Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2006:AY5386

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
26-07-2006
Datum publicatie
01-08-2006
Zaaknummer
0500335
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Tussen partijen is in geschil of [appellante] onderhoudsplichtig is jegens [de man], ter ondersteuning waarvan [appellante] twee gronden heeft aangevoerd. Allereerst heeft [appellante] -kort samengevat- aangevoerd dat er geen onderhoudsverplichting bestaat, nu deze eerst kan worden aangenomen wanneer de partner door of vanwege het huwelijk in een slechtere positie op de arbeidsmarkt is geraakt, waarvan in deze geen sprake is. De onderhoudsverplichting tussen gewezen echtgenoten vindt haar rechtsgrond in de levensgemeenschap zoals die door het huwelijk is geschapen, welke gemeenschap in de onderhoudsverplichting haar werking behoudt, ook al wordt de huwelijksband geslaakt. De opvatting van de vrouw dat een onderhoudsplicht slechts gerechtvaardigd is wanneer door de feitelijke inrichting van het huwelijk de verdiencapaciteit van de onderhoudsgerechtigde is verminderd, vindt geen steun in het recht.

Voorts heeft [appellante] -kort samengevat- aangevoerd dat van [de man] verwacht mag worden dat hij inkomsten uit arbeid verwerft waarmee hij in eigen levensonderhoud kan voorzien. Nu de gemeente kennelijk geen actie heeft ondernomen, ten einde [de man] tot het vinden en aanvaarden van werk aan te sporen, komen de gevolgen daarvan, te weten het verstrekken van een uitkering, voor rekening en risico van de gemeente. Nu slechts verhaal kan worden gezocht tot de grens van de onderhoudsplicht kan in het kader van de vraag of de voormalige echtgeno(o)t(e) behoefte heeft aan een bijdrage in de kosten van levensonderhoud, worden onderzocht of van [de man] in redelijkheid kan worden gevergd in eigen te levensonderhoud voorzien. De gemeente stelt dat [de man] niet in staat is om zich door arbeid voldoende inkomsten te verwerven waarmee hij in zijn kosten van levensonderhoud kan voorzien. De gemeente heeft in dit verband naar voren gebracht dat [de man] volledig arbeidsongeschikt is vanwege hartklachten en psychische klachten ontstaan naar aanleiding van de echtscheiding. Nu [appellante] deze stelling van de gemeente niet gemotiveerd heeft weersproken, zal het hof uitgaan van de juistheid daarvan.

Het voorgaande brengt mee dat het verzoek van [appellante] om te bepalen dat zij niet onderhoudsplichtig is jegens [de man] dient te worden afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking d.d. 26 juli 2006

Rekestnummer 0500335

HET GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN

Beschikking in de zaak van

[appellante],

wonende te [woonplaats appellante],

appellante,

hierna te noemen: [appellante],

toevoeging,

procureur mr S.A. Roodhof,

advocaat mr M. Braun,

tegen

Gemeente Hoogezand-Sappemeer,

zetelend te Hoogezand,

geïntimeerde,

hierna te noemen: de gemeente,

gemachtigde I.M. Klok.

Het geding in eerste aanleg

Bij beschikking van 11 mei 2005 heeft de rechtbank te Groningen het door [appellante] aan de gemeente te betalen verhaalsbedrag met ingang van 1 mei 2005 vastgesteld op euro 301,49 per maand. Voorts heeft de rechtbank in deze beschikking het door [appellante] te betalen bedrag terzake van verhaal van de door de gemeente gemaakte kosten ten behoeve van [de man] over de periode vanaf 28 februari 2004 tot 1 mei 2005 vastgesteld op euro 4.241,65 en [appellante] veroordeeld tot betaling van dit bedrag af te lossen in maandelijkse termijnen van euro 100,- vanaf 1 mei 2005.

Het geding in hoger beroep

Bij beroepschrift, ingekomen ter griffie op 11 augustus 2005, heeft [appellante] verzocht de beschikking van 11 mei 2005 te vernietigen en opnieuw beslissende te bepalen dat [appellante] geen onderhoudsverplichting ten aanzien van [de man] heeft, althans te bepalen dat haar draagkracht met ingang van 28 februari 2004 onvoldoende en de verhaalsbijdrage derhalve nihil is, althans een verhaalsbijdrage vast te stellen op een zodanig bedrag vanaf een zodanige datum als het hof juist acht, een en ander onder veroordeling van de gemeente in de kosten van deze procedure.

