Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2007:BC9133

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
04-12-2007
Datum publicatie
09-04-2008
Zaaknummer
WAHV 07-01117
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Proceskostenveroordeling
Inhoudsindicatie

Sanctie opgelegd ter zake van niet stoppen voor rood uitstralend verkeerslicht. Roodlichtfase 2,3 seconden. De betrokkene voert aan dat deze fase tekort is om voertuig tijdig tot stilstand te brengen.

De vraag of de geellichtfase in de gegeven omstandigheden zodanig is dat op verantwoorde wijze voor het rode verkeerslicht kan worden gestopt, dient te worden beantwoord aan de stopafstand van het betreffende voertuig.

Stopafstand in casu ruim voldoende om tijdig voor de stopstreep te kunnen stoppen. Derhalve geen sprake van overmacht.

Geen reden om sanctie te matigen.

Wetsverwijzingen
Voertuigreglement 5.18.35
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 9
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 07/01117

4 december 2007

CJIB 89098501889

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank Utrecht

van 20 augustus 2007

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [woonplaats]

voor wie als gemachtigde optreedt [gemachtigde]

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie in het arrondissement Utrecht genomen beslissing ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De gemachtigde van de betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. Hierbij is verzocht om vergoeding van proceskosten.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De gemachtigde van de betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Hiervan is geen gebruik gemaakt.

3. Beoordeling

3.1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 130,- opgelegd ter zake van “niet stoppen voor rood licht: driekleurig verkeerslicht (feitcode R602)”, welke gedraging zou zijn verricht op 6 september 2006 om 14.32 uur op de St. Josephlaan te Utrecht met het voertuig met het kenteken [kenteken]

3.2. De gemachtigde ontkent niet dat de gedraging is verricht. Het verweer strekt ten betoge dat de omstandigheden waaronder de gedraging is verricht het opleggen van een administratieve sanctie niet billijken dan wel matiging van de sanctie rechtvaardigen. Daartoe voert de gemachtigde aan dat het gelet op de rem- en reactietijd onmogelijk is om een voertuig bij een roodlichtfase van 2,3 seconden tijdig tot stilstand te brengen. Derhalve stelt de gemachtigde zich op het standpunt dat er sprake is van overmacht. Tevens is de gemachtigde van mening dat bij de berekening van de stopafstand de geellichtfase niet meegerekend mag worden, omdat bij geel licht alleen gestopt moet worden indien dat nog mogelijk is. Voorts stelt de betrokkene zich op het standpunt dat een reactietijd van 1 seconde te krap berekend is. De gemachtigde heeft informatie van het Landelijk Selectie en Opleidingsinstituut van de politie bijgevoegd, waaruit zou blijken dat een reactietijd van 3 seconden normaal is voor een oplettende bestuurder.

3.3. Artikel 68, eerste lid, RVV 1990 houdt in:

“1. Bij driekleurige verkeerslichten betekent:

a. groen licht: doorgaan;

b. geel licht: stop; voor bestuurders die het teken zo dicht genaderd zijn dat stoppen redelijkerwijs niet meer mogelijk is: doorgaan;

c. rood licht: stop.”

3.4. Anders dan de gemachtigde kennelijk meent, betekent een geel uitstralend verkeerslicht dat in beginsel moet worden gestopt. Slechts indien men het verkeerslicht zo dicht genaderd is dat stoppen niet meer mogelijk is, mag men doorrijden. Het hof dient te beoordelen of hiervan sprake is. Derhalve is de geellichtfase wel degelijk van belang voor de berekening van de stopafstand.

3.5. Uit de in het dossier aanwezige foto's van de gedraging is genoegzaam gebleken dat de betrokkene de stopstreep is gepasseerd toen het verkeerslicht reeds 2,3 seconden rood licht uitstraalde en daarvoor reeds 2,9 seconden geel licht had uitgestraald. Op de foto's is waar te nemen dat de gedraging is verricht met een personenauto met een éénassige aanhangwagen.

3.6. De vraag of de geellichtfase in de gegeven omstandigheden zodanig is dat op verantwoorde wijze voor het rode verkeerslicht kan worden gestopt, dient te worden beantwoord aan de hand van de stopafstand van het betreffende voertuig. De stopafstand bestaat uit de remweg van het voertuig plus de afstand die nog wordt afgelegd in de reactietijd van één seconde voordat na het signaleren van het gele licht begonnen wordt met remmen. Het is het hof ambtshalve bekend dat de remweg wordt bepaald door toepassing van de formule S = V²/2xA. Daarbij staat S voor de remweg, V voor de beginsnelheid en A voor de remvertraging.

3.7. Artikel 5.18.35 Voertuigreglement bepaalt dat de remvertraging van de bedrijfsrem van samenstellen van trekkend voertuig en aanhangwagen ten minste 4,0 m/s² moet bedragen.

Uitgaande van een toegestane maximumsnelheid van 50 kilometer per uur (13,88 m/s) en een remvertraging van 4,0 m/s² levert de remwegformule een remweg op van 24,08 meter. Wanneer daar de reactieafstand van 13,88 meter bij opgeteld wordt, blijkt dat de stopafstand van het samenstel 37,96 meter is. Het hof merkt daarbij op dat bij verreweg de meeste voertuigen de remvertraging een stuk groter is dan minimaal vereist, zodat de remweg en dus ook de stopafstand feitelijk nog korter is.

3.8. Uitgaande van de omstandigheid dat de betrokkene op het moment dat het verkeerslicht geel licht begon uit te stralen reed met de maximaal toegestane snelheid van 13,88 m/s, was de betrokkene op dat moment 5,2 (2,9 + 2,3) x 13,88 = 72,18 meter van de stopstreep verwijderd. Derhalve is de stopafstand van 37,96 meter ruim voldoende geweest om tijdig voor de stopstreep te kunnen stoppen. Derhalve faalt het beroep op overmacht.

3.9. Zelfs al wordt uitgegaan van een reactietijd van 3 seconden, dan kan er in de onderhavige zaak nog geen sprake zijn van overmacht. Immers, op het moment dat het verkeerslicht geel licht begon uit te stralen was de betrokkene 72,18 meter van de stopstreep verwijderd, terwijl de stopafstand bij een reactietijd van 3 seconden 65,72 meter ((13,88²/ 2 x 4) + 41,64) bedraagt.

3.10. Hetgeen de gemachtigde heeft aangevoerd, vormt derhalve niet een omstandigheid die het opleggen van een sanctie niet zou billijken dan wel zou moeten leiden tot matiging van het bedrag van de sanctie. Derhalve zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen.

3.11. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, is er geen aanleiding tot vergoeding van kosten.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter;

wijst het verzoek om een proceskostenvergoeding af.

Dit arrest is gewezen door mr. Dijkstra, in tegenwoordigheid van mr. Samplonius als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.