Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2007:BA0256

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
13-02-2007
Datum publicatie
08-03-2007
Zaaknummer
WAHV 06-00721
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Proceskostenveroordeling
Inhoudsindicatie

Naar het oordeel van het of is in casu niet aannemelijk geworden dat zich geen reele mogelijkheid tot staandehouding heeft voorgedaan. Derhalve is de sanctie ten onrechte met toepassing van artikel 5 WAHV opgelegd aan de kentekenhouder. Inleidende beschikking vernietigd.

Wetsverwijzingen
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 5
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Jwr 2007/34
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 06/00721

13 februari 2007

CJIB 99086871748

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank Alkmaar

van 2 juni 2006

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [[woonplaats]]

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Alkmaar gedeeltelijk gegrond verklaard en de sanctie gematigd tot een bedrag van Euro 90,- De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. Bij het beroepschrift is verzocht om een behandeling ter zitting. Tevens is verzocht om vergoeding van kosten.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Hiervan is geen gebruik gemaakt.

De zaak is behandeld ter zitting van 30 januari 2007. De betrokkene is verschenen, bijgestaan door zijn vader J. de Leeuw. Als gemachtigde van de advocaat-generaal is verschenen mr. K. Tienstra.

3. Beoordeling

3.1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van Euro 125,- opgelegd ter zake van "de doorgetrokken streep overschrijden tussen rijstroken/op paden met verkeer in beide richtingen naar links", welke gedraging zou zijn verricht op 29 juli 2005 om 19.45 uur op de provinciale weg (het hof begrijpt: de rijksweg) N9 te [woonplaats] met het voertuig met het kenteken [[kenteken]]

3.2. De betrokkene kan zich niet voorstellen dat hij de bovengenoemde gedraging heeft verricht. Hij klaagt dat hij ten onrechte niet is staande gehouden. Daartoe voert hij aan dat de weg waar de gedraging heeft plaatsgevonden grotendeels bestaat uit overzichtelijke stukken waar ingehaald mag worden. Ter zitting heeft de betrokkene een plattegrond van de betreffende weg en een bijbehorende toelichting overgelegd. Bovendien was het, gelet op het tijdstip van de gedraging, zeker niet druk op de weg.

3.3. De ambtsedige verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het aanvullend proces-verbaal d.d. 1 januari 2006 houdt het volgende in:

"Op vrijdag 29 juli 2005, omstreeks 19.45 uur surveilleerde ik in uniform gekleed, in een herkenbaar politievoertuig, met algemene surveillance belast op de rijksweg N9 te [woonplaats].

Ter hoogte van hectometerpaaltje 109.2 op de N9 te [woonplaats] zag ik een voertuig met het kenteken [kenteken] de doorgetrokken streep naar links overschrijden. Met deze manoeuvre haalde hij een ander voertuig aan de linkerzijde in.

Om genoemd voertuig een stopteken te kunnen geven had ik tevens enkele voertuigen in moeten halen waar dit niet toegestaan is. Het inhaalverbod geldt aldaar in verband met gevaarzetting aldaar.

Om geen gevaarlijke situaties te creëren heb ik gekozen om op kenteken te verbaliseren en geen staandehouding uit te voeren. Het was niet mogelijk om genoemd voertuig bij te halen zonder manoeuvres uit te halen met enige gevaarzetting.".

3.4. Gelet op hetgeen de betrokkene onderbouwd met stukken heeft aangevoerd, is naar het oordeel van het hof niet aannemelijk geworden dat zich geen reële mogelijkheid tot staandehouding heeft voorgedaan. Derhalve is de sanctie ten onrechte met toepassing van artikel 5 WAHV opgelegd aan de kentekenhouder. Daartoe overweegt het hof dat de gedraging blijkens het relaas van de verbalisant is waargenomen vanuit een opvallende surveillanceauto waarin middelen aanwezig waren om een stopteken aan een bestuurder te kunnen geven. De enkele omstandigheid dat ter plaatse van de gedraging een inhaalverbod geldt, brengt niet mee dat zich geen reële mogelijkheid tot staandehouding heeft voorgedaan.

De betrokkene heeft immers - onweersproken - gesteld dat even verderop wel ingehaald mocht worden en dat het niet druk was op de weg.

3.5. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen zal het hof de beslissing van de kantonrechter, de beslissing van de officier van justitie en de inleidende beschikking vernietigen. De overige bezwaren van de betrokkene behoeven derhalve geen bespreking meer.

3.6. Aangezien de betrokkene in het gelijk wordt gesteld, komen de door de hem gemaakte reis- en verletkosten ten behoeve van het bijwonen van de zitting van het hof en de zitting van de kantonrechter voor vergoeding in aanmerking.

3.7. Ingevolge artikel 2 van het Besluit proceskosten bestuursrecht worden reiskosten vergoed overeenkomstig artikel 11, eerste lid, onderdeel c, van het Besluit tarieven in strafzaken 2003. Ingevolge dat artikel wordt in een geval als het onderhavige een tarief vergoed waarvan de hoogte gelijk is aan de reiskosten per openbaar middel van vervoer, laagste klasse. Aan de betrokkene komt derhalve een reiskostenvergoeding toe ter hoogte van Euro 16,50 ([woonplaats]-Leeuwarden v.v.) en Euro 12,50 ([woonplaats]-Alkmaar v.v.).

3.8. Ingevolge artikel 2 van voornoemd Besluit wordt het bedrag van de verletkosten vastgesteld overeenkomstig een tarief dat, afhankelijk van de omstandigheden, tussen Euro 4,54 en Euro 53,09 per uur bedraagt. Het hof acht het redelijk om aan de betrokkene ter zake van de verletkosten een vergoeding voor twee uren toe te kennen in verband met de zitting van de kantonrechter te Alkmaar en een vergoeding voor vier uren in verband met de zitting van het hof in Leeuwarden tegen een uurtarief van Euro 10,-. Aan de betrokkene zal derhalve een bedrag van Euro 60,- verletkosten worden vergoed.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder CJIB-nummer 99086871748 de administratieve sanctie is opgelegd;

bepaalt dat het restant van hetgeen door de betrokkene op voet van artikel 11 WAHV tot zekerheid is gesteld, te weten een bedrag van Euro 90,-, aan hem wordt gerestitueerd;

veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene ter hoogte van Euro 89,-.

Dit arrest is gewezen door mr. Poelman, in tegenwoordigheid van De Ruijter als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.