Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2007:BC8992

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
03-12-2007
Datum publicatie
09-04-2008
Zaaknummer
WAHV 07-00758
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Sanctie opgelegd ter zake van overschrijding van de maximumsnelheid. De verbalisanten die de gedraging hebben waargenomen, reden niet achter het voertuig van de betrokkene, maar op de weg parallel aan de overzijde van het kanaal.

Niet is voorgeschreven dat het metend voertuig tijdens de meting achter het gemeten voertuig rijdt.

De door de verbalisanten beschreven omstandigheden en de wijze waarop de snelheidsmeting heeft plaatsgevonden roepen bij het hof geen reden tot twijfel op aangaande de betrouwbaarheid van de meting.

Wetsverwijzingen
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 20d
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 07/00758

3 december 2007

CJIB 59097366159

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank Roermond

van 16 mei 2007

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [woonplaats]

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie in het arrondissement Roermond genomen beslissing ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Hiervan is geen gebruik gemaakt.

3. Beoordeling

3.1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 137,- opgelegd ter zake van “overschrijding van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom (verkeersbord A1) (feitcode VB027)”, welke gedraging zou zijn verricht op 7 juli 2006 om 20:45 uur op de Suffolkweg te Weert.

3.2. De betrokkene heeft aangevoerd dat op het betreffende gedeelte van de Suffolkweg onmogelijk een correcte meting kan hebben plaatsgevonden, te meer daar de agenten aan de overzijde van het kanaal hebben gereden waar zich een twee meter hoge rietkraag bevond.

3.3. De ambtsedige verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het zaakoverzicht van het CJIB houdt onder meer in: "(…). Afgelezen snelheid boordsnelheidsmeter: 80 km per uur. Snelheid volgens ijktabel: 76 km per uur. Werkelijke (gecorrigeerd) snelheid: 076 km per uur. Meetafstand: 350 m. Tussenafstand: 100 m. (…). Personalia conform: rijbewijs. (…). Verklaring betrokkene: De meting kan niet kloppen omdat u niet achter mij reed.".

3.4. In een aanvullend proces-verbaal d.d. 7 augustus 2007 heeft de verbalisant onder meer verklaard: "(...). Op 7 juli 2007, werd door mij verbalisant Avezaat, gezien dat de bestuurder van het voertuig, een personenauto van het merk Rover, kleur rood, over de Suffolkweg te Weert reed in de richting van de sluis 16, aan het einde van de Suffolkweg. Ik zag daarbij dat het voertuig in de bebouwde kom reed. (…). Het voertuig reed met hogere snelheid van de Boshoverbrug, dit is de brug over de Suffolkweg aan het begin van deze straat in de eerder genoemde richting. Ik, verbalisant, reed met het opvallende dienstvoertuig in dezelfde richting. Ik reed daarbij over de Industriekade te Weert. Deze weg is parallel gelegen aan het kanaal. De Suffolkweg is tevens parallel gelegen aan het kanaal. De bestuurder van genoemd voertuig reed aan de rechterzijde van het kanaal en ik, verbalisant reed aan de linkerzijde van het kanaal. Ik, verbalisant had hierbij goed zicht op het genoemde voertuig. Dit was niet over de gehele afstand van de meting. Mij, verbalisant werd af en toe het zicht ontnomen daar er aan de rechterzijde van het kanaal een rietkraag was. Hierdoor was het voertuig enkele malen niet geheel zichtbaar. Ik, verbalisant heb wel de afstand tot het voertuig gelijk kunnen houden, namelijk in rechte lijn vooruit ongeveer 100 meter. Ik verbalisant heb de snelheid van het voertuig gemeten over een afstand van ongeveer 350 meter. Om deze meting te doen, tussen twee voertuigen is het niet noodzakelijk om recht achter het voertuig te rijden. De afstanden tussen de twee voertuigen bleven gelijk. Ik, verbalisant, zag dat de weg waarover ik reed een rechte weg was, met een kleine bocht onder het treinviaduct. Verder is aan de rechterzijde, de Suffolkweg, zo'n zelfde kromming in de weg. Deze beide bochten kunnen zonder gevaar, met een constante snelheid genomen worden. (…).".

