Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2006:AY8181

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
13-09-2006
Datum publicatie
19-09-2006
Zaaknummer
0500185
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Voor wat betreft de vordering ter zake van de buitengerechtelijke kosten, waarop grief V ziet, is het hof van oordeel dat [Renault], bezien in het licht van hetgeen dienaangaande door [appellante] is aangevoerd, onvoldoende heeft aangetoond dat het hier gaat om andere kosten dan die, waarvoor art. 237 Rv een vergoeding pleegt in te houden. [Renault] heeft verwezen naar de in eerste aanleg als productie 2 overgelegde correspondentie tussen partijen. Daaruit leidt het hof af dat de buitengerechtelijke werkzaamheden niet meer hebben omvat dan een enkele (herhaalde) aanmaning, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen en het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier.

6.1. [Renault] heeft weliswaar in hoger beroep te bewijzen aangeboden dat de incassokosten redelijke kosten zijn geweest ter verkrijging van de vordering buiten rechte, doch dat bewijsaanbod wordt als niet (voldoende) gespecificeerd gepasseerd, nu dit niet voldoet aan de daaraan in hoger beroep te stellen eisen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Arrest d.d. 13 september 2006

Rolnummer 0500185

HET GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN

Arrest van de derde kamer voor burgerlijke zaken in de zaak van:

[appellante],

wonende te [woonplaats appellante],

appellante,

in eerste aanleg: gedaagde in conventie en eiseres in reconventie,

hierna te noemen: [appellante],

procureur: aanvankelijk mr P. van der Sluis, thans mr P.R. van den Elst,

tegen

[Renault Winschoten B.V.],

gevestigd te Winschoten,

geïntimeerde,

in eerste aanleg: eiseres in conventie en verweerster in reconventie,

hierna te noemen: [Renault],

procureur: mr P. Tuinman,

advocaat: mr F.R. Omta, advocaat te Groningen.

Het geding in eerste instantie

In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in de vonnissen uitgesproken op respectievelijk 18 augustus 2004 en 20 oktober 2004 door de rechtbank Groningen.

Het geding in hoger beroep

Bij exploot van 19 januari 2005 is door [appellante] hoger beroep ingesteld van het vonnis d.d. 20 oktober 2004 met dagvaarding van [Renault] tegen de zitting van

20 april 2005.

De conclusie van de memorie van grieven luidt:

"te vernietigen het vonnis op 20 oktober 2004 onder rolnummer HAZA 04-443 door de

rechtbank Groningen tussen partijen gewezen, en opnieuw rechtdoende, doende wat de

rechter in eerste aanleg had behoren te doen, alsnog bij arrest, uitvoerbaar bij voorraad,

de vordering van geïntimeerde alsnog af te wijzen, althans geïntimeerde in haar

vordering niet ontvankelijk te verklaren, dan wel haar deze te ontzeggen, alsmede de

overeenkomst tussen partijen, voor zover deze mocht bestaan, te ontbinden, althans

ontbonden te verklaren, met veroordeling van geïntimeerde in de kosten der procedure in

beide instanties."

Door [Renault] is bij memorie van antwoord verweer gevoerd, met als conclusie:

"bij arrest, voorzover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, appellante niet ontvankelijk[e] te

verklaren in haar vorderingen in hoger beroep, dan wel haar haar vorderingen teontzeggen met bekrachtiging van het vonnis van de rechtbank Groningen gewezen op 20 oktober 2004, zonodig onder aanvulling en/of verbetering van de rechtsgronden en met veroordeling van appellante in de kosten van zowel de procedure in prima als in deze procedure."

Voorts heeft [appellante], onder overlegging van producties, een akte genomen, waarop [Renault] met een antwoordakte - waarbij een productie is overgelegd - heeft gereageerd. Het origineel van laatstbedoelde productie is door [Renault] ter griffie van het hof gedeponeerd.

Vervolgens hebben partijen hun zaak bepleit, waarbij [appellante] de zaak aan de hand van een (gedeeltelijk voorgedragen en in zoverre overgelegde) pleitnota zelf heeft bepleit en [Renault] de zaak heeft doen bepleiten door haar advocaat, die daarbij een pleitnota heeft overgelegd.