Bij verweerschrift, ingekomen ter griffie op 12 september 2005, heeft de gemeente het verzoek bestreden en verzocht het verzoek van [appellante] af te wijzen en de beschikking waarvan beroep te bekrachtigen met uitzondering van de maanden maart 2004 en november 2004 en de verhaalsbijdrage over de maand maart 2004 op euro 263,70 en over de maand november 2004 op nihil te stellen.

Het hof heeft voorts kennisgenomen van de overige stukken.

Ter zitting van 17 januari 2006 is de zaak behandeld.

De beoordeling

Inleiding

1. [appellante] is gehuwd geweest met [de man] (hierna [de man]). Uit dit huwelijk zijn drie kinderen geboren. Bij beschikking van 2 maart 2004 heeft de rechtbank te Groningen de echtscheiding tussen [appellante] en [de man] uitgesproken. Deze echtscheidingsbeschikking is op 25 maart 2004 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. De kinderen van [appellante] en [de man] verblijven sedertdien bij [appellante]. De gemeente maakt sedert 14 januari 2004 kosten van bijstand ten behoeve van [de man]. De gemeente wenst deze kosten te verhalen op [appellante].

De ingangsdatum van de eventuele verhaalsbijdrage

2. Bij de beschikking waarvan beroep is de door [appellante] aan de gemeente te betalen verhaalsbijdrage vastgesteld met ingang van 28 februari 2004. Nu partijen geen grieven hebben gericht tegen deze ingangsdatum van de door [appellante] aan de gemeente te betalen verhaalsbijdrage, zal het hof de eventueel door [appellante] aan de gemeente te betalen verhaalsbijdrage eveneens met ingang van 28 februari 2004 vaststellen.

De geschilpunten

3. De geschilpunten tussen partijen betreffen:

- de onderhoudsverplichting van [appellante] jegens [de man];

- de draagkracht van [appellante] op de volgende punten:

* de woonlasten;

* de (aflossing op de) schulden.

De onderhoudsverplichting van [appellante] jegens [de man]

4. Tussen partijen is in geschil of [appellante] onderhoudsplichtig is jegens [de man], ter ondersteuning waarvan [appellante] twee gronden heeft aangevoerd.

5. Allereerst heeft [appellante] -kort samengevat- aangevoerd dat er geen onderhoudsverplichting bestaat, nu deze eerst kan worden aangenomen wanneer de partner door of vanwege het huwelijk in een slechtere positie op de arbeidsmarkt is geraakt, waarvan in deze geen sprake is.

6. De onderhoudsverplichting tussen gewezen echtgenoten vindt haar rechtsgrond in de levensgemeenschap zoals die door het huwelijk is geschapen, welke gemeenschap in de onderhoudsverplichting haar werking behoudt, ook al wordt de huwelijksband geslaakt. De opvatting van de vrouw dat een onderhoudsplicht slechts gerechtvaardigd is wanneer door de feitelijke inrichting van het huwelijk de verdiencapaciteit van de onderhoudsgerechtigde is verminderd, vindt geen steun in het recht.

7. Voorts heeft [appellante] -kort samengevat- aangevoerd dat van [de man] verwacht mag worden dat hij inkomsten uit arbeid verwerft waarmee hij in eigen levensonderhoud kan voorzien. Nu de gemeente kennelijk geen actie heeft ondernomen, ten einde [de man] tot het vinden en aanvaarden van werk aan te sporen, komen de gevolgen daarvan, te weten het verstrekken van een uitkering, voor rekening en risico van de gemeente.

8. Nu slechts verhaal kan worden gezocht tot de grens van de onderhoudsplicht kan in het kader van de vraag of de voormalige echtgeno(o)t(e) behoefte heeft aan een bijdrage in de kosten van levensonderhoud, worden onderzocht of van [de man] in redelijkheid kan worden gevergd in eigen te levensonderhoud voorzien.

