Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2006:AZ5516

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
05-12-2006
Datum publicatie
03-01-2007
Zaaknummer
WAHV 06-00851
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Proceskostenveroordeling
Inhoudsindicatie

Aan de betrokkene is een administratieve sanctie opgelegd ter zake van overschrijding van de maximumsnelheid. Meting heeft plaatsgevonden aan de hand van een niet geijkte boordsnelheidsmeter. De voor die meting geldende voorschriften zijn niet nageleefd. De door het hof geconstateerde omissies roepen bij het hof zodanige twijfel op omtrent de betrouwbaarheid van de snelheidsmeting dat niet kan worden vastgesteld in welke mate de betrokkene de maximumsnelheid heeft overschreden. De enkele erkenning van de betrokkene dat hij ter plaatse de maximumsnelheid heeft overschreden is in casu onvoldoende.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Module Verkeer 2006/204
JWR 2007/17
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 06/00851

5 december 2006

CJIB 09083201086

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank Arnhem

van 9 mei 2006

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [woonplaats]

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Arnhem ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. Daarbij is verzocht om vergoeding van kosten.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep. Bij de nadere toelichting op het beroep is verzocht om een behandeling ter zitting.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Hiervan is geen gebruik gemaakt.

Op 17 november 2006 heeft het hof van de advocaat-generaal afschriften ontvangen van een proces-verbaal d.d. 16 november 2006 en van de aankondiging van beschikking d.d. 22 mei 2005. De griffier van het hof heeft de betrokkene op

20 november 2006 per fax afschriften toegezonden van bovengenoemd proces-verbaal en van de aankondiging van beschikking.

De zaak is behandeld ter zitting van 21 november 2006. De betrokkene is verschenen. Als gemachtigde van de advocaat-generaal is verschenen mr. K. Tienstra.

De voorzitter heeft de zaak na de zitting verwezen naar de meervoudige kamer.

3. Beoordeling

3.1. Aan de betrokkene is een administratieve sanctie opgelegd ter zake van "overschrijding van de maximumsnelheid op autosnelwegen (gedragsregel); meer dan 25 km/h en t/m 30 km/h", welke gedraging zou zijn verricht op 22 mei 2005 om 14.25 uur op Rijksweg A15 in Valburg.

3.2. De betrokkene heeft ter zitting bevestigd dat hij de maximumsnelheid ter plaatse heeft overschreden. Dit is gebeurd tijdens een inhaalmanoeuvre en hij heeft daarbij niet op zijn snelheidsmeter gekeken. De betrokkene is echter van mening dat de inleidende beschikking dient te worden vernietigd, omdat de snelheidsmeting niet is verricht op de wijze zoals voorgeschreven door de Aanwijzing snelheidsoverschrijdingen en snelheidsbegrenzers van het College van Procureurs-Generaal. De meting is verricht met een gehuurd voertuig waarvoor het kenteken in 2004 is afgegeven. Het zaakoverzicht vermeldt als ijkdatum van de boordsnelheidsmeter van dit voertuig 21 mei 2002, dus ruim vóór de datum van ingebruikname van het voertuig. Uit het aanvullend proces-verbaal van de brigadier van politie Wieland, dat de betrokkene de dag vóór de zitting heeft ontvangen, blijkt nu dat de snelheidsmeter van de auto op 21 mei 2005 is getest door middel van een radarauto. Het rapport dat daarvan had behoren te worden opgemaakt ontbreekt echter. Brigadier Wieland is bovendien zelf niet betrokken geweest bij de snelheidsmeting. De betrokkene betreurt het dat hij pas in dit stadium gegevens heeft verkregen waarom hij veel eerder in de procedure had verzocht.

3.3. De ten tijde van de gedraging geldende Aanwijzing snelheidsoverschrijdingen en snelheidsbegrenzers van het College van Procureurs-Generaal van 8 december 2002, reg. nr. 2002A014, Stcrt. 249, in werking getreden op 1 januari 2003, schrijft voor dat een proces-verbaal waarin sprake is van snelheidsmeting met behulp van een geijkte snelheidsmeter in een dienstvoertuig onder meer het volgende bevat:

- de geconstateerde snelheid, dat wil zeggen de van de boordsnelheidsmeter afgelezen snelheid (a);

- de snelheid volgens de ijktabel behorende bij de boordsnelheidsmeter (b);

- de gecorrigeerde snelheid, dat wil zeggen de snelheid volgens de ijktabel

minus een standaardcorrectie van 3% op die snelheid (c).

