Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2007:BA6247

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
26-03-2007
Datum publicatie
04-06-2007
Zaaknummer
WAHV 06/00890
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

In de brief van de griffier van de rechtbank is ten onrechte niet vermeld dat het griffierecht ook ter griffie kan worden gestort. De betrokkene (een rechtspersoon) is hierdoor niet in haar belangen geschaad. Geen reden om de betrokkene opnieuw in de gelegenheid te stellen griffierecht te betalen.

Wetsverwijzingen
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 26a
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 06/0089026 maart 2007CJIB 80743670

Gerechtshof te LeeuwardenBeschikkingop het hoger beroep tegen de beschikkingvan de kantonrechter van de rechtbank Utrecht van 3 mei 2006 betreffende [betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),postadres: [adres]

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het verzet van de betrokkene tegen de tenuitvoerlegging van een door de officier van justitie in het arrondissement Leeuwarden op

26 oktober 2005 uitgevaardigd dwangbevel ongegrond verklaard. De beschikking van de kantonrechter is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beschikking van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. Hierbij is verzocht om een behandeling ter zitting.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.

De advocaat-generaal heeft een reactie gegeven op de nadere toelichting op het beroep.

De zaak is behandeld ter zitting van 30 januari 2007. De betrokkene is niet verschenen. Als gemachtigde van de advocaat-generaal is verschenen mr. K. Tienstra.

Het hof heeft bij tussenbeschikking van 13 februari 2007 de zaak verwezen naar de meervoudige kamer.

3. Beoordeling

3.1. Ingevolge art. 26a, derde lid, WAHV is degene die hoger beroep heeft ingesteld tegen een beschikking als de onderhavige slechts ontvankelijk in dat beroep na betaling van het verschuldigde griffierecht. De griffier van de rechtbank wijst de indiener van het beroepschrift op de verschuldigdheid van het griffierecht en deelt hem mee dat het verschuldigde bedrag binnen twee weken na de dag van verzending van zijn mededeling dient te zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank dan wel ter griffie te zijn gestort. Indien het griffierecht niet binnen deze termijn is bijgeschreven of gestort, wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.

3.2. Bij brief van 19 mei 2006 heeft de griffier van de rechtbank de betrokkene medegedeeld dat zij in hoger beroep een griffierecht is verschuldigd en dat het griffierecht binnen twee weken na de dag van verzending van de brief dient te zijn betaald door gebruikmaking van de bijgevoegde acceptgiro. Tevens is de betrokkene medegedeeld dat het uitblijven van tijdige betaling van het griffierecht aanleiding kan zijn om de betrokkene niet-ontvankelijk te verklaren in het hoger beroep bij het gerechtshof. De betrokkene heeft naar aanleiding van deze brief geen griffierecht betaald, noch heeft de betrokkene op de brief gereageerd.

3.3. Bij brief van 6 juni 2006 heeft de griffier van de rechtbank - onder verwijzing naar eerdergenoemde brief van 19 mei 2006 - de betrokkene erop gewezen dat het griffierecht nog niet is betaald. De betrokkene is in de gelegenheid gesteld om het griffierecht alsnog te betalen binnen 14 dagen na verzending van de brief van 6 juni 2006, en wel door € 105,- vóór 6 juli 2006 te voldoen door gebruikmaking van de eerder toegezonden acceptgiro. De betrokkene is medegedeeld dat wanneer zij niet meer over de acceptgiro beschikt, zij telefonisch een nieuwe kan aanvragen. De betrokkene heeft naar aanleiding van deze brief geen griffierecht betaald, noch heeft de betrokkene op de brief gereageerd.

3.4. Blijkens een brief d.d. 16 oktober 2006 van de griffier van de rechtbank aan het hof heeft de betrokkene het griffierecht in hoger beroep niet voldaan.

3.5. Nu de betrokkene het griffierecht niet heeft betaald, is het hof van oordeel dat de betrokkene niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in het hoger beroep. Dat in de brief van 19 mei 2006 niet staat vermeld dat de betrokkene het griffierecht ook ter griffie kan storten maakt dit niet anders nu naar het oordeel van het hof de betrokkene in het onderhavige geval door het weglaten van deze mededeling niet in haar belang is geschaad. Het hof overweegt hiertoe dat van een rechtspersoon mag worden aangenomen dat deze gewoon is betalingen giraal te verrichten en dat de betrokkene bij brief van 6 juni 2006 nogmaals de mogelijkheid heeft gekregen het griffierecht per acceptgiro te voldoen waarbij de betrokkene in de gelegenheid is gesteld om telefonisch een nieuwe acceptgiro aan te vragen.

3.6. De betrokkene heeft in de nadere toelichting op het beroep aangegeven dat op 4 oktober 2006 een medewerker van het gerechtshof te Leeuwarden telefonisch zou hebben aangegeven dat het griffierecht wel was betaald. Naar het hof begrijpt stelt de betrokkene zich op het standpunt dat zij daarom ontvankelijk dient te worden verklaard.

3.7. Het hof overweegt dat in het midden kan blijven of een medewerker van het hof aan de betrokkene zou hebben aangegeven dat het griffierecht was betaald. Nu de mededeling van de medewerker is gedaan ná het verstrijken van de wettelijke termijn voor het betalen van het griffierecht kon de betrokkene aan de mededeling reeds daarom niet het vertrouwen ontlenen dat het beroep ontvankelijk zou worden verklaard.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

verklaart de betrokkene niet-ontvankelijk in het hoger beroep.

Deze beschikking is gegeven door mrs. Van Wagtendonk, Poelman en Weenink , in tegenwoordigheid van mr. Meijering als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.