Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2007:BJ6153

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
06-07-2007
Datum publicatie
14-09-2009
Zaaknummer
24-003060-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Meermalen gepleegde oplichting.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-003060-06

Parketnummer eerste aanleg: 17-747147-05

Arrest van 6 juli 2007 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Leeuwarden van 4 december 2006 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1955] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman mr. A.H. Lanting, advocaat te Leeuwarden.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Leeuwarden heeft de verdachte bij het vonnis vrijgesproken voor het onder 2 tenlastegelegde feit en wegens het onder

1 tenlastegelegde misdrijf veroordeeld tot een straf en een maatregel, en heeft beslist op de vorderingen van de benadeelde partijen, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Omvang van het hoger beroep

De raadsman van verdachte heeft verklaard, dat verdachte geen hoger beroep heeft willen instellen tegen de vrijspraak ter zake het onder 2 ten laste gelegde. Het hof zal het hoger beroep aldus beperkt opvatten.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte zal veroordelen tot een werkstraf van 240 uur, subsidiair 120 dagen hechtenis, en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden, met een proeftijd van 2 jaar. Voorts heeft de advocaat-generaal gevorderd dat de vordering van de benadeelde partij [benadeelde1] zal worden toegewezen tot een bedrag van € 87.875,--, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel voor hetzelfde bedrag, subsidiair 365 dagen hechtenis en dat de benadeelde partij [benadeelde1] voor het overige niet-ontvankelijk zal worden verklaard in haar vordering. Ook heeft de advocaat-generaal gevorderd dat de benadeelde partij [benadeelde2] niet-ontvankelijk zal worden verklaard in haar vordering.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan dit arrest is gehecht een fotokopie van de inleidende dagvaarding. De inhoud van de tenlastelegging wordt geacht hier te zijn overgenomen.

Bewezenverklaring

Ten aanzien van verdachte acht het hof bewezen dat:

1.

hij in de periode van 1 november 2002 tot en met 15 september 2003 te [plaats], gemeente [gemeente], meermalen, telkens met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door een samenweefsel van verdichtsels [benadeelde1] heeft bewogen tot de afgifte van geld, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid aan die [benadeelde1] verteld dat hij geld wilde lenen voor de aflossing van schulden, omdat hij zijn geld had vaststaan in beleggingen en daar niet bij kon komen en aan die [benadeelde1] toegezegd de te lenen bedragen terug te betalen, zodra hij over zijn geld zou kunnen beschikken en een schuldbekentenis getekend, waarin is opgenomen dat hij het totaal geleende bedrag integraal aan die [benadeelde1] zal terugbetalen, zodra hij zijn gelden en effecten vrij heeft van zijn bank en aan die [benadeelde1] een valselijk opgemaakte brief van de ING bank overhandigd, waarin is opgenomen dat de poule-accounts van verdachte ad 156.000 euro per 10 mei 2002 voor uitbetaling gereed zijn, waardoor die [benadeelde1] (telkens) werd bewogen tot de afgifte van geld.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

onder 1: oplichting, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

De hoofdstraf

Het hof heeft bij het bepalen van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte. Het hof heeft in het bijzonder het navolgende overwogen.

Verdachte heeft onder valse voorwendselen aanzienlijke geldbedragen, tot een totaalbedrag van € 87.875,--, van zijn (voormalige) schoonmoeder geleend. Door haar te vertellen dat hij geld vast had zitten in beleggingen en dat hij geld nodig had om onder meer schulden af te lossen, heeft hij zijn (voormalige) schoonmoeder ertoe bewogen hem die bedragen te lenen. Inmiddels is komen vast te staan dat de beleggingen waarover verdachte sprak, en waarvan hij het slachtoffer een overzicht op briefpapier van de ING-bank heeft laten zien, nooit hebben bestaan. De belofte van verdachte dat hij het slachtoffer de geleende sommen geld zou terugbetalen bleek een loze belofte. Tot op heden heeft het slachtoffer niets terugontvangen van het geld dat zij aan verdachte geleend heeft.

Door deze handelwijze heeft verdachte zijn (voormalige) schoonmoeder op geslepen wijze misleid en schandelijk misbruik van haar gemaakt. Verdachte heeft niet alleen inbreuk gemaakt op het vermogen van zijn (voormalige) schoonmoeder, hij heeft ook misbruik gemaakt van het vertrouwen dat zij in hem stelde.

Het hof heeft mede gelet op een verdachte betreffend uittreksel uit het justitieel documentatieregister van 12 april 2007 waaruit blijkt dat verdachte in het verleden eerder is veroordeeld en wel ter zake van onder meer oplichting, valsheid in geschrifte, flessentrekkerij, afpersing en verduistering.