3.4. Volgens de onder 3.3. genoemde Aanwijzing worden niet geijkte boordsnelheidsmeters in beginsel niet gebruikt voor het vaststellen van snelheidsovertredingen. "In de uitzonderlijke gevallen dat bij het vaststellen van een snelheidsovertreding toch (mede) gebruik wordt gemaakt van een (dienst)voertuig waarvan de boordsnelheidsmeter niet werd gecontroleerd/geijkt, dient als volgt te worden gehandeld. De afwijking van de snelheidsmeter in het (dienst)voertuig dient zo spoedig mogelijk na de constatering te worden bepaald met behulp van geijkte apparatuur. De meetonzekerheid bij de ijking is afhankelijk van de gebruikte ijkapparatuur. (...). Het gebruik van de niet geijkte boordsnelheidsmeter zal tot een minimum beperkt dienen te blijven. In uitzonderingsgevallen, zoals bij excessieve snelheidsovertredingen zal hiervan wel gebruik kunnen worden gemaakt. (...).".

3.5. De op ambtseed opgemaakte toelichting van de inspecteur van politie Wienen in het zaakoverzicht houdt onder meer in: "De werkelijke snelheid stelde ik vast m.b.v. de geijkte boordsnelheidsmeter van het dienstvoertuig, door bestuurder met een gelijkblijvende of vrijwel gelijkblijvende tussenafstand te volgen.

Afgelezen snelheid boordsnelheidsmeter: 160 km per uur.

Snelheid volgens ijktabel: - km per uur.

Werkelijke (gecorrigeerde) snelheid: 148 km per uur.

Toegestane snelheid: 120 km per uur.

Overschrijding met: 028 km per uur.

Meetafstand: 1.1 km.

Tussenafstand: ± 100 meter.

IJktabel boordsnelh. meter: 21-05-2002.

De werkelijke snelheid is het resultaat van een, overeenkomstig de Aanwijzing snelheidsoverschrijdingen en snelheidsbegrenzers van het College van Procureurs-Generaal, reg.nr. 2002A014, uitgevoerde correctie op de snelheid volgens de ijktabel van het dienstvoertuig.

Kent. dienstvtg.: 83-RG-PD.".

3.6. De advocaat-generaal heeft op 17 november 2006 een aanvullend ambtsedig proces-verbaal d.d. 16 november 2006 in het geding gebracht. De brigadier van Politie Rivierenland Unit Rivierenland West Wieland heeft hierin onder meer het volgende verklaard: "(...). Op 20 mei 2005 werd door de politie Gelderland-Midden een personenauto, merk Saab, kenteken 83-RG-PD, gehuurd voor een snelheidsproject. De snelheidsmeter van de auto is middels een radarauto getest. In het zaakoverzicht staat de datum vermeld van 21 mei 2002. Deze datum is onjuist. Het moet zijn 21 mei 2005. Er is geen ijkrapport aanwezig. De gegevens van de betreffende meting staan vermeld op de achterzijde van de kennisgeving van beschikking. Deze gegevens zijn echter niet meer in ons bezit.".

3.7. De advocaat-generaal heeft op 17 november 2006 tevens een afschrift van de aankondiging van beschikking in het geding gebracht. Het is het hof ambtshalve bekend dat de aankondiging van beschikking dient als brondocument voor het zaakoverzicht van het CJIB. Op de aankondiging van beschikking staat in de rubriek "geijkt" vermeld: 21-05-2005. Gelet hierop is aannemelijk dat bij de administratieve verwerking van de gegevens van het brondocument in het zaakoverzicht abusievelijk is vermeld: 21-05-2002.

3.8. Ter zitting is door de vertegenwoordigster van de advocaat-generaal, ter aanvulling op de schriftelijke stukken, medegedeeld dat het aanvullend proces-verbaal d.d. 16 november 2006 in verband met afwezigheid van de verbalisant Wienen is opgesteld door de brigadier van politie Wieland, leider van het snelheidsproject. Een ijkrapport is niet aanwezig. Zij gaat uit van de voor de betrokkene meest gunstige veronderstelling, namelijk dat de verbalisant Wienen de afgelezen snelheid van de boordsnelheidsmeter heeft gecorrigeerd met 12 kilometer, zijnde vermoedelijk de grootst mogelijke afwijking in een ijktabel. Op de aldus gevonden snelheid van 148 km per uur dient in dat geval nog de correctie van 3% te worden toegepast, zodat de gecorrigeerde snelheid dient te worden vastgesteld op 143 km per uur. Zij verwijst in dit verband naar het arrest van het hof met nummer WAHV 04/00175. Op de gedraging is derhalve niet feitcode S300E maar feitcode S300D van toepassing, met een bijbehorende sanctie van € 90,-. Zij stelt dat de inleidende beschikking in zoverre dient te worden vernietigd.

