) in voornoemde periode

- een of meer vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer] geduwd/gebracht en/of (vervolgens) die [slachtoffer] zogenoemd gevingerd en/of

- zijn (ontblote) penis in de vagina van die [slachtoffer] geduwd/gebracht en/of (vervolgens) seksuele gemeenschap met die [slachtoffer] gehad en/of

- zijn (ontblote) penis in de mond van die [slachtoffer] geduwd/gebracht, althans moest die [slachtoffer] de penis van verdachte in haar mond nemen en/of (vervolgens) zich door die [slachtoffer] zogenoemd doen of laten pijpen en/of

- de bedekte en/of onbedekte borsten en/of vagina, althans het kruis, van die [slachtoffer] betast, althans aangeraakt,

en/of

B.

in de periode van 8 januari 2004 tot 8 januari 2006 te [plaats], (althans) in de gemeente [gemeente], meermalen, althans eenmaal, ontucht heeft gepleegd met zijn minderjarige dochter, [slachtoffer], geboren op [1988], bestaande die ontucht (telkens) hierin dat hij, verdachte, in voornoemde periode meermalen, althans eenmaal,

- een of meer vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer] heeft geduwd/gebracht en/of (vervolgens) die [slachtoffer] zogenoemd heeft gevingerd en/of

- zijn (ontblote) penis in de vagina van die [slachtoffer] heeft geduwd/gebracht en/of (vervolgens) seksuele gemeenschap met die [slachtoffer] heeft gehad en/of

- zijn (ontblote) penis in de mond van die [slachtoffer] heeft geduwd/gebracht, althans moest die [slachtoffer] de penis van verdachte in haar mond nemen en/of (vervolgens) zich door die [slachtoffer] zogenoemd heeft doen of laten pijpen en/of

- de bedekte en/of onbedekte borsten en/of vagina, althans het kruis, van die [slachtoffer] heeft betast, althans aangeraakt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1 en 2 primair ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:

1

hij in de periode omvattende het jaar 2001 te [plaats], in de gemeente [gemeente], meermalen ontucht heeft gepleegd met zijn minderjarige dochter, [slachtoffer], geboren op [1988], bestaande die ontucht hierin dat hij, verdachte, in voornoemde periode meermalen,

- de onbedekte borsten en de vagina van die [slachtoffer] heeft gestreeld en aangeraakt en/of

- zijn, verdachtes, penis door die [slachtoffer] zogenoemd heeft doen of laten aftrekken;

2 primair

hij in het jaar 2002 en het jaar 2003 en het jaar 2004 en het jaar 2005 en het jaar 2006 (tot en met 8 april 2006) te [plaats], in de gemeente [gemeente], door feitelijkheden [slachtoffer] (zijn, verdachtes dochter) telkens heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , hebbende verdachte in voornoemde periode meermalen

- een of meer vingers in de vagina van die [slachtoffer] gebracht en (vervolgens) die [slachtoffer] zogenoemd gevingerd en/of

- zijn ontblote penis in de vagina van die [slachtoffer] gebracht en vervolgens seksuele gemeenschap met die [slachtoffer] gehad en/of

- zijn ontblote penis door die [slachtoffer] in haar mond doen of laten nemen en vervolgens zich door die [slachtoffer] zogenoemd doen of laten pijpen en/of

- de onbedekte borsten en vagina van die [slachtoffer] betast,

en bestaande die feitelijkheden hierin

- dat verdachte die [slachtoffer] meermalen (op gebiedende wijze) de woorden heeft toegevoegd: 'Ik wil met je.' en/of 'Kom hier en doe je kleren uit.' en/of

- dat die [slachtoffer] meermalen in woorden en lichaamstaal heeft aangegeven dat ze geen seks met verdachte wou hebben en dat verdachte desondanks bovengenoemde seksuele handelingen met die [slachtoffer] heeft ondernomen en/of

- dat verdachte opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een psychisch overwicht welke verdachte, (mede) gelet op

- de leeftijd van die [slachtoffer] en

- verdachtes leeftijd en

- verdachtes overwicht en

- verdachtes positie als vader van die [slachtoffer],

op die [slachtoffer] had,

in welke psychische overwichtsituatie die [slachtoffer] zich niet kon en/of durfde verzetten en/of onttrekken tegen/aan de seksuele gemeenschap en/of seks met hem, verdachte, en aldus voor die [slachtoffer] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1 en 2 primair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:

onder 1:

ontucht plegen met zijn minderjarig kind, meermalen gepleegd

onder 2:

verkrachting, meermalen gepleegd

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon van verdachte.

Verdachte heeft gedurende een zeer lange periode van vijf jaren stelselmatig verregaande ontuchtige handelingen gepleegd met zijn dochter [slachtoffer].

