Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2007:BA6416

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
23-04-2007
Datum publicatie
05-06-2007
Zaaknummer
WAHV 07-00468
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Onjuiste kentekenplaat bevestigd op de aanhangwagen. De betrokkene is van mening dat de verbalisant met een waarschuwing had moeten volstaan. Belang van juiste kentekenplaat op aanhangwagen leidt in dit geval tot het oordeel dat er geen reden in om de sanctie op nihil te stellen dan wel om deze te matigen.

Wetsverwijzingen
Voertuigreglement 5.1.2, geldigheid: 2007-04-23
Voertuigreglement 5.18.10, geldigheid: 2007-04-23
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 9, geldigheid: 2007-04-23
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Module Verkeer 2007/210

Uitspraak

WAHV 07/00468

23 april 2007

CJIB 09095527147

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Alkmaar van 23 februari 2007

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene), wonende te [woonplaats]

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Alkmaar ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen. Hiervan is geen gebruik gemaakt.

3. Beoordeling

3.1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 75,- opgelegd ter zake van "als bestuurder van voertuig rijden, terwijl aanhangwagen t/m 750 kg niet is voorzien van het kenteken van trekkend motorrijtuig", welke gedraging zou zijn verricht op 15 juni 2006 om 19.40 uur op de Van Blaaderenweg in Bergen.

3.2. De betreffende gedraging is een overtreding van artikel 5.1.2. in samenhang met artikel 5.18.10, eerste lid, Voertuigreglement (VR).

Artikel 5.1.2. VR luidt: Het is de bestuurder van een voertuig of een samenstel van voertuigen verboden daarmee te rijden en de eigenaar of houder verboden daarmee te laten rijden, indien niet wordt voldaan aan de in afdeling 18 van dit hoofdstuk ten aanzien van het gebruik van voertuigen of samenstellen van voertuigen van de categorie of categorieën, waartoe die voertuigen behoren, gestelde eisen.

Artikel 5.18.10, eerste lid, VR luidt: Aanhangwagens met een toegestane maximum massa van niet meer dan 750 kg moeten indien zij zijn gekoppeld aan een motorrijtuig waarvoor een kenteken is opgegeven, zijn voorzien van het kenteken van het trekkend motorrijtuig.

3.3. De betrokkene ontkent niet dat de gedraging is verricht. Het beroep strekt ertoe dat de gedraging is verricht onder omstandigheden die het opleggen van een sanctie niet billijken. Daartoe heeft hij aangevoerd dat hij met de aanhangwagen even iets ging ophalen. Hij had niet gezien dat de kentekenplaat van zijn buurman, die de aanhangwagen had geleend, nog op de aanhangwagen was bevestigd. De betrokkene acht het onjuist dat de verbalisant meteen een bekeuring uitschreef, maar hem desondanks toestemming gaf om met de verkeerde kentekenplaat door te rijden. Hij meent dat de verbalisant had moeten volstaan met het geven van een waarschuwing en hem de gelegenheid had moeten geven om de juiste kentekenplaat te bevestigen.

3.4. De ambtsedige verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het zaakoverzicht van het CJIB houdt - zakelijk weergegeven - in dat de betrokkene als bestuurder van een voertuig heeft gereden, terwijl de aanhangwagen niet was voorzien van het kenteken van het trekkend voertuig.

3.5. Gelet op de door de betrokkene niet bestreden verklaring van de verbalisant is naar de overtuiging van het hof genoegzaam komen vast te staan dat de gedraging is verricht.

3.6. De handhaving van verkeersregels steunt in belangrijke mate op toepassing van de kentekenaansprakelijkheid. Daarvoor is noodzakelijk dat het kenteken duidelijk zichtbaar op het kentekenplichtige voertuig is aangebracht. Een aangekoppelde aanhangwagen belemmert het zicht op de achterste kentekenplaat van het trekkende voertuig. Daarom dient op een aanhangwagen tot en met 750 kg, waarvoor geen zelfstandige kentekenplicht geldt, het kenteken van het trekkende voertuig te zijn aangebracht. Het rijden met een voertuig zonder dat aan dit voorschrift is voldaan, brengt het risico mee dat gedragingen zonder sanctie blijven omdat het kenteken niet zichtbaar is of dat - wanneer niet het juiste kenteken is aangebracht - iemand ten onrechte een sanctie krijgt opgelegd. Het is van groot belang dat een dergelijke ondermijning van de effectiviteit van de handhaving wordt voorkomen. Het verbod van artikel 5.1.2. in samenhang met artikel 5.18.10, eerste lid, VR is daarom absoluut geformuleerd. Een en ander brengt mee dat een in strijd met dat artikel verrichte gedraging op zichzelf reeds het opleggen van een administratieve sanctie kan rechtvaardigen. Derhalve is terecht aan de betrokkene een sanctie opgelegd. Dat de verbalisant hem vervolgens niet zou hebben verboden om met de verkeerde kentekenplaat op de aanhangwagen verder te rijden, kan - wat daar verder ook van zij - hieraan niet afdoen.

3.7. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter.

Dit arrest is gewezen door mr. Van Wagtendonk, in tegenwoordigheid van

De Ruijter als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.