Het hof is van oordeel dat gelet op alle hiervoor genoemde omstandigheden aanleiding bestaat om bij de straftoemeting af te wijken van hetgeen door de advocaat generaal is gevorderd. Daar komt bij dat bij het hof - mede gezien de houding van verdachte ter zitting - de indruk is ontstaan dat verdachte dermate onbetrouwbaar is dat reeds daarom een werkstraf niet in aanmerking komt. Het hof acht een (deels voorwaardelijke) gevangenisstraf van na te noemen duur passend en geboden.

De bijkomende straf ex artikel 36 van het Wetboek van Strafrecht

Verdachte is in het verleden onder meer veroordeeld ter zake van oplichting, valsheid in geschrifte, flessentrekkerij, afpersing en verduistering en uit de stukken van het geding valt op te maken dat hij daar al circa 20 jaar een gewoonte van maakt. Mede gelet op de omstandigheid dat verdachte naar het oordeel van het hof er in het geheel geen blijk van geeft inzicht te hebben in het laakbare van zijn handelen en in de schade die hij bij zijn slachtoffers veroorzaakt, moet worden aangenomen dat het alleszins aannemelijk is dat verdachte, na de tenuitvoerlegging van de hem op te leggen vrijheidsbenemende straf, zal trachten anderen slachtoffer te maken van zijn illegale praktijken. Om die reden acht het hof het van groot belang dat in bredere kring dan thans het geval is bekend wordt met welke praktijken de verdachte de verdachte zich heeft beziggehouden. Het hof zal dan ook openbaarmaking van de onderhavige uitspraak bevelen, op de wijze als hierna te melden.

Motivering van de beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde1]

Uit het onderzoek ter 's hofs terechtzitting is gebleken, dat de benadeelde partij zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd, dat haar vordering in eerste aanleg deels wel en deels niet is toegewe¬zen en dat zij zich binnen de grenzen van haar eerste vorde¬ring in het geding in hoger beroep opnieuw heeft gevoegd. Derhalve duurt de voeging ter zake van haar in eerste aanleg gedane vordering tot schadevergoe¬ding in het geding in hoger beroep voort.

De vordering ziet in de eerste plaats op de door verdachte van de benadeelde partij geleende geldbedragen tot een totaalbedrag van € 87.875,-. De vordering is van de zijde van verdachte in zoverre niet weersproken. Derhalve kan deze tot een bedrag van

€ 87.875,-worden toegewezen.

De vordering heeft voorts betrekking op kosten van behandeling door een psycholoog. Naar het oordeel van het hof staan deze kosten in een te ver verwijderd verband van het ten aanzien van verdachte bewezenverklaarde feit. Derhalve heeft de vordering van de benadeelde partij in zoverre niet betrekking op schade, die rechtstreeks is toegebracht door het hiervoor bewezenverklaarde feit. Gelet op het bepaalde in artikel 361, tweede lid, aanhef en onder b, van het Wetboek van Strafvordering, dient de benadeelde partij in haar vordering (in zoverre) dan ook niet ontvankelijk te worden verklaard.

Gelet op het vorenstaande dient verdachte, als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij, te worden veroordeeld in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 14c, 14a (oud), 14b (oud), 24c, 36, 36f, 57, 63,

326(oud) en 339 van het Wetboek van Strafrecht.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte onder 1 ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden;

beveelt, dat van de gevangenisstraf een gedeelte van zes maanden , niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

gelast de openbaarmaking van deze uitspraak na het onherroepelijk worden daarvan:

- op een door het openbaar ministerie te bepalen tijstip in de Stentor (Kampen/ Flevoland, zaterdagseditie) en de Leeuwarder Courant (gehele regio, zaterdagseditie);

- op rechtspraak.nl, en wel met vermelding van de personalia van verdachte, welke openbaarmaking aan de griffier van het gerechtshof wordt opgedragen;

veroordeelt verdachte tot betaling van de kosten van de openbaarmaking, welke kosten worden geschat op 304 euro (inclusief 19% BTW);

beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van 6 dagen zal worden toepast indien noch volledige betaling, noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt;

wijst toe de vordering van de benadeelde partij, [benadeelde1], wonende te [plaats], tot een bedrag van zevenentachtigduizend achthonderdvijfenzeventig euro;

verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering;

veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt - tot aan deze uitspraak begroot op nihil - en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte tevens de verplichting op tot betaling aan de Staat van zevenentachtigduizend achthonderdvijfenzeventig euro ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde1], wonende te [plaats];

beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van driehonderdvijfenzestig dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt;

bepaalt dat indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van bovenvermeld bedrag, de verplichting om te voldoen aan de vordering van de benadeelde partij komt te vervallen, alsmede dat, indien veroordeelde aan de vordering van de benadeelde partij heeft voldaan, de verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. J.J. Beswerda, voorzitter, mr. S. Zwerwer, vice-president, en mr. O. Anjewierden, in tegenwoordigheid van mr. N.A. Vlietstra als griffier, zijnde mr. Zwerwer voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.