Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2007:BA8393

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
28-06-2007
Datum publicatie
04-07-2007
Zaaknummer
24-000062-07
Formele relaties
Herziening: ECLI:NL:HR:2013:1429, Afwijzing
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft gedurende een periode van ruim één jaar deelgenomen aan een organisatie die beroeps- en bedrijfsmatige hennepteelt en het voorhanden hebben van wapens en munitie tot doel had. In die periode heeft verdachte tezamen met anderen een grote hoeveelheid hennepplanten geteeld. Gebleken is dat er sprake was van een goed geoliede, professioneel werkende organisatie. Door deel te nemen aan een organisatie die op grootschalige wijze hennep heeft geteeld, waarbij ook sprake was van het voorhanden hebben van wapens en munitie, heeft verdachte de normen ter bescherming van de openbare orde en de volksgezondheid ernstig geschonden.

Gelet op de ernst van de feiten en verdachtes strafrechtelijk verleden is het hof, met de rechtbank en de advocaat-generaal, van oordeel dat verdachte voor deze feiten niet anders gestraft kan worden dan met een langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-000062-07

Parketnummer eerste aanleg: 19-810183-06

Arrest van 28 juni 2007 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Assen van 29 december 2006 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

thans verblijvende in PI Noord, gevangenis De Marwei te Leeuwarden,

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadslieden mr. D.A. Harff, advocaat te Rotterdam, en mr. D.C. Keuning, advocaat te Groningen.

Het vonnis waarvan beroep

De rechtbank Assen heeft de verdachte bij het vonnis wegens misdrijven veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte en de officier van justitie zijn op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte zal veroordelen tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vijf jaren, met aftrek van het voorarrest.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan dit arrest is gehecht een fotokopie van de inleidende dagvaarding. De inhoud van de tenlastelegging wordt geacht hier te zijn overgenomen.

Bewezenverklaring

Het hof acht bewezen dat:

1.

hij in de periode 01 augustus 2005 tot en met 5 september 2006 te [plaats] heeft deelgenomen aan een organisatie, te weten een samenwerkingsverband tussen verdachte en [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] en [medeverdachte 6] en anderen en welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk

- het op beroeps- en bedrijfsmatige wijze telen en bereiden en verwerken van een grote hoeveelheid hennep, als bedoeld in

de bij de Opiumwet bedoelde lijst II,

- het voorhanden hebben van wapens en munitie als bedoeld in de in artikel 2 van de Wet wapens en munitie opgenomen

categorieën II en III;

2.

hij in de periode 01 januari 2006 tot en met 5 september 2006 te [plaats], gemeente [gemeente], tezamen en in vereniging met anderen, in de uitoefening van een beroep of een bedrijf, opzettelijk heeft geteeld in een pand aan [adres] een hoeveelheid van ongeveer 27.360 hennepplanten, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het onder 1 en 2 bewezen verklaarde levert op de misdrijven:

1. deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven;

2. medeplegen van in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Bij het bepalen van de in hoger beroep op te leggen straf heeft het hof gelet op de aard en de ernst van de strafbare feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

Verdachte heeft gedurende een periode van ruim één jaar deelgenomen aan een organisatie die beroeps- en bedrijfsmatige hennepteelt en het voorhanden hebben van wapens en munitie tot doel had. In die periode heeft verdachte tezamen met anderen een grote hoeveelheid hennepplanten geteeld.

Op 5 september 2006 zijn er in een kas in [plaats] ruim 27.000 planten aangetroffen, waarvan een deel was geoogst.

Verdachte was reeds tijdens zijn detentie, die hij moest ondergaan wegens een eerdere veroordeling (ter zake van onder meer deelneming aan een criminele organisatie en overtreding van de Wet wapens en munitie), doende met (nieuwe) criminele plannen. Hij sprak met mededader [medeverdachte 1], die ook gedetineerd was, over de kas in [plaats] en het verdienen van geld. Later heeft hij samen met een aantal anderen die kas geschikt gemaakt voor de hennepteelt en is hij begonnen met het telen van hennep op zeer grote schaal. Verdachte had in het geheel een prominente, leidinggevende rol. Kennelijk beschikte hij over de benodigde (financiële) middelen om een dergelijke grootschalige kwekerij op te zetten en te exploiteren.

Binnen de organisatie werkten verschillende mensen, met eigen - op hun kennis en ervaring gebaseerde - taken. Er waren deskundigen op het gebied van de hennepteelt, als ook planters, verzorgers en knippers. Anderen hielden zich bezig met het uitvoeren van technische werkzaamheden. Een aantal personen had tot taak de kas te bewaken. Voor die bewaking werden tevens camera’s geïnstalleerd en werd een vuurwapen ter beschikking gesteld aan mededader [medeverdachte 1]. Die [medeverdachte 1] heeft met dat wapen rond de kas gelopen, kennelijk in het kader van zijn bewakingsactiviteiten. Anderen zorgden voor het vervoer van de werknemers naar en van de kas.

Gebleken is dat er sprake was van een goed geoliede, professioneel werkende organisatie.

Door deel te nemen aan een organisatie die op grootschalige wijze hennep heeft geteeld, waarbij ook sprake was van het voorhanden hebben van wapens en munitie, heeft verdachte de normen ter bescherming van de openbare orde en de volksgezondheid ernstig geschonden.

Uit het de verdachte betreffende uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister d.d. 12 april 2007 is het hof gebleken dat verdachte eerder is veroordeeld voor het plegen strafbare feiten, onder andere voor het als leider deelnemen aan een criminele organisatie. De hem eerder opgelegde gevangenisstraf van twee jaren en tien maanden heeft hem er niet van weerhouden opnieuw strafbare feiten te begaan.

Gelet op de ernst van de feiten en verdachtes strafrechtelijk verleden is het hof, met de rechtbank en de advocaat-generaal, van oordeel dat verdachte voor deze feiten niet anders gestraft kan worden dan met een langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

Betreffende de duur van de gevangenisstraf sluit het hof zich aan bij de door rechtbank opgelegde gevangenisstraf.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 3, 11 (oud) en 11 van de Opiumwet en de artikelen 47, 57 en 140 (oud) van het Wetboek van Strafrecht.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte onder 1 en 2 ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart deze feiten en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot gevangenisstraf voor de duur van vier jaren;

beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering wordt gebracht.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. H.H.A. Fransen, voorzitter, mr. P. Koolschijn en mr. W.F. van Zant, in tegenwoordigheid van mr. C. Coster als griffier, zijnde mr. Van Zant voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.