Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2006:AX9095

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
21-06-2006
Datum publicatie
21-06-2006
Zaaknummer
0400511
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

[appellant] heeft tot 9 november 2000 een woning gehuurd van Actium. [appellant] heeft de door haar verschuldigde huurpenningen onregelmatig voldaan. Zij betaalde dan eens niet, dan weer wel, soms het juiste bedrag maar ook heel vaak een hoger of lager bedrag.

Blijkens de toelichting op de grief, richt de grief zich tegen de overweging van de kantonrechter dat geen sprake kan zijn van onverschuldigde betaling.

[appellant] stelt dat zij over de jaren 1997 en 1998 tezamen per saldo meer huurpenningen heeft voldaan dan zij over deze jaren verschuldigd was en het meerdere alzo onverschuldigd heeft betaald.

Actium betoogt dat [appellant] weliswaar over de jaren 1997 en 1998 te veel heeft betaald (te weten ƒ 27,52 blijkens de Memorie van Antwoord sub 17), maar dat dit dient te worden verrekend met de betalingen over de periode van januari 1999 tot 9 november 2000, waarna geen sprake is van onverschuldigde betaling (integendeel: per saldo is ƒ 1.269,05 te weining betaald, aldus Actium).

Aan de grief ligt de onjuiste gedachte ten grondslag dat per kalenderjaar (tussentijds) dient te worden berekend of [appellant] te veel dan wel te weinig huurpenningen heeft betaald over dat betreffende kalenderjaar. Deze gedachte is door Actium bestreden en zowel een feitelijke als juridische onderbouwing ervan ontbreekt. [appellant] heeft dus niet voldaan aan haar stelplicht dienaangaande.

Hieraan doet niet af dat Actium heeft toegegeven dat door [appellant] "te veel" is betaald over de jaren 1997 en 1998, aangezien alle door [appellant] verrichte betalingen over de jaren 1997 - 2000 strekten tot betalingen van huurpenningen. Aldus dient te worden geconcludeerd dat [appellant] hetgeen zij over de jaren 1997 en 1998 te veel heeft betaald, is aan te merken als het bij wijze van voorschot voldoen van uit hoofde van de huurovereenkomst verschuldigde volgende termijnen; terzake wordt verwezen naar het bepaalde in artikel 6:39 lid 2 BW. Nu niet is gesteld, en overigens ook niet is gebleken dat [appellant] over de gehele periode waarover de huurovereenkomst zich uitstrekte per saldo te veel heeft betaald, dient haar vordering bij gebreke van een deugdelijke onderbouwing te stranden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Arrest d.d. 21 juni 2006

Rolnummer 0400511

HET GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN

Arrest van de eerste kamer voor burgerlijke zaken in de zaak van:

[appellant],

wonende te [woonplaats],

appellante,

in eerste aanleg: gedaagde in conventie en eiseres in reconventie,

hierna te noemen: [appellant],

toevoeging,

procureur: mr F. van der Hoef,

tegen

de stichting Woonstichting Actium,

gevestigd te Assen,

geïntimeerde,

in eerste aanleg: eiser in conventie en verweerder in reconventie,

hierna te noemen: Actium,

procureur: mr J.H. van der Meulen.

Het geding in eerste instantie

In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in het vonnis uitgesproken op 22 juli 2004 door de rechtbank te Assen, sector kanton, locatie Meppel (hierna te noemen: de kantonrechter).

Het geding in hoger beroep

Bij exploot van 22 oktober 2004 is door [appellant] hoger beroep ingesteld van genoemd vonnis met dagvaarding van Actium tegen de zitting van 10 november 2004.

De conclusie van de memorie van grieven luidt:

"... het door de rechtbank Assen, sector Kanton, locatie Meppel op 22 juli 2004 gewezen vonnis met zaaknummer 123964 CV EXPL 05-1448 te vernietigen en opnieuw rechtdoende Actium te veroordelen te voldoen aan [appellant] het bedrag van euro 2.161,07 met veroordeling van Actium in de kosten van de procedure."