9. De gemeente stelt dat [de man] niet in staat is om zich door arbeid voldoende inkomsten te verwerven waarmee hij in zijn kosten van levensonderhoud kan voorzien. De gemeente heeft in dit verband naar voren gebracht dat [de man] volledig arbeidsongeschikt is vanwege hartklachten en psychische klachten ontstaan naar aanleiding van de echtscheiding. Nu [appellante] deze stelling van de gemeente niet gemotiveerd heeft weersproken, zal het hof uitgaan van de juistheid daarvan.

10. Het voorgaande brengt mee dat het verzoek van [appellante] om te bepalen dat zij niet onderhoudsplichtig is jegens [de man] dient te worden afgewezen.

De woonlasten van [appellante]

11. Partijen zijn het niet eens over het antwoord op de vraag welke woonlasten bij de berekening van de draagkracht in aanmerking dienen te worden genomen.

12. Uit de stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat [appellante] na de echtscheiding met de drie kinderen aanvankelijk in de voormalige echtelijke woning aan de [adres] is blijven wonen en dat de huur voor deze woning afgerond euro 384,- per maand bedroeg. Voorts is gebleken dat [appellante], ten einde op haar uitgavenpatroon te kunnen bezuinigen en aldus meer ruimte te hebben voor de aflossing van haar schulden, ongeveer medio april 2004 met de kinderen als kostganger op een kamer bij de heer Hulsing is gaan wonen en dat zij voor deze "kost en inwoning" een bedrag van euro 350,- per maand dient te betalen.

13. Anders dan de gemeente acht het hof het in deze zaak niet redelijk om de door die bezuiniging gerealiseerde extra draagkrachtruimte ten goede te laten komen van de gemeente. Daarbij betrekt het hof dat hij het niet in het belang van de drie minderjarige kinderen acht om samen met hun moeder langdurig in één kamer te moeten verblijven/wonen en dat het hof het alleszins redelijk acht dat de vrouw en de kinderen weer eigen woonruimte gaan betrekken. Aangezien het hof de voor de voormalige huurwoning betaalde huur van euro 384,- per maand alleszins redelijk acht, zal hij ook dat bedrag in na te melden draagkrachtberekeningen (blijven) betrekken.

De (aflossing op de) schulden van [appellante]

14. Partijen zijn het er niet over eens of en in hoeverre bij de berekening van de draagkracht rekening dient te worden gehouden met de (aflossing op de) schulden van [appellante] aan de Belastingdienst, Orange Nederland NV, de woningstichting Volksbelang, [de tandarts], het GKB te Hoogezand, het CJIB, Geové Zorgverzekeraar UA, ABN-AMRO, het IBG, terzake van gemeentelijke belastingen en de gemeente Assen.

15. In beginsel zijn op de draagkracht van de onderhoudsplichtige al diens schulden van invloed. Wel kan er reden zijn aan bepaalde schulden voor die draagkracht geen of minder gewicht toe te kennen, zoals wanneer deze onnodig zijn aangegaan of wanneer op deze schulden niet daadwerkelijk wordt afgelost.

16. Uit de stukken, waaronder de verschillende mededelingen van de belastingdienst van eind 2004 en de behandeling ter zitting is gebleken dat [appellante] haar schuld aan de belastingdienst heeft afgelost door in de periode van 1 september 2004 tot 1 maart 2005 een bedrag van euro 249,- per maand te betalen. Het hof zal hiermee rekening houden door met ingang van 1 september 2004 tot 1 maart 2005 een bedrag van euro 249,- per maand in de draagkrachtberekening te betrekken

17. Uit de salarisspecificatie van [appellante] over de maand november 2004 en de brieven van Deurwaarderskantoor Hoeve Zuidhorn BV d.d. 24 november 2004 blijkt dat de schuld van [appellante] aan [de tandarts] door betaling van een -via loonbeslag ingehouden- bedrag van euro 883,45 is afgelost. Anders dan de gemeente, die uitsluitend wat betreft de maand november 2004 met deze betaling rekening heeft gehouden en op die grond de verhaalsbijdrage over die maand op nihil heeft gesteld, zal het hof met deze betaling aldus rekening houden, dat hij deze betaling over meer maanden zal verdelen aldus dat in de draagkrachtberekening over de maanden november 2004 tot en met februari 2005 een bedrag van euro 221,- per maand in aanmerking worden genomen.

