Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2006:AZ4029

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
06-12-2006
Datum publicatie
11-12-2006
Zaaknummer
0300462 en 0400111
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Huurachterstand [...] mede de grondslag vormt voor de gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Arrest d.d. 6 december 2006

Rolnummers 0300462 en 0400111

HET GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN

Arrest van de eerste kamer voor burgerlijke zaken in de zaken van:

[appellant],

wonende te [woonplaats],

appellant in het principaal en geïntimeerde in het incidenteel appel in beide zaken,

in eerste aanleg: gedaagde in conventie en eiser in reconventie in beide zaken,

hierna te noemen: [appellant],

procureur: mr. P. Tuinman,

tegen

[geïntimeerde],

gewoond hebbende te [woonplaats],

geïntimeerde in het principaal en appellant in het incidenteel appel in beide zaken,

in eerste aanleg: eiser in conventie en verweerder in reconventie in beide zaken,

hierna te noemen: [geïntimeerde],

procureur: mr. P.R. van den Elst.

De inhoud van het tussenarrest d.d. 21 juni 2006 wordt hier overgenomen, zij het dat in rechtsoverweging 6 van dat arrest in plaats van "1995" moet worden gelezen "2005", zijnde hier sprake van een kennelijke verschrijving.

Het verdere procesverloop

Ingevolge eerdergemeld tussenarrest heeft [geïntimeerde] een akte (met producties) genomen, waarop door [appellant] met een akte is gereageerd.

Het hof leidt uit laatstgenoemde akte af dat [geïntimeerde] inmiddels is overleden.

Vervolgens hebben partijen de stukken wederom overgelegd voor het wijzen van arrest in beide zaken.

De verdere beoordeling

in het principaal en het incidenteel appel in de beide zaken

1. Vooropgesteld moet worden dat de rolverwijzing in gemeld tussenarrest niet heeft plaatsgevonden opdat partijen alle beslissingen van het hof opnieuw in volle omvang ter discussie kunnen stellen. Deze rolverwijzing heeft immers slechts plaatsgevonden om [geïntimeerde] in de gelegenheid te stellen bij akte de huur-achterstand nader te becijferen en te actualiseren, op welke akte [appellant] nog kon reageren.

De verdere inhoud van het tussenarrest vormt - het zij uitdrukkelijk gezegd - geen onderwerp meer van het processuele debat. Het hof gaat derhalve voorbij aan hetgeen door [appellant] in zijn akte aan bezwaren tegen het tussenarrest is opgeworpen.

Ten overvloede merkt het hof echter nog wel op dat, anders dan [appellant] kennelijk meent, de huurachterstand blijkens het gestelde onder 9 t/m 12 van de inleidende dagvaarding mede de grondslag vormt voor de gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde. Het hof heeft in rechts-overweging 7.1 van het tussenarrest reeds gerespondeerd op het beroep op rechtsverwerking ten aanzien van de huurachterstand. Dat tussen de brief van

3 september 1998 en de inleidende dagvaarding d.d. 29 juli 2002 enige jaren zijn verstreken, is naar vaste jurisprudentie onvoldoende voor een geslaagd beroep op rechtsverwerking. Meer dan tijdsverloop heeft [appellant] niet aan dit beroep ten grondslag gelegd.

Aan hetgeen [appellant] onder punt 22 van zijn akte nog heeft opgemerkt, moet worden voorbijgegaan nu de daarin aan de orde gestelde problematiek geen inzet vormt van de onderhavige procedures.

met betrekking tot de huurachterstand

2. [geïntimeerde] heeft bij zijn akte na tussenarrest de vordering ter zake de huurachterstand c.q. gebruiksvergoeding tot en met de maand augustus 2006 - rekening houdend met een aftrek aangaande het kleine magazijn - berekend op een bedrag van per saldo euro 29.101,23. Het hof constateert dat hierbij sprake is van een, naar beneden bijgestelde, berekening van hetgeen [geïntimeerde] volgens zijn eisvermeerdering had gevorderd.

Aan die berekening liggen ten grondslag de gegevens welke zijn ontleend aan de publicaties van het CBS omtrent de CPI Werknemers Laag, uitgaande van de formule 1990=100, welke formule op grond van art. 4.1. van de algemene bepalingen de basis voor de huurprijsberekening vormt.

[geïntimeerde] heeft er daarbij terecht op gewezen dat, zoals blijkt uit die bij zijn akte overgelegde CBS-publicaties, de CPI voor augustus 1996 116.1 bedroeg, zulks in tegenstelling tot een CPI van 117,1 waarvan het hof in zijn tussenarrest onder 8.2. abusievelijk met betrekking tot de huur ingaande 1 januari 1998 is uitgegaan, zodat het hof ook van een CPI van 116,1 voor augustus 1996 zal uitgaan.

3. [appellant] heeft de juistheid van de door [geïntimeerde] overgelegde berekening van de huurachterstand c.q. gebruiksvergoeding betwist. Het hof stelt de bezwaren van [appellant] echter terzijde, nu [appellant] almaar blijft uitgaan van de berekening welke door Lagro en Ebens is gemaakt. In die berekening is evenwel ten onrechte uitgegaan van de CPI Werknemers Laag 1995=100, nu blijkens art. 4.1 van de algemene bepalingen uitgangspunt vormt de CPI 1990=100. Bovendien is in die berekening steeds uitgegaan van de maand september als referentiemaand voor de berekening van de nieuwe huurprijs, terwijl dit augustus moet zijn.

4. Nu overigens de wijze van berekening van de huurachterstand c.q. gebruiks-vergoeding niet door [appellant] is weersproken, zal het hof uitgaan van de bedragen, zoals [geïntimeerde] die in zijn akte d.d. 9 augustus 2006 heeft opgenomen.