Bij memorie van antwoord is door Actium verweer gevoerd met als conclusie:

" ... het door [appellant] ingestelde hoger beroep ongegrond te verklaren en [appellant] niet ontvankelijk te verklaren in de door [appellant] ingestelde vordering, althans haar deze te ontzeggen met veroordeling van [appellant] in de kosten van de procedure in beide instanties."

Tenslotte hebben partijen de stukken overgelegd voor het wijzen van arrest.

De grieven

[appellant] heeft één grief opgeworpen.

De beoordeling

De vaststaande feiten

1. Tussen partijen staan de volgende feiten vast als enerzijds gesteld en anderzijds onvoldoende weersproken.

1.1. [appellant] heeft tot 9 november 2000 een woning gehuurd van Actium.

1.2. [appellant] heeft de door haar verschuldigde huurpenningen onregelmatig voldaan. Zij betaalde dan eens niet, dan weer wel, soms het juiste bedrag maar ook heel vaak een hoger of lager bedrag.

Ten aanzien van de grief

2. Blijkens de toelichting op de grief, richt de grief zich tegen de overweging van de kantonrechter dat geen sprake kan zijn van onverschuldigde betaling.

3. [appellant] stelt dat zij over de jaren 1997 en 1998 tezamen per saldo meer huurpenningen heeft voldaan dan zij over deze jaren verschuldigd was en het meerdere alzo onverschuldigd heeft betaald.

Actium betoogt dat [appellant] weliswaar over de jaren 1997 en 1998 te veel heeft betaald (te weten ƒ 27,52 blijkens de Memorie van Antwoord sub 17), maar dat dit dient te worden verrekend met de betalingen over de periode van januari 1999 tot 9 november 2000, waarna geen sprake is van onverschuldigde betaling (integendeel: per saldo is ƒ 1.269,05 te weining betaald, aldus Actium).

4. Aan de grief ligt de onjuiste gedachte ten grondslag dat per kalenderjaar (tussentijds) dient te worden berekend of [appellant] te veel dan wel te weinig huurpenningen heeft betaald over dat betreffende kalenderjaar. Deze gedachte is door Actium bestreden en zowel een feitelijke als juridische onderbouwing ervan ontbreekt. [appellant] heeft dus niet voldaan aan haar stelplicht dienaangaande.

Hieraan doet niet af dat Actium heeft toegegeven dat door [appellant] "te veel" is betaald over de jaren 1997 en 1998, aangezien alle door [appellant] verrichte betalingen over de jaren 1997 - 2000 strekten tot betalingen van huurpenningen. Aldus dient te worden geconcludeerd dat [appellant] hetgeen zij over de jaren 1997 en 1998 te veel heeft betaald, is aan te merken als het bij wijze van voorschot voldoen van uit hoofde van de huurovereenkomst verschuldigde volgende termijnen; terzake wordt verwezen naar het bepaalde in artikel 6:39 lid 2 BW. Nu niet is gesteld, en overigens ook niet is gebleken dat [appellant] over de gehele periode waarover de huurovereenkomst zich uitstrekte per saldo te veel heeft betaald, dient haar vordering bij gebreke van een deugdelijke onderbouwing te stranden.

5. De grief faalt.

De slotsom.

6. Het vonnis waarvan beroep dient te worden bekrachtigd met veroordeling van [appellant] als de in het ongelijk te stellen partij in de kosten van het geding in hoger beroep.

De beslissing

Het gerechtshof:

bekrachtigt het vonnis waarvan beroep;

veroordeelt [appellant] in de kosten van het geding in hoger beroep en begroot die aan de zijde van Actium tot aan deze uitspraak op euro 241,- aan verschotten en euro 632,- aan salaris voor de procureur (tarief I, 1 punt).

verklaart dit arrest ten aanzien van de proceskosten uitvoerbaar bij voorraad.

Aldus gewezen door mrs Kuiper, voorzitter, Zandbergen en Hidma, raden, en uitgesproken door mr Streppel, vice-president, lid van een enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mevrouw Haites-Verbeek als griffier ter openbare terechtzitting van dit hof van woensdag 21 juni 2006.