Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2006:AZ5513

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
21-09-2006
Datum publicatie
03-01-2007
Zaaknummer
WAHV 06-00746
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Aan de betrokkene is een administratieve sanctie opgelegd ter zake van overschrijding van de maximumsnelheid. De betrokkene voert aan dat hij heeft geanticipeerd op een verderop geldende maximumsnelheid. Geen reden om de sanctie te matigen.

Wetsverwijzingen
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 9, geldigheid: 2006-09-21
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Module Verkeer 2006/229

Uitspraak

WAHV 06/00746

21 september 2006

CJIB 99086258142

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank 's-Gravenhage

van 19 mei 2006

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [woonplaats]

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement 's-Gravenhage ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Hiervan is geen gebruik gemaakt.

3. Beoordeling

3.1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 100,- opgelegd ter zake van "overschrijding van de maximumsnelheid op (auto)wegen buiten de bebouwde kom (verkeersbord A1); meer dan 20 km/h en t/m 25 km/h", welke gedraging zou zijn verricht op 13 augustus 2005 om 19.27 uur op de rijksweg N11 te Hazerswoude met het voertuig met het kenteken [kenteken]

3.2. De betrokkene ontkent niet dat hij als bestuurder van het betreffende voertuig ten tijde en ter plaatse als voormeld heeft gereden met de door de meetapparatuur vastgestelde snelheid. Het beroep strekt er toe dat de gedraging is verricht onder omstandigheden welke het opleggen van een sanctie niet billijken. Daartoe voert de betrokkene aan dat de gedraging is geconstateerd met een roodlichtcamera die ten onrechte ook de snelheid van voertuigen vastlegt op het wegvak dat begint na het passeren van de stopstreep. Even voorbij het kruispunt passeert het rechtdoor gaand verkeer immers een blauw bord met witte auto - naar het hof begrijpt het bord G3 van bijlage I bij het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) - waar een maximumsnelheid van 100 km per uur geldt.

De betrokkene is van mening dat hij in de gegeven omstandigheden naar de bedoeling van de wegbeheerder na het passeren van de stopstreep reeds mocht anticiperen op de nieuwe situatie die hij naderde. Op kruisingen waar dat niet de bedoeling is heeft de wegbeheerder het betreffende bord G3 namelijk veel verder na de kruising geplaatst.

3.3. De ambtsedige verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het zaakoverzicht van het CJIB houdt onder meer het volgende in:

"Gemeten (afgelezen) snelheid: 95 km per uur.

Werkelijke (gecorrigeerde) snelheid: 92 km per uur.

Toegestane snelheid: 70 km per uur.

Overschrijding met: 22 km per uur."

3.4. Gelet op de verklaring van de verbalisant, het betoog van de betrokkene en de in het dossier aanwezige foto van de gedraging, is naar het oordeel van het hof genoegzaam komen vast te staan dat de gedraging zoals omschreven in de inleidende beschikking is verricht. Het hof zal derhalve de overweging van de kantonrechter "dat betrokkene de verweten gedraging, overschrijding van de maximumsnelheid op autowegen buiten de bebouwde kom tot en met 10 km per uur, heeft verricht" verstaan als een kennelijk misslag en in zoverre verbeterd lezen.

3.5. In juridische zin geldt dat de door middel van bord A1 van bijlage I bij het RVV 1990 aangegeven maximumsnelheid blijft gelden tot het punt waarop op grond van een ander verkeersbord een nieuwe maximumsnelheid geldt. Het staat de betrokkene niet vrij om voortijdig op een verderop geldende maximumsnelheid te anticiperen. De Aanwijzing snelheidsoverschrijdingen en snelheidsbegrenzers schrijft echter voor dat - onder meer om discussies als de onderhavige te voorkomen - de minimale afstand tussen de meetplaats en de plaats waarop het gebod dat door middel van de snelheidsmeter wordt gehandhaafd eindigt bij 70 km/h 190 meter is.

Voorts bepaalt de Aanwijzing dat, in geval de snelheidsmeting plaatsvindt binnen de hierboven genoemde minimale tussenafstand, de reden hiervoor in het proces-verbaal dient te worden gemotiveerd.

3.6. Uit de foto van de gedraging valt af te leiden dat de afstand tussen de meetplaats en de plaats waarop het gebod dat door middel van de snelheidsmeter wordt gehandhaafd eindigt minder dan 190 meter is. De reden daarvoor is door de verbalisant niet vermeld, zodat in dat opzicht de wijze van vaststelling van de gedraging in strijd is met de Aanwijzing.

3.7. Het hof ziet er echter van af om de advocaat-generaal in de gelegenheid te stellen een aanvullend proces-verbaal bij de verbalisant op te vragen. Uit de stukken blijkt dat de gedraging is geconstateerd met een op het kruispunt waar de gedraging is verricht permanent opgestelde roodlichtcamera, die automatisch voertuigen fotografeert, die door het rode licht rijden en een bepaalde vooraf bepaalde drempelsnelheid overschrijden, ook tijdens groen en geel licht. Anders dan het samenstel van foto's doet vermoeden wordt de snelheid van het voertuig gemeten door middel van twee detectielussen die zich bevinden in het weggedeelte kort na de stopstreep, in casu derhalve voordat het voertuig het zich voor de kruising bevindende verkeerslicht passeerde. De ratio van de snelheidsbeperking tot 70 km per uur bij kruisingen als de onderhavige is niet slechts gelegen in het de bestuurder nopen tijdig te reageren op de verplichting zijn voertuig voor het rode verkeerslicht tot stilstand te brengen, maar ook in het met die gematigde snelheid de kruising op te rijden. Nu daaraan niet is voldaan is niet relevant op welke afstand van de kruising het bord G3 zich bevindt.

3.8. Gelet op het vorenoverwogene is hetgeen de betrokkene heeft aangevoerd niet van dien aard dat het opleggen van een sanctie niet billijk is dan wel dat het bedrag van de sanctie gematigd dient te worden. Het hof zal derhalve de beslissing van de kantonrechter bevestigen.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter.

Dit arrest is gewezen door mr. Dijkstra, in tegenwoordigheid van De Ruijter als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.