Het hof stelt de hoogte van het bedrag van de huurachterstand c.q. gebruiks-vergoeding per 31 augustus 2006 derhalve vast op euro 29.101,23. Dat bedrag is de som van de in de nadere berekening naar beneden bijgestelde, bij wijziging van eis berekende achterstand per 30 september 2005, vermeerderd met de sindsdien tot 1 september 2006 vervallen maandelijkse bedragen ter zake van de gebruiks-vergoeding.

[appellant] zal worden veroordeeld dit bedrag aan [geïntimeerde] te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente, waarvan [geïntimeerde] bij zijn akte een berekening heeft overgelegd welke cijfermatig door [appellant] niet is weersproken.

Slotsom

5. De door [appellant] en [geïntimeerde] in het principaal appel, respectievelijk het incidenteel appel opgeworpen grieven tegen de vonnissen van 19 juni 2003 en 20 november 2003 waarvan beroep, worden verworpen.

[appellant] zal in het bij het exploot van 19 februari 2004 ten tweede male ingestelde appel van het vonnis van 19 juni 2003 niet-ontvankelijk worden verklaard.

Het vonnis van 19 juni 2003 zal, voor zover daarin de huurovereenkomst tussen partijen met betrekking tot de panden [adres 1] en [adres 2] te [plaats] is ontbonden, worden bekrachtigd. Uit overwegingen van doelmatigheid zal het hof het vonnis van 19 juni 2003 voor het overige, evenals het vonnis van 20 november 2003 vernietigen, met uitzondering van de in laatstgemeld vonnis opgenomen proceskostenveroordeling, en opnieuw recht doen als hierna in het dictum van dit arrest te vermelden.

Het hof ziet geen reden voor het aan de veroordeling tot ontruiming verbinden van een dwangsom, zoals door [geïntimeerde] primair onder 2. van de gewijzigde eis gevorderd, nu het arrest zelf zich leent voor parate executie.

[appellant] moet in het principaal appel in beide zaken als in het ongelijk gestelde partij worden beschouwd en zal daarom in de kosten van het geding in het principaal appel in beide zaken worden veroordeeld (3 procespunten, tarief II).

[geïntimeerde] moet in het incidenteel appel in de zaak met rolnummer 0400111 als in het ongelijk gestelde partij worden beschouwd en zal daarom in de kosten van dat incidenteel appel worden veroordeeld (1 procespunt, tarief II x 0,5). Het hof zal daarbij geen punten toekennen aan de laatste door [geïntimeerde] genomen akte, nu deze noodzakelijk was als gevolg van een onvoldoende inzichtelijke eis-wijziging bij schriftelijk pleidooi. Het hof zal de kosten van het incidenteel appel in de zaak met rolnummer 0300462 compenseren, nu beide partijen daarin deels in het ongelijk zijn gesteld.

Beslissing

Het gerechtshof

in het principaal en incidenteel beroep in de zaken met rolnummers 0300462 en 0400111

verklaart [appellant] niet-ontvankelijk in het bij exploot van 19 februari 2004 ten tweede male ingestelde hoger beroep van het vonnis van 19 juni 2003;

bekrachtigt het vonnis van 19 juni 2003 waarvan beroep, voor zover daarin de huurovereenkomst tussen partijen met betrekking tot de panden [adres 1] en [adres 2] te [plaats] is ontbonden;

vernietigt het vonnis van 19 juni 2003 voor het overige alsmede het vonnis van

20 november 2003 waarvan beroep, behoudens voor zover betreft de in laatstgenoemd vonnis opgenomen proceskostenveroordeling,

en in zoverre opnieuw rechtdoende:

veroordeelt [appellant] om genoemde panden met al degenen en al hetgeen zich daar vanwege hem bevinden binnen drie maanden na betekening van dit arrest te verlaten en te ontruimen en met afgifte van de sleutels in lege en behoorlijke staat ter vrije beschikking van [geïntimeerde] te stellen;

machtigt [geïntimeerde] om indien [appellant] met die ontruiming in gebreke blijft deze zelf te laten uitvoeren desnoods met behulp van de sterke arm van politie en justitie;

veroordeelt [appellant] voorts om aan [geïntimeerde] te betalen:

- euro 29.101,23 ter zake huurachterstand, respectievelijk gebruiksvergoeding, berekend tot en met 31 augustus 2006;

- euro 3.272,04 ter zake van de wettelijke rente over euro 29.101,23, berekend tot en met 31 augustus 2006;

- de wettelijke rente over euro 29.101,23 vanaf 1 september 2006 tot de dag der voldoening;

- een bedrag ter zake gebruiksvergoeding, gelijk aan de maandelijkse huurprijs voor elke maand dat [appellant], te rekenen vanaf 1 september 2006, de panden tot aan de dag van de ontruiming in gebruik houdt;

veroordeelt [appellant] in de kosten van het principaal appel in beide zaken, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [geïntimeerde] begroot op euro 446,-- aan verschotten en op euro 2.682,-- aan salaris voor de procureur;

veroordeelt [geïntimeerde] in de kosten van het incidenteel appel in de zaak met rolnummer 0400111, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [appellant] begroot op

nihil aan verschotten en op euro 447,-- aan salaris voor de procureur.

compenseert de kosten van het incidenteel appel in de zaak met rolnummer 0300462 in die zin dat partijen daarvan ieder de eigen kosten dragen;

verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd.

Aldus gewezen door mrs. Kuiper, voorzitter, Breemhaar en Zandbergen, raden, en uitgesproken door mr. Mollema, vice-president, lid van een enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van Mevrouw Haites-Verbeek als griffier, ter openbare terechtzitting van dit hof van woensdag 6 december 2006.