18. Uit de stukken, waaronder diverse rekeningafschriften van ABN-AMRO en de brief van NGC-gerechtsdeurwaarders d.d. 1 december 2004 en de behandeling ter zitting is gebleken dat [appellante] op 3 maart 2004 en op 26 juli 2004 twee maal een bedrag van euro 50,- aan voornoemde deurwaarder heeft betaald ter voldoening van de schuld bij het GKB te Hoogezand en van de schuld bij het CJIB. Het hof zal deze betalingen bij de beoordeling van de draagkracht in de maanden maart 2004 en juli 2004 in aanmerking nemen. Met de op het rekeningafschrift vermelde overschrijving van 2 februari 2004 van euro 50,- zal geen rekening worden gehouden, nu deze betaling voor de ingangsdatum van het verhaal is gedaan.

19. Uit de stukken, waaronder de brief van Bos gerechtsdeurwaarders d.d. 30 maart 2005 en de salarisspecificatie van [appellante] over de maand maart 2005, en de behandeling ter zitting is gebleken dat op de schuld aan Geové Zorgverzekeraar UA -via loonbeslag- een bedrag van euro 879,80 is voldaan en voorts dat [appellante] in het kader van een betalingsregeling in de periode van 1 april 2005 tot 1 december 2005 een bedrag van euro 250,- per maand heeft betaald. Voorts heeft de gemeente ter zitting aangegeven zich er in te kunnen vinden dat er met ingang van 1 december 2005 tot het einde van het jaar 2006 rekening wordt gehouden met een aflossingsbedrag van euro 150,- per maand.

20. Het hof zal rekening houden met voornoemde betalingen en aflossingen op de schuld aan Geové Zorgverzekeraar UA door in de draagkrachtberekening over de maand maart 2005 een bedrag van euro 500,- te betrekken, in de maand april 2005 een bedrag van euro 250,- en in de maand mei 2005 een bedrag van euro 130,- en voorts door met ingang van 1 april 2005 tot 1 januari 2006 rekening te houden met een maandelijks aflossingsbedrag van euro 250,- en met ingang van 1 januari 2006 tot 1 januari 2007 met een maandelijks aflossingsbedrag van euro 150,-.

21. Uit de stukken, waaronder de brief van ABN-AMRO d.d. 19 maart 2004, en de behandeling ter zitting is gebleken dat [appellante] de debetstand bij

ABN-AMRO die op 27 februari 2004 euro 971,52 bedroeg inmiddels heeft aangezuiverd middels een lening bij haar vader. Het hof acht het redelijk om hiermee rekening te houden bij de beoordeling van de draagkracht van [appellante] en zal daarom met ingang van 28 februari 2004 tot 1 januari 2005 een bedrag van (euro 971,52 gedeeld door 10 maanden) afgerond euro 97,- per maand in de draagkrachtberekening betrekken

22. Er zal geen rekening worden gehouden met de schuld van [appellante] aan Orange, nu is gebleken dat [appellante] niet daadwerkelijk betalingen verricht ter aflossing van deze schuld. Evenmin zal rekening worden gehouden met de schuld van [appellante] aan de woningstichting Volksbelang, nu is gebleken dat deze schuld middels verrekening geheel is voldaan. Ook met de schulden van [appellante] aan het IBG, terzake van gemeentelijke belastingen en aan de gemeente Assen zal geen rekening worden gehouden, nu niet is gebleken dat deze schulden nog immer bestaan dan wel dat er daadwerkelijk op wordt afgelost.

Vaststelling van de verhaalsbijdrage

23. Gelet op het vorenstaande en voorts uitgaande van de overige niet betwiste gegevens, waaronder die in de draagkrachtberekening van de gemeente d.d. 10 januari 2005 voor zover de rechtbank deze heeft gevolgd, wordt de draagkracht van [appellante] berekend als volgt.

* Met ingang van 28 februari 2004 tot 1 april 2004:

Besteedbaar inkomen per maand: euro 1.963

Alimentatievrije voet alleenstaande ouder: euro 865

Kale huur: euro 384

Ziektekosten: euro 195

Werkelijke verwervingskosten: euro 19

Schulden:

- aflossing roodstand: euro 97

- betaling CJIB: euro 50

- betaling GKB: euro 50+

Totaal schulden: euro 197+

Draagkrachtloos inkomen: euro 1.660-

Draagkrachtruimte: euro 303

Van de draagkrachtruimte is 45%, derhalve afgerond euro 136,- per maand beschikbaar voor verhaal. Gelet op het te genieten fiscaal voordeel, kan [appellante] in het kader van verhaal in de periode van 28 februari 2004 tot 1 april 2004 euro 228,- per maand voldoen.