Ter gelegenheid van het pleidooi heeft [appellante] haar eis gewijzigd, tegen welke wijziging door [Renault] bezwaar is gemaakt.

Ten slotte hebben partijen de stukken overgelegd voor het wijzen van arrest.

De beoordeling

1. De weergave door de rechtbank van de vaststaande feiten in rechtsoverweging

2. (2.1 t/m 2.9) in het vonnis waarvan beroep is noch door grieven noch anders-zins bestreden, zodat het hof van die feiten zal hebben uit te gaan.

2. Het gaat in dit geding - samengevat - om het volgende.

2.1. Op 3 juli 2003 hebben partijen een koopovereenkomst getekend ter zake van een personenauto, merk Renault Kangoo. De koopprijs is bepaald op euro 10.250,-- inclusief de kosten van rijklaar maken. Afgesproken is dat [appellante] de auto dezelfde dag kon meenemen en eerst na ontvangst van de verzekeringspolis behoefde te betalen.

2.2. De koopovereenkomst vermeldt als kilometerstand: 70.093 km en als kleur van de auto: groen. Bij thuiskomst ontdekte [appellante] gebreken aan de achterbank en aan de strip boven de schuifdeur. Voorts bemerkte zij dat de kilometerstand op de teller van de auto 72.165 kilometer bedroeg. Zij heeft dit gemeld aan de mede-werker van [Renault], [de medewerker], en hem er ook op gewezen dat volgens haar de auto blauw van kleur is.

2.3. Op 29 augustus 2003 is [de medewerker] bij [appellante] aan huis geweest en heeft hij betaling van de koopprijs verzocht. [appellante] heeft hem een bedrag van euro 100,-- gegeven.

2.4. Bij brief van 1 oktober 2003 is [appellante] door het door [Renault] ingeschakelde incassobureau tot betaling gesommeerd. Bij brief van 6 oktober 2003 heeft [appellante] [Renault] gevraagd de incassowerkzaamheden stop te zetten, de auto rijklaar te maken, en de koopprijs te corrigeren wegens de niet juiste kilometerstand en wegens het feit dat de auto volgens het kentekenbewijs een gasinstallatie zou hebben gehad. Voorts heeft [appellante] verzocht om afgifte van een schriftelijke verklaring dat het hier niet om een schadeauto gaat.

[Renault] heeft daarop [appellante] laten weten dat zij de auto ter reparatie kon aanbieden en dat haar een vergoeding zou worden uitbetaald wegens de kilometerstand. Bij brief van 15 oktober 2003 heeft [appellante] [Renault] bericht dat de auto niet meer startte zodat zij deze niet ter reparatie kon aanbieden. De bezwaren als vermeld in de brief van 6 oktober 2003 zijn door [appellante] gehandhaafd, met uitzondering van het punt van de gasinstallatie. [Renault] heeft vervolgens bij brief van 21 oktober 2003 meegedeeld dat zij de auto zonodig zelf bij [appellante] zou komen ophalen, waartoe [appellante] contact diende op te nemen met de werkplaats van [Renault]. [appellante] heeft de auto niet ter reparatie aangeboden.

2.5. [Renault] heeft [appellante] voor de rechtbank gedagvaard en betaling gevorderd van een bedrag van euro 12.016,14 ter zake de koopprijs van de auto, vermeerderd met rente en incassokosten, waarop in mindering komt een bedrag van euro 115,77 ter zake de verrekening wegens de afwijkende kilometerstand, kosten rechtens.

[appellante] heeft de vordering weersproken en heeft in reconventie - voor zover nodig - ontbinding van de koopovereenkomst gevorderd.

2.6. De rechtbank heeft de vordering van [Renault] toegewezen tot een bedrag van

euro 10.814,23 te vermeerderen met de wettelijke rente. De reconventionele vordering van [appellante] is afgewezen. [appellante] is veroordeeld in de proceskosten in conventie en in reconventie.

