Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2006:AY0122

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
01-06-2006
Datum publicatie
04-07-2006
Zaaknummer
WAHV 06-00143
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. In de procedure bij de kantonrechter heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat het beroep tegen de inleidende beschikking niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat het niet tijdig is ingesteld. De kantonrechter heeft de zaak inhoudelijk behandeld en het beroep ongegrond verklaard. De officier van justitie heeft tegen die beslissing hoger beroep ingesteld. Het hof is van oordeel dat niet valt in te zien dat de officier van justitie door het instellen van hoger beroep in een gunstiger positie zou kunnen geraken. De inleidende beschikking is immers als gevolg van de beslissing van de kantonrechter in stand gebleven. De officier van justitie heeft derhalve geen belang bij het ingestelde hoger beroep. Hoger beroep niet-ontvankelijk.

Wetsverwijzingen
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 20d
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 06/00143

1 juni 2006

CJIB 69077657949

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam

van 11 november 2005

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te '[woonplaats]

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De officier van justitie heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De betrokkene is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen, maar heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt.

3. Beoordeling

3.1. De officier van justitie heeft het beroep van de betrokkene tegen de inleidende beschikking ongegrond verklaard. De betrokkene heeft tegen de beslissing van de officier van justitie beroep ingesteld. De kantonrechter heeft dit beroep - na een inhoudelijke behandeling - ongegrond verklaard. De officier van justitie heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

3.2. De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat - nu de betrokkene niet tijdig administratief beroep tegen de inleidende beschikking had ingediend en de officier van justitie het beroep abusievelijk ontvankelijk heeft geacht - de kantonrechter de beslissing van de officier van justitie had moeten vernietigen en het beroep tegen de inleidende beschikking alsnog niet-ontvankelijk had moeten verklaren.

3.3. In aanmerking genomen dat niet valt in te zien dat de officier van justitie door het instellen van hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter in een gunstiger positie zou kunnen geraken - de inleidende beschikking is als gevolg van die beslissing immers in stand gebleven - is het hof van oordeel dat de officier van justitie geen belang heeft bij het ingestelde hoger beroep. Het hof zal derhalve het door de officier van justitie ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk verklaren.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

verklaart het door de officier van justitie ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door mrs. Dijkstra, Weenink en Van Wagtendonk, in tegenwoordigheid van mr. Wijma als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.