* Met ingang van 1 april 2004 tot 1 juli 2004:

Besteedbaar inkomen per maand: euro 1.963

Alimentatievrije voet alleenstaande ouder: euro 865

Kale huur: euro 384

Ziektekosten: euro 195

Werkelijke verwervingskosten: euro 19

Schulden: aflossing roodstand: euro 97+

Draagkrachtloos inkomen: euro 1.560-

Draagkrachtruimte: euro 403

Van de draagkrachtruimte is 45%, derhalve afgerond euro 181,- per maand beschikbaar voor verhaal. Gelet op het te genieten fiscaal voordeel, kan [appellante] in het kader van verhaal in de periode van 1 april 2004 tot 1 juli 2004 het door de rechtbank voor deze periode vastgestelde bedrag van euro 301,49 per maand voldoen.

* Met ingang van 1 juli 2004 tot 1 augustus 2004

Besteedbaar inkomen per maand: euro 1.963

Alimentatievrije voet alleenstaande ouder: euro 865

Kale huur: euro 384

Ziektekosten: euro 195

Werkelijke verwervingskosten: euro 19

Schulden:

- aflossing roodstand: euro 97

- betaling CJIB: euro 50

- betaling GKB: euro 50+

Totaal schulden: euro 197+

Draagkrachtloos inkomen: euro 1.660-

Draagkrachtruimte: euro 303

Van de draagkrachtruimte is 45%, derhalve afgerond euro 136,- per maand beschikbaar voor verhaal. Gelet op het te genieten fiscaal voordeel, kan [appellante] in het kader van verhaal in de periode van 1 juli 2004 tot 1 augustus 2004 euro 228,- per maand voldoen.

* Met ingang van 1 augustus 2004 tot 1 september 2004:

Besteedbaar inkomen per maand: euro 1.963

Alimentatievrije voet alleenstaande ouder: euro 865

Kale huur: euro 384

Ziektekosten: euro 195

Werkelijke verwervingskosten: euro 19

Schulden: aflossing roodstand: euro 97+

Draagkrachtloos inkomen: euro 1.560-

Draagkrachtruimte: euro 403

Van de draagkrachtruimte is 45%, derhalve afgerond euro 181,- per maand beschikbaar voor verhaal. Gelet op het te genieten fiscaal voordeel, kan [appellante] in het kader van verhaal in de periode van 1 augustus 2004 tot 1 september 2004 het door de rechtbank voor deze periode vastgestelde bedrag van euro 301,49 per maand voldoen.

* Met ingang van 1 september 2004 tot 1 november 2004:

Besteedbaar inkomen per maand: euro 1.963

Alimentatievrije voet alleenstaande ouder: euro 865

Kale huur: euro 384

Ziektekosten: euro 195

Werkelijke verwervingskosten: euro 19

Schulden:

- aflossing roodstand: euro 97

- aflossing belastingschuld: euro 249+

Totaal schulden: euro 346+

Draagkrachtloos inkomen: euro 1.809-

Draagkrachtruimte: euro 154

Van de draagkrachtruimte is 45%, derhalve afgerond euro 69,- per maand beschikbaar voor verhaal. Gelet op het te genieten fiscaal voordeel, kan [appellante] in het kader van verhaal in de periode van 1 september 2004 tot 1 november 2004 euro 116,- per maand voldoen.

* Met ingang van 1 november 2004 tot 1 januari 2005:

Besteedbaar inkomen per maand: euro 1.963

Alimentatievrije voet alleenstaande ouder: euro 865

Kale huur: euro 384

Ziektekosten: euro 195

Werkelijke verwervingskosten: euro 19

Schulden:

- aflossing roodstand: euro 97

- 1/4 van betaling tandarts: euro 221

- aflossing belastingschuld: euro 249+

Totaal schulden: euro 567+

Draagkrachtloos inkomen: euro 2.030-

Draagkrachtruimte: nihil

Blijkens bovenstaande berekening is [appellante] - gelet op de negatieve draagkrachtruimte - niet in staat om in de periode van 1 november 2004 tot 1 januari 2004 een verhaalsbijdrage te voldoen.