3.5. Volgens de op het tijdstip van de gedraging geldende Aanwijzing snelheidsoverschrijdingen en snelheidsbegrenzers van het College van Procureurs-Generaal van 8 december 2002, registratienummer 2002A014, Stcrt. 249, in werking getreden op 1 januari 2003, dient een proces-verbaal waarin sprake is van snelheidsmeting met behulp van een geijkte boordsnelheidsmeter in een dienstvoertuig het volgende te bevatten: de toegestane snelheid, de afstand tussen het gemeten en het metend voertuig, met de vaststelling dat die onderlinge afstand tijdens het meten van de snelheid gelijk dan wel nagenoeg gelijk bleef, de afstand waarover de snelheid van het voertuig werd gemeten, de van de boordsnelheidsmeter afgelezen snelheid, de snelheid volgens de ijktabel behorende bij de boorsnelheidsmeter van het dienstvoertuig, en de snelheid na een daarop toegepaste voorgeschreven correctie. Deze correctie bedraagt 3 km per uur bij snelheden onder 100 km per uur.

3.6. Het proces-verbaal van de verbalisant, zoals opgenomen in het zaakoverzicht van het CJIB, voldoet niet aan de onder 3.5 vermelde eisen, in die zin, dat is verzuimd de voorgeschreven correctie van 3 km per uur toe te passen op de gemeten snelheid volgens de ijktabel. Dit brengt mee dat de gemeten gecorrigeerde snelheid dient te worden vastgesteld op 73 km per uur.

3.7. Anders dan de betrokkene kennelijk veronderstelt, is in geval van een snelheidsmeting met behulp van een (geijkte) boordsnelheidsmeter niet voorgeschreven dat het metend voertuig tijdens de meting recht achter het gemeten voertuig rijdt. De door de verbalisant beschreven omstandigheden op het meettraject en de wijze waarop de snelheidsmeting heeft plaatsgevonden roepen bij het hof geen twijfel op aangaande de betrouwbaarheid van die meting.

In aanmerking nemende het onder 3.6 overwogene stelt het hof derhalve vast dat de betrokkene de ter plaatse geldende maximumsnelheid met 23 km per uur heeft overschreden, hetgeen de gedraging met feitcode VB023 en een sanctie van

€ 114,- oplevert.

3.8. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter en de beslissing van de officier van justitie vernietigen, voor zover daarbij de omschrijving van de gedraging, de feitcode en de hoogte van de sanctie in de inleidende beschikking in stand zijn gelaten. Het hof zal voorts de inleidende beschikking wijzigen, in die zin, dat als de omschrijving van de gedraging heeft te gelden "overschrijding van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom met 23 km/h" en als de feitcode VB023, en dat het sanctiebedrag wordt vastgesteld op € 114,-. Het hof zal het beroep voor het overige ongegrond verklaren.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter, voor zover deze betrekking heeft op de omschrijving van de gedraging, de feitcode en het sanctiebedrag in de inleidende beschikking;

vernietigt de beslissing van de officier van justitie, voor zover deze betrekking heeft op de omschrijving van de gedraging, de feitcode en het sanctiebedrag in de inleidende beschikking;

wijzigt de inleidende beschikking in die zin dat als de omschrijving van de gedraging heeft te gelden "overschrijding van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom met 23 km/h", als de feitcode VB023, en als sanctiebedrag

€ 114,-.

verklaart het beroep voor het overige ongegrond;

bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 WAHV te veel tot zekerheid is gesteld, te weten een bedrag van € 23,-, door de advocaat-generaal aan hem wordt gerestitueerd.

Dit arrest is gewezen door mr. Weenink, in tegenwoordigheid van mr. Zomer als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.