3.9. Het hof stelt op grond van het hiervóór overwogene vast dat de snelheidsmeting niet, althans niet op controleerbare wijze, heeft plaatsgevonden met een geijkte boordsnelheidsmeter en dat op de onderhavige snelheidsmeting de richtlijnen voor niet geijkte boordsnelheidsmeters van toepassing zijn. Daargelaten of in de omstandigheden van het onderhavige geval meting door middel van een niet geijkte boordsnelheidsmeter toelaatbaar zou kunnen worden geacht, stelt het hof vast dat ook de voor die meting geldende voorschriften niet zijn nageleefd. Uit het aanvullend proces-verbaal, vermeld onder 3.6., blijkt dat het voertuig niet na de meting, zoals voorgeschreven, maar op de dag voorafgaande aan de meting zou zijn getest door middel van een radarauto. De mate van afwijking is niet opgegeven. Derhalve valt niet na te gaan of de door de verbalisant toegepaste correctie op de afgelezen snelheid overeenkomt met de geconstateerde afwijking van het meetmiddel.

3.10. De hiervóór vermelde omissies roepen bij het hof zodanige twijfel op omtrent de betrouwbaarheid van de snelheidsmeting dat niet kan worden vastgesteld in welke mate de betrokkene de toegestane maximumsnelheid ter plaatse heeft overschreden. De enkele erkenning van de betrokkene dat hij de maximumsnelheid ter plaatse heeft overschreden is in casu onvoldoende. Derhalve is niet komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Voor zover de gemachtigde van de advocaat-generaal zich heeft beroepen op de uitspraak van het hof van 12 mei 2004, WAHV 04/00175, wijst het hof erop dat in die zaak, anders dan in de onderhavige, de snelheidsmeting was uitgevoerd conform de Aanwijzing voor geijkte boordsnelheidsmeters en dat enkel niet kon worden vastgesteld of de standaardcorrectie van 3% was toegepast.

3.11. Op grond van het hiervóór overwogene zal het hof de beslissing van de kantonrechter, de beslissing van de officier van justitie en de inleidende beschikking vernietigen.

3.12. De betrokkene heeft verzocht om vergoeding van de volgende door hem gespecificeerde proceskosten:

- reiskosten per openbaar vervoer in verband met twee zittingen van de kantonrechter te Nijmegen, te weten € 61,16;

- reiskosten per openbaar vervoer in verband met de zitting van het hof, te weten € 42,13;

- verletkosten: 19 uur en 36 minuten ten behoeve van het bijwonen van de zittingen. Het uurloon van de betrokkene bedraagt € 20,-.

3.13. Ingevolge art. 1 van het van toepassing zijnde Besluit proceskosten bestuursrecht kan een veroordeling in de kosten uitsluitend betrekking hebben op:

a. kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand,

b. kosten van een getuige, deskundige of tolk die door een partij of een belanghebbende is meegebracht of opgeroepen, dan wel van een deskundige die aan een partij verslag heeft uitgebracht,

c. reis- en verblijfkosten van een partij of een belanghebbende,

d. verletkosten van een partij of een belanghebbende,

e. kosten van uittreksels uit de openbare registers, telegrammen, internationale telexen, internationale telefaxen en internationale telefoongesprekken, en

f. kosten van het als gemachtigde optreden van een arts in zaken waarin enig wettelijk voorschrift verplicht tot tussenkomst van een gemachtigde die arts is.

3.14. Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht komen de reiskosten en de verletkosten voor vergoeding in aanmerking. Het hof kent een vergoeding toe voor reiskosten van in totaal € 103,29. Voor vergoeding van verletkosten komen 12 uren in aanmerking ten bedrage van € 20,- per uur = € 240,-. Nu de betrokkene feitelijk gebruik heeft gemaakt van eigen vervoer is het hof daarbij uitgegaan van het aantal reële verleturen, te weten 7 uren in verband met de zittingen van de kantonrechter en 5 uren in verband met de zitting van het hof.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

verklaart het ingestelde beroep gegrond;

vernietigt de beslissing van de officier van justitie d.d. 13 augustus 2005, alsmede de beschikking waarbij onder CJIB-nummer 09083201086 de administratieve sanctie is opgelegd;

bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 WAHV tot zekerheid is gesteld, te weten een bedrag van

€ 115,-, door de advocaat-generaal aan hem wordt gerestitueerd.

veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene, ter hoogte van € 343,29.

Dit arrest is gewezen door mr. Van Wagtendonk als voorzitter, mr. Dijkstra en mr. Poelman, in tegenwoordigheid van

mr. Zomer als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.