* Met ingang van 1 januari 2005 tot 1 maart 2005:

Besteedbaar inkomen per maand: euro 1.963

Alimentatievrije voet alleenstaande ouder: euro 865

Kale huur: euro 384

Ziektekosten: euro 195

Werkelijke verwervingskosten: euro 19

Schulden:

- 1/4 van betaling tandarts: euro 221

- aflossing belastingschuld: euro 249+

Totaal schulden: euro 470+

Draagkrachtloos inkomen: euro 1.933-

Draagkrachtruimte: 30

Van de draagkrachtruimte is 45%, derhalve afgerond euro 13,- per maand beschikbaar voor verhaal. Gelet op het te genieten fiscaal voordeel, kan [appellante] in het kader van verhaal in de periode van 1 januari 2005 tot 1 maart 2005 euro 22,- per maand voldoen.

* Met ingang van 1 maart 2005 tot 1 april 2005:

Besteedbaar inkomen per maand: euro 1.963

Alimentatievrije voet alleenstaande ouder: euro 865

Kale huur: euro 384

Ziektekosten: euro 195

Werkelijke verwervingskosten: euro 19

Schulden: deel van betaling Geové via beslag: euro 500+

Draagkrachtloos inkomen: euro 1.963-

Draagkrachtruimte: nihil

Blijkens bovenstaande berekening is [appellante] - gelet op de negatieve draagkrachtruimte - niet in staat om in de periode van 1 maart 2005 tot 1 april 2005 een verhaalsbijdrage te voldoen.

* Met ingang van 1 april 2005 tot 1 mei 2005:

Besteedbaar inkomen per maand: euro 1.963

Alimentatievrije voet alleenstaande ouder: euro 865

Kale huur: euro 384

Ziektekosten: euro 195

Werkelijke verwervingskosten: euro 19

Schulden:

- deel van betaling Geové via beslag: euro 250

- aflossingsregeling Geové: euro 250+

Totaal schulden: euro 500+

Draagkrachtloos inkomen: euro 1.963-

Draagkrachtruimte: nihil

Blijkens bovenstaande berekening is [appellante] - gelet op de negatieve draagkrachtruimte - niet in staat om in de periode van 1 april 2005 tot 1 mei 2005 een verhaalsbijdrage te voldoen.

* Met ingang van 1 mei 2005 tot 1 juni 2005:

Besteedbaar inkomen per maand: euro 1.963

Alimentatievrije voet alleenstaande ouder: euro 865

Kale huur: euro 384

Ziektekosten: euro 195

Werkelijke verwervingskosten: euro 19

Schulden:

- deel van betaling Geové via beslag: euro 130

- aflossingsregeling Geové: euro 250+

Totaal schulden: euro 380+

Draagkrachtloos inkomen: euro 1.843-

Draagkrachtruimte: 120

Van de draagkrachtruimte is 45%, derhalve afgerond euro 54,- per maand beschikbaar voor verhaal. Gelet op het te genieten fiscaal voordeel, kan [appellante] in het kader van verhaal in de periode van 1 mei 2005 tot 1 juni 2005 euro 90,- per maand voldoen.

* Met ingang van 1 juni 2005 tot 1 december 2005:

Besteedbaar inkomen per maand: euro 1.963

Alimentatievrije voet alleenstaande ouder: euro 865

Kale huur: euro 384

Ziektekosten: euro 195

Werkelijke verwervingskosten: euro 19

Schulden: aflossingsregeling Geové: euro 250+

Draagkrachtloos inkomen: euro 1.713-

Draagkrachtruimte: 250

Van de draagkrachtruimte is 45%, derhalve afgerond euro 113,- per maand beschikbaar voor verhaal. Gelet op het te genieten fiscaal voordeel, kan [appellante] in het kader van verhaal in de periode van 1 juni 2005 tot 1 december 2005 euro 188,- per maand voldoen.

