Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2007:BA8382

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
28-06-2007
Datum publicatie
04-07-2007
Zaaknummer
24-000027-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft gedurende een periode van ruim één jaar deelgenomen aan een organisatie die beroeps- en bedrijfsmatige hennepteelt en het voorhanden hebben van wapens en munitie tot doel had. In die periode heeft verdachte een pistoolmitrailleur met patronen voorhanden gehad en heeft hij tezamen met anderen een grote hoeveelheid hennepplanten geteeld. Gebleken is dat er sprake was van een goed geoliede, professioneel werkende organisatie.

Aldus heeft verdachte de normen ter bescherming van de openbare orde en de volksgezondheid ernstig geschonden.

Gelet op de ernst van de feiten en de recidive van de verdachte is het hof, met de rechtbank en de advocaat-generaal, van oordeel dat verdachte voor deze feiten niet anders gestraft kan worden dan met een langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-000027-07

Parketnummer eerste aanleg: 19-830218-06

Arrest van 28 juni 2007 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Assen van 29 december 2006 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

thans verblijvende in P.I. Veenhuizen, gevangenis Esserheem te Veenhuizen,

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman mr. R.J. de Boer, advocaat te Coevorden.

Het vonnis waarvan beroep

De rechtbank Assen heeft de verdachte bij het vonnis, voor zover aan hoger beroep onderworpen, wegens misdrijven veroordeeld tot een straf en heeft een beslissing genomen over de in beslag genomen zaken, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De officier van justitie en de verdachte zijn op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

De advocaat-generaal heeft op 22 mei 2007 het hoger beroep ingetrokken voor zover dat betrekking had op het onder 4 ten laste gelegde feit. Verdachte heeft ter zitting van het hof aangegeven dat zijn hoger beroep evenmin gericht is tegen de beslissing van de rechtbank met betrekking tot feit 4. Het hof zal het hoger beroep derhalve beperkt opvatten.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf van vijf jaren, met aftrek van het voorarrest.

Ten aanzien van de in beslag genomen zaken heeft de advocaat-generaal het volgende gevorderd:

- onttrekking aan het verkeer van de pistoolmitrailleur, de patroonhouder van de mitrailleur- met de zich daarin bevindende

patronen - en de weed;

- verbeurdverklaring van de Opel Corsa met het kenteken 95-JK-GZ;

- teruggave van twee doordrukstrips met 18 pillen Temasepam en drie doordrukstrips met 30 pillen Oxazepam aan

verdachte.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis, voor zover aan hoger beroep onderworpen, vernietigen en in zoverre opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan dit arrest is gehecht een fotokopie van de inleidende dagvaarding. De - als voor dit hoger beroep van belang - onder 1, 2 en 3 vermelde inhoud van de tenlastelegging wordt geacht hier te zijn overgenomen.

Bewezenverklaring

Het hof acht bewezen dat:

1.

hij in de periode 01 augustus 2005 tot en met 5 september 2006 te [plaats] heeft deelgenomen aan een organisatie, te weten een samenwerkingsverband tussen verdachte en [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] en [medeverdachte 6] en anderen en welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk

- het op beroeps- en bedrijfsmatige wijze telen en bereiden en verwerken van een grote hoeveelheid hennep, als bedoeld in

de bij de Opiumwet bedoelde lijst II,

- het voorhanden hebben van wapens en munitie als bedoeld in de in artikel 2 van de Wet wapens en munitie opgenomen

categorieën II en III;

2.

hij in de periode 1 augustus 2005 tot 5 september 2006 te [plaats], gemeente [gemeente], een wapen van categorie II, te weten een pistoolmitrailleur (model VZ/ CZ62 Skorpion), en munitie van categorie III, te weten meerdere (17) patronen met een kaliber van 7,65 mm, voorhanden heeft gehad;

3.

hij in de periode 01 januari 2006 tot en met 5 september 2006 te [plaats], gemeente [gemeente], tezamen en in vereniging met anderen, in de uitoefening van een beroep of een bedrijf, opzettelijk heeft geteeld in een pand aan [adres] een hoeveelheid van ongeveer 27.360 hennepplanten, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1, 2 en 3 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert respectievelijk op de misdrijven:

1. deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven;

2. met betrekking tot het wapen:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, en het feit begaan met een wapen van de categorie II;

met betrekking tot de munitie:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;

3. medeplegen van in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Bij het bepalen van de in hoger beroep op te leggen straf heeft het hof gelet op de aard en de ernst van de strafbare feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

Verdachte heeft gedurende een periode van ruim één jaar deelgenomen aan een organisatie die beroeps- en bedrijfsmatige hennepteelt en het voorhanden hebben van wapens en munitie tot doel had. In die periode heeft verdachte een pistoolmitrailleur met patronen voorhanden gehad en heeft hij tezamen met anderen een grote hoeveelheid hennepplanten geteeld.