De ontuchtige handelingen begonnen toen zij 13 jaar oud was, in de vorm van het strelen van haar borsten en vagina en het laten aftrekken van verdachte door zijn dochter. Vanaf haar veertiende jaar werd het slachtoffer op verschillende manieren en met regelmaat door haar vader verkracht.

Verdachte wachtte meestentijds op het moment van slapengaan van zijn vrouw en zoon, om zijn seksuele verlangens aan zijn dochter op te leggen. Hij heeft hierbij geen enkel respect getoond voor de gevoelens van zijn dochter en de gevolgen die dit misbruik voor de ontwikkeling en vorming van een (jong) kind kan hebben. Door zijn handelen heeft hij op grove wijze misbruik gemaakt van het overwicht dat hij als volwassene en als vader op haar had. Hij heeft zijn dochter bovendien klemgezet in een ontwrichtende thuissituatie, met aan de ene kant haar vader, die haar jarenlang met regelmaat verkrachtte, en aan de andere kant haar moeder, die al die jaren door haar spierziekte tot weinig in staat was. Het slachtoffer heeft hierover onder meer verklaard, dat zij op een gegeven moment dacht dat zij nergens meer veilig was. Door - op 18-jarige leeftijd - haar ouderlijk huis te verlaten, kon zij zich pas definitief aan het misbruik onttrekken.

Verdachte heeft de belangen van zijn dochter volledig veronachtzaamd en heeft door aldus te handelen een zeer ernstige inbreuk gemaakt op haar lichamelijke integriteit, hetgeen in het algemeen als zeer ingrijpend wordt ervaren en nadelige psychische gevolgen van meestal lange duur met zich kan brengen. Dat dit ook in dit geval geldt, blijkt wel uit de slachtofferverklaring die zijn dochter heeft opgesteld.

Het hof heeft bij de straftoemeting in aanmerking genomen dat verdachte - blijkens een hem betreffend uittreksel uit het justitiële documentatieregister d.d. 5 december 2007 - niet eerder is veroordeeld.

Gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, is het hof van oordeel dat slechts een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van lange duur recht doet aan voormelde feiten en omstandigheden.

Het hof zal verdachte een zwaardere (gevangenis)straf opleggen dan de rechtbank hem in eerste aanleg heeft opgelegd.

Enerzijds omdat het hof niet de zienswijze van de rechtbank deelt, dat artikel 14a van het Wetboek van Strafrecht (Sr), zoals dat luidt sinds 1 februari 2006, op onderhavige feiten van toepassing zou zijn. Immers, nu de Wet herijking strafmaxima (Wet van 22 december 2005, Stb. 2006, 11), bij welke wet ook artikel 14a Sr is gewijzigd, geen overgangsbepaling bevat en met name uit de wetsgeschiedenis niet blijkt dat er sprake is van verandering van wetgeving, zoals bedoeld in artikel 1 lid 2 Sr, is artikel 14a Sr in de huidige redactie niet van toepassing op feiten begaan vóór 1 februari 2006.

Anderzijds omdat - gelet op de lange duur en de regelmaat en de verregaandheid van het seksuele misbruik door verdachte en gelet op de bijzondere, afhankelijke situatie, waarin zijn slachtoffer zich bevond - de door de rechtbank opgelegde straf onvoldoende recht doet aan ernst van de feiten. Gelet op deze omstandigheden doet ook de door de advocaat generaal gevorderde straf onvoldoende recht aan de ernst van de feiten.

Verdachtes ter zitting naar voren gebrachte belangen, zoals het behoud van zijn werk en woning, hebben het hof niet tot een ander oordeel gebracht dan hierna te melden.

Benadeelde partij

Uit het onderzoek ter 's hofs terechtzitting is gebleken, dat de benadeelde partij zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd en dat haar vordering ( € 2500,- ) in eerste aanleg geheel is toegewezen. Derhalve duurt de voeging ter zake van haar gehele vordering tot schadevergoeding in het geding in hoger beroep voort.

De vordering is van de zijde van verdachte niet weersproken. Derhalve kan deze worden toegewezen in voege als na te melden.

Gelet op het vorenstaande dient verdachte, als de in het ongelijk gestelde partij, te worden veroordeeld in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 57 (oud), 242 en 249 van het Wetboek van Strafrecht.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, voor zover aan hoger beroep onderworpen, en in zoverre opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte onder 1 en 2 primair ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart deze feiten en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1 en 2 primair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren;

beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering wordt gebracht;

wijst toe de vordering van de benadeelde partij, [slachtoffer], te [woonplaats], tot een bedrag van tweeduizend vijfhonderd euro;

veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt - tot aan deze uitspraak begroot op nihil - en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. P. Koolschijn, voorzitter, mr. K.J. van Dijk en mr. H.M.E. Laméris-Tebbenhoff Rijnenberg, in tegenwoordigheid van mr. M. Zevenhuizen als griffier, zijnde de griffier voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.