Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2007:BC9163

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
18-12-2007
Datum publicatie
09-04-2008
Zaaknummer
WAHV 07-01058
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Proceskostenveroordeling
Inhoudsindicatie

Sanctie opgelegd ter zake van niet stoppen voor rood verkeerslicht. Van de gedraging zijn twee foto's gemaakt. Hof legt uit wat van het inspiegelbeeld van beide foto's valt af te lezen. Voldoende bewijs dat de gedraging is verricht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JWR 2008/16
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 07/01058

18 december 2007

CJIB 09092693596

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam

van 20 maart 2007

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

gevestigd te [plaatsnaam]

voor wie als gemachtigde optreedt [gemachtigde]

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam genomen beslissing gegrond verklaard en de bestreden beslissing en de inleidende beschikking vernietigd. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De officier van justitie heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De gemachtigde van de betrokkene heeft een verweerschrift ingediend. Bij het verweerschrift is verzocht om een behandeling ter zitting. Tevens is verzocht om vergoeding van kosten.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Hiervan is geen gebruik gemaakt.

De zaak is behandeld ter zitting van 4 december 2007. De betrokkene is verschenen bij gemachtigde. Als gemachtigde van de advocaat-generaal is verschenen mr. W.S. Sikkema.

De voorzitter heeft na de behandeling ter zitting de zaak verwezen naar de meervoudige kamer.

3. Beoordeling

3.1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 130,- opgelegd ter zake van “niet stoppen voor rood licht bij driekleurig verkeerslicht”, welke gedraging zou zijn verricht op

19 maart 2006 op de Amsteldijk in Amsterdam met het voertuig voorzien van het kenteken [kenteken]

3.2. De kantonrechter was van oordeel dat onvoldoende is komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Hij heeft daarom het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam genomen beslissing gegrond verklaard, de bestreden beslissing en de initiële sanctie vernietigd en bepaald dat het als zekerheid betaalde bedrag aan betrokkene wordt terugbetaald.

3.3. De officier van justitie is van mening dat de gedraging wel is verricht.

Hij voert daartoe aan dat uit de fotoafdrukken blijkt dat met het voertuig met het kenteken 29-PP-PV met een snelheid van 43 km/h het verkeerslicht gepasseerd is op het moment dat dit reeds 1,1 seconde rood licht uitstraalde (nadat dit reeds

3,0 seconde geel licht had uitgestraald). Tevens is uit de gegevens op de fotoafdruk te lezen dat de gedraging is begaan met het voertuig op de tweede rijstrook van links, dit is de rijstrook waarop het voertuig van de betrokkene zich ten tijde van de gedraging bevond.

3.4. De gemachtigde van de betrokkene heeft ter zitting erkend dat zij op 19 maart 2006 met de in haar bezit zijnde auto over de Amsteldijk is gereden. Zij ontkent echter door rood te zijn gereden. Het is haar niet duidelijk hoe uit het voorhanden zijnde fotomateriaal kan worden afgeleid dat zij met de door haar bestuurde auto het rode licht heeft genegeerd. Verder wijst zij erop dat haar passagier bij de kantonrechter als getuige een verklaring heeft afgelegd dat zij niet door rood is gereden.

3.5. Het is het hof ambtshalve bekend dat gedragingen als de onderhavige worden geconstateerd met behulp van een lusdetector, die door twee achter elkaar in het wegdek liggende inductielussen in het wegdek wordt geactiveerd indien een voertuig bij rood licht de stopstreep passeert. Bij een dergelijke constatering worden van iedere gedraging twee foto's gemaakt, één seconde na elkaar. De film waarop die foto's staan worden door een opsporingsambtenaar bekeken op een monitor van beeldschermformaat. Daarbij kan voor een beter beeld worden ingezoomd op delen van de foto, bijvoorbeeld op de kentekenplaat van een voertuig. De gegevens die betrekking hebben op de constatering verschijnen in het zogenaamde inspiegelbeeld op de foto die van de film wordt gemaakt.

3.6. Ter zake van de onderhavige gedraging zijn twee opeenvolgende foto’s gemaakt. Op het zogeheten inspiegelbeeld van de beide foto’s is het volgende af te lezen. De constatering heeft betrekking op de tweede rijstrook voor rechtdoorgaand verkeer vanaf links gezien (2G3,0). Voorafgaand aan de roodlicht-fase heeft het verkeerslicht gedurende 3,0 seconden geel licht uitgestraald (2G3,0). De eerste foto is genomen 1,1 seconde nadat het verkeerslicht rood licht is gaan uitstralen (R01,1). De tweede foto is gemaakt één seconde na de eerste foto (R02,1). De snelheid van het voertuig dat het rode licht passeerde is 43 kilometer per uur (V = 43; de letter V staat voor “velocity ”). Op de tweede foto is zichtbaar, zij het met moeite, dat het verkeerslicht dat links van beide rijstroken voor rechtdoorgaand verkeer staat, rood licht uitstraalt. De derde foto die zich in het dossier bevindt is een afdruk van het kenteken zoals dat leesbaar is geworden bij inzoomen op de film: [kenteken]

3.7. Gelet op het samenstel van de foto's, de daarbij behorende gegevens en hetgeen onder 3.6. is overwogen, is naar de overtuiging van het hof komen vast te staan dat de gedraging is verricht met het voertuig waarvan het kenteken ten name van de betrokkene staat geregistreerd.

3.8. Gelet op het vorenoverwogene heeft de kantonrechter het beroep ten onrechte gegrond verklaard. Het hof zal daarom met vernietiging van de uitspraak van de kantonrechter het beroep alsnog ongegrond verklaren.

3.9. Het hof acht geen termen aanwezig om de advocaat-generaal te veroordelen in de kosten van het geding.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

verklaart het bij de kantonrechter ingestelde beroep ongegrond;

wijst het verzoek van de betrokkene om de advocaat-generaal te veroordelen in de proceskosten af.

Dit arrest is gewezen door mrs. Van Wagtendonk, Dijkstra en Weenink, in tegenwoordigheid van mr. Van der Heide als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.