Op 5 september 2006 zijn er in een kas in [plaats] ruim 27.000 planten aangetroffen, waarvan een deel was geoogst.

Verdachte was reeds tijdens zijn detentie, die hij moest ondergaan wegens een eerdere veroordeling (ter zake van doodslag en overtredingen van de Opiumwet en de Wet wapens en munitie), doende met (nieuwe) criminele plannen. Mededader [medeverdachte 1]] die ook gedetineerd was, sprak met verdachte over de kas in [plaats] en het verdienen van geld. Verdachte had geld nodig, mededader [medeverdachte 1] had wel werk voor hem in de hennepkwekerij. Later heeft verdachte met een aantal anderen die kas geschikt gemaakt voor de hennepteelt en is er begonnen met het telen van hennep op zeer grote schaal. Verdachte heeft zich ook daadwerkelijk met het telen bezig gehouden. Hij had in het geheel een belangrijke rol. Hij gaf opdrachten aan medewerkers, betaalde hen uit en was verantwoordelijk voor de bewaking van de kwekerij. In dit verband was hij veel aanwezig en had hij een slaapgelegenheid in de woning naast de kas.

Binnen de organisatie werkten verschillende mensen, met eigen - op hun kennis en ervaring gebaseerde - taken. Er waren deskundigen op het gebied van de hennepteelt, als ook planters, verzorgers en knippers. Anderen hielden zich bezig met het uitvoeren van technische werkzaamheden. Een aantal personen had tot taak de kas te bewaken, onder wie verdachte. Voor die bewaking werden tevens camera’s geïnstalleerd en werd een pistoolmitrailleur ter beschikking gesteld aan verdachte. Verdachte heeft met dat vuurwapen rond de kas gelopen, kennelijk in het kader van zijn bewakingsactiviteiten. Verdachte had - zeker gelet op zijn gewelddadig verleden - beter moeten weten. Desondanks heeft hij het risico genomen dat hij het vuurwapen zou gebruiken dan wel dat anderen dat zouden gebruiken.

Anderen zorgden voor het vervoer van medewerkers naar en van de kas.

Gebleken is dat er sprake was van een goed geoliede, professioneel werkende organisatie.

Aldus heeft verdachte de normen ter bescherming van de openbare orde en de volksgezondheid ernstig geschonden.

Uit het de verdachte betreffende uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister d.d. 12 april 2007 is het hof gebleken dat verdachte vele malen is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten. De hem in 1999 opgelegde gevangenisstraf van tien jaren heeft hem er niet van weerhouden opnieuw strafbare feiten te begaan.

Door J. Zwart, reclasseringswerker bij de Reclassering Nederland, is op 18 oktober 2006 een voorlichtingsrapport opgemaakt omtrent de persoon van de verdachte. De reclassering schets verdachte als een man met een lang en fors crimineel verleden die het, ondanks hulpverlening, nooit gelukt is een delictvrij bestaan op te bouwen.

Gelet op de ernst van de feiten en de recidive van de verdachte is het hof, met de rechtbank en de advocaat-generaal, van oordeel dat verdachte voor deze feiten niet anders gestraft kan worden dan met een langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

Betreffende de duur van de gevangenisstraf sluit het hof zich aan bij de door rechtbank opgelegde gevangenisstraf.

Onttrekking aan het verkeer

De door het hof aan het verkeer te onttrekken zaken - pistoolmitrailleur, patroonhouder voor de pistoolmitrailleur (voorzien van patronen) en een hoeveelheid weed - zijn daarvoor vatbaar. Immers, met betrekking tot die zaken zijn de hiervoor bewezen

verklaarde feiten begaan en zij zijn van zodanige aard, dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en het algemeen belang.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 3, 11 (oud) en 11 van de Opiumwet, de artikelen 36b, 36c, 47, 57 en 140 (oud) van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26, 55(oud) en 55 van de Wet wapens en munitie.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, voor zover aan hoger beroep onderworpen, en in zoverre opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart deze feiten en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1, 2 en 3 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot gevangenisstraf voor de duur van vier jaren;

beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering wordt gebracht;

verklaart aan het verkeer onttrokken:

pistoolmitrailleur, patroonhouder voor de pistoolmitrailleur -voorzien van patronen- en een hoeveelheid weed;

gelast de teruggave aan verdachte van:

twee doordrukstrips met 18 stuks Temasepam, drie doordrukstrips met 30 stuks Oxazepam, en een personenauto Opel Corsa voorzien van het kenteken 95-JK-GZ.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. H.H.A. Fransen, voorzitter, mr. P. Koolschijn en mr. W.F. van Zant, in tegenwoordigheid van mr. C. Coster als griffier, zijnde mr. van Zant voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen