Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2007:BA6361

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
03-04-2007
Datum publicatie
05-06-2007
Zaaknummer
WAHV 07-00226
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De kantonrechter heeft beslist tot aanhouding van het onderzoek ter zitting teneinde de indiener van het beroepschrift in de gelegenheid te stellen een volmacht over te leggen. Partijen zijn niet voor de nadere zitting van de kantonrechter uitgenodigd. Beslissing van de kantonrechter vernietigd wegens strijd met art. 12, eerste lid, WAHV.

Een indiener van een beroepschrift moet twee maal in de gelegenheid worden gesteld om een volmacht in te dienen.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht 2:1, geldigheid: 2007-04-03
Algemene wet bestuursrecht 6:6, geldigheid: 2007-04-03
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 12, geldigheid: 2007-04-03
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

WAHV 07/002263 april 2007CJIB 09091126784

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest op het hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Utrecht van 8 januari 2007

betreffende [betrokkene] (hi[gemachtigde]e te [woonplaats],

voor wie als gemachtigde optreedt

[gemachtigde]

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van [gemachtigde] tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Utrecht niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De gemachtigde van de betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De gemachtigde van de betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Hiervan is geen gebruik gemaakt.

3. Beoordeling

3.1. Bij de bestreden beslissing heeft de kantonrechter het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard op grond van de overweging dat het beroep niet was ingesteld door degene tot wie de beschikking was gericht, en degene die het beroepschrift had ingediend geen gebruik had gemaakt van de gelegenheid om een volmacht van de betrokkene over te leggen.

3.2. De gemachtigde van de betrokkene heeft aangevoerd dat de kantonrechter het beroep ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard aangezien hij de gevraagde volmacht op 19 december 2006 per post aan de rechtbank had gezonden. Ten bewijze daarvan heeft hij een afschrift overgelegd van een brief d.d. 19 december 2006 en van de volmacht.

3.3. Uit de stukken van het geding blijkt het volgende. Aan de betrokkene is als bestuurder van een motorrijtuig waarmee een aanhangwagen, waarvoor een kenteken is vereist, wordt voortbewogen, bij staandehouding een sanctie opgelegd. Daartegen heeft [gemachtigde] te Ammerzoden, beroep ingesteld. Dat beroep is door de officier van justitie bij beslissing met verzenddatum 22 april 2006 ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft de [gemachtigde] beroep ingesteld bij de kantonrechter.

3.4. De griffier van de rechtbank heeft bij brief d.d. 9 oktober 2006 de indiener van het beroepschrift uitgenodigd voor de zitting van de kantonrechter op 13 november 2006. De betrokkene noch de indiener van het beroepschrift zijn ter zitting verschenen. De kantonrechter heeft beslist tot aanhouding van het onderzoek ter zitting. Die beslissing, zoals vermeld in het tussenvonnis d.d. 13 november 2006, houdt in dat de indiener van het beroepschrift in de gelegenheid wordt gesteld om uiterlijk 1 januari 2007 een volmacht van de betrokkene over te leggen. Die beslissing is op 27 november 2006 verzonden naar de indiener van het beroep. Het onderzoek ter zitting is hervat op 8 januari 2007. Uit de stukken van het geding blijkt dat noch de betrokkene, als partij, noch de indiener van het beroep voor die zitting is uitgenodigd. Het tussenvonnis bevat evenmin informatie betreffende het tijdstip van de nadere terechtzitting. Uit de beslissing van de kantonrechter d.d. 8 januari 2007 blijkt dat noch de betrokkene noch de indiener van het beroep ter zitting is verschenen.

3.5. Artikel 12, eerste lid, WAHV houdt in: "De kantonrechter stelt, alvorens te beslissen, partijen in de gelegenheid om op een door de kantonrechter bepaalde dag en uur op een openbare zitting hun zienswijze nader toe te lichten. Zij worden daartoe door de griffier opgeroepen. De oproep aan degene die het beroep heeft ingesteld wordt gericht aan het in het beroepschrift vermelde adres."

3.6. Het hiervoor overwogene in aanmerking genomen stelt het hof vast dat de kantonrechter heeft gehandeld in strijd met artikel 12, eerste lid, WAHV. Reeds op die grond komt de beslissing van de kantonrechter voor vernietiging in aanmerking.

3.7. Voorts overweegt het hof het volgende. Indien een ander dan de betrokkene beroep instelt, zal de kantonrechter overeenkomstig het bepaalde in art. 2:1, tweede lid, Algemene wet bestuursrecht (Awb) van degene die het heeft ingesteld een schriftelijke machtiging kunnen verlangen. Wordt de gevraagde machtiging niet verstrekt, dan kan ingevolge het bepaalde in art. 6:6 Awb het beroep niet-ontvankelijk worden verklaard, mits de indiener van het beroep de gelegenheid heeft gehad het verzuim te herstellen binnen een hem daartoe gestelde termijn.

3.8. Voor zover zou moeten worden aangenomen dat de onder 3.2. vermelde brief van de gemachtigde niet eerder is ontvangen dan bij de indiening van het hoger beroepschrift, blijkt uit de stukken van het geding niet dat aan de voorwaarde van art. 6:6 Awb is voldaan. De indiener van het beroepschrift is immers niet in de gelegenheid gesteld het verzuim te herstellen (zie onder meer het arrest van 23 juni 2005 met nummer WAHV 05/00134). Het hof is derhalve van oordeel dat de kantonrechter het beroep ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard.

3.9. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter vernietigen. Nu de gemachtigde van de betrokkene ten onrechte niet in de gelegenheid is gesteld ter zitting te worden gehoord, zal het hof de zaak terugwijzen naar de kantonrechter ter behandeling en beslissing met inachtneming van dit arrest.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

verklaart het ingestelde beroep gegrond;

vernietigt de bestreden beslissing en wijst de zaak terug naar de kantonrechter van de rechtbank Utrecht ter behandeling en beslissing met inachtneming van dit arrest.

Dit arrest is gewezen door mr. Dijkstra, in tegenwoordigheid van mr. Zomer als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.