* Met ingang van 1 december 2005 tot 1 januari 2007:

Besteedbaar inkomen per maand: euro 1.963

Alimentatievrije voet alleenstaande ouder: euro 865

Kale huur: euro 384

Ziektekosten: euro 195

Werkelijke verwervingskosten: euro 19

Schulden: aflossingsregeling Geové: euro 150+

Draagkrachtloos inkomen: euro 1.613-

Draagkrachtruimte: 350

Van de draagkrachtruimte is 45%, derhalve afgerond euro 157,- per maand beschikbaar voor verhaal. Gelet op het te genieten fiscaal voordeel, kan [appellante] in het kader van verhaal in de periode van 1 december 2005 tot 1 januari 2007 euro 264,- per maand voldoen.

* Met ingang van 1 januari 2007:

Besteedbaar inkomen per maand: euro 1.963

Alimentatievrije voet alleenstaande ouder: euro 865

Kale huur: euro 384

Ziektekosten: euro 195

Werkelijke verwervingskosten: euro 19+

Draagkrachtloos inkomen: euro 1.463-

Draagkrachtruimte: 500

Van de draagkrachtruimte is 45%, derhalve afgerond euro 225,- per maand beschikbaar voor verhaal. Gelet op het te genieten fiscaal voordeel, kan [appellante] in het kader van verhaal in de periode van 1 januari 2007 het door de rechtbank voor deze periode vastgestelde bedrag van euro 301,49 per maand voldoen.

Slotsom

24. Op grond van het voorgaande dient de beschikking waarvan beroep te worden vernietigd. Er zal opnieuw worden beslist als na te melden.

25. Nu partijen over en weer voor een deel in het ongelijk zijn gesteld, worden de kosten van het geding in hoger beroep gecompenseerd in die zin dat elke partij de eigen kosten draagt.

De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beschikking waarvan beroep;

en opnieuw beslissende:

stelt het bedrag dat [appellante] aan de gemeente dient te voldoen ten titel van verhaal van de door de gemeente gemaakte en te maken kosten van bijstand ten behoeve van [de man] vast op een bedrag van:

- euro 228,- per maand met ingang van 28 februari 2004 tot 1 april 2004;

- euro 301,49 per maand met ingang van 1 april 2004 tot 1 juli 2004;

- euro 228,- per maand met ingang van 1 juli 2004 tot 1 augustus 2004;

- euro 301,49 per maand met ingang van 1 augustus 2004 tot 1 september 2004;

- euro 116,- per maand met ingang van 1 september 2004 tot 1 november 2004;

- nihil voor de periode van 1 november 2004 tot 1 januari 2005;

- euro 22,- per maand met ingang van 1 januari 2005 tot 1 maart 2005;

- nihil voor de periode van 1 maart 2005 tot 1 mei 2005;

- euro 90,- per maand met ingang van 1 mei 2005 tot 1 juni 2005;

- euro 188,- per maand met ingang van 1 juni 2005 tot 1 december 2005;

- euro 264,- per maand met ingang van 1 december 2005 tot 1 januari 2007;

- euro 301,49 met ingang van 1 januari 2007;

veroordeelt [appellante] om met ingang van 1 augustus 2006 een bedrag van euro 264,- per maand en met ingang van 1 januari 2007 een bedrag van euro 301,49 per maand, telkens voorzover de termijnen niet zijn verstreken, bij vooruitbetaling te voldoen;

bepaalt het totaalbedrag van de achterstand in de betaling van de verhaalsbijdrage over de periode van 28 februari 2004 tot 1 augustus 2006 op euro 5.275,56, te verminderen met hetgeen [appellante] te dier zake reeds heeft voldaan;

veroordeelt [appellante] tot betaling van dit totaalbedrag in termijnen van euro 100,- per maand vanaf 1 augustus 2006;

bepaalt dat [appellante], ingeval van niet tijdige betaling van hetgeen zij aan de gemeente verschuldigd is, voornoemde achterstand ineens dient te voldoen;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders verzochte;

bepaalt dat iedere partij de eigen kosten van het geding in hoger beroep draagt.

Aldus gegeven door mrs Bloem, voorzitter, Melssen en Slob-Schuit, raden, en uitgesproken door mr Streppel, vice-president, lid van een enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mevrouw Haites-Verbeek als griffier ter openbare terechtzitting van dit hof van woensdag 26 juli 2006.