3. [appellante] heeft zes grieven opgeworpen tegen het vonnis van de rechtbank. Met grief I richt [appellante] zich tegen het oordeel van de rechtbank dat op 3 juli 2003 tussen partijen met betrekking tot de bewuste auto een (onvoorwaardelijke) koopovereenkomst tot stand is gekomen. Grief II klaagt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat [appellante] niet gerechtigd is de betaling van de koopprijs op te schorten. In grief III keert [appellante] zich tegen de afwijzing van haar reconventionele vordering. Grief IV is gericht tegen de overweging van de rechtbank dat [appellante] zich ten aanzien van haar betalingsverplichting niet op een opschortingsrecht kan beroepen. Met grief V komt [appellante] op tegen toewijzing van de door [Renault] gevorderde buitengerechtelijke kosten. Grief VI keert zich in algemene bewoordingen tegen de toewijzing van de vordering van [Renault] en de afwijzing van die van [appellante].

Met betrekking tot de wijziging van eis

4. [appellante] heeft haar eis gewijzigd. Reeds nu deze wijziging niet op de voet van het bepaalde in art. 130 Rv bij - door de procureur ondertekende - conclusie of akte is gedaan, zal het hof de wijziging van de eis buiten beschouwing laten.

Met betrekking tot de grieven

5. De grieven I t/m IV lenen zich voor gezamenlijke behandeling. Het hof leest in die grieven en in de daarop gegeven toelichting geen andere relevante stellingen of verweren dan die reeds in eerste aanleg waren aangevoerd en door de rechtbank gemotiveerd verworpen. Het hof onderschrijft hetgeen de rechtbank ter motivering van haar beslissing heeft overwogen en neemt die motivering over.

5.1. De grieven falen.

6. Voor wat betreft de vordering ter zake van de buitengerechtelijke kosten, waarop grief V ziet, is het hof van oordeel dat [Renault], bezien in het licht van hetgeen dienaangaande door [appellante] is aangevoerd, onvoldoende heeft aangetoond dat het hier gaat om andere kosten dan die, waarvoor art. 237 Rv een vergoeding pleegt in te houden. [Renault] heeft verwezen naar de in eerste aanleg als productie 2 overgelegde correspondentie tussen partijen. Daaruit leidt het hof af dat de buitengerechtelijke werkzaamheden niet meer hebben omvat dan een enkele (herhaalde) aanmaning, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen en het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier.

6.1. [Renault] heeft weliswaar in hoger beroep te bewijzen aangeboden dat de incassokosten redelijke kosten zijn geweest ter verkrijging van de vordering buiten rechte, doch dat bewijsaanbod wordt als niet (voldoende) gespecificeerd gepasseerd, nu dit niet voldoet aan de daaraan in hoger beroep te stellen eisen.

6.2. Grief V slaagt.

7. Grief VI heeft geen zelfstandige betekenis en blijft daarom buiten behandeling. Het door [appellante] gedane algemene bewijsaanbod wordt als niet terzake dienend, gepasseerd.

Slotsom

8. Het slagen van grief V betekent dat het vonnis waarvan beroep niet in stand kan blijven. Opnieuw rechtdoende zal het hof van de oorspronkelijke vordering van [Renault] toewijzen: de koopsom van de auto ten bedrage van euro 10.250,--, verminderd met het door [appellante] betaalde bedrag van euro 100,-- en met een bedrag van euro 115,77 ter zake van vergoeding voor de kilometerstand, per saldo neerkomende op een bedrag van euro 10.034,23, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 oktober 2003, zijnde de daartoe door de rechtbank gehanteerde datum waartegen [appellante] geen grief heeft opgeworpen.

[appellante] zal als de merendeels in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de kosten van het geding in hoger beroep (3 procespunten, tarief II).

De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt het vonnis waarvan beroep

en opnieuw rechtdoende

veroordeelt [appellante] om tegen bewijs van kwijting aan [Renault] te betalen de som van euro 10.034,23 met de wettelijke rente daarover vanaf 1 oktober 2003 tot de dag der algehele voldoening;

veroordeelt [appellante] in de kosten van het geding in hoger beroep en begroot die tot aan deze uitspraak aan de zijde van [Renault] begroot op euro 389,-- aan verschotten en op euro 2.682,-- aan salaris voor de procureur;

verklaart dit arrest tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af hetgeen door [Renault] meer of anders is gevorderd

Aldus gewezen door mrs Streppel, voorzitter, Janse en Van Oostveen, raden, en uitgesproken door mr Streppel, vice-president, lid van een enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mevrouw Haites-Verbeek als griffier ter openbare terechtzitting van dit hof van woensdag 13 september 2006.